Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:3361

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-04-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
TBS P20/0346
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en beveelt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Voorts verlengt het hof de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren. De terbeschikkinggestelde heeft de voorwaarden overtreden. Daarnaast is gebleken dat het risicomanagement in het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden onvoldoende is. Nu aannemelijk is dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij verlenging van de maatregel met een jaar, acht het hof een verlenging met twee jaren aangewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P20/0346

Beslissing d.d. 1 april 2021

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie heeft te beslissen op de beroepen van het openbaar ministerie en van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

verblijvende in penitentiaire inrichting (hierna: PI) Almelo.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 28 augustus 2020, houdende de afwijzing van de vordering dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, alsmede de beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en wijziging van de voorwaarden.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

̶ de processen-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg met als bijlage de pleitnota;

̶ de beslissing waarvan beroep;

̶ de akte van beroep van het openbaar ministerie van 1 september 2020;

̶ de appelschriftuur van het openbaar ministerie van 8 september 2020;

̶ de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 10 september 2020;

̶ het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 oktober 2020 in de strafzaak met parketnummer 05/065440-20 en (een deel van) het daarbij behorende politiedossier;

̶ de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 november alsmede de onderliggende stukken;

̶ het proces-verbaal van het onderzoek ter zitting van het hof van 11 januari 2021, alsmede de door de raadsvrouw ter zitting overgelegde e-mailberichten;

̶ het brief van de raadsvrouw van 9 maart 2021 met bijlagen (politiedossier inzake 05/249119-20 en een getuigenverklaring);

̶ het advies van Tactus verslavingszorg van 23 december 2020;

̶ de aanvullende informatie van de reclassering, Iriszorg, van 5 februari 2021

̶ de ter zitting door de raadsvrouw overgelegde pleitnota met bijlage.

Het hof heeft ter zitting van 18 maart 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A. Winters, advocaat te Nijmegen, en de advocaat generaal

mr. V. Smink. Tevens heeft het hof ter zitting gehoord [reclasseringswerker], reclasseringswerker.

Overwegingen:

Het advies ter terechtzitting van deskundige [reclasseringswerker]

Ter zitting heeft deskundige [reclasseringswerker] verklaard dat hij sinds de voorlopige hechtenis van de terbeschikkinggestelde geen contact meer met laatstgenoemde heeft gehad. De reclassering blijft bij het advies strekkende tot het alsnog verplegen van overheidswege en heeft daarop geen aanvullingen.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat de beslissing waarvan beroep in stand dient te blijven en de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege dient te worden afgewezen. Tegen de verlenging van de maatregel met een jaar bestaat geen bezwaar. Het alsnog verplegen van overheidswege is te ingrijpend en disproportioneel. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege dient te worden verpleegd. Daarnaast blijkt uit de stukken dat de terbeschikkinggestelde zijn behandelplafond heeft bereikt en de openstaande acties en aandachtspunten in samenspraak met de reclassering kunnen worden opgepakt. Voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden is aangewezen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing waarvan beroep en toewijzing van de vordering tot het alsnog van overheidswege verplegen, alsmede toewijzing van de vordering tot verlenging van de maatregel met twee jaren. De terbeschikkinggestelde heeft de voorwaarden meermalen overtreden. Hij is op 16 oktober 2020 veroordeeld ter zake van mishandeling en bedreiging van zijn ex-vriendin. Recent is er een nieuwe verdenking gerezen jegens de terbeschikkinggestelde, het betreft de mishandeling van zijn vader. Niet vereist is dat sprake moet zijn van een onherroepelijke veroordeling. Blijkens de rapportages van de reclassering en de ter zitting gegeven toelichting is het voortzetten van het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet langer verantwoord. Gebleken is dat de begeleiding en behandeling die de terbeschikkinggestelde nodig heeft niet in een ambulant kader kan worden gegeven. Alsnog verplegen van overheidswege is alles overziend aangewezen.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, omdat het hof om de hierna te noemen redenen tot een andere beslissing komt.

Indexdelict

Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 20 april 2017 is aan de terbeschikkinggestelde de maatregel van een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd, ter zake van zware mishandeling en tweemaal poging tot zware mishandeling. Deze misdrijven zijn gericht tegen of veroorzaken gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Stoornis en recidivegevaar

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van psychische stoornis in de vorm van een stoornis in de impulsbeheersing niet anders omschreven (nu gedeeltelijk in remissie). Daarnaast is sprake van ADHD (in lichte mate) en stoornis in cannabisgebruik (in lichte mate). Het hof wijst in dat verband op de rapportages van psychiater Kaiser van 20 januari 2020 en 24 juli 2020.

