Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:3509

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
15-04-2021
Zaaknummer
200.291.570
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; huurzaak. Vordering tot ontruiming vanwege ernstige geluidsoverlast toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.291.570

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, 8996306)

arrest in kort geding van 6 april 2021

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. V.W.J.H. Kobossen,

tegen:

de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting

Stichting Woonwaarts,

gevestigd te Nijmegen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Woonwaarts,

advocaat: mr. P. Bergkamp.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 25 februari 2021 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland (sector kanton, locatie Nijmegen) in kort geding heeft gewezen (hierna: het vonnis).

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief van 10 maart 2021 met het verzoek het appel als turbo-spoedappel aan te merken,

- de dagvaarding in hoger beroep van 17 maart 2021 met grieven en met twee producties,

- de memorie van antwoord, met producties 56 tot en met 72,

- de op 2 april 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij beide advocaten spreekaantekeningen hebben voorgedragen.

2.2.

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

3 De beoordeling in hoger beroep

Samenvatting en beslissing

3.1.

[appellant] huurt sinds 2013 een woning van (een rechtsvoorganger van) Woonwaarts. Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. De woning van [appellant] bevindt zich op de eerste etage van een monumentaal appartementencomplex, bestaande uit vier woonlagen. In 2017 is door omwonenden over geluidsoverlast van [appellant] geklaagd. Na een gesprek met de heer [B] , woonconsulent bij Woonwaarts (hierna: [B] ) en de wijkagent (schriftelijk vastgelegd) is de geluidsoverlast gestopt. Vanaf mei 2020 ervaart een aantal bewoners weer geluidsoverlast van [appellant] . Woonwaarts heeft [appellant] in november 2020 gesommeerd op te houden met het veroorzaken van overlast. Omdat de geluidsoverlast niet is gestopt, heeft Woonwaarts [appellant] gedagvaard in kort geding en heeft zij gevorderd dat het gehuurde ontruimd wordt.

3.2.

De voorzieningenrechter heeft in het vonnis van 25 februari 2021 geoordeeld dat Woonwaarts voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [appellant] gedurende langere tijd ernstige geluidsoverlast heeft veroorzaakt. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat [appellant] zijn woning moet ontruimen binnen 21 dagen na betekening van het vonnis. Ook is beslist dat [appellant] de proceskosten moet betalen.

3.3.

Woonwaarts heeft het vonnis op 8 maart 2021 betekend aan [appellant] . Daarbij is [appellant] aangezegd dat de woning op 7 april 2021 ontruimd zal worden. Gelet op deze termijn, heeft het hof de zaak als turbo-spoedappel behandeld.

3.4.

Het hof is het eens met de beslissing van de voorzieningenrechter dat [appellant] de woning moet ontruimen. Het hof vindt voldoende aannemelijk dat er sprake is van ernstige geluidsoverlast veroorzaakt door [appellant] . Dat is in strijd met artikel 6.2 en 6.4 van de algemene bepalingen en met artikel 7:213 BW. Het hof vindt dit voldoende ernstig om [appellant] te veroordelen de woning te ontruimen. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt daarom bekrachtigd. Het hof zal deze beslissing hierna toelichten.

spoedeisend belang

3.5.

Het hof verwijst naar en neemt over overweging 4.1 van het vonnis van de voorzieningenrechter. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel, gelet op het onverminderde spoedeisend belang van Woonwaarts om haar verplichtingen jegens haar andere huurders waar te maken.

geen belang bij behandeling grief over schending van beginsel van hoor en wederhoor

3.6.

[appellant] betoogt in hoger beroep dat het beginsel van hoor en wederhoor in eerste aanleg is geschonden omdat de datum van de zitting bij de voorzieningenrechter gepland was zonder dat hem voorafgaand aan de zitting om verhinderdata was gevraagd. [appellant] was verhinderd op de geplande zittingsdag en heeft vervolgens een verzoek ingediend bij de voorzieningenrechter om de zitting te verplaatsen, maar dit is afgewezen. [appellant] was niet aanwezig bij de zitting op 11 februari 2021. Hij vindt dat het vonnis om deze reden vernietigd moet worden.

