Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:3911

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
22-04-2021
Zaaknummer
200.286.197/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding: geschil over afgifte klantgegevens, gebruik handelsnaam en beheer en gebruik social media-accounts.

Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij de vorderingen zijn toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.286.197/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 200544)

arrest in kort geding van 20 april 2021

in de zaak van

GMG Holding B.V.,

gevestigd te Groningen,

appellante,

bij de rechtbank: gedaagde,

hierna: GMG,

advocaat: mr. R.P. van Boven, kantoorhoudend te Assen,

tegen

RegioIsolatie B.V.,

gevestigd te Veendam,

geïntimeerde,

bij de rechtbank: eiseres,

hierna: RegioIsolatie,

niet verschenen.

1 Het verloop van de procedure

GMG is in hoger beroep gekomen van het kortgedingvonnis van 7 oktober 2020 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft gewezen. De bezwaren (grieven) tegen dat vonnis zijn opgenomen in de memorie van grieven. Tegen RegioIsolatie is verstek verleend. GMG heeft het dossier aan het hof gestuurd en gevraagd om een uitspraak.

2 Waar gaat deze procedure over?

2.1

Dit geschil gaat over de vraag of GMG gehouden is tot afgifte van klantgegevens aan RegioIsolatie. Daarnaast is het gebruik van de handelsnaam RegioIsolatie en het beheer en het gebruik van social media-accounts onder de naam RegioIsolatie in geschil. De achtergrond van het geschil is als volgt.

2.2

[A] en [B] zijn broers die in 2011 Hallen en Stallen Isolatie B.V. hebben opgericht, die later RegioIsolatie B.V. is gaan heten. De vennootschap maakte deel uit van een concern met diverse aan elkaar gelieerde vennootschappen, die alle in staat van faillissement zijn verklaard op 17 april 2018 respectievelijk 18 april 2018.

De vennootschappen handelden onder de handelsnaam RegioIsolatie.

2.3

Na het faillissement van de vennootschappen is een doorstart gemaakt. Daartoe heeft [B] (als enig bestuurder) RegioIsolatie opgericht. RegioIsolatie heeft de activa overgenomen van de gefailleerde vennootschappen. [C] , de moeder van

[B] en [A] , is houder van alle 100 aandelen in het kapitaal van RegioIsolatie.

2.4

[A] is bestuurder van GMG, die zich bedient van de handelsnaam Bureau voor Verduurzaming.

2.5

RegioIsolatie richt zich op de isolatie van woningen en bedrijfspanden. RegioIsolatie koopt leads (potentiële opdrachten in de vorm van gegevens van klanten die een “groene knop” op de website hebben aangeklikt) en opdrachten in bij GMG. Voor iedere lead die tot een opdracht leidt, is RegioIsolatie een bedrag van € 330,- aan GMG verschuldigd. Op basis van de ervaring dat 70% van de leads tot een opdracht leidt, factureert GMG vooruit aan RegioIsolatie. Periodiek wordt dit voorschot in mindering gebracht op het bedrag dat GMG toekomt in verband met daadwerkelijk door RegioIsolatie behaalde resultaten.

2.6

GMG maakt voor het administreren en beheren van klantrelaties, leads en opdrachten gebruik van een licentie van het verkoopprogramma Salesforce. Naast het verzorgen van de acquisitie, beheert en gebruikt GMG social media-accounts onder de naam RegioIsolatie.

2.7

GMG heeft [C] en [B] in kort geding gedagvaard. Bij (verstek)vonnis van

1 juli 2020 heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, [C] bevolen medewerking te verlenen aan de notariële overdracht aan [A] van de helft van de geplaatste aandelen in RegioIsolatie. [B] is bevolen zich niet tegen die overdracht te verzetten, althans daaraan zijn medewerking te verlenen. Tegen dit vonnis is [B] in verzet gekomen.

2.8

GMG heeft in de periode van februari 2020 tot en met april 2020 een zestal facturen ten belope van in totaal € 72.920,65 aan RegioIsolatie gezonden. Bij schrijven van

26 mei 2020 heeft RegioIsolatie de verschuldigdheid van de facturen betwist, waarna GMG haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst met RegioIsolatie heeft opgeschort. GMG heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt waarin zij vordert RegioIsolatie te veroordelen tot betaling van de openstaande facturen.

