Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:5212

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
21-003559-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van verkrachting van een hoogbejaarde vrouw, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van het voorarrest. Oplegging van gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel. Betrouwbaarheid verklaring slachtoffer. Dwang door geweld en andere feitelijkheden. Beslissing op vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0458
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003559-20

Uitspraak d.d.: 31 mei 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 september 2020 met parketnummer 16-146731-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

thans verblijvende in P.I. Ter Apel te Ter Apel.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de eerste rechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. D.N.A. Brouns, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 september 2020 ter zake van verkrachting, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank aan verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toegewezen tot € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

Het hof kan zich in veel van de beslissingen en motiveringen van de rechtbank vinden. Het hof heeft daarom in zijn overwegingen in dit arrest zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de overwegingen van de rechtbank.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2020 tot en met 28 mei 2020 te [plaats] door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [benadeelde partij] (geboren op [geboortedatum] 1922) heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij] , immers heeft verdachte meermalen, in elk geval eenmaal

- zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [benadeelde partij] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of (heen en weer) bewogen en/of

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- de woning van die [benadeelde partij] (onverhoeds) (zonder toestemming van die [benadeelde partij] ) is binnengedrongen/binnengetreden en/of

- die [benadeelde partij] (met kracht) heeft geduwd en/of

- tegen die [benadeelde partij] heeft gezegd: 'ik wil geld hebben' en/of 'ik moet geld hebben', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [benadeelde partij] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) die [benadeelde partij] op de bank en/of op het bed heeft gegooid/geduwd en/of gelegd en/of

- de kleding en/of onderbroek van die [benadeelde partij] heeft uitgetrokken/uitgedaan en/of

- meermalen, in elk geval eenmaal, (met kracht) op/tegen de pacemaker en/of het lichaam van die [benadeelde partij] heeft geslagen/gestompt en/of

- de armen en/of benen, althans het lichaam van die [benadeelde partij] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- ( met kracht) in de armen en/of benen, althans het lichaam van die [benadeelde partij] heeft geknepen en/of

- aan het lichaam van die [benadeelde partij] heeft getrokken en/of

- boven op die [benadeelde partij] is gaan liggen en/of

- de knieën van die [benadeelde partij] opzij heeft geduwd en/of

- de alarmknop van die [benadeelde partij] heeft afgenomen/afgedaan en/of heeft belet dat die [benadeelde partij] hulp kon inschakelen en/of

- een fysiek overwicht heeft gehad op die [benadeelde partij] en/of

- misbruik heeft gemaakt van de lichamelijke gezondheid/gesteldheid van die [benadeelde partij] en/of - (terwijl die [benadeelde partij] onder meer schreeuwde en/of om hulp riep en/of sloeg en/of trapte en/of verdachte wegduwde) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde partij] en/of

- ( aldus) voor die [benadeelde partij] een bedreigende en/of intimiderende situatie heeft doen ontstaan (waaraan zij zich niet kon onttrekken).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen, zoals die hieronder zijn opgenomen, acht het hof bewezen dat verdachte het slachtoffer in de ten laste gelegde periode meermalen heeft verkracht.

Bewijsmiddelen 1

De heer [aangever] heeft op 3 juni 2020 namens het slachtoffer mevrouw [benadeelde partij] bij de politie aangifte gedaan en heeft, zoals blijkt uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal van aangifte, onder meer het volgende verklaard (pagina 15 e.v.):

Pleegdatum: tussen 27 mei 2020 en 28 mei 2020

V: Namens wie kom je aangifte doen?

A: Namens mijn moeder [benadeelde partij] , geboren op [geboortedatum] 1922 .

V: Hoe is haar gezondheid in het algemeen?

A Ze heeft hartproblemen, ze heeft een pacemaker.

Ze heeft artrose en is daardoor slecht mobiel. Haar knieën zijn versleten.

Ze woont in een aanleunwoning en ze is sinds 5 à 6 jaar in volledige zorg.

V: Waar wil je aangifte van doen?

