Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4845

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-05-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
Wahv 200.267.280/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 WVW 1994. Voertuig dusdanig parkeren dat overig verkeer wordt belemmerd, vormt voldoende grond voor oplegging van sanctie voor veroorzaken van hinder. Dat ook een (lagere) sanctie kon worden opgelegd voor parkeren langs een gele streep, maakt dat niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.267.280/01

CJIB-nummer

: 218684816

Uitspraak d.d.

: 20 mei 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 21 augustus 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 juli 2018 om 15:52 uur op de Sint-Mariastraat in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de bestuurder ter plaatse met de ambtenaar heeft gesproken. De bestuurder heeft het voertuig toen ook op verzoek van de ambtenaar verplaatst. De sanctie is dan ook ten onrechte met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Op de foto van de ambtenaar is het voertuig van de betrokkene niet te zien. De bestuurder had het voertuig toen immers al op verzoek van de ambtenaar verplaatst. Op de foto is wel een gele onderbroken streep te zien. De ambtenaar had dan ook een sanctie moeten opleggen voor de gedraging behorend bij feitcode R397g (het parkeren langs een gele onderbroken streep). Het veroorzaken van gevaar/hinder is daarin reeds verdisconteerd. Het stond de ambtenaar niet vrij om een sanctie op te leggen op grond van de algemenere bepaling van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), waarop een hoger sanctiebedrag staat.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat het voornoemde voertuig geparkeerd stond waardoor het verkeer werd gehinderd. Ik zag namelijk dat er een voertuig achter hem stond, dat niet weg kon, omdat hij er stond.”

5. Voorts bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal d.d. 26 september 2018, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Ik zag dat een voertuig, voorzien van het kenteken [0-YYY-00] , zodanig geparkeerd stond dat daardoor het overige verkeer er niet door kon en de in- en uitrit van de bewonersgarage werd geblokkeerd. Ik zag ook dat daardoor een gevaar op de weg ontstond voor fietsers en overige weggebruikers. Na dit te hebben waargenomen ben ik overgegaan tot het uitschrijven van de aankondiging van beschikking. De betrokkene was niet aanwezig tijdens het uitschrijven van de aankondiging van beschikking. Een foto van de situatie is hierbij gevoegd.”

6. Op de foto die als bijlage bij bovengenoemd proces-verbaal is gevoegd is een weg te zien. Langs de weg is een gele onderbroken streep aangebracht. Aan het einde van de weg bevindt zich een in-/uitgang van een parkeergarage. Op de foto is het voertuig van de betrokkene niet te zien.

7. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat het voertuig van de betrokkene zodanig op de weg stond dat het overige verkeer er niet langs kon en de in- en uitrit van een parkeergarage werd geblokkeerd. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Anders dan de gemachtigde stelt bestond de hinder in dit geval niet (slechts) uit het parkeren langs een gele onderbroken streep, zodat niet valt in te zien waarom het de ambtenaar in deze situatie niet vrijstond om een sanctie op te leggen op grond van artikel 5 WVW 1994.

8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

9. Het hof gaat in dit geval ervan uit dat zich voorafgaand aan het opleggen van de sanctie geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan om de identiteit van de bestuurder vast te stellen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de ambtenaar heeft verklaard dat de betrokkene (het hof begrijpt: de bestuurder) niet aanwezig was tijdens het uitschrijven van de aankondiging van beschikking. Dat zich daarna wel een confrontatie tussen de ambtenaar en de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan, doet hier niet aan af. Aldus heeft de ambtenaar de sanctie terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.

10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.

11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.