Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:4200

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
200.283.411/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof start de uitspraak met een samenvatting waarin de beslissing over het gezag al staat vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.283.411/01

(zaaknummer rechtbank 198009)

beschikking van 29 april 2021

inzake

[verzoeker] (de man),

verblijvende in de Penitentiaire Inrichting ‘ [A] ’ te [B] ,
verzoeker in hoger beroep,

advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech te Den Haag.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[de vrouw] (de vrouw),

wonende op een geheim te houden adres,

advocaat: mr. F.B. Flooren te Groningen.

In zijn adviserende taak is gekend:

de raad voor de kinderbescherming (de raad),

regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.

1 Samenvatting

De man en de vrouw zijn de ouders van drie minderjarige kinderen.

Op verzoek van de vrouw heeft de kinderrechter de vrouw alleen met het ouderlijk gezag belast over de kinderen. De man is het niet eens met die beslissing. Hij is van die beslissing in hoger beroep gekomen en verzoekt het hof anders te beslissen. Het hof wijst het verzoek van de man in hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.

2 Procesverloop

2.1

Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 26 juni 2020.

2.2

De man heeft op 22 september 2020 hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking van de kinderrechter van 26 juni 2020. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend.

Op 22 april 2021 heeft mr. Flooren het hof verzocht de zaak aan te houden. Mr. Brech heeft zich daartegen verzet waarna het verzoek is afgewezen.

2.3

Op 22 april 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Aanwezig waren:

de man met zijn advocaat, de vrouw met mr. M.R. van der Pol en namens de raad mevrouw [C] .

2.4

De minderjarige [de minderjarige1] is (voorafgaand aan de zitting) door de voorzitter gehoord. [de minderjarige2] heeft ervoor gekozen om zijn mening op te schrijven en aan het hof te sturen.

3 Beslissing rechtbank

De beslissing van de kinderrechter luidt als volgt:

“De rechtbank:

bepaalt dat de vrouw voortaan alleen het gezag uitoefent over [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] ;

gelast de griffie in deze rechtbank deze wijziging in het gezag in te schrijven in het gezagsregister;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert tussen partijen de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

wijst af wat meer of anders is verzocht.”

4 Verzoeken in hoger beroep

4.1

De man verzoekt: “de beschikking van 26 juni 2020 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, inzake ouderlijk gezag tussen partijen gegeven te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad voor zover mogelijk, het verzoek van de vrouw om eenhoofdig ouderlijk gezag af te wijzen.”

4.2

De vrouw verzoekt de beschikking van de kinderrechter van 26 juni 2020 te bekrachtigen.

4.3

De raad adviseert het hof de beschikking van 26 juni 2020 te bekrachtigen.

5 Mening minderjarigen

5.1

[de minderjarige1] wil niet dat haar vader het ouderlijk gezag over haar heeft. Zij heeft nare herinneringen aan haar vader en zij heeft een betrokken vader gemist. Zij is ervan overtuigd dat hij alleen maar uit is op macht. Zij vindt dat hij het woord “vader” voor iedereen verpest en het woord vader niet verdient. Om die reden wil zij ook haar achternaam veranderen.

Die naam heeft voor haar een zwarte/donkere kant.

5.2

[de minderjarige2] heeft het hof geschreven dat hij niks met zijn vader te maken wil hebben omdat zijn leven zonder hem beter en leuker is. Hij ervaart dat hij hen alleen maar lastig valt.

6 Feiten

6.1

Het hof sluit aan bij de (onbestreden) feiten zoals die zijn opgenomen in de beschikking van de kinderrechter en neemt die hier (deels) over.

6.2

Uit het huwelijk van de man en de vrouw zijn geboren:

- [de minderjarige1] , geboren [in] 2006;

- [de minderjarige2] , geboren [in] 2008;

- [de minderjarige3] , geboren [in] 2010.

Het huwelijk van de ouders is ontbonden [in] 2012.

De man oefende, samen met de vrouw, het ouderlijk gezag over de kinderen uit.

Het hoofdverblijf van de kinderen is in 2013 bij de vrouw bepaald.

6.3

De man heeft al jarenlang geen contact meer met de vrouw en de kinderen.

6.4

Begin 2019 is de man het recht op omgang met de kinderen ontzegd. De man is in maart 2020 door de rechtbank veroordeeld tot onder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. Bewezen is verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan stelselmatig seksueel misbruik van zijn (minderjarige) nichtje, over een periode van elf jaar. Tegen deze uitspraak heeft de man hoger beroep ingesteld.

7 Beoordeling

Horen kinderen

7.1

Het hof heeft geen aanleiding gezien om een bijzondere curator te benoemen zoals door de man geopperd. Wel heeft het hof, in overeenstemming met de wet, de oudste twee kinderen in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Beide kinderen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt. [de minderjarige1] heeft gesproken met de voorzitter en [de minderjarige2] heeft een brief gestuurd.

