Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:3360

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-04-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
21-005920-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2018:5260
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor twee gewelddadige woningovervallen en andere vermogensdelicten, alsmede voor het deelnemen aan een criminele organisatie. Gevangenisstraf voor de duur van negentig maanden, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005920-18

Uitspraak d.d.: 8 april 2021

Tegenspraak

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 30 oktober 2018 met het parketnummer

16-705988-17 in de strafzaak inzake de verdachte

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 25 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof:

- de verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 6 primair en

7 subsidiair aan hem ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest;

  • -

    de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen geheel hoofdelijk zal toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel en wettelijke rente zal opleggen;

  • -

    de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht zal opleggen, in die zin dat de verdachte zich gedurende een proeftijd van vijf jaren niet zal begeven in [plaats] .

Het gerechtshof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. R. van Veen, ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd en hetgeen door en namens de benadeelde partijen ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 5 aan de verdachte ten laste gelegde, kan de verdachte daarin niet worden ontvangen, nu daartegen op grond van het bepaalde in artikel 404, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering geen hoger beroep mogelijk is. Het gerechtshof zal de verdachte in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal heeft aangegeven te berusten in de vrijspraak van het onder 5 tenlastegelegde feit.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank:

  • -

    de verdachte vrijgesproken van het onder 5 primair, 5 subsidiair en 7 primair aan hem ten laste gelegde;

  • -

    de verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 6 primair en 7 subsidiair aan hem ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest;

  • -

    de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] deels toegewezen, de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd;

  • -

    de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen tot schadevergoeding;

  • -

    de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Het gerechtshof zal dat vonnis, voor zover dat vatbaar is voor hoger beroep, vernietigen omdat het gerechtshof op onderdelen tot een andere bewijsbeslissing komt dan de rechtbank. Het gerechtshof zal daarom in zoverre opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, voor zover hier van belang, dat:

1.

Primair
hij, op of omstreeks 16 april 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer horloge(s) en/of één of meer contant(e) geldbedrag(en) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een Tech 21 en/of één of meer (auto)sleutel(s) en/of een mobiele telefoon (merk Iphone) en/of één of meer (pin)pas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgegrepen bij/om zijn nek, in elk geval aan het lichaam en/of (vervolgens) een hand voor de mond van [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedaan en/of

- ( hierbij) op [benadeelde partij 1] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht en/of getoond en/of

- ( vervolgens) daarbij heeft/hebben geroepen dat hij, [benadeelde partij 1] , de voordeur open moest doen en/of door moest lopen en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt tegen het been, in elk geval tegen het lichaam van [benadeelde partij 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) in het gezicht en/of tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 2] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een ploertendoder, althans een uitschuifbare staaf, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) heeft/hebben geslagen en/of gestompt op/tegen het hoofd en/of op de handen en/of op/tegen de knie en/of op/tegen de arm, in elk geval tegen lichaam van [benadeelde partij 2] ,

zulks terwijl het plegen van voormeld feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 2] , te weten een gescheurde bicepspees, althans enig armletsel, ten gevolge heeft gehad en/of

- ( vervolgens) tegen [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat hij naar de kluis moest gaan en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- ( vervolgens) daarbij in de richting van [benadeelde partij 2] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gehouden en/of getoond en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen één of meer (bank)pasje(s) en/of de daarbij behorende code(s) af te geven en/of

- ( vervolgens) de mond(en) van [benadeelde partij 2] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben dichtgeplakt met duct tape;

en/of

hij, op of omstreeks 16 april 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van geld en/of één of meer (bank)pasje(s) en/of de daarbij behorende code(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgegrepen bij/om zijn nek, in elk geval aan het lichaam en/of (vervolgens) een hand voor de mond van [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedaan en/of

- ( hierbij) op [benadeelde partij 1] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht en/of getoond en/of

- ( vervolgens) daarbij heeft/hebben geroepen dat hij, [benadeelde partij 1] , de voordeur open moest doen en/of door moest lopen en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt tegen het been, in elk geval tegen het lichaam van [benadeelde partij 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) in het gezicht en/of tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 2] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een ploertendoder, althans een uitschuifbare staaf, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) heeft/hebben geslagen en/of gestompt op/tegen het hoofd en/of op de handen en/of op/tegen de knie en/of op/tegen de arm, in elk geval tegen lichaam van [benadeelde partij 2] ,

zulks terwijl het plegen van voormeld feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 2] , te weten een gescheurde bicepspees, althans enig armletsel, ten gevolge heeft gehad en/of

- ( vervolgens) tegen [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat hij naar de kluis moest gaan en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- ( vervolgens) daarbij in de richting van [benadeelde partij 2] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gehouden en/of getoond en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen één of meer (bank)pasje(s) en/of de daarbij behorende code(s) af te geven en/of

- ( vervolgens) de mond(en) van [benadeelde partij 2] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben dichtgeplakt met duct tape;

