Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:3929

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
200.284.573/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2021:2181. Werknemer heeft geen tegenbewijs geleverd. Geldigheid ontslag op staande voet is daardoor alsnog (de kantonrechter oordeelde anders) komen vast te staan. De arbeidsovereenkomst is, onbetwist, reeds geëindigd per 1 maart 2020. Het hof hoeft daarom niet meer het einde daarvan te bepalen (artikel 7:683 lid 6 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0532
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.284.573/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 8114236)

beschikking van 20 april 2021

in de zaak van

Gassan Schiphol B.V.,

gevestigd te Schiphol,

verzoekster in hoger beroep,

in eerste aanleg: verweerster,

hierna: Gassan,

advocaat: mr. E.F. Seunke, die kantoor houdt te Haarlem,

tegen:

[verweerder] ,

wonend in [A] ,

verweerder in hoger beroep,

in eerste aanleg: verzoeker,

hierna: [verweerder],

advocaat: mr. E.D. van Tellingen, die kantoor houdt te Almere.

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

In de tussenbeschikking van 8 maart 2021 is [verweerder] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Bepaald is daarin ook dat [verweerder] uiterlijk op 30 maart 2021 opgave diende te doen van het aantal voor te brengen getuigen en van de verhinderdata van de getuigen, beide partijen en hun advocaten. Toen op 30 maart 2021 nog geen bericht was ontvangen van [verweerder] is die termijn verlengd tot en met 6 april 2021. Daarbij is meegedeeld dat dit een uiterste datum betrof en dat, bij gebreke van bericht, een datum voor eindbeschikking zou worden bepaald. Van [verweerder] is geen bericht ontvangen. Daarop is bepaald dat een eindbeschikking zal worden gegeven.

1.2

In de tussenbeschikking is [verweerder] de gelegenheid geboden de bedrijfskleding alsnog in te leveren binnen twee weken na die beschikking. Gassan heeft op 30 maart 2021 aan het hof doen weten dat [verweerder] van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt. Een reactie van [verweerder] op die mededeling is uitgebleven.

2 De verdere beoordeling door het hof

Het ontslag op staande voet is terecht gegeven

2.1

[verweerder] was toegelaten toe tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorlopig oordeel dat hij [B] getipt heeft over de aanwezigheid bij Gassan van een Rolex Submariner op 16 augustus 2019. Van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt. Dat betekent dat nu definitief als bewezen heeft te gelden wat in de tussenbeschikking ‘voorshands’ bewezen werd geacht, namelijk dat [verweerder] [B] heeft getipt over de aanwezigheid bij Gassan van een Rolex Submariner op 16 augustus 2019.

2.2

Dat feit was een dringende reden voor ontslag op staande voet (zie overweging 3.11 van de tussenbeschikking). De grieven 4 en 5 slagen dus op het punt van de bewijsbeoordeling.

Overige aspecten van de zaak

2.3

Voor deze situatie is in de tussenbeschikking (overwegingen 3.17 tot en met 3.22) al vermeld hoe het hof zal oordelen over de dan nog resterende aspecten van deze zaak. Het hof blijft bij die gemaakte beoordeling.

2.4

Met betrekking tot de bedrijfskleding geldt dat [verweerder] geen gebruik heeft gemaakt van de geboden gelegenheid deze alsnog in te leveren. De vordering tot schadevergoeding van € 608,63 is daarom, als onweersproken, toewijsbaar.

2.5

Zoals in de tussenbeschikking al overwogen (overweging 3.18) heeft het hof niet de mogelijkheid te bepalen dat de arbeidsovereenkomst alsnog per 22 augustus 2019 is geëindigd. Gassan heeft ook geen belang bij toepassing van artikel 7:683 lid 6 BW (bepalen datum einde arbeidsovereenkomst door het hof) omdat het hof ingevolge dat artikel slechts een toekomstige einddatum kan bepalen. Tussen partijen staat echter vast dat de arbeidsovereenkomst reeds is geëindigd per 1 maart 2020. Over de einddatum van de arbeidsovereenkomst is een beslissing van het hof dus niet nodig.

3 Slotsom

3.1

De grieven slagen grotendeels. De tussenbeschikking van de kantonrechter (bewijsopdracht Gassan) wordt om die reden deels, namelijk voor wat betreft de onderdelen 7.3 tot en met 7.13 van het dictum, vernietigd. De eindbeschikking wordt vernietigd voor wat betreft de onderdelen 3.3 tot en met 3.7 van het dictum. De verzoeken van Gassan worden alsnog, deels, toegewezen.

3.2

[verweerder] is de grotendeels in het ongelijk gestelde partij en wordt om die reden in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van Gassan veroordeeld. Die kosten bedragen:

Bij de kantonrechter (verzoek [verweerder] en verzoek Gassan):

Getuigentaxe € 9,-

Salaris gemachtigde € 900,-

Hoger beroep:

Griffierecht € 760,-

Salaris advocaat € 1.574,- (2 punten tarief I à € 787,- per punt)

3.3

Als niet weersproken is ook de wettelijke rente over de proceskosten toewijsbaar.

3.4

Gassan heeft verzocht in de proceskostenveroordeling ook op te nemen de kosten van meerdere exploten tot oproeping van getuigen. Die kosten zouden hebben bedragen € 915,24, maar daarvan zijn geen onderliggende stukken overgelegd zodat het hof die kosten niet kan begroten.

4 De beslissing

Het hof beschikt in hoger beroep:

vernietigt de tussenbeschikking van de kantonrechter van rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 28 januari 2020 op de onderdelen 7.3 tot en met 7.13 van het dictum alsmede de eindbeschikking van de kantonrechter voor wat betreft de onderdelen 3.3 tot en met 3.7 van het dictum daarvan;

veroordeelt [verweerder] aan Gassan te voldoen:

  1. € 551,22 bruto (terugbetaling van te veel ontvangen loon)

  2. € 2.542,- bruto (vergoeding wegens dringende reden)

  3. € 608,63 (schadevergoeding bedrijfskleding)

vermeerderd met de wettelijke rente

  • -

    over bedrag a vanaf 10 augustus 2020

  • -

    over bedrag b vanaf 14 dagen na dagtekening van deze beschikking

  • -

    over bedrag c vanaf 2 oktober 2020;

veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure en begroot die kosten op:

  • -

    bij de kantonrechter € 9,- verschotten en € 900,- salaris advocaat,

  • -

    in hoger beroep € 760,- verschotten en € 1.574,- salaris advocaat,

deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van de veertiende dag na deze uitspraak indien [verweerder] in gebreke blijft deze te voldoen binnen die termijn;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de daarbij uitgesproken veroordelingen;

wijs af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. W.P.M. ter Berg, J.H. Kuiper en A. Elgersma en is in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2021.