A:Indringen bij mijn moeder in huis en verkrachting van mijn moeder.

V: Waar heeft dat feit plaatsgevonden?

A: Bij haar in huis in [plaats] .

A: Ik werd gebeld door de zorg, door [getuige 1] . Ik kreeg meteen mijn moeder aan de lijn.

Ze begon zonder inleiding meteen te vertellen wat er gebeurd was. Ze zei ik heb een indringer gehad en ben twee keer misbruikt. Hij was heel sterk en hield mij vast. Toen werd het gesprek afgebroken door [getuige 1] want die wilde mij spreken. Ik zei dat ik eraan kwam.

Ik kwam bij mijn moeder. Zij zat ontdaan in haar stoel. Ik heb de zorg gebeld. [getuige 1] vertelde dat zij mijn moeder naakt in haar ochtendjas heeft aangetroffen. Dat haar ondergoed op een hoopje in een stoel lag. Dat ze mijn moeder heeft geholpen met wassen omdat zij zich vies voelde.

V: Heel specifiek, welke details heb je hierna nog van je moeder gehoord?

A: Dat op het moment dat de deur op een kier stond hij haar een douw heeft gegeven en zelf naar binnen is gelopen. Dat hij in eerst instantie vroeg: "ik wil geld hebben, ik moet geld hebben. Mijn moeder had geantwoord dat ze geen geld in huis had. Dat hij haar uitgekleed heeft, dat ze om hulp geroepen en geschreeuwd heeft. Dat hij haar misbruikt heeft. Dat het twee keer is gebeurd. Dat hij heel lang aanwezig is geweest. Dat hij haar heeft geslagen.

Mevrouw [benadeelde partij] is op 29 mei 2020 bij de politie gehoord en heeft, zoals blijkt uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige (p. 26 e.v.), onder meer het volgende verklaard:

A: Ik heb geroepen om hulp maar niemand hoorde het.

Ineens staat er iemand voor de deur en die drukt je, het was een dikke, hij had stevige armen. Dan sta je daar, ga je op een stoel zitten omdat je moe bent en dan trekt hij je goed naar beneden en ook bij hemzelf en dan weet je het wel.

Hij deed het twee keer achter elkaar en hij lachte er gemeen bij. Het was een soort bouwvakker. Hij was stevig.

V: Wat bedoelt u met stevig?

A: Groot, hij was zwaar ook, je kon hem haast niet opzij krijgen.

Ik deed de deur open en ik werd opzij geduwd. Hij deed toen de deur dicht.

A: Ja de eerste keer in de kamer en toen de tweede keer in de slaapkamer toen had hij me op bed gegooid.

A: Broek naar beneden, hand in mij broek stoppen en toen zo verder. Hij deed zijn broek open en dan weet je wat er uit komt.

V: Wat deed hij met zijn piemel?

A: D'r in stoppen.

A: Hij wou geld hebben.

V: De eerste was op de bank en toen?

A: En toen op het bed. Hij trok me uit de stoel en naar het bed geduwd en alles naar beneden

gedaan en hij ook en ik dacht, oh nee toch en ik kon niets doen. Hij was jonger en sterker, je

verliest het. Het gaat gewoon niet.

A: Hij kwam er bovenop. Hij grinnikte en was sterker dan ik maar ik deed niets meer want ik was moe. Hij ging weer naar binnen toe.

A: Ik heb overal blauwe plekken. Dat komt van het vechten, hij heeft me vastgehouden.

V: Maar u heeft niet op uw alarmknop gedrukt?

A: Nee, ik kon er niet op drukken want hij had hem afgedaan.

A: Hij had steeds mijn arm vast en kneep.

A: Ik was aan het schreeuwen en het slaan.

V: Wanneer heeft de man op uw pacemaker geslagen?

A: In de tijd dat hij me op bed gegooid had.

V: Dat slaan hoe deed hij dat?

O: Ze maakt een slabeweging op haar borst met vlakke hand.

A: Hij gaf een flinke klap.