Subsidiair

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en), op of omstreeks 16 april 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen één of meer horloge(s) en/of één of meer contant(e) geldbedrag(en) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een Tech 21 en/of één of meer (auto)sleutel(s) en/of een mobiele telefoon (merk Iphone) en/of één of meer (pin)pas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en)

- [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgegrepen bij/om zijn nek, in elk geval aan het lichaam en/of (vervolgens) een hand voor de mond van [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedaan en/of

- ( hierbij) op [benadeelde partij 1] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht en/of getoond en/of

- ( vervolgens) daarbij heeft/hebben geroepen dat hij, [benadeelde partij 1] , de voordeur open moest doen en/of door moest lopen en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt tegen het been, in elk geval tegen het lichaam van [benadeelde partij 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) in het gezicht en/of tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 2] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een ploertendoder, althans een uitschuifbare staaf, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) heeft/hebben geslagen en/of gestompt op/tegen het hoofd en/of op de handen en/of op/tegen de knie en/of op/tegen de arm, in elk geval tegen lichaam van [benadeelde partij 2] ,

zulks terwijl het plegen van voormeld feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 2] , te weten een gescheurde bicepspees, althans enig armletsel, ten gevolge heeft gehad en/of

- ( vervolgens) tegen [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat hij naar de kluis moest gaan en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- ( vervolgens) daarbij in de richting van [benadeelde partij 2] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gehouden en/of getoond en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen één of meer (bank)pasje(s) en/of de daarbij behorende code(s) af te geven en/of

- ( vervolgens) de mond(en) van [benadeelde partij 2] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben dichtgeplakt met duct tape;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 14 april 2017 tot en met 16 april 2017 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- [medeverdachte 1] voor voornoemd feit te benaderen en/of in te schakelen en/of

- met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (telefonisch) te overleggen over het plan van aanpak en/of

- een (balletjes)pistool en/of een telefoon te regelen en/of ter beschikking te stellen ten behoeve van voornoemd feit en/of

- zich ten tijde van voornoemd feit telefonisch bereikbaar/beschikbaar te houden;

en/of

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en), op of omstreeks 16 april 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van geld en/of één of meer (bank)pasje(s) en/of de daarbij behorende code(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en)

- [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgegrepen bij/om zijn nek, in elk geval aan het lichaam en/of (vervolgens) een hand voor de mond van [benadeelde partij 1] heeft/hebben gedaan en/of

- ( hierbij) op [benadeelde partij 1] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht en/of getoond en/of

- ( vervolgens) daarbij heeft/hebben geroepen dat hij, [benadeelde partij 1] , de voordeur open moest doen en/of door moest lopen en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] naar binnen heeft/hebben geduwd en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] eenmaal of meermalen heeft/hebben geschopt en/of getrapt tegen het been, in elk geval tegen het lichaam van [benadeelde partij 1] en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) in het gezicht en/of tegen het hoofd, in elk geval tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en/of

- ( vervolgens) voornoemde [benadeelde partij 2] eenmaal of meermalen met kracht met een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een ploertendoder, althans een uitschuifbare staaf, in elk geval een hard en/of zwaar voorwerp, en/of met de hand(en)/vuist(en) heeft/hebben geslagen en/of gestompt op/tegen het hoofd en/of op de handen en/of op/tegen de knie en/of op/tegen de arm, in elk geval tegen lichaam van [benadeelde partij 2] ,

zulks terwijl het plegen van voormeld feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 2] , te weten een gescheurde bicepspees, althans enig armletsel, ten gevolge heeft gehad en/of

- ( vervolgens) tegen [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat hij naar de kluis moest gaan en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen en/of

- ( vervolgens) daarbij in de richting van [benadeelde partij 2] een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gehouden en/of getoond en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen één of meer (bank)pasje(s) en/of de daarbij behorende code(s) af te geven en/of

- ( vervolgens) de mond(en) van [benadeelde partij 2] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] heeft/hebben dichtgeplakt met duct tape;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van

14 april 2017 tot en met 16 april 2017 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- [medeverdachte 1] voor voornoemd feit te benaderen en/of in te schakelen en/of

- met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (telefonisch) te overleggen over het plan van aanpak en/of

- een (balletjes)pistool en/of een telefoon te regelen en/of ter beschikking te stellen ten behoeve van voornoemd feit en/of

- zich ten tijde van voornoemd feit telefonisch bereikbaar/beschikbaar te houden;

2.

