Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4409

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
200.266.804/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep verstekvonnis. Zorgverzekeringsovereenkomst door verzekeringsnemer opgezegd? Nee, staat voldoende vast dat verzekeringsnemer nog een schuld aan Zilveren Kruis open had staan. Ex artikel 8a lid 1 Zvw kan de overeenkomst in dat geval niet door de verzekeringsnemer worden opgezegd. Hof bekrachtigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.266.804/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen 7058907)

arrest van 4 mei 2021

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [A] ,

appellante,

eiseres in verzet, tevens eiseres in reconventie,

hierna: [appellante],

advocaat: mr. C.J. van der Have, kantoorhoudend te 's-Gravenhage,

tegen

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd Utrecht,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in verzet, verweerster in reconventie,

hierna: Zilveren Kruis,

advocaat: mr. R.J. Hoogeveen, kantoorhoudend te Groningen.

1 De procedure bij de rechtbank

Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het verstekvonnis van 15 mei 2018 en het vonnis van 29 januari 2019 die de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, (hierna: de kantonrechter) heeft gewezen.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 26 april 2019,

- het proces-verbaal van de comparitie na aanbrengen van 31 januari 2020,

- de memorie van grieven met producties,

- de memorie van antwoord met producties.

2.2

Vervolgens heeft [appellante] de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

[appellante] heeft niet meer kunnen reageren op de door Zilveren Kruis bij haar

memorie van antwoord overgelegde producties. Die zijn daarom buiten beschouwing worden gelaten. Zoals zal blijken uit wat hierna wordt overwogen is Zilveren Kruis daardoor niet in haar belangen geschaad

3 De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

3.2

Zilveren Kruis heeft in 2017 en 2018 polisbladen opgesteld waarop [appellante] als verzekerde staat vermeld. Het polisblad over het jaar 2017 vermeldt een maandelijkse premie van € 117,45. Over het jaar 2018 is de premie vastgesteld op € 119,45. Beide polisbladen vermelden dat er sprake is van een basisverzekering met als ingangsdatum 1 januari 2012 en dat er een automatische incasso is afgegeven, met vermelding van het bankrekeningnummer van [appellante] .

4 Het geschil en de beslissing van de kantonrechter

4.1

Zilveren Kruis heeft [appellante] op 9 april 2018 gedagvaard en gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie ter hoogte van € 207,38. Dit bedrag is opgebouwd uit de aanvankelijke hoofdsom van € 473,80, vermeerderd met de buitenge-rechtelijke incassokosten en de omzetbelasting hierover en de rente tot datum dagvaarding. Hierop is een bedrag van € 354,35 in mindering gebracht aan betalingen van [appellante] .

4.2

De kantonrechter heeft de vordering van Zilveren Kruis in het verstekvonnis van
15 mei 2018 toegewezen en [appellante] veroordeeld tot betaling van € 185,70, te vermeerderen met wettelijke rente en proceskosten.

4.3

Op 4 juni 2018 is het verstekvonnis door de deurwaarder aan [appellante] betekend.

4.4

[appellante] heeft tegen voornoemd verstekvonnis verzet ingesteld en de kantonrechter verzocht het vonnis te vernietigen en Zilveren Kruis alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, dan wel haar deze te ontzeggen. [appellante] heeft vervolgens in reconventie gevorderd dat de kantonrechter voor recht verklaart dat er geen overeenkomst is tussen Zilveren Kruis en [appellante] en dat Zilveren Kruis wordt veroordeeld tot terugbetaling van
€ 2.878,15 aan onverschuldigde premiebetalingen.

4.5

De kantonrechter heeft het verstekvonnis van 15 mei 2018 bekrachtigd , de recon-ventionele vordering van [appellante] afgewezen en [appellante] veroordeeld in de kosten van het verzet en de kosten van de procedure in reconventie.

5 De beoordeling van de grieven en de vordering

5.1

[appellante] vordert in hoger beroep dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van 29 januari 2019 vernietigt en opnieuw rechtdoende:

I. bepaalt dat [appellante] zal worden ontheven van de in het verstekvonnis vervatte veroordeling en Zilveren Kruis alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar deze te ontzeggen, nu haar vorderingen onbestaand en onbewezen zijn;

II. voor recht verklaart dat tussen [appellante] en Zilveren Kruis nooit een overeenkomst tot stand is gekomen, althans dat deze op een door het hof te bepalen moment is geëindigd;

III. Zilveren Kruis veroordeelt tot terugbetaling aan [appellante] van € 2.878,15 aan onverschuldigd betaalde zorgpremie;

IV. Zilveren Kruis veroordeelt tot betaling van de proceskosten van zowel de verstek- als de verzetprocedure in eerste aanleg en van het hoger beroep.

5.2

[appellante] heeft in hoger beroep als grief aangevoerd dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Volgens [appellante] heeft zij daar geen weet van. In aanvulling daarop heeft zij aangevoerd dat als een overeenkomst toch tot stand zou zijn gekomen, zij die heeft opgezegd per

30 december 2014 en dat Zilveren Kruis die opzegging heeft bevestigd in een e-mail van

3 januari 2015. Omdat een overeenkomst, als die mocht bestaan, in ieder geval is geëindigd op 4 januari 2015 bestond er voor Zilveren Kruis geen grond om door te gaan met het incasseren van de premie. Van een betalingsachterstand is daarom geen sprake en de geïncasseerde premie over de jaren 2017 en 2018 dient terugbetaald te worden. De vordering van Zilveren Kruis had daarom afgewezen moeten worden en die van [appellante] had toegewezen moeten worden. .