[getuige 2] is op 28 mei 2020 als getuige gehoord en heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard (zoals blijkt uit het van het verhoor opgemaakte proces-verbaal op p. 44 e.v.):

Ze riep me. Ze zei: ja kom alsjeblieft. Ze zat op het toilet, lijkbleek en ze leek in paniek. Ze zei tegen me: wat ik nu meegemaakt heb. Ze zei er is vannacht een insluiper geweest, die heeft me geslagen en die heeft me verkracht.

A: Ik keek verder en toen zag ik dat ze overal bloed had, op haar nachtjapon op de voorkant, op de onderkant en op de zoom van haar nachtjapon. Ik zag ook bloed op haar linker onderbeen. Ik ben naar haar slaapkamer gelopen en daar zag ik bloed op het onderlaken en op haar kussen. Toen ben ik naar de woonkamer gelopen en zag ik dat er op de bank ook bloed lag.

V: Hoe laat was het vanmorgen dat u voor de deur stond in haar kamer?

A: Rond 10 over 8 denk ik. Ik vroeg nog hoe laat is hij weg gegaan. Zij zei toen 8 uur.

A: Hij heeft heel hard geknepen zei ze, als ze tegenstribbelde. Ze wees op haar bovenarmen. Daar heeft ze nogal bloeduitstortingen. Ze zei ik heb gegild en getrapt. Hij bleef knijpen en pijn doen.

[getuige 1] is op 5 juni 2020 als getuige gehoord en heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard (zoals blijkt uit het van het verhoor opgemaakte proces-verbaal op p. 204):

A: Volgens mij zat bij haar pacemaker ook een blauwe plek als ik het goed heb. Toen zei ze "hier heeft hij ook op zitten stompen". Er zat een klein blauw plekje bovenop.

Op 28 mei 2020 is [getuige 3] als getuige gehoord en heeft onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard (zoals blijkt uit het van het verhoor opgemaakte proces-verbaal op p. 62):

Op 28 mei 2020 bevond ik mij op mijn werk te [plaats] . Ik hoorde dat mevrouw [benadeelde partij] ons vertelde: "Ik heb vannacht de hele nacht lopen gillen. Ik ben tot tweemaal toe aangerand door een man. Hij kneep in mijn benen en duwde mijn knieën opzij. Daardoor heb ik die wond en zijn mijn benen blauw.

In de geneeskundige verklaring over [benadeelde partij] is door GGD Flevoland op 28 mei 2020 (p. 251 e.v.) – zakelijk weergegeven – onder meer geschreven:

Letsel genitaliën, soort letsel : Slijmvlies letsel

Beschrijving Bij de ingang van de vagina van 6 tot 1 uur (in rugligging waarbij de kant van de plasbuis 12 uur is) met de klok mee, zijn meerdere nog bloedende slijmvliesbeschadigingen zichtbaar. Bij de ingang van de vagina op 6 uur zijn petechiën (puntvormige bloeduitstortingen) zichtbaar.

Letsel linker arm soort letsel : bloeduitstorting

Beschrijving op de linker hand en linker onderarm zijn rondom meerdere scherp begrensde

roodpaarse huidverkleuringen zichtbaar. Het zijn onderhuidse bloeduitstortingen.

letsel linker been, soort letsel huidbeschadiging

Beschrijving Op het linker scheenbeen zijn enkele scherp begrensde paarsrode huidverkleuring zichtbaar met daarbij twee ontvellingen. Het zijn onderhuidse bloeduitstortingen met huidbeschadigingen.

Rapporteur L.H.J. Aarts heeft op 2 juni 2020 in een rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Naar aanleiding van een aangifte van een zedendelict gepleegd in [plaats] op 28 mei 2020. Tevens is verzocht referentiemateriaal van slachtoffer [benadeelde partij] te onderwerpen aan een

DNA-onderzoek.