Primair
hij, op of omstreeks 16 april 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk

- [benadeelde partij 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) [benadeelde partij 1] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] geduwd naar de slaapkamer en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 2] vastgebonden met tie-rips en/of

- de mond(en) van [benadeelde partij 2] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] dichtgeplakt met duct tape;

Subsidiair

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en), op of omstreeks 16 april 2017, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) opzettelijk wederrechtelijk

- [benadeelde partij 1] vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) [benadeelde partij 1] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] geduwd naar de slaapkamer en/of

- ( vervolgens) [benadeelde partij 1] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 2] vastgebonden met tie-rips en/of

- de mond(en) van [benadeelde partij 2] en/of voornoemde [benadeelde partij 3] dichtgeplakt met duct tape

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van

14 april 2017 tot en met 16 april 2017 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- [medeverdachte 1] voor voornoemd feit te benaderen en/of in te schakelen en/of

- met [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] (telefonisch) te overleggen over het plan van aanpak en/of

- een (balletjes)pistool en/of een telefoon te regelen en/of ter beschikking te stellen ten behoeve van voornoemd feit en/of

- zich ten tijde van voornoemd feit telefonisch bereikbaar/beschikbaar te houden;

3.
hij, op of omstreeks 9 december 2016, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer geldbedrag(en) (ongeveer 16.000 euro en/of 1000 Engelse Ponden en/of 5000 Amerikaanse Dollar) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of één of meer horloge(s) en/of een of meerdere mobiele telefoons, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] een stroomstootwapen/taser, in elk geval een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond;

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] een (groot) mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond (en daarbij);

- voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt bij de nek, in elk geval het lichaam;

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood";

- voornoemde [slachtoffer 2] (bij zijn trui) heeft/hebben vastgepakt;

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond heeft/hebben gewerkt en/of getrokken;

- voornoemde [slachtoffer 2] een schop/trap in/tegen zijn buik, in elk geval zijn lichaam heeft/hebben gegeven;

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] de trap af heeft/hebben getrokken en/of gesleurd, in elk geval hen de opdracht heeft/hebben gegeven om de trap af te lopen;

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als jij niet zegt waar die kluis is dan gooi ik je de trap af en steek ik je dood" en/of "Je gaat hem [bedoeld de kluis] openmaken";

- voornoemde [slachtoffer 1] een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, op de keel, in elk geval tegen het lichaam, heeft/hebben gezet (en vervolgens);

- voornoemde [slachtoffer 1] de opdracht heeft/hebben gegeven om de sleutel van de kluis te pakken en/of de kluis leeg te halen;

- voornoemde [slachtoffer 2] een knie op zijn rug heeft/hebben gezet teneinde hem, [slachtoffer 2] , op de grond te drukken en/of gedrukt te houden;

- voornoemde [slachtoffer 2] een stroomstootwapen/taser op zijn kuit, althans zijn been, heeft/hebben gezet en/of (vervolgens) voornoemd stroomstootwapen heeft/hebben laten afgaan;

- voornoemde [slachtoffer 1] een trap/schop tegen zijn (dij)been, in elk geval tegen het lichaam, heeft/hebben gegeven;

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

en/of

hij, op of omstreeks 09 december 2016, te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer geldbedrag(en) (ongeveer 16.000 euro en/of 1000 Engelse Ponden en/of 5000 Amerikaanse Dollars) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of één of meer horloge(s) en/of een of meerdere mobiele telefoons, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] een stroomstootwapen/taser, in elk geval een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond;

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] een (groot) mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond (en daarbij);

- voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt bij de nek, in elk geval het lichaam;

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood";

- voornoemde [slachtoffer 2] (bij zijn trui) heeft/hebben vastgepakt;

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond heeft/hebben gewerkt en/of getrokken;

- voornoemde [slachtoffer 2] een schop/trap in/tegen zijn buik, in elk geval zijn lichaam heeft/hebben gegeven;

- voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] de trap af heeft/hebben getrokken en/of gesleurd, in elk geval hen de opdracht heeft/hebben gegeven om de trap af te lopen;

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Als jij niet zegt waar die kluis is dan gooi ik je de trap af en steek ik je dood" en/of "Je gaat hem [bedoeld de kluis] openmaken";

- voornoemde [slachtoffer 1] een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, op de keel, in elk geval tegen het lichaam, heeft/hebben gezet (en vervolgens);

- voornoemde [slachtoffer 1] de opdracht heeft/hebben gegeven om de sleutel van de kluis te pakken en/of de kluis leeg te halen;

- voornoemde [slachtoffer 2] een knie op zijn rug heeft/hebben gezet teneinde hem, [slachtoffer 2] , op de grond te drukken en/of gedrukt te houden;

- voornoemde [slachtoffer 2] een stroomstootwapen/taser op zijn kuit, althans zijn been, heeft/hebben gezet en/of (vervolgens) voornoemd stroomstootwapen heeft/hebben laten afgaan;

- voornoemde [slachtoffer 1] een trap/schop tegen zijn (dij)been, in elk geval tegen het lichaam, heeft/hebben gegeven;

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

4.
hij, in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 1 januari 2018, te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, leiding heeft gegeven en/of heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 2] en/of één of meer (onbekende) anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten onder meer

- ( pogingen tot en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van) diefstallen met geweld en/of afpersingen en/of

- ( pogingen tot en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van) diefstallen (met braak) uit een of meerdere woning(en) en/of

- helingen en/of

- diefstallen (met braak en/of verbreking) van een of meerdere voertuig(en);

6.

