Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:5447

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
02-06-2021
Datum publicatie
27-07-2021
Zaaknummer
Wahv 200.255.871/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? De betrokkene stelt dat hij op de gevolgde route geen kombord is gepasseerd. Dit verweer mist feitelijke grondslag, aangezien de beweerdelijk gevolgde route niet overeenkomt met de rijrichting die door de flitspaal is geregistreerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.255.871/01

CJIB-nummer

: 214352712

Uitspraak d.d.

: 2 juni 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 16 januari 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

Het tussenarrest

De inhoud van de tussenarresten van 6 september 2019 en 8 januari 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De betrokkene heeft zekerheid gesteld voor het bedrag van de sanctie en de administratiekosten.

Op 9 februari 2021 heeft het hof aanvullende gronden van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Hiervan is een afschrift aan de advocaat-generaal toegezonden.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd. Dit is (in kopie) gestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene, die daar niet op heeft gereageerd.

De beoordeling

1. Gelet op de inhoud van de tussenarresten en nu zekerheid is gesteld en de gemachtigde afdoening van de zaak door het hof heeft verlangd, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.

2. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Bij die beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 62,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 9 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 februari 2018 om 15:10 uur op de S106 Varkenoordseviaduct kruising Olympiaweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

3. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging betwist. De betrokkene is op de door hem gereden rijroute ook geen H1-bord gepasseerd. Daarom kan niet worden uitgegaan van een maximumsnelheid van 50 km/h. De betrokkene reed vanaf de A16, pakte daarna afslag 24 en reed vervolgens via de Stadionweg de stad binnen. Het ligt op de weg van het openbaar ministerie om

–bijvoorbeeld door middel van een schouwrapport– aan te tonen dat de betrokkene wel het H1-bord is gepasseerd. Verder betwist de gemachtigde dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de werkelijke snelheid is gebaseerd op de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers. Derhalve is de snelheidsmeting en/of de verklaring gebaseerd op vervallen regelgeving. Tot slot stelt de gemachtigde dat de sanctie in strijd met artikel 5 van de Wahv is opgelegd, omdat de betrokkene in de inleidende beschikking niet op artikel 8 van de Wahv is gewezen.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Door mij is waargenomen hetgeen langs elektronische weg is geconstateerd en vastgelegd. (…) De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 62 km/u.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 59 km/u.

Toegestane snelheid: 50 km/u.

Overschrijding met: 9 km/u.

De werkelijke snelheid is het resultaat van een, overeenkomstig de geldende Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers van het college van procureurs-generaal, uitgevoerde correctie op de met het meetmiddel gemeten (afgelezen) snelheid. (…)

Rijrichting van: Noord-West

Rijrichting naar: Zuid-Oost (…)”

5. De advocaat-generaal heeft in reactie op het standpunt van de gemachtigde dat de betrokkene geen H1-bord is gepasseerd, een Google Maps kaart overgelegd. Volgens de advocaat-generaal strookt de door de gemachtigde aangegeven rijroute niet met hetgeen in het zaakoverzicht staat vermeld. Gelet op de door de gemachtigde aangegeven rijroute zou de betrokkene de flitspaal vanuit het oosten hebben genaderd. Uit het zaakoverzicht blijkt echter dat de betrokkene van noordwest naar zuidoost reed.

6. Het hof stelt voorop dat het op de weg van de ambtenaar en -in het verlengde daarvan het openbaar ministerie- ligt om de aanwezigheid van deugdelijke bebording kenbaar te maken op de route die de betrokkene stelt te hebben gereden. Op grond van de door de advocaat-generaal overgelegde en door de gemachtigde niet betwiste gegevens stelt het hof evenwel vast dat de betrokkene niet de door de gemachtigde in hoger beroep gestelde route kan hebben gevolgd naar de locatie van de gedraging. Het hof verbindt hieraan de gevolgtrekking dat geen route is aangegeven die de betrokkene heeft afgelegd naar zijn bestemming, zodat de noodzaak tot het vaststellen van de aanwezigheid van de bebording hier ontbreekt (vergelijk overweging 8 van het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803).

7. De grond betreffende de verwijzing naar de vervallen Aanwijzing is door de gemachtigde reeds in vele zaken aan het hof voorgelegd en inmiddels ook vele malen verworpen. Het hof volstaat daarom hier met het verwerpen van dit verweer (vgl. o.a. het arrest van het hof van 8 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10206). Dit geldt ook voor de klacht van de gemachtigde dat in de inleidende beschikking niet is gewezen op het bepaalde in artikel 8 van de Wahv. Het hof heeft inmiddels reeds in meerdere zaken die aan het hof zijn voorgelegd vastgesteld dat niet is gebleken dat de betrokkene hierdoor in zijn of haar belangen is geschaad. Dat is hier ook het geval.

8. Voor het overige betwist de gemachtigde de gedraging en dat de werkelijke snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Dit is onvoldoende om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

9. De bezwaren treffen derhalve geen doel. Het beroep tegen de inleidende beschikking is terecht ongegrond verklaard. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.

10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.