ZAAD1532NL#01: bemonstering buitenste schaamlippen nat

ZAAD1532NL#03: bemonstering diep vaginaal

SIN: ZAAD1532NL#01

DNA kan afkomstig zijn van: onbekende man A (sperma)

Matchkans: kleiner dan één op één miljard

SIN: ZAAD1532NL#03

DNA kan afkomstig zijn van: onbekende man A (sperma)

In het proces-verbaal van verdenking is door [verbalisant] op 3 juni 2020 onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

“Op 2 juni 2020 ontving het onderzoeksteam het bericht van het NFI dat het DNA van de onbekende man welk was veilig gesteld bij het eerder beschreven onderzoek (het hof begrijpt: het onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van 2 juni 2020 door rapporteur L.H.J. Aarts) een Prüm match/hit opleverde met de DNA databank van Frankrijk. Door het Team Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) is naar de Franse autoriteiten het verzoek gedaan om informatie over deze match/hit te verstrekken. Uit dit informatieverzoek bleek dat het DNA dat in de Nederlandse DNA-databank was opgenomen afkomstig was van de volgende persoon:

[verdachte]

Geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] te Frankrijk.

Verdachte, geboren op [geboortedatum] 1985, heeft daarnaast bij de politie (p. 329 e.v.) en ter terechtzitting van de rechtbank van 11 september 2020 verklaard dat hij op 27 mei 2020 in de woning van mevrouw [benadeelde partij] is geweest en dat hij in de woning meerdere keren seks met haar heeft gehad. Ook heeft verdachte tegenover de politie (p. 170 ) verklaard dat hij Engels tegen haar sprak, maar dat zij geen Engels sprak en dat hij merkte dat zij hem niet begreep.

Bewijsoverweging

De beschuldiging houdt in de kern in, dat:

- verdachte ten aanzien van het slachtoffer [benadeelde partij] (hierna: het slachtoffer) handelingen heeft verricht die (mede) hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

- terwijl verdachte het slachtoffer daartoe heeft gedwongen.

Verdachte heeft bekend dat hij in de woning van het slachtoffer is geweest en dat hij daar meerdere keren (drie of vier keer) seks met haar heeft gehad, maar hij heeft ontkend het slachtoffer hiertoe gedwongen te hebben. Volgens verdachte was de seks vrijwillig.

Ter zitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw namens verdachte vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat geen sprake is geweest van dwang door (bedreiging van) geweld of andere feitelijkheden. Verdachte heeft evenmin de aanmerkelijke kans aanvaard dat mevrouw [benadeelde partij] zijn handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Volgens verdachte was sprake van vrijwilligheid, hetgeen hij heeft afgeleid uit bepaalde uitlatingen en/of gedragingen.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank de gevoerde verweren terecht heeft verworpen en onderschrijft de bewezenverklaring.

De kernvraag in hoger beroep is – evenals bij de rechtbank – de vraag of kan worden bewezen dat sprake is geweest van dwang. De term "dwingt" in art. 242 Sr dient zo te worden verstaan dat daaraan slechts is voldaan indien het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte mede omvat dat hij iemand handelingen die bestaan of mede bestaan uit seksueel binnendringen, doet ondergaan tegen zijn of haar wil.

Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt van de volgende feiten en omstandigheden:

- verdachte was destijds 34 jaar;

- het slachtoffer was destijds 98 jaar. Het slachtoffer heeft hartproblemen, is slecht ter been en woonachtig in een aanleunwoning, in volledige zorg;

- verdachte en het slachtoffer waren onbekenden van elkaar;

- verdachte sprak Engels, terwijl het slachtoffer die taal niet spreekt en verdachte merkte dat zij hem niet begreep;

- verdachte is in de nacht van 27 mei 2020 op 28 mei 2020 in [plaats] de woning van het slachtoffer binnengedrongen en is daar enkele uren gebleven;

- tussen verdachte en het slachtoffer heeft die nacht meermalen geslachtsgemeenschap plaatsgevonden op verschillende plekken in de woning;

- verdachte heeft het slachtoffer vastgepakt, geduwd en aan haar lichaam getrokken.

- verdachte heeft het slachtoffer geknepen en geslagen.