3.7.

Omdat in hoger beroep een nieuwe feitelijke beoordeling van het geschil plaatsvindt en partijen in hoger beroep in de gelegenheid worden gesteld hun stellingen (nogmaals) toe te lichten en (waar nodig) aan te vullen of eventueel te wijzigen, en [appellant] daarvan ook gebruik heeft gemaakt bij zijn appeldagvaarding en de zitting in hoger beroep (waar hij zijn standpunt aan het hof heeft toegelicht), heeft hij geen belang bij behandeling van de grief over een eventuele schending van het beginsel van hoor en wederhoor door de voorzieningenrechter.

tekortkoming van [appellant]

3.8.

Volgens [appellant] gedraagt hij zich als een goed huurder en is van de gestelde overlast geen sprake. Allereerst omdat een goede isolatie van de woningen ontbreekt en alle bewoners van het complex dus relatief veel van elkaar horen in het hele complex. Ook [appellant] heeft daar last van en hij veroorzaakt niet meer of andere overlast dan de andere huurders. Woonwaarts heeft geen zorgvuldig onderzoek verricht, de gestelde overlast is niet objectief vastgesteld. De klachten van bewoners zijn niet door Woonwaarts aan [appellant] voorgelegd, hij heeft dus niet tijdig kunnen nagaan of er onjuistheden in staan. Anders dan in 2017 is Woonwaarts in 2020 geen gesprek met [appellant] aangegaan over de gerezen problemen, terwijl die in 2017 op die manier wel naar tevredenheid waren opgelost. Daarom kan hem geen overlast verweten worden.

3.9.

Het hof vindt op dit moment voldoende aannemelijk dat er sprake is van het gedurende langere tijd veroorzaken van ernstige geluidsoverlast door [appellant] . Uit de door Woonwaarts overgelegde schriftelijke verklaringen van andere huurders (de medebewoners in het complex) blijkt dat sinds mei 2020 vijf verschillende buren klachten herhaaldelijk over [appellant] hebben ingediend bij Woonwaarts. Daarnaast heeft Woonwaarts ook klachten overgelegd van twee voormalige bewoners ( [C] en [D] ) die echter uit 2017 dateren en daarom niet worden betrokken bij de beoordeling van dit geschil. Deze klachten zullen hierna op een rij worden gezet. Het betreft dus niet één of enkele klagende buren en evenmin een incidentele klacht. Bovendien staat vast dat de politie vaker aan de deur is geweest en in elk geval bij één gelegenheid aanleiding heeft gezien de geluidsapparatuur uit te schakelen door een kabeltje te verwijderen en mee te nemen, en in (ten minste) zeven gevallen een proces-verbaal op te maken. Dat enkele op die wijze uitgeschreven boetes inmiddels geseponeerd zijn, doet niet af aan de objectieve ondersteuning die deze politie-interventies aan de klachten geven.

3.10.

In 2017 heeft [appellant] , zo heeft hij ook erkend, geluidsoverlast veroorzaakt, waarover door verschillende medehuurders is geklaagd en waaraan een einde is gekomen na een gesprek tussen [B] , de wijkagent en [appellant] . Woonwaarts heeft na dat gesprek een brief aan [appellant] gestuurd met voorschriften waaraan hij zich moet houden (de muziek niet zo hard opzetten dat omringende bewoners er last van hebben; alleen met koptelefoon op mag de muziek hard aanstaan; anders volgen er bekeuringen en inbeslagname van geluidsapparatuur). Daarna heeft [appellant] gedurende een aantal jaren geen geluidsoverlast veroorzaakt. De geluidsoverlast is omstreeks mei 2020 weer begonnen, zo leidt het hof af uit het e-mailbericht van 13 juli 2020 van [E] , bewoner van het appartement boven [appellant] . Zij schrijft onder meer “(…) Ik heb geprobeerd het te accepteren, maar de overlast is zodanig dat het mijn woonplezier verpest. Op 7 mei 2020 stond de muziek weer eens erg hard. Dit begon om 19:00u ’s avonds en ging tot zeker 01:00u door (doordeweekse dag). (…) Vervolgens een paar dagen later, op 13 mei, stond de muziek opnieuw net zo hard, er was dus niks veranderd. Sinds dat moment ben ik een logboek bij gaan houden van de momenten waarop de muziek zo hard werd gedraaid. Vanaf 7 mei 2020 tot en met 10 juli was dit in totaal 11x. En dat waren dus alleen de momenten dat ik thuis was. Op 10 juli stond de muziek opnieuw ontzettend hard en was ik er helemaal klaar mee. Ik besloot de politie te bellen om te overleggen wat er mogelijk was. Ik heb er voor gekozen om de politie te bellen, omdat de vorige keer dat ik aan deur was geweest het gesprek erg stroef verliep en er nadien niks was veranderd. De politie is 20 minuten later langs geweest op huisnummer 30 en hebben een gesprek gehad met de bewoner. Nadien ben ik teruggebeld met een terugkoppeling. Zij gaven aan dat bij aankomst bij het gebouw de muziek op de parkeerplaats al duidelijk te horen was en dat het goed was dat ik had gebeld.