Primair
hij, op of omstreeks 24 maart 2017, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan Booket 58) heeft weggenomen sieraden (te weten: een tiara en/of een of meerdere (zilveren) ketting(en)) en/of een (Hamilton)horloge), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

Subsidiair
hij, in of omstreeks de periode van 24 maart 2017 tot en met 2 juli 2017, te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een goed, te weten sieraden een (Hamilton)horloge), in elk geval enig goed, heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

7.

Primair
hij, in of omstreeks de periode van 13 juni 2017 tot en met 15 juni 2017, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen sieraden (te weten: een (schakel)armband en/of een of meerdere gouden ring(en) en/of een broche) en/of sleutels (van een Porsche) en/of een of meerdere horloge(s) (te weten: een Omega Speedmaster Professional en/of een Edox Grand Ocean GMT en/of een (onechte) IWC Schaffhausen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

hij, in of omstreeks de periode van 13 juni 2017 tot en met 19 juni 2017, te [plaats] , althans in Nederland, een goed, te weten een horloge (Omega Speedmaster Professional) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Het gerechtshof heeft de in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdedigingsbelang.

Vrijspraak van feit 6 primair en feit 7 primair

Het gerechtshof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder

6 primair en 7 primair aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Redengevende feiten en/of omstandigheden op grond waarvan de betrokkenheid van de verdachte bij deze feiten kan worden vastgesteld ontbreken. Dit dient te leiden tot vrijspraak.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Het gerechtshof is van oordeel dat het door verdediging gevoerde verweer, strekkende tot vrijspraak van de onder l primair, 2 en 4 aan de verdachte ten laste gelegde feiten, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.

Met betrekking tot de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten overweegt het gerechtshof nog in het bijzonder dat het gerechtshof de verdachte aanmerkt als medepleger, gelet op de feitelijke handelingen die de verdachte heeft verricht, zoals daarvan blijkt uit de opgenomen gesprekken en uit de verklaringen van de verdachte zelf. 1 Zo was de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] een van de bedenkers van het plan, heeft hij iemand geregeld die de overval feitelijk uit zou voeren, heeft hij voor een (nep)vuurwapen gezorgd, was hij betrokken bij het proberen te stelen van een scooter ten behoeve van de overval en had hij een aandeel in het regelen van de telefoon die ten tijde van de overval zou worden gebruikt. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de verdeling van de buit. Volgens de verdachte waren zes personen betrokken bij deze overval en zijn er voorbereidingsgesprekken geweest waarbij zij allen aanwezig waren.

Uit het voorafgaande blijkt van een wezenlijke rol van de verdachte in het geheel, weliswaar niet in de feitelijke uitvoering van de beroving van de slachtoffers, maar wel nadrukkelijk in de planning en totstandkoming van die beroving. Illustratief voor het feit dat het niet om een inbraak maar om een overval zou gaan, zijn onder meer het op een vuurwapen gelijkend voorwerp en de tie-wraps, waarvan de verdachte wist dat ze zouden worden meegenomen en waarvoor ze waren bedoeld.

De raadsman heeft het verweer (randnummer 22 van de pleitnota) gevoerd dat de verdachte geen opzet op het toegepaste geweld had omdat de verdachte in een tapgesprek met de medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gezegd 'Raak haar niet aan. Geef haar geen klappen' (p. 1132 van het dossier).

Het gerechtshof verwerpt dat verweer. Dat gesprek vond plaats op 2 juli 2017, dus ruim twee maanden na de overval en had klaarblijkelijk betrekking op een ander strafbaar feit.

Op grond van het bovenstaande verwerpt het gerechtshof de bewijsverweren van de verdediging, zoals nader weergegeven in de pleitnota.

Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde feit overweegt het gerechtshof nog in het bijzonder dat het gerechtshof de verdachte niet aanmerkt als degene die feitelijk leiding heeft gegeven aan de criminele organisatie, aangezien direct bewijs daarvoor ontbreekt. Alleen in zoverre volgt het gerechtshof het bewijsverweer van de verdediging. Voor het overige verwerpt het gerechtshof het bewijsverweer van de verdediging.

Bewezenverklaring

Op grond van wettige bewijsmiddelen acht het gerechtshof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 6 subsidiair en 7 subsidiair aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

Primair
hij op 16 april 2017 te [plaats] gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in/uit een woning, gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een horloge, contant geld, sieraden, een Tech 21, autosleutels en pinpassen, toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en zijn mededaders

- voornoemde [benadeelde partij 1] hebben vastgepakt en vastgegrepen bij zijn nek en vervolgens een hand voor de mond van voornoemde [benadeelde partij 1] hebben gedaan en

- op voornoemde [benadeelde partij 1] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben gericht en getoond en voorgehouden en

- vervolgens hebben geroepen dat hij, voornoemde [benadeelde partij 1] , de voordeur open moest doen en door moest lopen en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 1] naar binnen hebben geduwd en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 1] hebben vastgepakt en vastgehouden en vervolgens hebben vastgebonden met tie-wraps en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 1] meermalen hebben geschopt tegen het been en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 3] meermalen met kracht met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en met de hand(en) hebben geslagen en gestompt op het hoofd en in het gezicht en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] hebben vastgebonden met tie-wraps en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 2] meermalen met kracht met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een uitschuifbare staaf en met de hand(en)/vuist(en) hebben geslagen en gestompt tegen het hoofd en op de handen en tegen de knie en tegen de arm,

zulks terwijl het plegen van voormeld feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 2] , te weten een gescheurde bicepspees, ten gevolge heeft gehad, en

