Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:5265

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
02-06-2021
Zaaknummer
21-005592-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van mishandeling en bedreiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar tot een taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005592-18

Uitspraak d.d.: 1 juni 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 26 september 2018 met parketnummer 18-109442-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A. Allersma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Bij bovengenoemd vonnis is verdachte ter zake van het mishandelen van een ambtenaar en bedreiging veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 18 maart 2017, te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , een (buitengewoon opsporings)ambtenaar, [naam] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [naam] meermalen, in elk geval eenmaal (met kracht) tegen diens keel en/of (elders) tegen diens lichaam te slaan/stompen en/of te duwen.

2.
hij op of omstreeks 18 maart 2017, te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam] dreigend de woorden toe te voegen "Ga bij mijn auto weg vriend, ik sla je bewusteloos en je kop van je romp", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging omtrent het bewijs

Ondanks de ontkennende verklaring van verdachte is het hof van oordeel dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen, op grond van de bewijsmiddelen zoals die in een eventuele aanvulling op dit arrest zullen worden uitgewerkt. De verklaring die verdachte over het gebeuren op 18 maart 2017 heeft afgelegd, heeft bij het hof niet tot twijfel geleid over de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van aangever en de getuige.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij op 18 maart 2017, te [plaats] , een buitengewoon opsporingsambtenaar, [naam] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [naam] met kracht tegen diens keel en elders tegen diens lichaam te duwen.

2.
hij op 18 maart 2017, te [plaats] , [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [naam] dreigend de woorden toe te voegen "Ga bij mijn auto weg vriend, ik sla je bewusteloos en je kop van je romp”.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 18 maart 2017 schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar, nadat hij werd aangesproken op het feit dat hij fout geparkeerd stond. Het hof rekent het verdachte aan dat hij zich zo agressief heeft gedragen jegens een ambtenaar die niets anders dan zijn werk deed. Dit getuigt van een ernstig gebrek aan respect.

Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 14 april 2021 is verdachte in het verleden eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van geweldsdelicten. Bij de bespreking van de persoonlijke omstandigheden zijn verder geen bijzondere feiten of omstandigheden naar voren gekomen die in positieve dan wel negatieve zin van invloed zijn op de op te leggen straf.

Wel stelt het hof vast dat er wat betreft de procedure in hoger beroep sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer 6 maanden. Hoewel de rechtspraak van de Hoge Raad inhoudt dat bij oplegging van een taakstraf van minder dan 100 uren geen strafvermindering hoeft te worden toegepast, acht het hof het in de onderhavige zaak aangewezen om het tijdsverloop in de strafoplegging te verdisconteren. In afwijking van de straf in eerste aanleg en overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal legt het hof daarom een taakstraf van 50 uren op, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis. Deze straf is passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 1 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Geelhoed is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.