5.3

Het hof ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of tussen [appellante] en

Zilveren Kruis in 2012 een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen. Deze vraag beantwoordt het hof bevestigend. Het hof neemt daarbij het volgende in aanmerking.
Zilveren Kruis heeft aangevoerd [appellante] vanaf 1 januari 2012 jaarlijks polisbladen te hebben toegestuurd. Dit wordt door [appellante] ook niet betwist. Daarbij staat op de door Zilveren Kruis overgelegde polisbladen over de jaren 2017 en 2018 als aanvangsdatum van de zorgverzekering 1 januari 2012 vermeld.
Verder hebben Zilveren Kruis en [appellante] zich jarenlang gedragen als verzekeraar en verzekeringnemer. Zo heeft [appellante] vanaf 2012 premie betaald en heeft zij bij

Zilveren Kruis vanaf 2012 meerdere declaraties ingediend. Daarnaast heeft Zilveren Kruis deze declaraties in behandeling genomen en aan [appellante] vergoed en heeft zij jaarlijks nieuwe polisbladen aan [appellante] gezonden. Ook heeft [appellante] een incassomachtiging afgegeven om de premie van haar bankrekening af te laten schrijven. Uit een en ander blijkt genoegzaam van het bestaan van een overeenkomst vanaf 2012. Dat [appellante] verklaart geen weet te hebben van het ontstaan van die overeenkomst, doet daaraan geen afbreuk.

5.4

Daarmee ligt voor de vraag of deze overeenkomst met ingang van 4 januari 2015 rechtsgeldig is geëindigd. Voor de beantwoording van deze vraag is artikel 8a van de Zorgverzekeringswet (Zvw) van belang.

5.5

Op grond van artikel 8a lid 1 Zwv kan een verzekeringnemer de zorgverzekering niet opzeggen, wanneer hij door de verzekeraar is aangemaand tot betaling van een of meer vervallen termijnen van de verschuldigde premie en de verzekeringnemer deze premies en bijkomende kosten onbetaald laat, tenzij de zorgverzekeraar de zorgverzekering of de dekking daarvan heeft geschorst of opgeschort.

5.6

Volgens Zilveren Kruis bestond er in januari 2015 een betalingsachterstand en was [appellante] daarvoor ook al herhaaldelijk aangemaand. [appellante] betwist dat er ten tijde van de opzegging van de zorgverzekering een betalingsachterstand bestond. Ook betwist zij de aanmaningen te hebben ontvangen. Daarnaast wijst [appellante] op artikel 8a lid 2 Zvw waarin staat dat aan lid 1 voorbij kan worden gegaan wanneer de zorgverzekeraar binnen twee weken na de opzegging de verzekeringnemer te kennen geeft de opzegging te bevestigen. [appellante] stelt deze bevestiging op 3 januari 2015 te hebben ontvangen.

5.7

In het licht van de stellingen van Zilveren Kruis heeft [appellante] naar het oordeel van het hof haar stelling dat de overeenkomst met Zilveren Kruis rechtsgeldig is geëindigd op
4 januari 2015 onvoldoende onderbouwd. De e-mail van 3 januari 2015 kan niet worden beschouwd als een bevestiging van de opzegging door Zilveren Kruis als bedoeld in artikel 8a lid 2 Zvw. In de e-mail bericht Zilveren Kruis aan [appellante] het volgende:
We vinden het jammer dat u heeft besloten Zilveren Kruis te verlaten. (…)
U wilt opzeggen per 4 januari 2015. In de bijlage van deze e-mail treft u een antwoordformulier aan. Nadat wij het ingevulde formulier hebben ontvangen krijgt u binnen 10 werkdagen bericht van ons. (…)
[appellante] heeft echter niet aangevoerd dat zij het antwoordformulier heeft ingevuld en toegezonden aan Zilveren Kruis en dat zij daarop bericht heeft ontvangen van

Zilveren Kruis. Daarmee heeft [appellante] niet voldoende gesteld voor haar stelling dat Zilveren Kruis haar opzegging heeft bevestigd.
Daar komt bij dat [appellante] heeft verklaard dat zij al sinds haar opzegging probeert een verzekering bij Besured af te sluiten. Zij heeft in dat verband een e-mail overgelegd van Besured aan haar d.d. 30 december 2014. Besured vermeldt daarin dat zij een aanvraag van [appellante] voor een studentenzorgverzekering heeft ontvangen, dat zij de oude zorgverzekering zal opzeggen en dat als alles akkoord is, zij haar de polis zal sturen.
Volgens [appellante] lukt het afsluiten van een verzekering bij Besured echter niet vanwege een vermeende premieachterstand bij Zilveren Kruis. Gelet op de wettelijke verplichting om een zorgverzekering te hebben, kan daaruit worden afgeleid dat de zorgverzekering met

Zilveren Kruis nog niet (rechtsgeldig) is beëindigd.
Voorts stelt het hof vast dat [appellante] aan de door haar gestelde opzegging geen uitvoering heeft gegeven door ook na januari 2015 premies te voldoen en Zilveren Kruis voor de ziektekosten van [appellante] dekking bood, zodat de zorgovereenkomst ook na januari 2015 werd voortgezet.
Die stelling is daarmee onvoldoende onderbouwd en dient dus te worden verworpen. Daarmee ontvalt de grondslag aan de vorderingen van [appellante] in hoger beroep. Haar grief faalt dus en het vonnis dient bekrachtigd te worden.

6 De slotsom

6.1

Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellante] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van

Zilveren Kruis zullen worden vastgesteld op € 741,- voor verschotten en op € 1.518,- voor salaris advocaat (2 punten, tarief I).

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter te Groningen van 29 januari 2019;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 741,- voor verschotten en op € 1.518,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mr. R.E. Weening, mr. D.H. de Witte en mr. O.E. Mulder en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op
4 mei 2021.