- vervolgens tegen voornoemde [benadeelde partij 2] hebben gezegd dat ze naar de kluis moesten gaan en/of voornoemde [benadeelde partij 2] hebben gedwongen de kluis te openen en

- vervolgens daarbij in de richting van voornoemde [benadeelde partij 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben gehouden en getoond en

- vervolgens de monden van voornoemde [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] hebben dichtgeplakt met duct tape;

en

hij op 16 april 2017 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en bankpasjes en de daarbij behorende codes, toebehorende aan [benadeelde partij 2] ,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders

- voornoemde [benadeelde partij 2] hebben vastgebonden met tie-wraps en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 2] meermalen met kracht met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een uitschuifbare staaf en met de hand(en)/vuist(en) hebben geslagen en gestompt tegen het hoofd en op de handen en tegen de knie en tegen de arm, zulks terwijl

het plegen van voormeld feit zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 2] , te

weten een gescheurde bicepspees ten gevolge heeft gehad en

- vervolgens tegen voornoemde [benadeelde partij 2] hebben gezegd dat ze naar de kluis moesten gaan en voornoemde [benadeelde partij 2] hebben gedwongen de kluis te openen en

- vervolgens daarbij in de richting van voornoemde [benadeelde partij 2] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben gehouden en getoond en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 2] hebben gedwongen bankpasjes en de daarbij behorende codes af te geven en

- vervolgens de mond van voornoemde [benadeelde partij 2] hebben dichtgeplakt met duct tape.


2.

Primair

hij op 16 april 2017 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders opzettelijk wederrechtelijk

- voornoemde [benadeelde partij 1] vastgepakt en vastgehouden en vervolgens voornoemde [benadeelde partij 1] en voornoemde [benadeelde partij 3] geduwd naar de slaapkamer en

- vervolgens voornoemde [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] vastgebonden met tie-wraps en

- de monden van voornoemde [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] dichtgeplakt met duct tape;

3.
hij op 9 december 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een stroomstootwapen/taser hebben getoond;

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een groot mes hebben getoond en daarbij;

- voornoemde [slachtoffer 1] hebben vastgepakt bij de nek;

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd: "Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood";

- voornoemde [slachtoffer 2] bij zijn trui hebben vastgepakt;

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond hebben getrokken;

- voornoemde [slachtoffer 2] een trap in/tegen zijn buik hebben gegeven;

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de trap af hebben gesleurd, in elk geval hen de opdracht hebben gegeven om de trap af te lopen;

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd: "Als jij niet zegt waar die kluis is dan gooi ik je de trap af en steek ik je dood" en "Je gaat hem [bedoeld de kluis] openmaken";

- voornoemde [slachtoffer 1] een mes op de keel hebben gezet en vervolgens;

- voornoemde [slachtoffer 1] de opdracht hebben gegeven om de sleutel van de kluis te pakken en de kluis leeg te halen;

- voornoemde [slachtoffer 2] een knie op zijn rug hebben gezet teneinde hem, [slachtoffer 2] , op de grond te drukken en gedrukt te houden;

- voornoemd stroomstootwapen hebben laten afgaan;

- voornoemde [slachtoffer 1] een trap tegen zijn (dij)been hebben gegeven;

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

en

hij op 9 december 2016 te [plaats] , met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] ,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een stroomstootwapen/taser hebben getoond;

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] een groot mes hebben getoond en daarbij;

- voornoemde [slachtoffer 1] hebben vastgepakt bij de nek;

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd: "Als jullie niet luisteren, dan steek ik jullie dood";

- voornoemde [slachtoffer 2] bij zijn trui hebben vastgepakt;

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond hebben getrokken;

- voornoemde [slachtoffer 2] een trap in/tegen zijn buik hebben gegeven;

- voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de trap af hebben gesleurd, in elk geval hen de opdracht hebben gegeven om de trap af te lopen;

- voornoemde [slachtoffer 1] de woorden hebben toegevoegd: "Als jij niet zegt waar die kluis is dan gooi ik je de trap af en steek ik je dood" en/of "Je gaat hem [bedoeld de kluis] openmaken"; - voornoemde [slachtoffer 1] een mes op de keel hebben gezet en vervolgens;

- voornoemde [slachtoffer 1] de opdracht hebben gegeven om de sleutel van de kluis te pakken en de kluis leeg te halen;

- voornoemde [slachtoffer 2] een knie op zijn rug hebben gezet teneinde hem, [slachtoffer 2] , op de grond te drukken en gedrukt te houden;

- voornoemd stroomstootwapen hebben laten afgaan;

- voornoemde [slachtoffer 1] een trap tegen zijn (dij)been hebben gegeven;

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben gedwongen in de douche te gaan staan met hun gezichten naar de muur en hoofd naar beneden;

4.
omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 1 januari 2018 te [plaats] en [plaats] en [plaats] heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 2] en één of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten (pogingen tot en/of voorbereidingshandelingen ten behoeve van) diefstallen met geweld en afpersingen en (voorbereidingshandelingen ten behoeve van) diefstallen (met braak) uit woning(en);

6.