Schending hoor en wederhoor (grief 1)

7.2

De man stelt dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden, omdat de man niet in de gelegenheid is gesteld om in persoon deel te nemen aan de mondelinge behandeling. De man is niet tijdig genoeg opgeroepen en alleen in staat gesteld om telefonisch aan de mondelinge behandeling deel te nemen. Daar heeft hij bezwaar tegen gemaakt. De kinderrechter had dat bezwaar niet mogen passeren maar had de behandeling van de zaak moeten aanhouden. Nog los van de vraag of de stellingen van de man kloppen, gelet op de Tijdelijke algemene regeling zaaksbehandeling Rechtspraak zoals die geldt in verband met de uitbraak van het coronavirus, geldt dat een dergelijk verzuim in hoger beroep kan worden hersteld. De man is opgeroepen voor de mondelinge behandeling bij het hof en is ook in de gelegenheid gesteld om de mondelinge behandeling in persoon bij te wonen.

De grief slaagt daarom niet.

Ouderlijk gezag (grief 2)

7.3

Het staat vast dat sprake is van een wijzing van omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een belangrijke wijziging is dat de man de omgang met zijn kinderen is ontzegd en (als gevolg daarvan) al jarenlang geen contact meer heeft met de kinderen.

Nu er sprake is van wijziging van omstandigheden kan de rechter bepalen dat het gezag over de kinderen alleen aan de vrouw toekomt, indien voldaan wordt aan (één of meer van) de gronden zoals opgenomen in artikel 251a lid 1 onder a. (klem/verloren) en b. (anderszins in het belang) BW.

7.4

Feit is, los van de oorzaak, dat er al jarenlang sprake is van een ernstig verstoorde verhouding tussen de man en de vrouw. De man en de vrouw hebben dat ter zitting bij het hof ook weer bevestigd. Hulpverlening die in het verleden is ingezet heeft niet tot een verbetering geleid. Bij de vrouw mist elk vertrouwen in de man en andersom mist bij de man elk vertrouwen in de vrouw. Zo heeft de vrouw aangegeven dat de veroordeling van de man voor haar maakt dat zij vastbesloten is niet meer met de man op ouderniveau beslissingen over de kinderen te nemen dan wel hem te consulteren. De man op zijn beurt betwist in hoger beroep (nagenoeg) alle door de vrouw gestelde feiten en gebeurtenissen zoals die zich in het verleden zouden hebben voorgedaan dan wel vindt de man dat die feiten of gebeurtenissen hem niet te verwijten vallen en/of aangerekend mogen worden.

Al jarenlang ontbreekt elke vorm van (ouder)communicatie tussen de ouders terwijl ook elk zicht op verandering van die situatie en verbetering van de ouderrelatie niet is gesteld nog gebleken. Het hof vindt reeds hierom dat sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren (dreigen) te raken tussen de ouders, zoals bedoeld onder a.

De beoordeling of de man al dan niet bereikbaar is voor de vrouw en/of de man al dan niet zijn medewerking aan beslissingen onthoudt, kan daarbij in het midden blijven omdat dat niet tot een ander oordeel leidt. Hetzelfde geldt voor de stellingen van de man dat hij niet schuldig is aan seksueel misbruik, huiselijk geweld, toedienen van medicatie aan zijn kinderen of zijn mogelijkheden tot het afwegen van de belangen van de kinderen.

Het gaat er hier om dat elke basis voor de uitoefening van gezamenlijk gezag (nu en in

de nabije toekomst) ontbreekt.

7.5

Er is ook al jarenlang, los van de oorzaak, geen contact meer tussen de man en de kinderen. Uit hetgeen de oudste kinderen bij het hof hebben verklaard, blijkt dat zij niet willen dat de man nog een rol speelt in hun leven en beslissingen over hen mag nemen.

De raad stelt vast dat sprake is van een zeer moeizame communicatie, wantrouwen tussen

de ouders waarbij hulpverlening is ingezet maar niet tot een verbetering heeft geleid. Er is sprake van een fors belast verleden waarbij de vader feitelijk ook geen uitvoering geeft aan het ouderlijk gezag. De raad vindt dat de kinderen bescherming verdienen en de beschikking van de kinderrechter in stand moet blijven. Het hof vindt daarom dat ook aan de grond onder b. voornoemd is voldaan.

Inschrijving gezagsregister

7.6

De man vindt dat de kinderrechter buiten de omvang van het geding is getreden door te gelasten dat de griffier de wijziging van het gezag inschrijft in het gezagsregister. Het hof gaat aan deze grief voorbij omdat een dergelijke inschrijving niet behoeft te worden verzorgd omdat deze uit de wet voortvloeit.

Informeren minderjarigen

7.7

Zoals ter zitting besproken, zal de vrouw de beslissing van het hof aan [de minderjarige1] en [de minderjarige2] vertellen.

8 Beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

wijst het verzoek van de man in hoger beroep af;

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland,

locatie Groningen, van 26 juni 2020, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. den Hollander, mr. J.G. Idsardi en

mr. C. Koopman, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier, en is op 29 april 2021 uitgesproken in het openbaar in aanwezigheid van de griffier.