Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:5025

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
27-05-2021
Zaaknummer
200.279.789/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Frauduleuze transactie op bankrekening. Niet gebleken is dat geïntimeerde onrechtmatig jegens appellant heeft gehandeld met betrekking tot deze transactie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.279.789/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 7817898)

arrest van 25 mei 2021

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

bij de kantonrechter: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. U. Arslan, die kantoor houdt te 's-Gravenhage,

tegen

Autobedrijf Zieleman B.V.,

gevestigd te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen,

geïntimeerde,

bij de kantonrechter: gedaagde,

hierna: Zieleman,

advocaat: mr. H.T.J. Janssen, die kantoor houdt te Nijmegen.

1 De procedure bij de kantonrechter

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van

17 december 2019 dat de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft gewezen.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 maart 2020,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens heeft Zieleman de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 Kern van de zaak en de beslissing van het hof

3.1

Op 26 augustus 2014 is een bedrag van € 11.250,- bijgeschreven op de

ING-privérekening van [appellant] . ING heeft deze bijschrijving als frauduleus aangemerkt en daar richting [appellant] gevolgen aan verbonden (opname in het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister, beëindiging bankrelatie en blokkering betaalpas(sen), eventuele andere producten en rekening(en)). [appellant] acht Zieleman verantwoordelijk voor de bijschrijving. In deze procedure vordert [appellant] daarom een verklaring voor recht dat Zieleman onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en schadeplichtig is, waarbij de schade nader bij staat dient te worden opgemaakt.

3.2

De kantonrechter heeft in het vonnis van 17 december 2019 geoordeeld dat [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat Zieleman onrechtmatig heeft gehandeld en dat het standpunt van [appellant] ongerijmdheden bevat. Daarnaast heeft [appellant] de door hem geleden schade onvoldoende toegelicht. De vorderingen van [appellant] zijn afgewezen en [appellant] is in de proceskosten veroordeeld.

3.3

[appellant] is in hoger beroep gekomen en heeft één bezwaar (grief) tegen het bestreden vonnis opgeworpen. Dat bezwaar heeft de strekking om het geschil in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor te leggen. In hoger beroep vordert [appellant] dat het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en dat zijn vordering alsnog wordt toegewezen, met veroordeling van Zieleman in de proceskosten.

3.4

Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat de vorderingen van [appellant] moeten worden afgewezen. Het vonnis van de kantonrechter zal worden bekrachtigd en [appellant] moet de proceskosten van Zieleman in hoger beroep betalen. Het hof zal hierna uitleggen hoe het tot dat oordeel is gekomen.

4 De feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

4.1

Zieleman verkoopt auto’s. [appellant] exploiteert een onderhouds- c.q. klusbedrijf.

4.2

Op 25 augustus 2014 heeft Zieleman in verband met de verkoop van een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] een factuur gestuurd aan Lusan Auto’s te Boxtel (hierna: Lusan) van € 11.250,-. Op 26 augustus is dit bedrag niet aan Zieleman, maar naar de ING-privérekening van [appellant] overgemaakt onder vermelding van “Fact no: [nummer1]

VW Polo [kenteken] ”. Omdat betaling uitbleef en Lusan niets meer van zich liet horen, heeft Zieleman de auto uiteindelijk aan iemand anders verkocht. [appellant] is er naar zijn zeggen vanuit gegaan dat de bijschrijving verband hield met verbouwingswerkzaamheden die hij in het kader van zijn bedrijf heeft uitgevoerd.

4.3

Op 27 augustus 2014 heeft [B] namens Lusan aangifte gedaan van oplichting. Hierin is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

Op maandag 25 augustus 2014 heb ik via mijn mailadres: [B] .nl een mail en de factuur ontvangen. Ik zag dat deze afkomstig waren van [C] @autozieleman.nl. Ik zag dat op de factuur stond www.autozieleman.nl en bovenstaand adres. Factuurnummer is [nummer1] en factuurdatum 25-8-2014.

Ik zag dat het bankrekening nummer wat op de factuur stond [nummer2] was.

In de mail stond: website: www.autozieleman.nl en daar onder

e-mail: [C] @autozieleman.nl en daar onder

KVK: [nummer3] en daaronder

IBAN NR: [nummer4] (…)

4.4

Op 28 augustus 2014 heeft ING aan [appellant] laten weten dat zij de bijschrijving van

€ 11.250,- als frauduleus kwalificeert en dat hij in verband met betrokkenheid bij fraude wordt opgenomen in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister. ING schrijft verder dat zij de bankrelatie met [appellant] beëindigt en dat zijn betaalpas(sen), eventuele andere producten en bankrekening(en) zijn geblokkeerd.

