Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4787

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-04-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
ISD P21/0043
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De veroordeelde is recent betrokken geraakt bij een incident en tijdelijk teruggeplaatst in de PI. De extramurale fase van de ISD-maatregel is inmiddels hervat en verloopt opnieuw positief. Uit de stukken komt onvoldoende helder naar voren of en zo ja, wanneer en hoe lang de begeleiding van de veroordeelde en het reclasseringstoezicht op naleving van eerder aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden in het kader van een andere zaak zullen worden voortgezet als de ISD-maatregel thans tussentijds zou worden beëindigd. Zonder de ISD-maatregel wordt het recidiverisico op dit moment nog altijd als gemiddeld ingeschat. Het hof acht voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk en bevestigt de beslissing van de rechtbank met aanvulling van gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ISD P21/0043

Beslissing d.d. 22 april 2021

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1957,

wonende [adres] te [woonplaats] , onder verantwoordelijkheid van de penitentiaire inrichting Nieuwegein, locatie [locatie] (hierna: de PI).

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 5 januari 2021, inhoudende dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) is vereist.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    het processen-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de akte van beroep van de veroordeelde van 6 januari 2021;

  • -

    het aanvullend voortgangsverslag van de PI van 25 maart 2021;

  • -

    het e-mailbericht van mr. A.P. Visser van 30 maart 2021, met bijlagen, waaronder het reclasseringsadvies van GGZ [instelling 2] van 12 maart 2020.

Het hof heeft ter zitting van 8 april 2021 gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat generaal mr. V. Smink.

Overwegingen:

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

De veroordeelde ontkent dat hij de voorwaarden voor de intramurale fase van de ISD-maatregel heeft overtreden. Naar aanleiding van het incident op 31 januari 2021 is hij tijdelijk teruggeplaatst in de PI. Nu verblijft hij weer in zijn eigen huurwoning. Hij heeft een huurschuld opgelopen. Er is inmiddels een regeling voor zijn schulden getroffen. Hij is geopereerd aan zijn heup. Ook is hij twee keer gedotterd naar aanleiding van een hartaanval. Verder heeft hij twee epileptische aanvallen gehad, waardoor hij is gevallen en letsel aan zijn hoofd heeft opgelopen. Volgens de veroordeelde is er bij hem geen meer sprake van verslavingsproblematiek en hoeft hij voor de behandeling van die problematiek dan ook niet te worden opgenomen in de Piet Roorda Kliniek. Hij krijgt nu ambulante begeleiding en ondersteuning van [instelling 1] en [instelling 2] . Ter zitting van het hof heeft de raadsman een brief van de casemanager van de veroordeelde getoond die - zakelijk weergegeven - het volgende inhoudt “De ISD-maatregel van de veroordeelde loopt nog tot en met 17 juli 2021. Aansluitend zal het toezicht wordt voortgezet. De proeftijd van dit toezicht loopt af op 25 november. Het zou mooi zijn als die proeftijd met een jaar wordt verlengd om het recidiverisico verder te verminderen.” Aangezien het reclasseringstoezicht toch zal worden voortgezet heeft de verdere tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel volgens de raadsman geen toegevoegde waarde. De veroordeelde heeft daarentegen wel last van de maatregel, zoals blijkt uit de reactie van de PI op het incident van 31 januari 2021, waarbij de veroordeelde voor langere tijd weer vast heeft gezeten. De veroordeelde is eerder veroordeeld tot de maatregel Strafrechtelijke Opgang Verslaafden (SOV-maatregel) en de ISD-maatregel. Hij is geen draaideurcrimineel maar een patiënt, aan wie echter weinig meer valt te leren. De tijdelijke terugplaatsing in de PI heeft hem geen goed gedaan. Hij hoort niet thuis in een PI maar in zijn woning, waar hem hulp en medische verzorging worden gegeven. Na afloop van de ISD-maatregel wordt de hulpverlenging voortgezet in het kader van de eerder gestelde bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft bepleit de ISD-maatregel tussentijds te beëindigen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De veroordeelde kampt met fysieke tegenslagen en een huurschuld. Desondanks heeft hij een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Daarvoor verdient hij een compliment. Het is onduidelijk wat er precies is gebeurd op 31 januari 2021. Er lijkt toen sprake te zijn geweest van een incident. De beslissing van het lokale parket over de afdoening van dit incident is niet van belang voor de beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel. Dit incident heeft wel geleid tot een tijdelijke terugplaatsing van de veroordeelde in de PI. De begeleiding en ondersteuning van de veroordeelde in het kader van de maatregel is waardevol. Hij heeft er baat bij dat die begeleiding en ondersteuning worden voortgezet totdat de maatregel over niet al te lange tijd zal aflopen. Hij kan profiteren van zijn contact met begeleiders als hij weer in de verleiding zou komen om drugs te gebruiken of hulp nodig heeft in verband met zijn fysieke beperkingen en andere problemen. De ISD-maatregel dient te worden voortgezet. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met aanvulling van het volgende.