2.9

RegioIsolatie heeft de overeenkomst met GMG met ingang van 30 november 2020 opgezegd. Hiertegen heeft GMG zich niet verzet.

2.10

De opschorting door GMG van haar verplichtingen uit de met RegioIsolatie gesloten overeenkomst gaf RegioIsolatie aanleiding tot het aanhangig maken van dit kort geding.

2.11

In deze procedure heeft de voorzieningenrechter GMG veroordeeld tot afgifte door middel van digitale export naar de Salesforce-omgeving van RegioIsolatie van klantgegevens uit de Salesforce-omgeving van GMG. Daarnaast is GMG gelast het gebruik van de handelsnaam RegioIsolatie alsmede het beheer en/of gebruik van social media-accounts - voor zover daarin gewag wordt gemaakt van de handelsnaam RegioIsolatie - na

30 november 2020 te staken.

2.12

De strekking van het hoger beroep van GMG is, dat deze vorderingen alsnog moeten worden afgewezen.

3 Het oordeel van het hof

De opzet en conclusie van deze uitspraak

3.1

GMG heeft zeven bezwaren (grieven) tegen het vonnis. Hierna zal het hof eerst ingaan op het spoedeisend belang. Daarna zullen de grieven worden besproken.

3.2

De conclusie zal zijn dat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

Het spoedeisend belang

3.3

Het hof moet ambtshalve beoordelen of RegioIsolatie nog spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen op het tijdstip van het wijzen van dit arrest. Dat GMG aan het bestreden vonnis heeft voldaan omdat de gegevens inmiddels aan RegioIsolatie zijn verstrekt, maakt niet dat het spoedeisend belang daarmee is komen te ontvallen. RegioIsolatie houdt een spoedeisend belang om onverkort over die gegevens te blijven beschikken. Het spoedeisend belang van RegioIsolatie bij de vordering over het gebruik van de gelijkluidende handelsnaam vloeit voort uit de aard van die vordering.

De afgifte van klantgegevens

3.4

GMG handhaaft in hoger beroep haar stelling dat haar beroep op opschorting in de weg staat aan toewijzing van deze vordering.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat op basis van de beschikbare informatie onvoldoende duidelijk is geworden of RegioIsolatie gehouden is tot betaling van de onder 2.8 genoemde facturen van GMG. Daarmee kan ook niet worden vastgesteld of GMG haar verplichting tot afgifte van klantgegevens kan opschorten wegens uitblijven van betaling van die facturen. In hoger beroep heeft GMG geen gegevens overgelegd om tot een ander oordeel te komen.

GMG betoogt in hoger beroep dat RegioIsolatie de factuur voor de periode vanaf juni 2020 niet heeft voldaan. Deze factuur heeft betrekking op zowel de fee voor leads en opdrachten als op de kosten voor Salesforce. Reeds op deze grond meent GMG dat haar een beroep toekomt op het wettelijk en contractueel opschortingsrecht.

Uit het verweer dat RegioIsolatie in eerste aanleg heeft gevoerd volgt dat zij de fee voor leads en opdrachten alsmede de kosten voor Salesforce tot 1 juni 2020 heeft voldaan en dat de door haar verzochte klantgegevens zien op leads en opdrachten die dateren van vóór die datum. Als RegioIsolatie niet over die gegevens beschikt wordt zij belemmerd in haar bedrijfsvoering omdat zij de gekochte en betaalde leads en opdrachten niet kan uitvoeren en zij facturen van GMG niet kan controleren.

Ook hebben partijen over de kosten van Salesforce voor het nieuwe abonnementsjaar nog geen afspraken gemaakt. Gelet op dit verweer heeft GMG ook met de in hoger beroep betrokken stelling niet voldoende onderbouwd en/of aannemelijk gemaakt dat zij in dit geval haar verplichting uit de overeenkomst terecht heeft opgeschort.

Zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen is voor bewijslevering in dit kort geding geen plaats.

