Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:5222

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27-05-2021
Datum publicatie
21-06-2021
Zaaknummer
200.292.752/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof richt zich in zijn uitspraak over een gesloten plaatsing direct tot de jeugdige en bekort de duur van de gesloten plaatsing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.292.752/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 517644)

beschikking van 27 mei 2021

in het hoger beroep van:

[verzoeker] ,

woonplaats: op een voor het hof bekend adres, feitelijk verblijvend in [A] ,

verzoeker,

verder te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. E. Uijt de boogaardt in Lelystad,

en

de gecertificeerde instelling

Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,

locatie Almere,

verweerster,

verder te noemen: de GI.

Belanghebbenden zijn:

1 [de moeder] (de moeder),

woonplaats: op een voor het hof bekend adres,

2 [de vader] (de vader),

woonplaats: [B] .

1 De beslissing van de kinderrechter

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft op 9 maart 2021 op het verzoek van de GI beslist dat [verzoeker] , geboren [in] 2003, tot

9 september 2021 in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp moet wonen met ingang van 1 maart 2021 tot 9 september 2021.

2 De rechtszaak bij het hof

2.1

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

- het beroepschrift binnengekomen op 9 april 2021 met bijlage(n);

- het verweerschrift van de GI;

- een formulier namens [verzoeker] van 15 april 2021 met bijlage(n);

- een brief van de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad) van

19 april 2021;

- een formulier namens [verzoeker] van 20 april 2021 met bijlage(n);

- een formulier namens [verzoeker] van 20 april 2021.

2.2

De zitting bij het hof was op 11 mei 2021. Aanwezig waren [verzoeker] , met zijn advocaat, en A.L. Jonkman, namens de GI.

3 Belangrijke informatie

3.1

De vader en de moeder hebben samen het gezag over [verzoeker] .

3.2

[verzoeker] staat sinds 7 januari 2021 onder toezicht van de GI. De maatregel loopt tot

5 november 2021.

3.3

De GI heeft de rechtbank verzocht om een machtiging om [verzoeker] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven.

3.4

[C] , gekwalificeerd gedragswetenschapper, heeft op 16 februari 2021 ingestemd met het verzoek van de GI. Ook de moeder heeft met dit verzoek ingestemd.

3.5

[verzoeker] verblijft op dit moment in een gesloten instelling van [D] in [A] .

4 Waar gaat het over

4.1

[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter en is in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kinderrechter. [verzoeker] is het niet eens met de machtiging gesloten uithuisplaatsing en vraagt het hof om die beslissing te vernietigen en het verzoek van de GI om die machtiging te geven alsnog af te wijzen.

4.2

De GI is het eens met de beslissing van de kinderrechter.

5 Wat het hof vindt

5.1

In de Jeugdwet staat in artikel 6.1.1 lid 2 dat de kinderrechter een machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie kan verlenen wanneer naar het oordeel van de kinderrechter jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen.

5.2

Het hof vindt dat de beslissing van de kinderrechter om een machtiging tot gesloten uithuisplaatsing te geven een juiste beslissing is en is het ook eens met de uitleg die de kinderrechter voor die beslissing heeft gegeven. Het hof neemt daarom hier die beslissing en die uitleg over en schrijft dit niet opnieuw op. Over hoe lang deze machtiging moet duren denkt het hof wat anders dan de kinderrechter. Dat is hierna te lezen. De uitleg die het hof voor zijn beslissing geeft is bedoeld voor iedereen in de procedure (zoals hierboven genoemd) maar is speciaal en in heldere taal geschreven voor [verzoeker] omdat het gaat om hem en het hof graag wil dat [verzoeker] de uitleg goed begrijpt. Daarom gebruikt het hof hierna de ‘jij-vorm’.

5.3

Het hof zal bespreken wat jij, [verzoeker] , op de zitting hebt verteld over hoe het met je gaat en waarom jij vindt dat je niet (langer) op een gesloten plek hoeft te zijn.

5.4

Jij vindt dat jouw gedrag voordat je gesloten werd geplaatst niet zo zorgelijk was en dat gesloten plaatsing niet had gehoeven. Het hof denkt hier anders over en vindt dat gedrag wel zo zorgelijk dat de enige mogelijkheid om te voorkomen dat het helemaal misging met jou, een gesloten plaatsing was. Je hield je te vaak niet aan afspraken, ging je eigen gang en ook je drugsgebruik was zorgelijk. Dat je, toen je bij [E] zat, niet het gevoel had dat er naar je werd geluisterd en er teveel over in plaats van met je werd beslist is natuurlijk geen fijn gevoel. Maar dat alleen mag geen reden zijn om de afspraken dan niet serieus te nemen. De machtiging tot gesloten uithuisplaatsing is dus terecht verleend.