- het slachtoffer is in de ochtend van 28 mei 2020 lijkbleek en in paniek in haar woning aangetroffen;

- in de ochtend van 28 mei 2020 is op verschillende plekken bloed (van het slachtoffer) aangetroffen, te weten: op de nachtjapon van het slachtoffer, op haar linker onderbeen, op het bed in de slaapkamer en op de bank in de woonkamer;

- het slachtoffer zat onder de blauwe plekken en had een flinke huidbeschadiging op haar onderbeen.

Betrouwbaarheid verklaring slachtoffer [benadeelde partij]

Het hof is – evenals de rechtbank – van oordeel dat de verklaring van het slachtoffer geloofwaardig en betrouwbaar is. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer.

Hiertoe overweegt het hof als volgt.

Het slachtoffer heeft vrijwel direct na het incident tegen verschillende betrokkenen over het incident verklaard. De verklaringen van het slachtoffer zijn gedetailleerd en op belangrijke onderdelen consistent. Het slachtoffer beschrijft daarnaast haar eigen zintuiglijke waarnemingen, zoals geur en gezichtsuitdrukkingen, beschrijving van het uiterlijk van verdachte, waardoor haar verklaring ook authentiek overkomt. Dat de verklaringen van het slachtoffer een enkele keer op detailniveau van elkaar verschillen, zoals door de verdediging is aangevoerd, acht het hof, gelet op de omstandigheden en de hoge leeftijd van het slachtoffer, niet ongewoon en maakt haar verklaring niet geheel onbetrouwbaar of onbruikbaar. De verklaring van het slachtoffer vindt op diverse punten steun in de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen. Zo heeft getuige [getuige 2] , die kort na het incident in de woning aanwezig was, verklaard dat zij het slachtoffer lijkbleek en in paniek heeft aangetroffen en volgt uit de geneeskundige verklaring dat verschillende letsels zijn geconstateerd. Het hof volgt de verklaring van het slachtoffer dan ook in zijn geheel.

Dwang door geweld en andere feitelijkheden

Door de verdediging is bepleit dat het 98-jarige slachtoffer uit vrije wil seks heeft gehad met verdachte, een voor haar onbekende man.

Het hof acht deze lezing, waarvoor het dossier geen aanknopingspunten bevat, gelet op de verklaring van aangeefster en de inhoud van de overige bewijsmiddelen, volstrekt ongeloofwaardig. De beweerde vrijwilligheid laat zich helemaal niet rijmen met de wijze waarop en de toestand waarin het slachtoffer door getuige [getuige 2] ’s ochtends is aangetroffen op het toilet, in ontredderde toestand. Ze zag lijkbleek, was in paniek, en op verschillende plekken in haar woning en op haar nachtjapon en op haar been werd bloed aangetroffen. Daarnaast was sprake van een veelheid aan bij het slachtoffer geconstateerde letsels, waaronder bloeduitstortingen aan de ledematen, puntbloedinkjes aan de genitaliën en beschadiging van het slijmvlies. Het hof gaat dan ook aan die verklaring van verdachte voorbij.

Nu uit de verklaring van het slachtoffer ondubbelzinnig volgt dat verdachte geweld heeft gebruikt en dat het slachtoffer zich verbaal én non-verbaal tegen verdachte heeft verzet, is het voor verdachte onmiskenbaar geweest dat het slachtoffer de tenlastegelegde seksuele handelingen niet vrijwillig onderging.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft gedwongen tot het meermalen ondergaan van seksuele handelingen door geweld en andere feitelijkheden, zoals het uittrekken van de kleding, het afdoen van de alarmknop en het aan leeftijd gebonden fysieke overwicht van verdachte op het slachtoffer. Verdachte heeft opzettelijk een overwichtssituatie veroorzaakt waaraan het slachtoffer zich niet kon onttrekken en het slachtoffer op gewelddadige wijze gedwongen de tenlastegelegde seksuele handelingen te ondergaan.

