Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4566

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
Wahv 200.219.652/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid boa. De geslotenverklaring is mede ingesteld om te voorkomen dat de functie en het karakter van het gebied door verkeer worden aangetast. Instelling dus gerelateerd aan de openbare orde, zodat de boa bevoegd was te handhaven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.219.652/01

CJIB-nummer

: 199624704

Uitspraak d.d.

: 11 mei 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 mei 2017, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

Het tussenarrest

Bij tussenarrest van 18 december 2020 heeft het hof de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld nadere informatie te verstrekken omtrent de bevoegdheid van de verbalisant. De inhoud van dat arrest wordt hier als ingelast beschouwd.

Het verdere verloop van de procedure

Op 6 januari 2021 heeft het hof van de advocaat-generaal de nadere informatie ontvangen.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Zoals reeds vermeld in het tussenarrest heeft de gemachtigde van de betrokkene aangevoerd dat de ambtenaar niet bevoegd was om te handhaven, nu dit ten aanzien van de onderhavige gedraging slechts is toegestaan in relatie tot de openbare orde en dat daarvan niet is gebleken. Ook is het verkeersbord niet zichtbaar op de foto, wat wel is vereist gelet op bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (verder: Beleidsregels boa). Verder stelt de gemachtigde dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden.

2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het administratief beroepschrift heeft verzocht om een hoorzitting en dat zich geen uitzonderingsgevallen voordoen. De kantonrechter heeft dit miskend. Het hof zal op basis van deze grond - in het licht van bestendige, bekende en daarom niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt - de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en ook die beslissing vernietigen. Ter beoordeling staan nu de bezwaren tegen de inleidende beschikking.

3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingsverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 juni 2016 om 09.55 uur op Lancierstraat in Tilburg met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

4. De advocaat-generaal heeft naar aanleiding van het tussenarrest een besluit overgelegd van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg van 14 januari 2016, onder meer inhoudende het aanpassen van de kruising Havendijk met de Lanciersstraat (de pleeglocatie) om het eenrichtingsverkeer Lanciersstraat te accentueren. In het besluit wordt genoemd dat deze maatregel wordt genomen uit oogpunt van het verzekeren van de veiligheid op de weg, het instandhouden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan, het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte karakter of van de functie van objecten of gebieden.

5. Het hof is van oordeel dat uit de passage “het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte karakter of van de functie van objecten of gebieden” voldoende blijkt dat de geslotenverklaring (mede) is ingesteld in relatie tot de openbare orde als hiervoor bedoeld, zodat de ambtenaar bevoegd was om deze geslotenverklaring te handhaven. De gemachtigde heeft dit na ontvangst van het verkeersbesluit ook niet (nader) betwist.

6. In bijlage L van de Beleidsregels boa, zoals die ten tijde van de oplegging van de sanctie luidde, staat het toepasselijk kader voor de gemeente opgenomen indien zij, zoals hier, digitaal wil handhaven op categorie C borden. Uit deze voorwaarden kan worden afgeleid dat er een foto van de gedraging wordt gemaakt en dat hierop zichtbaar moet zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd.

7. Zoals reeds in het tussenarrest is opgenomen volgt uit de stukken van het dossier dat er geen foto van de gedraging beschikbaar is. De ambtenaar heeft de gedraging en het C2-bord met het bijbehorende onderbord ter plaatse waargenomen. Hiermee is naar het oordeel van het hof genoegzaam komen vast te staan dat de bebording ten tijde van de gedraging aanwezig was en dat het voertuig van de betrokkene deze bebording is gepasseerd, zodat het niet voldoen aan hetgeen in bijlage L is gesteld op andere wijze is ondervangen.

8. Omdat de gedraging voor het overige niet wordt ontkend, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking daarom ongegrond verklaren.

9. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.