Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:610

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-01-2021
Datum publicatie
08-02-2021
Zaaknummer
: Wahv 200.250.126/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ondeugdelijke reminrichting op bromfiets. De onderdelen van de reminrichting moeten onbeschadigd en deugdelijk bevestigd zijn. Bij verbogen remhendels is dat niet het geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.126/01

CJIB-nummer

: 207958722

Uitspraak d.d.

: 22 januari 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 oktober 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 250,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De in hoger beroep opgeworpen bezwaren richten zich tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de reminrichting/onderdelen niet deugdelijk is/zijn”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 juni 2017 om 19:41 uur op de Sportlaan in Gouda met het voertuig met het kenteken [YYY-00-Y] .

2. Betwist wordt dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. Uit de verklaring in het zaakoverzicht volgt dat beide remhandels krom zijn, hetgeen wordt bevestigd op de foto. Volgens het bepaalde in artikel 5.6.31, derde lid, van de Regeling Voertuigen (RV) is van belang dat de remhendel tot een aanslag kan worden ingedrukt. Hiervan is niet gebleken en beide remmen werkten prima. Aan de betrokkene is dan ook ten onrechte een sanctie opgelegd, aldus de gemachtigde.

3. Artikel 5.6.31, lid 1, RV, houdt het volgende in:

“Bromfietsen moeten zijn voorzien van een reminrichting waarvan de onderdelen:

a. deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen;

b. niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast;

c. niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken; en

d. geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen.”

4. Artikel 5.6.89, lid 1, RV, houdt het volgende in:

“Aangewezen bromfietsen moeten zijn voorzien van een goedwerkend remsysteem.”

5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Remhandels (het hof leest: remhendels) beiden krom.

Overtreden artikel: 5.6.31 en 5.6.89, lid 1, RV.”

7. De verklaring van de ambtenaar wordt, zoals ook reeds door de gemachtigde opgemerkt, bevestigd door hetgeen op de foto’s is te zien die zich tussen de stukken in het dossier bevinden. Op deze foto’s is te zien dat zowel de linker- als de rechterremhendel verbogen is.

8. Het hof overweegt dat de remhendel onderdeel is van de reminrichting. Uit het zaakoverzicht volgt dat sprake is van overtreding van het bepaalde in artikel 5.6.31 RV. Artikel 5.6.31, lid 1, RV eist dat de onderdelen van de reminrichting deugdelijk zijn bevestigd en niet zijn beschadigd. Bij een verbogen remhendel is niet aan die eis voldaan en reeds om die reden staat vast dat de gedraging is verricht. De verwijzing door de gemachtigde naar hetgeen is bepaald in artikel 5.6.31, derde lid, RV treft dan ook geen doel.

9. Nu verder niet is gesteld of gebleken dat desondanks aanleiding is de sanctie ongedaan te maken, is het hof van oordeel dat aan de betrokkene als bestuurder van het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken terecht een sanctie is opgelegd. Dit betekent dat de kantonrechter een juiste beslissing heeft genomen door het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond te verklaren en dat die beslissing zal worden bevestigd. Aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.