De verweren worden verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 27 mei 2020 tot en met 28 mei 2020 te [plaats] door geweld en andere feitelijkheden [benadeelde partij] (geboren op [geboortedatum] 1922) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij] , immers heeft verdachte meermalen zijn penis in de vagina van die [benadeelde partij] gebracht en gehouden en heen en weer bewogen en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden hierin dat verdachte:

- de woning van die [benadeelde partij] onverhoeds en zonder toestemming van die [benadeelde partij] is binnengedrongen en

- die [benadeelde partij] heeft geduwd en

- tegen die [benadeelde partij] heeft gezegd: 'ik wil geld hebben' en 'ik moet geld hebben' en

- die [benadeelde partij] heeft vastgepakt en die [benadeelde partij] op het bed heeft gegooid en

- de kleding en onderbroek van die [benadeelde partij] heeft uitgetrokken en

- eenmaal met kracht op de pacemaker van die [benadeelde partij] heeft geslagen en

- het lichaam van die [benadeelde partij] heeft vastgehouden en

- in de armen en benen van die [benadeelde partij] heeft geknepen en

- aan het lichaam van die [benadeelde partij] heeft getrokken en

- boven op die [benadeelde partij] is gaan liggen en

- de knieën van die [benadeelde partij] opzij heeft geduwd en

- de alarmknop van die [benadeelde partij] heeft afgedaan en daardoor heeft belet dat die [benadeelde partij] hulp kon inschakelen en

- een fysiek overwicht heeft gehad op die [benadeelde partij] en

- misbruik heeft gemaakt van de lichamelijke gezondheid/gesteldheid van die [benadeelde partij] en

- terwijl die [benadeelde partij] onder meer schreeuwde en om hulp riep en sloeg en trapte voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde partij] en

- ( aldus) voor die [benadeelde partij] een bedreigende en intimiderende situatie heeft doen ontstaan waaraan zij zich niet kon onttrekken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte, destijds 34 jaar oud, heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen verkrachten van een bejaarde vrouw van 98. Hij is in de nacht van 27 mei 2020 op 28 mei 2020 de aanleunwoning van een verzorgingstehuis binnengedrongen. Verdachte is vervolgens urenlang zonder toestemming van het slachtoffer in de woning gebleven. In dit urenlange tijdsbestek heeft hij het slachtoffer meermalen verkracht, waarbij hij het slachtoffer onder andere op bed heeft gegooid, op haar pacemaker heeft geslagen en in haar armen heeft geknepen. Het slachtoffer heeft zich geprobeerd te verzetten, maar was niet opgewassen tegen verdachte.

Een verkrachting maakt ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het lijdt geen twijfel dat slachtoffers van een verkrachting geestelijk zeer lange tijd lijden onder de psychische klap die zij als gevolg hiervan hebben ondervonden. Verdachte heeft het slachtoffer in haar eigen aanleunwoning overmeesterd, de omgeving waarin zij zich bij uitstek veilig behoorde te kunnen voelen. Daar komt bij dat het slachtoffer in verband met haar hoge leeftijd en fysieke beperkingen als bijzonder kwetsbaar kan worden beschouwd. Verdachte heeft op lafhartige wijze misbruik gemaakt van zijn lichamelijk overwicht en het grote leeftijdsverschil tussen hemzelf en het slachtoffer. Het is schrijnend dat ook een hoogbejaarde vrouw zich in haar eigen woning niet veilig kan voelen omdat zij machteloos staat tegenover iemand die zijn seksuele lusten ten koste van haar bevredigt.