Ook gaven zij aan dat communicatie met de bewoner nauwelijks mogelijk was, maar dat de muziek nu uit stond. Zij gaven mij het advies jullie van de overlast op de hoogte te stellen en dat ik hen opnieuw moet bellen op het moment dat de muziek weer zo hard staat, zij zullen dan zijn geluidsinstallatie in beslag nemen. Zij hebben gezegd dat deze klacht betreffende geluidsoverlast al heel vaak bij hen gemeld is door anderen en dat ze al regelmatig bij hem langs zijn geweest.(…)”

3.11.

Ook de bewoners van nummers 22 ( [F] ) en 20 ( [G] ) hebben klachten van geluidsoverlast ingediend. [F] heeft op 16 september, 21 september en 28 oktober 2020 per e-mail geklaagd over geluidsoverlast. Zij schrijft onder meer in haar e-mailbericht van 16 september 2020: “(…) Ik wil even zeggen dat het gisteravond weer behoorlijk uit de hand is gelopen met [appellant] . Ik voorzie echt problemen dat het gaat escaleren met enkele medebewoners, want t blijft maar doorgaan en er wordt of kan niets aan gedaan worden.(…)”. [G] klaagt in zijn e-mailberichten van 26 en 29 oktober 2020 ook over overlast van huisnummer 30: “te harde muziek” en “(…) Ik ben vannacht 2 x naar boven gegaan ivm muziek en gestamp. Hij deed de deur open en dicht…Ik ben er klaar mee.. Ik ga wel in mijn woonkamer slapen.. Wil geen conflict met iemand die niet spoort. Zou het fijn vinden als jullie een andere woning voor mij hebben maar dat zal wel niet..(…)”. Daarnaast zijn er klachten van [H] , bewoonster van de woning onder [appellant] . Zij schrijft in haar e-mail van 6 oktober 2020: “(…) Ik wilde een melding maken van muziekoverlast. Ikzelf ben woonachtig op [a-straat 1] 21 en mijn bovenbuurman woont op nr 29. Het is al een tijdje aan de gang maar nu ben ik het zat. Hij draait zijn muziek zo hard en hij stampt of danst.(…)Meestal is het wat later in de avond. Maar ikzelf moet ‘s ochtends om 5:00 uur op dus lig ik met oordoppen in mijn bed. Dat is toch ook niet de bedoeling. Ik heb hem zelf al aangesproken gehad maar het boeit hem niet.” Na navraag van [B] of de overlast van nummer 29 afkomstig is, mailt [H] op 7 oktober 2020 dat ze zich vergist had en dat het om nummer 30 ging, “Ook wel logisch want dat zit precies boven mijn slaapkamer”.

3.12.

Naar aanleiding van de geluidsoverlastklachten is tijdens een overleg tussen de bewonerscommissie en Woonwaarts afgesproken dat [E] een logboek bijhoudt van de geluidsoverlast. Vanaf vrijdag 9 oktober 2020 heeft zij wekelijks per e-mail aan [B] bericht. Uit de wekelijkse e-mails volgt het beeld dat er zeer regelmatig (op een enkele week na meermalen per week) last is van geluidsoverlast veroorzaakt door [appellant] . Deze geluidsoverlast vindt voornamelijk ’s avonds en ’s nachts plaats en de politie is regelmatig ter plaatse geweest.