5.5

Het hof vond het mooi om op de zitting van jou te horen dat het goed met je gaat sinds je in de gesloten setting van [D] zit. Ook de GI heeft op de zitting verteld positieve verhalen over jou te horen en te lezen sinds je verblijft bij [D] . Je werkt mee aan de behandeling en hulpverlening (via Tactus) en bent goed bezig met je opleiding. Je houdt je goed aan afspraken, ook wat betreft drugsgebruik. Het hof denkt dat de duidelijke structuur bij [D] hiervoor heeft gezorgd, maar heeft ook de indruk dat bij jou “het kwartje is gevallen”. Je bent na overleg met de gezinsvoogd inmiddels aangemeld bij JeugdCentraal Flevoland (24u-zorg). Het plan is dat je op een gegeven moment met begeleid wonen op jezelf gaat wonen. Eind juni 2021 zal er weer een evaluatiemoment zijn en zal worden bekeken wat voor jou een goede plek is. Het hof vindt het noodzakelijk dat je op dit moment nog wel gesloten geplaatst blijft. Er is ook niet direct een andere plek voor jou beschikbaar en thuis bij je moeder gaat niet. Daar ben je het zelf ook mee eens. Wel is het in jouw belang dat je op tijd, voordat je 18 wordt (in november al), gaat wennen aan een woonplek die niet gesloten is. En het hof vindt ook dat je, nu je het zo goed doet bij [D] , over niet te lange tijd vooruitzicht moet hebben op een open plek zodat je daarnaar kunt uitkijken en je motivatie van nu kunt vasthouden.

5.6

Dan de vraag of de machtiging gesloten uithuisplaatsing nog langer moet duren. Jij vindt dat je hebt laten zien dat je weer naar een open plek kunt en bent daar gemotiveerd voor. Nog langer op een gesloten plek blijven maakt het er voor jou slechter op wat die motivatie betreft. Het hof kan hier in meegaan. Daarom zal het hof de machtiging gesloten plaatsing voor een kortere duur verlengen, namelijk tot 9 juli 2021. Het hof gaat ervan uit dat voor die tijd de eerstvolgende evaluatie is geweest en een vervolgplek voor je is geregeld. Je kunt dan ook vanuit die open vervolgplek met je opleiding bij het ROC [F] beginnen in augustus 2021. Mocht een overplaatsing naar een open plek al eerder mogelijk zijn dan kan dat natuurlijk. En mochten de GI en [D] vinden dat je toch nog (iets) langer op een gesloten plek moet blijven, dan zullen ze dit opnieuw aan de kinderrechter moeten vragen. Ook kan dan misschien een voorwaardelijke machtiging gesloten plaatsing worden gevraagd. Dit moet dan op dat moment worden bekeken en beoordeeld. Maar het hof hoopt en vertrouwt erop dat jij, zoals je dat ook zelf wilt, in ieder geval op de ingeslagen goede weg zult blijven.

5.7

Als laatste wil het hof nog, zoals ook op de zitting al gezegd, benadrukken dat het voor jou en jouw verdere behandeling en begeleiding belangrijk is dat er snel een goede diagnostiek voor jou komt. Dat instanties nu steggelen over wie het moet betalen is niet goed voor jou. Het moet gewoon geregeld worden en wel op korte termijn.

6
6. Samenvatting

Het hof zal de beslissing van de kinderrechter in stand laten voor de periode tot

9 juli 2021 en de rest van die beslissing ongeldig maken. Dit betekent dat er nu een machtiging van de rechter tot gesloten plaatsing is tot uiterlijk die datum.

7 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 9 maart 2021, voor zover de machtiging tot gesloten plaatsing van [verzoeker] zich uitstrekt over de periode tot 9 juli 2021 en vernietigt die beschikking voor de periode daarna;

en beslist opnieuw:

wijst het verzoek van de GI tot een machtiging tot gesloten plaatsing van [verzoeker] voor zover deze betrekking heeft op de periode vanaf 9 juli 2021 af;

wijst af wat verder is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, A.W. Beversluis en

A.P. de Jong-de Goede, in samenwerking met mr. E. Klijn, griffier. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2021.