Subsidiair
hij in de periode van 24 maart 2017 tot en met 2 juli 2017 in Nederland een goed, te weten een Hamilton horloge), heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

7.

Subsidiair
hij in de periode van 13 juni 2017 tot en met 19 juni 2017 in Nederland, een goed, te weten een horloge (Omega Speedmaster Professional) heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het gerechtshof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 6 subsidiair en 7 subsidiair bewezen verklaarde levert telkens op:

opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte is een rapport van 20 juni 2018 opgemaakt door drs. R. Haveman, GZ-psycholoog, en dr. J. Vreugdenhil, kinder- en jeugdpsychiater en psychiater volwassenen, beiden verbonden aan het Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim. Drs. Haveman is ter zitting van het gerechtshof op 25 maart 2021 nader bevraagd op de bevindingen. De deskundigen komen tot de volgende conclusies, zakelijk weergegeven:

Er is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in die zin dat bij betrokkene vóór zijn achttiende jaar sprake was van een normoverschrijdend-gedragsstoornis vanaf de kindertijd, met beperkte pro-sociale emoties, die vanaf het achttiende jaar een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling genoemd kan worden. Deze gebrekkige ontwikkeling was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde, gezien de chronische aard ervan, maar dit speelde geen rol in het ten laste gelegde, aangezien de betrokkene controle heeft over zijn gedrag en in staat moet worden geacht afwegingen hierin te kunnen maken. De stoornis heeft niet de keuzemogelijkheden van de betrokkene beïnvloed, zijn vrije wil is niet door stoornis beperkt Betrokkene is volledig toerekeningsvatbaar.

Het gerechtshof onderschrijft deze conclusies en neemt deze over.

De verdachte is derhalve strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde strafbare feiten en de omstandigheden waaronder die strafbare feiten zijn begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ten aanzien van de ernst van de bewezen verklaarde delicten heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:

  • -

    de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    het gegeven dat door de bewezen verklaarde gewelddadige overvallen in woningen en de daarmee gepaard gaande diefstal, afpersing en/of vrijheidsberoving financiële schade, grote angst, ernstige overlast en/of ernstig letsel is veroorzaakt bij de gedupeerde bewoners.

Naar algemeen bekend is, kunnen met name de slachtoffers van een woningoverval hiervan lang nadelige gevolgen ondervinden, nu zij zich in een voor hun vertrouwde omgeving niet langer veilig kunnen wanen. Dit heeft zich ook daadwerkelijk voorgedaan bij de gedupeerden van deze gewelddadige woningovervallen, zoals onder meer blijkt uit de door [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] ter zitting van het gerechtshof voorgelezen slachtofferverklaringen.

Ook in de omgeving kan een dergelijke woningoverval een grote impact hebben;

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte zich daarvan kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven en heeft gehandeld zonder enig respect voor het welzijn en het eigendomsrecht van een ander;

  • -

    de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Ter zake van het misdrijf van een gewelddadige overval in een woning kan in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren worden opgelegd. Als straf vermeerderende en/of straf verminderende factoren kunnen daarbij in de beschouwing worden betrokken:

- kwetsbare slachtoffers;

- omvang schade;

- (aard en ernst) letsel;

- samenwerkingsverband;

- professionele werkwijze;

- recidive;

- soort wapen/voorwerp.

Met uitzondering van de recidive hebben alle hierboven genoemde wegingsfactoren, waarvan met name het buitensporige geweld dat is gebruikt en het ernstige letsel (bij feit 1) dat is veroorzaakt, in de visie van het gerechtshof een strafverzwarende uitwerking;

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte door het plegen van opzetheling heeft geprofiteerd van een door een ander of anderen gestolen goed en daarmee heeft bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt van gestolen voorwerpen, waardoor het plegen van vermogensmisdrijven door derden lucratief kan zijn;

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie, waarin hij een prominent aandeel heeft gehad en daarmee in aanzienlijke mate heeft bijgedragen aan het resultaat van die organisatie.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:

  • -

    de omstandigheid dat de verdachte blijkens het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 februari 2021 na het plegen van onderhavige feiten is veroordeeld ter zake van afpersing in vereniging, alsmede een poging daartoe, gepleegd in 2016, welke veroordeling onherroepelijk is.

  • -

    de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Het gerechtshof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd. Het gerechtshof betrekt daarbij in het bijzonder dat de woningoverval die is opgenomen onder de feiten 1 en 2 op de tenlastelegging zijn gevolgd op de door de verdachte zelf uitgevoerde woningoverval die onder 3 ten laste is gelegd. Dat de verdachte vond dat deze woningoverval al uit de hand was gelopen heeft hem er niet van weerhouden om nogmaals een woningoverval te plegen.