3.13.

Op 11 november 2020 heeft de advocaat van Woonwaarts [appellant] gesommeerd onmiddellijk op te houden met het veroorzaken van overlast. In de brief wordt vermeld dat het een allerlaatste waarschuwing is en dat als de overlast niet onmiddellijk ophoudt, Woonwaarts geen andere keuze meer heeft dan een procedure te starten waarin zij ontbinding van de huurovereenkomst en/of de ontruiming zal vorderen. In de brief staat vermeld dat [appellant] zich met onmiddellijke ingang aan de volgende gedragsaanwijzingen moeten houden:

a. u veroorzaakt geen enkele geluidsoverlast meer door uw audioapparatuur, uw tv of

andere apparaten;

b. het is u uitdrukkelijk verboden om na 22.00 uur hoorbaar muziek af te spelen in uw

woning en als u na 22.00 uur nog naar muziek wil luisteren dan zult u daarvoor altijd een

koptelefoon of oortjes moeten gebruiken;

c. u houdt het geluidsniveau van uw televisie voortdurend op een normale stand zodat de

omwonenden geen enkele overlast ondervinden;

d. u onthoudt zich van ieder intimiderend gedrag, van welke aard dan ook, tegenover uw

buren.

3.14.

Ook nadien is de geluidsoverlast echter niet gestopt. Op 22 november 2020 e-mailt [E] aan [B] dat er op 20 november en 21 november 2020 weer overlast was. Beide dagen is de politie gekomen. De weken daarna bleef er volgens haar weekoverzichten sprake van geluidsoverlast en van politie-interventies. Ook [F] klaagt wederom over de geluidsoverlast, op 13 januari, 27 januari en 29 januari 2021. Zo schrijft [F] op 27 januari 2021 om 00:17 uur “(…) zie tijdstip mail!! Overlast [appellant] . Politie is geweest. Hoop geschreeuw. Hoop ellende weer.(…)” en later die dag om 07:52u “(…) vanochtend weer 4 man politie geweest, omdat [appellant] blijkbaar de hele nacht bezig is geweest met herrie maken. (…)”. Op 29 januari 2021 schrijft [F] : “zojuist is de politie weer geweest voor [appellant] . Enorme geluidsoverlast. We wachten de nacht maar weer af.” Ook zijn er klachten van [J] , die in het appartement naast [appellant] woont. Hij schrijft in een e-mail van 1 februari 2021 “Ik heb enorm veel last van Dhr [appellant] . (…) Het gaat gepaard met harde muziek en harde gebonk. Meneer is onredelijk en niet aanspreekbaar en is onder invloed. (…) Vanavond is hij ook erg lastig met harde gebonk en harde muziek 01-02-2021 (22.55 uur).Ik hoop dat dit terugkerende probleem een keer ophoud. Woon hier al bijna 3jaar en heb al zo lang al last van hem. Want ik/wij als omwonenden worden echt gek van dit terugkerende overlast. En het lijkt steeds erger te worden dit probleem.

3.15.

Woonwaarts heeft hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat er, na een eerdere waarschuwing in 2017, sinds medio 2020 wederom sprake is van ernstige geluidsoverlast. Omdat [appellant] zijn been heeft gebroken op of omstreeks 11 februari 2021, heeft hij, zoals hij tijdens de zitting heeft verklaard, vanaf die datum niet meer geslapen in zijn woning. Hij verblijft de meeste tijd bij zijn ouders, die ook in [A] wonen. Hij komt sinds 11 februari 2021 nog wel af en toe in zijn woning om de post op te halen. De overlast is vanaf 11 februari 2021 gestopt volgens Woonwaarts.

3.16.

