Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4322

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
200.290.390
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot tussenkomst ex 217 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.290.390

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 359897)

arrest van 4 mei 2021

in het incident in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Boozt24 B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in het incident tot tussenkomst,

hierna: Boozt24,

advocaat: mr. L.F.P. Coehorst,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRFI B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante, tevens verweerster in het incident tot tussenkomst,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: TRFI B.V.,

advocaat: mr. L.F.P. Coehorst,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Profish Food B.V.,

gevestigd te Twello, gemeente Voorst,

geïntimeerde, tevens verweerster in het incident tot tussenkomst,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: Profish Food,

advocaat: mr. J. Faas.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 26 februari 2020 en 26 augustus 2020 die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 25 november 2020,

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van Bootz24 ex artikel 217 Rv (met producties),

- het faxbericht van mr. Coehorst namens TRFI van 5 maart 2021,

- de memorie van antwoord in het incident tot tussenkomst van Profish Food.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest in het incident aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De motivering van de beslissing in het incident

3.1

In dit incident vordert Boozt24 om te mogen tussenkomen in het geschil tussen TRFI en Profish Food. Het hof zal die vordering toewijzen. Het hof zal uitleggen waarom, maar zet ter verduidelijking van zijn oordeel eerst kort de achtergrond van het geschil tussen partijen uiteen.

3.2

Profish Food heeft van Visunie B.V. diepgevroren kabeljauw gekocht. Visunie heeft de vordering tot betaling van de koopprijs in verband met deze visleveringen aan TRFI gecedeerd, waarna Profish Food een gedeelte van de koopprijs rechtstreeks aan TRFI heeft voldaan. Tussen Profish Food en Visunie rees vervolgens een geschil over de kwaliteit van de geleverde kabeljauw. In verband daarmee hebben Profish Food en Visunie, met instemming van TRFI, een regeling getroffen: Profish Food zou de kabeljauw, tegen vergoeding, terugleveren aan Visunie. Na de eerste twee partijen die Profish Food aan Visunie terugleverde (een derde teruglevering zou later volgen) betaalde Visunie niet. Visunie is inmiddels failliet verklaard. TRFI eist (in conventie) dat Profish Food het nog resterende deel van de koopprijs aan haar zal voldoen. Profish Food eist op haar beurt (in reconventie) dat TRFI het al door haar betaalde deel van de koopprijs zal terugbetalen. De rechtbank heeft, kort gezegd, geoordeeld dat in conventie (na verrekening) geen bedrag resteert dat kan worden toegewezen en heeft daarnaast de vordering in reconventie afgewezen. TRFI heeft tegen dit oordeel hoger beroep ingesteld.

3.3

Boozt24 heeft gevorderd te mogen tussenkomen in bovengenoemd geschil. Zij stelt daartoe dat zij de vordering(en) van TRFI op Profish Food heeft overgenomen en dat zij daarom, als crediteur van de vordering waarvan in de hoofdzaak voldoening wordt gevorderd, belang heeft bij tussenkomst. Zij meent ernstig te worden benadeeld als zij in dit hoger beroep niet kan appelleren tegen de afwijzing van de door TRFI in eerste aanleg ingestelde conventionele vorderingen, omdat deze vorderingen nu aan Boozt24 toebehoren.

3.4

TRFI refereert zich ten aanzien van de vordering tot tussenkomst aan het oordeel van het hof. Profish Food stemt ermee in dat Boozt24 tussenkomt in de procedure.

3.5

Op grond van artikel 217 jo. art. 353 lid 1 Rv kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, ook in hoger beroep, vorderen daarin te mogen tussenkomen. Voor toewijzing van een verzoek tot tussenkomst moet blijken van een belang van de verzoeker om benadeling of verlies van een hem toekomend recht te voorkomen1. Bovendien dient de partij die tussenkomst vordert de wens te hebben een eigen vordering in te stellen tegen (een van) de procederende partijen. Deze partij hoeft niet reeds bij haar vordering tot tussenkomst haar vordering in tussenkomst te preciseren, of in te stellen2.

3.6

Naar het oordeel van het hof heeft Boozt24 gemotiveerd gesteld (zie rov. 3.3) dat zij belang heeft in de zin van rov. 3.5. Boozt24 wordt rechtstreeks geraakt door de vorderingen die TRFI tegenover Profish Food heeft ingesteld, omdat zij deze vorderingen heeft overgenomen en daardoor dus rechthebbende is van de betreffende vorderingen. De vordering tot tussenkomst zal daarom worden toegewezen. Het hof houdt de beslissing over de kosten in het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.

3.7

Het hof zal in de hoofdzaak een mondelinge behandeling door een aan te wijzen raadsheer-commissaris bepalen om inlichtingen te verkrijgen en met partijen te onderzoeken of een oplossing (schikking) kan worden bereikt. Tijdens de zitting kan ook met partijen worden overlegd hoe de procedure verder zal verlopen. Daarbij kan over eventuele bewijsvoering of rapportage door deskundigen worden gesproken. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.

4 De beslissing

Het hof, recht doende:

in het incident:

wijst de vordering tot tussenkomst van Boozt24 toe;

houdt de beslissing omtrent de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;

in de hoofdzaak in hoger beroep:

bepaalt een mondelinge behandeling, waarbij partijen (in persoon of vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die tot het geven van inlichtingen in staat is en bevoegd is om een schikking aan te gaan) samen met hun advocaten zullen verschijnen voor een nog aan te wijzen raadsheer-commissaris, voor het hierboven omschreven doel;

bepaalt dat de zitting zal plaatsvinden op 9 september 2021 om 11.30 uur in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 in Arnhem;

bepaalt dat, als partijen verhinderd zijn op de hiervoor genoemde datum, zij binnen twee weken na de datum van dit arrest door middel van een H7-formulier een andere dag voor de zitting kunnen verzoeken; bij het verzoek moet een opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de periode van mei tot november 2021 worden gevoegd; als deze opgave ontbreekt, blijft de eerdere dagbepaling van kracht;

bij deze mondelinge behandeling bestaat geen gelegenheid om spreekaantekeningen voor te dragen;

bepaalt dat als een partij bij de mondelinge behandeling nog processtukken of andere stukken wil inbrengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk 10 dagen voor de mondelinge behandeling een kopie van deze stukken hebben ontvangen;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, S.C.P. Giesen en C.J.H.G. Bronzwaer, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021.

1 HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2833.

2 HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768.