Over de inschatting van het recidiverisico wordt verschillend gerapporteerd. In de rapportage van psychiater L.H.M. Kaiser van 20 januari 2020 wordt het recidiverisico op fysieke agressie als laag ingeschat. In de rapportage van de reclassering van 21 januari 2020 wordt op basis van de OXREC het risico op algemene recidive binnen een jaar dan wel twee jaren ingeschat als laag, en het risico op geweldsrecidive op laag na een jaar en gemiddeld na twee jaren; het professionele oordeel luidt echter dat bij hoog oplopende spanning het risico als hoog moet worden ingeschat. In de rapportages van de reclassering van 18 maart 2020 en 4 augustus 2020 wordt het recidiverisico eveneens ingeschat als hoog.

Verpleging van overheidswege

De reclassering heeft in diverse rapportages vanaf maart 2020 geadviseerd de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege te laten verplegen. De reclassering heeft overwogen dat het terugdringen van het hoge recidiverisico in een ambulant kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden is mislukt en het onverantwoord is het huidige kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten. De reclassering heeft in dat verband gewezen op de aangifte van de ex-vriendin van de terbeschikkinggestelde ter zake van mishandeling en bedreiging. Daarnaast heeft de reclassering er op gewezen dat op alle leefgebieden van de terbeschikkinggestelde sprake is van instabiliteit en hij meermalen uitspraken heeft gedaan inhoudende dat hij bereid is geweld te gebruiken wanneer justitie of anderen hem beperkingen opleggen.

Op 1 mei 2020 is de zaak behandeld bij de rechtbank. Bij tussenbeslissing van 15 mei 2020 heeft de rechtbank de zaak aangehouden en bevolen psychiater Kaiser en de reclassering aanvullend te laten rapporteren, onder meer naar aanleiding van de verdenking jegens de terbeschikkinggestelde ter zake van mishandeling en bedreiging van zijn ex-vriendin.

De terbeschikkinggestelde heeft geweigerd mee te werken aan het aanvullende onderzoek.

In de aanvullende rapportage van de reclassering naar aanleiding van voornoemde tussenbeslissing van de rechtbank, alsmede in de aanvullende informatie ten behoeve van het hoger beroep en de ter zitting in hoger beroep gegeven toelichting heeft de reclassering het advies om de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege te laten verplegen gehandhaafd.

Blijkens de stukken in het dossier is de terbeschikkinggestelde op 16 oktober 2020 door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, veroordeeld ter zake van tweemaal mishandeling (pleegdata december 2018 en januari 2019) en tweemaal bedreiging (pleegdata januari 2020 en maart 2020) van zijn ex-vriendin (strafzaak met parketnummer 05/065440-20). Aan hem is voor deze feiten een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest en een vrijheidsbeperkende maatregel. Voornoemde beslissing is niet onherroepelijk, nu er hoger beroep is ingesteld tegen dit vonnis.

Blijkens de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting heeft de terbeschikkinggestelde voorwaarden overtreden. Het hof wijst in dat verband op de veroordeling van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 oktober 2020 en – wat daar ook van zij – een nieuwe verdenking ter zake van mishandeling van zijn vader. Dat het hier gaat om een nog niet onherroepelijke beslissing respectievelijk verdenking doet daaraan niet af. Het overtreden van de voorwaarden is voldoende om tot omzetting over te gaan. Daarnaast is het hof gebleken dat het risicomanagement in het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden onvoldoende is. Het hof wijst in dat verband op voornoemde rapportages van de reclassering. Alle feiten en omstandigheden overziend is het hof van oordeel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege dient te worden verpleegd.

Verlenging en duur van de verlening

Zowel de verdediging als de advocaat-generaal hebben zich op het standpunt gesteld dat verlenging van de maatregel is aangewezen. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat volstaan kan worden met een verlenging voor de termijn van een jaar. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verlenging van de maatregel met twee jaren.

De reclassering heeft aanvankelijk geadviseerd de maatregel te verlengen met een jaar (rapportage van 21 januari 2020). In de rapportages vanaf april 2020 heeft de reclassering dit advies herzien en heeft geadviseerd de maatregel te verlengen met twee jaren. De reclassering koppelt deze gewijzigde koers aan het advies de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege te verplegen.

Naar het oordeel van het hof eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel. Het hof heeft als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en wijst in het bijzonder op rapportages van de reclassering en de recente ontwikkelingen, alsmede de beslissing van het hof om de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege te laten verplegen.

Beslissing

Het hof:

̶ Vernietigt de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 28 augustus 2020 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde]

̶ Beveelt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd;

̶ Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.

Aldus gedaan door

mr. M. Keppels als voorzitter,

mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. A.B.A.P.M. Ficq als raadsheren,

en dr. R.A. Graaff en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,

in tegenwoordigheid van mr. F.A.A.M. van der Veen als griffier,

en op 1 april 2021 in het openbaar uitgesproken.

De raden en mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.