Uit de overgelegde stukken is duidelijk geworden dat de geluidsoverlast het woongenot van diverse omwonenden ernstig aantast. Niet alleen doordat de geluidsoverlast veel ’s avonds en ’s nachts plaatsvindt, maar ook omdat het steeds bellen van de politie belastend is voor de bewoners. Degene die de overlast heeft gemeld, moet opblijven totdat de politie er is, om de deur voor de politie open te doen. De politie geeft vaak een terugkoppeling na het afronden van de melding aan de melder. Woonwaarts heeft onweersproken gesteld dat er soms een paar uur zit tussen de melding en het tijdstip waarop de buren eindelijk kunnen gaan slapen. De bewoners hebben, zo blijkt uit de diverse verklaringen, zeer regelmatig de politie gebeld. Volgens Woonwaarts soms wel drie, vier keer per week. Dat er zoveel politie-interventies zijn geweest heeft [appellant] niet weersproken. Woonwaarts heeft ook onweersproken gesteld dat de politie heeft besloten dat voor een melding van geluidsoverlast door [appellant] altijd een afspraak op locatie (AOL) moet worden gemaakt. [appellant] heeft erkend dat hij vanaf mei 2020 zeven bekeuringen van de politie heeft gekregen voor het veroorzaken van geluidsoverlast. Dat een deel van deze bekeuringen volgens [appellant] na verzet geseponeerd is, doet, gelet op de grondige onderbouwing van de gestelde geluidsoverlast, niet af aan de aannemelijkheid van de geluidsoverlast. Het hof verwijst in dit opzicht ook naar rechtsoverweging 4.4 van de voorzieningenrechter. Op goede gronden overweegt de voorzieningenrechter dat uit de overlastmeldingen duidelijk blijkt dat meerdere bewoners echt wanhopig zijn. Ook sluit het hof zich aan bij de daarin opgenomen overweging dat [appellant] het zelf in de hand heeft de door de andere bewoners ervaren overlast te voorkomen door aan de volumeknop te draaien of een koptelefoon te gebruiken. De door [appellant] veroorzaakte geluidsoverlast tast het woongenot van meerdere omwonenden gezien hun verklaringen aantoonbaar aan. Dat er ook bewoners zijn die niet hebben geklaagd, zoals [appellant] aanvoert, doet daar niet aan af. Het zegt ook niet dat zij geen overlast ervaren.

3.17.

Ook de stelling van [appellant] dat Woonwaarts de klachten niet objectief heeft onderzocht, gaat niet op. Woonwaarts heeft vele overlastmeldingen ontvangen en gesprekken gevoerd met medehuurders en politie. Daaruit komt een voldoende duidelijk beeld naar voren van structurele geluidsoverlast, vooral in de avond en nacht, veroorzaakt door [appellant] . Het hof moet aan [appellant] toegeven dat het beter was geweest als Woonwaarts, toen in mei 2020 de overlast klachten (weer) begonnen, wederom met [appellant] contact had opgenomen om de geluidsoverlast te bespreken. Dit doet echter aan de tekortkoming van [appellant] niet af.

3.18.

[appellant] heeft zich als verweer er nog op beroepen dat het gebouw ondeugdelijk is en dat bij voldoende isolatie er geen sprake meer zou zijn van overmatige geluidshinder. Volgens hem staat vast dat hij de afgelopen jaren diverse keren heeft gemeld dat de woning(en) onvoldoende geïsoleerd is (zijn). Dit blijkt echter niet uit de overgelegde stukken. Bij de stukken zit één melding van [appellant] aan de afdeling Serviceonderhoud van Woonwaarts waarin staat: “Isolatie is niet goed in de woning, meneer is erg boos. Meneer wil dit vanavond melden. Hij wil niet morgen terugbellen.” Woonwaarts heeft tijdens de zitting in eerste aanleg verklaard dat het pand al maximaal geïsoleerd is. Met de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat zelfs als het op de weg van Woonwaarts zou liggen om actie te ondernemen ten aanzien van de akoestiek van het appartementencomplex (hetgeen Woonwaarts gemotiveerd betwist), dat geen rechtvaardiging biedt voor [appellant] om geluidsoverlast te veroorzaken en zich niet als goed huurder te gedragen. Dat ook andere huurders van Woonwaarts in het complex voor (ernstige) geluidsoverlast zorgen, zoals [appellant] aanvoert, blijkt uit niets. Daarmee lijkt, zoals ook in het vonnis is overwogen, [appellant] de enige of in elk geval de meest hinderlijke bron van overlast in het complex te zijn.