Uit het aanvullende voortgangsverslag van de PI komt naar voren dat de veroordeelde naar aanleiding van een incident op 31 januari 2021, waarbij hij is aangehouden op verdenking van een strafbaar feit, tijdelijk heeft verbleven in de PI tot de hervatting van de extramurale fase van de ISD-maatregel op 18 maart 2021. Sindsdien heeft hij zich gehouden aan de voorwaarden, waaronder de meldplichtafspraken met de reclassering. De reclassering is nauw betrokken bij het re-integratie traject van de veroordeelde en neemt regelmatig urinecontroles bij hem af. [instelling 1] heeft extra aandacht voor de praktische begeleiding van de veroordeelde. De maatschappelijke Juridische Dienstverlening (MJD) van [instelling 2] heeft de sociaal maatschappelijke hulp weer opgestart, waarbij de schulden van de veroordeelde in kaart zijn gebracht en de mogelijkheden tot aflossing van die schulden zijn bekeken. Er is sprake van een positieve samenwerking met deze instanties. Hij heeft zelf voldoende inzicht in zijn (delict)gedrag. Hij is intrinsiek gemotiveerd om niet meer met politie en/of justitie in aanraking te komen. Naar de inschatting van de PI is het recidiverisico verminderd tot gemiddeld indien de ISD-maatregel wordt beëindigd. De PI heeft geadviseerd de ISD-maatregel te continueren om de veroordeelde te ondersteunen bij zijn resocialisatie.

Het hof constateert dat de veroordeelde ondanks zijn positieve ontwikkeling recent betrokken is geraakt bij een incident, waarbij hij is aangehouden op verdenking van een strafbaar feit en hij tijdelijk is teruggeplaatst in de PI, maar dat de extramurale fase van de ISD-maatregel inmiddels is hervat en opnieuw positief verloopt. Uit de stukken komt onvoldoende helder naar voren of en zo ja, wanneer en hoe lang de begeleiding van de veroordeelde en het reclasseringstoezicht op naleving van eerder aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden in het kader van een andere zaak zullen worden voortgezet als de ISD-maatregel thans tussentijds zou worden beëindigd. Zonder de ISD-maatregel wordt het recidiverisico op dit moment nog altijd als gemiddeld ingeschat. De begeleiding van de veroordeelde in het kader van de ISD-maatregel is van belang om hem bij zijn resocialisatie te ondersteunen. Maar het hof let ook op het belang van de beveiliging van de maatschappij tegen voornoemd recidiverisico; het hof acht voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk omdat opheffing van die maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Er is geen sprake van een buiten de macht van de veroordeelde liggende omstandigheid, waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet meer zinvol is. Om die redenen zal het hof de beslissing van de rechtbank met overneming en aanvulling van gronden bevestigen.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 5 januari 2021 met betrekking tot de veroordeelde [veroordeelde].

Aldus gedaan door

mr. A.B.A.P.M. Ficq als voorzitter,

mr. G. Mintjes en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,

drs. C.J.J.C.M. van Gestel en dr. K. de Wijs-Heijlaerts als raden,

in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans als griffier,

en op 22 april 2021 in het openbaar uitgesproken.

Mr. E.A.K.G. Ruys, de raden en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.