De verdachte was ten tijde van de ten laste gelegde feiten minderjarig. Dit betekent dat de verdachte in beginsel volgens het minderjarigenstrafrecht wordt berecht. De wet geeft de mogelijkheid overeenkomstig artikel 77b Wetboek van Strafrecht meerderjarigenstrafrecht toe te passen, indien de verdachte zestien of zeventien jaar oud was ten tijde van het ten laste gelegde en het gerechtshof daartoe grond vindt in de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheid waaronder het feit is begaan.

Het gerechtshof ziet de ernst van de feiten en de prominente rol van de verdachte daarbij als zwaarwegende indicatie voor toepassing van het meerderjarigenstrafrecht. Ook de professionele en berekenende wijze waarop de overvallen zijn voorbereid en gepland is reden om van het uitgangspunt af te wijken.

Het gerechtshof betrekt daarbij tevens het hierboven genoemde rapport, waarin de rapporteurs van Teylingereind adviseren dat afstraffing van de verdachte via het volwassenenstrafrecht vanuit zijn ontwikkelingsniveau dient te prevaleren. De verdachte heeft zich ontwikkeld tot een duidelijk jongvolwassen man. Hij laat geen puberale oppositionaliteit meer zien. Op grond van de antisociale persoonlijkheidsontwikkeling, die vermoedelijk al geconsolideerd is, gaat de verdachte op berekenende wijze voor eigen gewin. Eventueel afstraffen via het jeugdstrafrecht zou zijn opportunistische motieven bekrachtigen.

Het gerechtshof is van oordeel dat het stadium van pedagogische beïnvloeding voorbij is en zal het meerderjarigenrecht toepassen. Het op verzoek van de verdediging uitgebrachte rapport van D. Peeters van het Bureau Strafrechtadvies Peeters en de Bekker van 7 augustus 2019 brengt het gerechtshof niet tot een ander oordeel.

De raadsman van de verdachte heeft in het kader van het door hem gevoerde strafmaatverweer geen zodanig bijzondere of relevante feiten of omstandigheden aangevoerd dat het gerechtshof de oplegging van de door de raadsman bepleite gevangenisstraf voor de duur van vier jaren aangewezen acht. Ook overigens is het gerechtshof niet gebleken van dergelijke feiten of omstandigheden.

Voor de door de advocaat-generaal gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel ontbreekt naar het oordeel van het gerechtshof de juridische basis. Gelet op het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van het gerechtshof niet concreet vastgesteld worden dat voldaan is aan de basisvoorwaarde van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, te weten dat de beveiliging van de maatschappij of de voorkoming van strafbare feiten de oplegging van de maatregel met een gebiedsverbod voor [plaats] gedurende vijf jaren rechtvaardigt.

Op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving, vergelding en algemene en speciale preventie acht het gerechtshof het in beginsel passend en noodzakelijk om een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van zesennegentig maanden (acht jaren), met aftrek van de periode die is doorgebracht voorarrest.

In deze strafzaak heeft zich echter een overschrijding van de redelijke termijn voorgedaan in de fase van het hoger beroep. De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. Dat betekent dat het gerechtshof in beginsel binnen zestien maanden na het instellen van het hoger beroep eindarrest dient te wijzen.

Deze strafzaak wordt pas twee jaren en ruim vijf maanden nadat hoger beroep is ingesteld afgerond, zonder dat zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan die deze overschrijding rechtvaardigen. Gelet op deze overschrijding van de redelijke termijn in de fase van de behandeling van het hoger beroep, ziet het gerechtshof aanleiding de gevangenisstraf voor de duur van zesennegentig maanden die het gerechtshof voornemens was op te leggen, te matigen tot negentig maanden, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest.

Het gerechtshof is van oordeel dat deze straf passend en geboden is en recht doet aan de aard en ernst van de misdrijven.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Het gerechtshof stelt voorop - in respons op hetgeen de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd - dat, gelet op hetgeen het gerechtshof hierboven heeft vastgesteld over de rol van de verdachte, te weten: als medepleger, ter zake van het onder

1 en 2 bewezen verklaarde, de verdachte (hoofdelijk) aansprakelijk is voor al het jegens de benadeelde partijen toegepaste geweld, inclusief de vrijheidsberoving, en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partijen.

Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, is - gelet op de onderbouwing van de vorderingen door en namens de benadeelde partijen - naar het oordeel van het gerechtshof niet op alle aspecten van de vorderingen van de benadeelde partijen sprake van een onevenredige belasting van het strafgeding. Integendeel: de meeste, zo niet (vrijwel) alle posten van die vorderingen zijn heel wel te beoordelen en dat zal het gerechtshof hieronder daarom doen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het gerechtshof is gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] zich in de strafzaak in eerste aanleg heeft gevoegd, dat deze benadeelde partij in eerste aanleg in de vordering niet-ontvankelijk is verklaard en dat deze benadeelde partij zich niet opnieuw heeft gevoegd in de strafzaak in hoger beroep. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding niet voort in de strafzaak in hoger beroep en kan het gerechtshof niet op die vordering beslissen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Deze benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van materiële schade ten bedrage van € 390,- en immateriële schade ten bedrage van € 10.000,-. Daarnaast is de wettelijke rente gevorderd. De vordering is bij het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht gedeeltelijk toegewezen.