3.19.

Gelet op het bovenstaande is aannemelijk dat [appellant] niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 6.2 en 6.4 van de algemene huurvoorwaarden en artikel 7:213 BW, waaruit volgt dat [appellant] zich als een goed huurder moet gedragen en geen overlast voor buren mag veroorzaken. Het hof is met de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat sprake is van een zodanig ernstige tekortkoming aan de zijde van [appellant] dat in een bodemprocedure met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken.

Belangenafweging

3.20.

[appellant] heeft zich er nog op beroepen dat hij al lang woont in het gehuurde en als gevolg van de ontruiming op straat komt te staan. Een verhuizing zal volgens hem ook leiden tot substantiële onkosten. Het hof is echter van oordeel dat het woonbelang van [appellant] moet wijken voor het belang van Woonwaarts bij ontruiming. Woonwaarts moet als verhuurder de andere huurders uit het complex rustig en veilig woongenot bieden. Dat heeft Woonwaarts door het gedrag van [appellant] al langere tijd niet gedaan. Jegens haar andere huurders kan Woonwaarts nu niet meer in gebreke blijven. Daarbij acht het hof ook van belang dat aan [appellant] in de brief van 11 november 2020 een laatste waarschuwing is gegeven en dat hij desondanks niet is gestopt met het veroorzaken van geluidsoverlast. Hij had een ontruiming kunnen voorkomen door zich aan de door Woonwaarts in deze brief genoemde maatregelen te houden. Ook tijdens de zitting in hoger beroep heeft [appellant] niet laten blijken de ernst van de door hem veroorzaakte geluidsoverlast en het effect dat dit heeft op diverse omwonenden, in te zien. Tijdens de zitting heeft [appellant] verklaard dat een koptelefoon opzetten voor hem geen optie is, omdat hij daar last van heeft met zijn bril. Het raam dichtzetten om de geluidsoverlast te beperken, is volgens hem evenmin een optie omdat hij binnen rookt. Dat [appellant] niets ziet in de eenvoudige oplossingen die binnen zijn handbereik liggen om zonder overlast te veroorzaken naar muziek of televisie te luisteren, onderstreept de uitzichtloosheid van de overlastsituatie. Met de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat er sprake is van een onhoudbare situatie voor de andere bewoners van het appartementencomplex en dat er geen zicht is op verbetering van de situatie, reden om het belang van Woonwaarts zwaarder te laten wegen dan het woonbelang van [appellant] .

3.21.

[appellant] heeft nog betoogd dat hij zich - als gevolg van een orthopedische ingreep - tot en met de eerste helft van april 2021 volgens zijn behandelend specialist uitsluitend mag verplaatsen per rolstoel. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij nog ongeveer zes weken zijn been niet mag belasten. [appellant] heeft echter niet gesteld dat hij als gevolg hiervan wordt belet om tot ontruiming van het gehuurde over te gaan. Daarbij komt dat een ontruiming niets afdoet aan de huidige situatie. Hij woont feitelijk sinds het ongeluk waarbij hij zijn been brak (op of omstreeks 11 februari 2021) niet meer in het gehuurde, maar hij verblijft sindsdien bij zijn ouders.

De slotsom

3.22.

Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Dat betekent dat Woonwaarts de woning mag ontruimen.

3.23.

Het hof zal [appellant] , als de in het ongelijk te stellen partij, in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Woonwaarts zullen worden vastgesteld op € 772 aan griffierecht en € 2.228 aan salaris advocaat (2 punten x tarief II).

3.24.

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen en zal het hof de gevorderde nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, rechtdoende als voorzieningenrechter, te Nijmegen (rechtbank Gelderland) van 25 februari 2021;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonwaarts vastgesteld op € 772 voor griffierecht en op € 2.228 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt [appellant] in de nakosten, begroot op € 163, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 85 in geval [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.J. de Kerpel-van de Poel, K. Mans en L.A. de Vrey en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021.