Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:5493

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
03-06-2021
Datum publicatie
27-07-2021
Zaaknummer
Wahv 200.258.020/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? Nu de ambtenaar slechts heeft vermeld dat hem ambtshalve bekend is dat er een bord staat, terwijl bovendien ter plaatse sprake wegwerkzaamheden plaatsvonden, staat de aanwezigheid van het bord C2 onvoldoende vast. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.258.020/01

CJIB-nummer

: 217110016

Uitspraak d.d.

: 3 juni 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 25 januari 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 20 mei 2021. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990; eenrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 mei 2018 om 19.31 uur op de Noorder Parallelweg in Velp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging betwist. De betrokkene heeft geen verbodsbord genegeerd. De ambtenaar heeft in zijn verklaring in het zaakoverzicht expliciet vermeld dat hem ‘ambtshalve bekend is’ dat het betreffende bord op de vermelde locatie staat. De gemachtigde verwondert zich over deze bijzonder vreemde formulering en stelt dat op basis van de verklaring van de ambtenaar vaststaat dat de ambtenaar de bebording niet voorafgaand aan, of na de staandehouding heeft gecontroleerd. Ook uit de schouwrapporten en de print van Google Maps Streetview die in hoger beroep zijn overgelegd valt volgens de gemachtigde niet af te leiden dat de bebording ten tijde van de gedraging in orde was. Uit deze afbeeldingen blijkt dat er in de omgeving werkzaamheden hebben plaatsgevonden waardoor de situatie ter plaatse is veranderd. Zo blijkt uit de schouw van 6 april 2018 dat er een rood witte barrière met een (extra) bord C2 is geplaatst. Op de print van Google Streetview van juli 2018 is deze afzetting ook zichtbaar, maar bevindt de barrière zich niet op exact dezelfde plek. Het is volgens de gemachtigde voorstelbaar dat in verband met de werkzaamheden die plaatsvonden in die periode de barrière is verplaatst. Ook is denkbaar dat het directe zicht op het bord, als dat er al stond, is weggenomen door bouwverkeer.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“overtreden artikel: 62 jo. bord C2 RVV 1990. (…)

Op de voorzijde genoemde datum, tijd en locatie zag ik een voertuig met kenteken [kenteken] een gesloten verklaring inrijden. Mij was ambtshalve bekend dat dit een geslotenverklaring was omdat dit is aangegeven met een C2 bord met onderbord uitgezonderd fietsers en bromfietsers. Op de parkeerplaats heb ik de betrokkene aangesproken. Ik heb hem aangegeven waarom dit zo is en hoe hij de volgende keer kan rijden.

Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)

Verklaring betrokkene: ik wist anders niet hoe ik zo snel hier moest komen.”

5. In reactie op het verweer van de gemachtigde is door de advocaat-generaal in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal van 1 augustus 2019 in het geding gebracht, waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“Ik kan mij niet herinneren dat ik voorafgaand of na de staandehouding de bebording heb gecontroleerd. De verkeerssituatie is op het moment nog steeds hetzelfde en deze werkwijze hanteren wij nog steeds. Vanaf de Nordlaan staat een C3 bord met onderbord uitgezonderd fietsers en bromfietsers. Ik kwam vanuit deze richting gereden en zag de betrokkene richting mij rijden. Vanaf kruispunt Middellaan/ Noorder parallelweg staat een C2 bord met onderbord, uitgezonderd fietsers en bromfietsers. Dit was mij ambtshalve bekend omdat dit een weg is waar wij veel controleren in verband met gevaarlijke situaties. (…)”

6. Voorts heeft de ambtenaar een afschrift van de schouwrapporten van 9 november 2017, 6 april 2018 en 12 april 2019 ingediend.

7. Verder heeft de advocaat-generaal een uitdraai van Google Streetview bijgevoegd, met als opnamedatum van de afbeelding juli 2018.

8. De ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd was zelf ter plaatse. In een dergelijk geval is het uitgangspunt dat mag worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar was (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803). In de onderhavige zaak verklaart de ambtenaar echter dat hem ambtshalve bekend is dat ter plaatse een geslotenverklaring geldt. Het is het hof onduidelijk wat de ambtenaar hiermee bedoelt. Het feit echter dat de ambtenaar ambtshalve bekend is dat daar een gesloten verklaring geldt, leidt niet zonder meer tot de conclusie dat het bord ten tijde van de gedraging aanwezig was. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt dit evenmin.

9. Het hof is van oordeel dat op basis van het dossier niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat ten tijde van de gedraging het voor de betrokkene geldende bord C2 aanwezig was. In hoger beroep is weliswaar een schouwrapport van een maand voor de gedraging en een afbeelding van Google Maps Streetview van twee maanden na de gedraging overgelegd waaruit volgt dat op die momenten het bord C2 aanwezig was en zichtbaar voor verkeersdeelnemers. Gelet echter op het feit dat er (weg)werkzaamheden waren rondom de periode van de gedraging, zijn deze foto’s in dit verband niet afdoende om te kunnen oordelen dat er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van het vaststellen van de gedraging. Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal beslissen als hieronder aangegeven.

10. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Ook aan het horen door de officier van justitie dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.201,50 (= 4,5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.201,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.