4.5

Op 26 maart 2016 heeft [appellant] aangifte van oplichting gedaan tegen Zieleman.

Hij heeft daarbij melding gemaakt van het bestaan van een van Zieleman afkomstige valse factuur aan Lusan waarop ten onrechte het bankrekeningnummer van [appellant] is vermeld. Bij de stukken bevindt zich een kopie van deze door [appellant] bedoelde factuur (productie 2 bij dagvaarding). Daarop is te zien dat op de plaats waar het RABO-bankrekeningnummer van Zieleman had moeten staan ( [nummer4] ), het nummer van de

ING-privérekening van [appellant] is vermeld ( [nummer2] ) in een van de overige tekst afwijkend lettertype- en lettergrootte.

5 De beoordeling van het hoger beroep

5.1

Volgens [appellant] heeft Zieleman onrechtmatig jegens hem gehandeld. Daartoe stelt hij dat Zieleman zonder zijn toestemming zijn rekeningnummer op de factuur voor Lusan heeft vermeld. De bewijslast van feiten en omstandigheden die deze stelling ondersteunen, rust op [appellant] . De kantonrechter heeft in dit verband geoordeeld dat [appellant] op geen enkele manier heeft onderbouwd dat Zieleman de hand heeft gehad in het vervalsen van de factuur. In hoger beroep betoogt [appellant] dat dit blijkt uit het proces-verbaal van aangifte van de eigenaar van Lusan. Het hof volgt [appellant] daarin niet en vindt hierin ook geen grond om de bewijslast om te keren of een bewijsvermoeden aan te nemen. Daarvoor is het volgende van belang.

5.2

In het proces-verbaal is weliswaar opgetekend dat Lusan de vervalste factuur als bijlage via het e-mailadres van Zieleman heeft ontvangen, maar dat betekent niet dat het Zieleman is geweest die het bankrekeningnummer op de factuur voor Lusan heeft gewijzigd. Zieleman heeft dat gemotiveerd betwist. Daarbij heeft zij erop gewezen dat in de begeleidende mail aan Lusan wel het juiste rekeningnummer is vermeld en dat zij in haar eigen administratie beschikt over een kopie van de factuur met eveneens het juiste rekeningnummer. Naast deze betwisting acht het hof verder van belang dat, zoals de kantonrechter ook heeft overwogen, de als bijlage bij een mail verzonden factuur kan worden gewijzigd zonder dat de oorspronkelijke afzender van die mail en factuur daar weet van heeft en dat ook niet valt in te zien welk belang die afzender, in dit geval Zieleman, bij betaling aan een ander dan haarzelf zou hebben. Onbestreden is immers dat de betaling door Lusan betrekking had op de koop van een door Zieleman te koop aangeboden VW Polo. Gelet hierop en bij gebreke van andere feiten en omstandigheden die de stelling van [appellant] kunnen ondersteunen, kan niet (voorshands) worden aangenomen dat Zieleman de factuur zelf heeft vervalst. Het hof laat dan nog daar de verschillende ongerijmdheden en lacunes in het verhaal van [appellant] waar de kantonrechter - in navolging van Zieleman - op heeft gewezen.

5.3

[appellant] stelt verder dat Zieleman in ieder geval heeft toegelaten (en mogelijk gemaakt) dat derden haar facturen konden aanpassen en vanuit het officiële e-mailadres van Zieleman facturen konden versturen. Voor zover Zieleman het slachtoffer zou zijn geweest van een hack - wat Zieleman heeft betwist - of anderszins misbruik van haar facturerings- en/of mailsysteem zou zijn gemaakt, is echter niet gebleken van aanknopingspunten om Zieleman daarvan een verwijt te maken.

5.4

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat niet kan worden aangenomen dat Zieleman onrechtmatig heeft gehandeld met betrekking tot de transactie op het rekeningnummer van [appellant] . Gelet hierop komt het hof niet toe aan de bespreking van de schade die [appellant] stelt als gevolg hiervan te hebben geleden.

6 De slotsom

6.1

Het hoger beroep slaagt niet, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk gestelde partij zal het hof [appellant] in de kosten van het

hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Zieleman zullen worden vastgesteld op € 760,- aan griffierecht en € 1.114,- aan salaris advocaat

(1 punt x tarief II à € 1.114,-).

6.3

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Zwolle van 17 december 2019;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zieleman vastgesteld op € 760,- aan verschotten en op € 1.114,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. M. Willemse, M.W. Zandbergen en M.M.A. Wind en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

25 mei 2021.