Verdachte heeft door zijn ernstig grensoverschrijdend gedrag het slachtoffer veel angst aangejaagd. Uit de slachtofferverklaring die ter zitting in hoger beroep is voorgelezen door de kleinzoon van het slachtoffer en de vordering tot schadevergoeding die is ingediend, komt naar voren dat het slachtoffer na het incident wekenlang voor zich uit heeft zitten staren, haar cognitieve vermogens sterk achteruit zijn gegaan en zij nog altijd angstig is voor (onbekende) mannen. Het slachtoffer is beroofd van een fijne onbezorgde oude dag. Door de casemanager bij het Centrum Seksueel Geweld wordt gesteld dat bij het slachtoffer stressklachten worden waargenomen die zouden kunnen passen bij PTSS, maar vanwege de leeftijd van het slachtoffer is – zeer begrijpelijk – door de familie besloten verdere onderzoeken achterwege te laten. Daarnaast heeft ook de familie van het slachtoffer veel verdriet gehad van hetgeen hun (schoon)moeder en oma is aangedaan. Dit alles rekent het hof verdachte zwaar aan.

Persoon van verdachte

Het hof heeft kennisgenomen van een uittreksel uit het Nederlands Justitieel Documentatieregister van 12 april 2021, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten. Het hof heeft eveneens kennisgenomen van een uittreksel uit het Frans Justitieel Documentatieregister van 1 maart 2021 waaruit blijkt dat verdachte meermalen in aanraking is gekomen met politie en justitie voor onder andere huiselijk geweld en huiselijke bedreiging. Ook is verdachte blijkens een uittreksel uit het Oostenrijks Documentatieregister van 1 maart 2021 éénmaal eerder veroordeeld wegens mishandeling en wederspannigheid

Uit de Pro Justitia rapportage van 5 augustus 2020, opgesteld door psycholoog Van der Weijden, blijkt onder meer dat bij verdachte sprake is van een anders gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken in combinatie met een stoornis in cannabisgebruik. Deze stoornissen waren ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit aanwezig. Verdachte beschikt hierdoor over een beperkt vermogen zich in de ander te verplaatsen en voelt zich niet verantwoordelijk om met anderen rekening te houden in zijn handelen. Hij externaliseert hierin zijn verantwoordelijkheid en denkt beperkt na over de gevolgen van zijn gedrag. Er is sprake van een opportunistische levensinstelling en er zijn aanwijzingen voor beperkingen in de gewetensfunctie. De psycholoog concludeert dat, hoewel het gedrag van verdachte deels kan worden verklaard vanuit zijn persoonlijkheidspathologie, onvoldoende contra-indicaties naar voren zijn gekomen waardoor geconcludeerd kan worden dat het bewuste keuzeproces van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde is beïnvloed. De intelligentie van verdachte wordt voldoende geacht om de wederrechtelijkheid van zijn handelen in te schatten en er zijn geen ernstige beperkingen in het voorstellingsvermogen gevonden die maakten dat verdachte zich niet heeft kunnen verplaatsen in de positie van het slachtoffer. De onderzoeker adviseert om verdachte voor het hem ten laste gelegde feit te beschouwen als volledig toerekeningsvatbaar.

Het hof heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 31 augustus 2020. Bij een veroordeling adviseert de reclassering geen bijzondere voorwaarden op te leggen, omdat zij op dit moment geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht eventuele risico's te beperken of het gedrag te veranderen. De reclassering adviseert bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf en oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.

Op te leggen straf

Het hof heeft ook acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) waar in geval van een verkrachting een straf van 24 maanden als uitgangspunt wordt vermeld. Hierbij kan sprake kan zijn van omstandigheden, die tot een zwaardere straf nopen.

Het hof ziet in de aard en de ernst van de gedragingen (in het bijzonder de onverhoedsheid van het feit en de omstandigheid dat het plaatsvond in de eigen aanleunwoning van het slachtoffer, waarin verdachte met een ongekende mate van brutaliteit is binnengedrongen), de duur, het meermalen verkrachten van het slachtoffer, het toegepaste geweld en de hoge leeftijd, die extra kwetsbaarheid impliceert, en de fysieke beperkingen van het slachtoffer, aanleiding om aan verdachte een langdurige gevangenisstraf op te leggen.

