Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4473

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-05-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
Wahv 200.257.956/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? Met schouwrapporten en foto's (Google Street View) van ver vóór en na de datum van de constatering is de aanwezigheid van het bord A1 onvoldoende aannemelijk gemaakt. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.257.956/01

CJIB-nummer

: 211846047

Uitspraak d.d.

: 10 mei 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 11 maart 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 5 februari 2021 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De advocaat-generaal heeft aanvullende stukken overgelegd. Deze zijn (in kopie) gestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene, waarbij de gemachtigde de gelegenheid heeft gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 234,- voor: “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 25 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 oktober 2017 om 20.43 uur op de N211 Wippolderland, kruising Veilingroute in Wateringen met het voertuig met het kenteken
[YY-YY-00] .

2. Namens de betrokkene wordt de gedraging betwist. De betrokkene is geen A1-bord gepasseerd, zodat niet kan worden uitgegaan van een maximumsnelheid van 50 km/h.

3. Het is vaste rechtspraak van het hof dat een betwisting van de aanwezigheid van

(deugdelijke) bebording bij snelheidsovertredingen waarbij de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld door apparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd (vgl. het arrest van het hof van 25 september 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:8537), slechts kan worden weerlegd aan de hand van stukken, zoals een proces-verbaal of schouwrapporten, die aannemelijk maken dat ten tijde van de constatering wél deugdelijke bebording aanwezig was.

4. Naar aanleiding van het tussenarrest van het hof heeft de advocaat-generaal (onder meer) processen-verbaal van schouw van 4 maart 2015, 17 december 2017 en 19 november 2020 overgelegd, waarin wordt verklaard dat de bebording op het betreffende traject conform wet- en regelgeving is geplaatst en dat de borden A1 50 km/u staan geplaatst op een afstand van 175 meter voor vermelde flitspaal.

5. Voorts heeft de advocaat-generaal foto’s afkomstig uit Google maps, streetview overgelegd, met als opnamedatum van de afbeelding juli 2017. Op deze afbeelding is te zien dat op genoemde locatie aan beide zijden van de weg borden A1 50 zijn geplaatst. De advocaat-generaal is van mening dat gelet daarop ervan kan worden uitgegaan dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging behoorlijk was aangegeven.

6. Het hof is van oordeel dat het dossier niet de voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke informatie bevat omtrent de aanwezigheid van deugdelijke bebording ten tijde van het vaststellen van de gedraging. De overgelegde schouwrapporten zien op de situatie van enkele jaren vóór en twee maanden ná de gedraging. De door de advocaat-generaal via Google Maps verkregen foto’s zijn in dit verband ook niet afdoende. Weliswaar blijkt uit deze foto’s de aanwezigheid van borden A1 ter plaatse, doch deze foto’s zien op de situatie drie maanden vóór de gedraging. Dat is niet afdoende om te kunnen oordelen dat er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van het vaststellen van de gedraging. Het schouwrapport van 4 maart 2015 maakt dat niet anders. Bij gebreke van afdoende informatie is naar het oordeel van het hof niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging behoorlijk was aangegeven. Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal beslissen als hieronder aangegeven.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De grond die leidt tot vernietiging van de inleidende beschikking heeft de gemachtigde voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Weliswaar kennen de beroepsprocedures op grond van de Wahv in beginsel geen grondenfuik, maar in het onderhavige geval valt niet in te zien waarom deze grond niet al in een eerder stadium had kunnen worden aangevoerd. Het hof ziet hierin aanleiding en acht het redelijk om slechts een vergoeding toe te kennen voor de proceskosten in de fase van het hoger beroep. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient een punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt vanaf

1 januari 2021 € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 267,- (= 1 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 267,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.