3.5

GMG maakt er verder bezwaar tegen dat de voorzieningenrechter de vordering onvoorwaardelijk heeft toegewezen. GMG was bereid tot inzage tegen zekerheidsstelling voor haar vordering op RegioIsolatie en RegioIsolatie toonde zich bereid om die zekerheid te stellen. Gelet hierop had de voorzieningenrechter als voorwaarde aan de uitgesproken veroordeling zekerheidsstelling moeten bevelen.

Uit het voorgaande volgt dat in deze kortgedingprocedure niet is komen vast te staan dat GMG beschikt over een vordering op RegioIsolatie. GMG heeft bovendien geen tot zekerheidsstelling strekkende vordering ingesteld. De voorzieningenrechter was daarom in dit geval niet gehouden om gebruik te maken van de in artikel 233 lid 3 Rv neergelegde discretionaire bevoegdheid. Aangezien inmiddels aan de veroordeling is voldaan, is er in hoger beroep ook geen plaats meer voor zekerheidsstelling.

3.6

Tot slot verzet GMG zich tegen de toegewezen afgifte van klantgegevens door middel van digitale export. Volgens haar bestaat er slechts een inzagerecht.

Vast staat dat op GMG de verplichting rust om RegioIsolatie van alle voor haar relevante klantinformatie te voorzien. Hoe GMG aan die verplichting moet voldoen, en of zij kan volstaan met inzage zoals zij meent, kan het hof op basis van de thans beschikbare gegevens niet vaststellen. Maar GMG heeft ook niet duidelijk gemaakt waarin haar belang bij een andere wijze van het verstrekken van de klantgegevens is gelegen. Gelet hierop faalt dit bezwaar van GMG tegen de uitgesproken veroordeling tot afgifte van klantgegevens eveneens.

Het gebruik van de handelsnaam en het beheer van social media-accounts

3.7

GMG klaagt erover dat de voorzieningenrechter iets anders (en meer) heeft toegewezen dan is gevorderd en dat de veroordeling bovendien onduidelijk is.

3.8

Het hof stelt vast dat de veroordeling niet gelijk is aan wat RegioIsolatie bij inleidende dagvaarding heeft gevorderd. Het hof gaat er van uit dat de voorzieningenrechter bij die veroordeling rekening heeft gehouden met (1) het in deze procedure vaststaande feit dat de handelsnaam RegioIsolatie aan RegioIsolatie toebehoort, (2) het einde van de overeenkomst tussen partijen per 30 november 2020 en (3) het door GMG gevoerde verweer dat zij tot die datum op grond van de bestaande overeenkomst het recht heeft om de handelsnaam RegioIsolatie te gebruiken voor marketingdoeleinden ten behoeve van RegioIsolatie. Gelet op het tussen partijen gevoerde debat en rekening houdend met de veelheid aan geschillen die inmiddels tussen partijen zijn gerezen, acht het hof de uitgesproken veroordeling - bij wijze van ordemaatregel - niet onjuist en ook gerechtvaardigd.

3.9

Anders dan GMG heeft begrepen of vreest, ligt in die veroordeling ook niet besloten dat per 30 november 2020 social media-accounts met terugwerkende kracht aangepast moeten worden en dat oude berichten waarin de naam RegioIsolatie voorkomt verwijderd moeten worden.

Slechts het gebruik van de handelsnaam RegioIsolatie en het beheer en gebruik van social media-account onder de naam RegioIsolatie dient GMG na

30 november 2020 te staken en gestaakt te houden.

3.10

Toepassing van de afstemmingsregel, zoals door GMG bepleit, is niet aan de orde. Het hof beschikt niet over een uitspraak in de bodemprocedure.

4 De slotsom

4.1

Het hoger beroep slaagt niet. Het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

4.2

Als de in het ongelijk gestelde partij zal het hof GMG in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van RegioIsolatie zullen worden vastgesteld op nihil.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 7 oktober 2020;

veroordeelt GMG in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RegioIsolatie vastgesteld op nihil;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. Willemse, J.H. Kuiper en R.E. Weening en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

20 april 2021.