Verdachte heeft het bewezenverklaarde feit ontkend. Het hof stelt vast dat desondanks tot een bewezenverklaring wordt gekomen. Een ontkennende procesopstelling komt verdachte weliswaar toe, maar vastgesteld moet worden dat in de gegeven situatie verdachte niet zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Getoond besef van verantwoordelijkheid kan onder omstandigheden aanleiding zijn dit op enigerlei wijze in de straf te verdisconteren, omdat strafvervolging ook tot doel heeft verdachte tot inkeer te brengen. In het geval van verdachte is dat doel niet bereikt. Voor (enige) mildheid bestaat in dit opzicht dan ook geen aanleiding. Bovendien heeft verdachte door zijn proceshouding extra leed toegevoegd aan het slachtoffer en haar familie.

Alles afwegende, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Motivering oplegging maatregel art. 38z Sr

Het hof zal – naast gevangenisstraf – ook een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om de verdachte ook na afloop van de gevangenisstraf onder toezicht te stellen indien dat in verband met alsdan bestaande risico's noodzakelijk is.

Ook in dit verband heeft het gerechtshof acht geslagen op de hiervoor aangehaalde Pro Justitia rapportage van 5 augustus 2020 en het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 31 augustus 2020. Hieruit volgt dat de kans op herhaling van het plegen van soortgelijke feiten aanzienlijk tot hoog is. Bij verdachte is sprake van complexe pathologie, een opportunistische levenshouding en een instabiel leven. Er zijn weinig beschermende factoren aanwezig waar verdachte op kan bouwen of die hem kunnen ondersteunen. Op het moment dat er niets aan de hiervoor genoemde factoren wordt gedaan, zal verdachte snel terugvallen in delictgedrag, aldus de deskundigen.

Mede gelet op de inschatting van de deskundigen, is het hof van oordeel dat het creëren van een mogelijkheid om verdachte, ook na de voorwaardelijke invrijheidsstelling, langdurig onder toezicht te stellen noodzakelijk is om het recidiverisico in de toekomst terug te kunnen dringen, dan wel op een aanvaardbaar niveau te houden.

Oplegging van de maatregel is in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen. Toekomstige risico’s ten aanzien van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen kunnen door de oplegging van de maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht worden beperkt.

Gelet hierop acht het hof het noodzakelijk om de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen.

Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het misdrijf verkrachting, meermalen gepleegd, en aan hem is ter zake van dit strafbare feit een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaren opgelegd. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van de maatregel, en indien nodig onder welke voorwaarden, zal in de laatste fase van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf plaatsvinden en pas op dat moment worden de voorwaarden bij en de duur van de maatregel door de rechter vastgesteld.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 20.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 10.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte heeft een ingrijpende inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [benadeelde partij] . Er is sprake van een ernstige normschending. De aard en de ernst van deze normschending brengen, naar het oordeel van het hof, met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 onder b BW.

Gelet op die normschending acht het hof een schadevergoeding van € 10.000,- redelijk en voor toewijzing gereed.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot de dag der algehele voldoening.

Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding overweegt het hof daarbij nog het volgende.

Uit de stukken volgt dat het door verdachte gepleegde feit een enorme impact op de inmiddels 99-jarige [benadeelde partij] heeft en heeft gehad. In het bijzonder heeft de zoon van [benadeelde partij] in de schriftelijke slachtofferverklaring geïllustreerd hoezeer de cognitieve vermogens van zijn moeder achteruit zijn gegaan, alsook de angstgevoelens die nog altijd duidelijk aanwezig zijn.

Ter zake van de omvang van de gevorderde immateriële schade overweegt het hof dat de begroting van immateriële schade geschiedt naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, alsmede, in geval van letselschade, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts heeft het hof bij de begroting gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de gevorderde immateriële schade gedeeltelijk toewijsbaar is. Alles afwegend acht het hof de vordering tot een bedrag van
€ 10.000,00 billijk en zal dit bedrag dan ook toewijzen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 38z, 57, 63 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 85 (vijfentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 27 mei 2020.

Aldus gewezen door

mr. F. van der Maden, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. M.C. van Linde, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 31 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van augustus 2020, proces-verbaalnummer 2020165701 (03Hermelyn), opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 362. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.