Deze benadeelde partij heeft zich binnen de grenzen van de eerste vordering opnieuw gevoegd in de strafzaak in hoger beroep. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding voort in de strafzaak in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting, waarvan met name de onderbouwing van de immateriële schade door en namens de benadeelde partij, is het gerechtshof voldoende gebleken dat deze benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met het parketnummer

16-705988-17 onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 290,- ter zake van materiële schade en € 10.000,- ter zake van immateriële schade. Deze schade is niet inhoudelijk betwist.

De verdachte is (samen met zijn mededaders) tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag hoofdelijk zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2017 tot aan de dag van algehele voldoening.

Voor het overige is het gerechtshof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan deze benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Gelet hierop dient de verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal het gerechtshof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Deze benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van materiële schade ten bedrage van € 329.627,41 en immateriële schade ten bedrage van € 20.000,-. Daarnaast is de wettelijke rente gevorderd. De vordering is bij het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht gedeeltelijk toegewezen.

Deze benadeelde partij heeft zich binnen de grenzen van de eerste vordering opnieuw gevoegd in de strafzaak in hoger beroep. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding voort in de strafzaak in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting, waarvan met name de onderbouwing van de immateriële schade door en namens de benadeelde partij, is het gerechtshof voldoende gebleken dat deze benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met het parketnummer

16-705988-17 onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 286.761,50 ter zake van materiële schade (te weten de posten verlies eigen risico zorgverzekering ad € 685,-, psychische begeleiding ad

€ 115,-, waarde geroofd geld ad € 1.500,-, kosten opstellen rapport Van der Eijk ad

€ 3.690,50, verlies arbeidsvermogen ad € 270.621,-, beveiligingskosten tot een bedrag van

€ 10.000,- en reiskosten ad € 150,-), alsmede € 20.000,- ter zake van immateriële schade.

De verdachte is (samen met zijn mededaders) tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag hoofdelijk zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2017 tot aan de dag van algehele voldoening.

Voor het overige is het gerechtshof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan deze benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Gelet hierop dient de verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal het gerechtshof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Deze benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van materiële schade ten bedrage van € 4.706,43 en immateriële schade ten bedrage van € 20.000,-. De vordering is bij het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht gedeeltelijk toegewezen. Deze benadeelde partij heeft zich binnen de grenzen van de eerste vordering opnieuw gevoegd in de strafzaak in hoger beroep. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding voort in de strafzaak in hoger beroep.

Uit het onderzoek ter terechtzitting, waarvan met name de onderbouwing van de immateriële schade door en namens de benadeelde partij, is het gerechtshof voldoende gebleken dat deze benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met het parketnummer

16-705988-17 onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 4.706,43 ter zake van materiële schade en

€ 20.000,- ter zake van immateriële schade. De verdachte is (samen met zijn mededaders) tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag hoofdelijk zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2017 tot aan de dag van algehele voldoening.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal het gerechtshof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het gerechtshof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 63, 77b, 140, 282, 310, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften zijn toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 primair en 5 subsidiair tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 6 primair en 7 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair,

2 primair, 3, 4, 6 subsidiair en 7 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 6 subsidiair en 7 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 10.290,00 (tienduizend tweehonderdnegentig euro) bestaande uit € 290,00 (tweehonderdnegentig euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 10.290,00 (tienduizend tweehonderdnegentig euro) bestaande uit € 290,00 (tweehonderdnegentig euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 16 april 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 306.761,50 (driehonderdzesduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijftig cent) bestaande uit € 286.761,50 (tweehonderdzesentachtigduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijftig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 306.761,50 (driehonderdzesduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijftig cent) bestaande uit € 286.761,50 (tweehonderdzesentachtigduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijftig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 324 (driehonderdvierentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 16 april 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 24.706,43 (vierentwintigduizend zevenhonderdzes euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 4.706,43 (vierduizend zevenhonderdzes euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het onder 1 primair, 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 24.706,43 (vierentwintigduizend zevenhonderdzes euro en drieënveertig cent) bestaande uit € 4.706,43 (vierduizend zevenhonderdzes euro en drieënveertig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 26 (zesentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 16 april 2017.

Aldus gewezen door

mr. J. Hielkema, voorzitter,

mr. M.C. Fuhler en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,

in tegenwoordigheid van H. Kingma, griffier,

en op 8 april 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Het gerechtshof wijst op ECLI:NL:PHR:2015:433 (met name rechtsoverweging 3.8) voor wat betreft jurisprudentie over de reikwijdte van het (voorwaardelijk) opzet in geval van escalatie van geweld met wapens. Voorts verwijst het gerechtshof naar ECLI:NL:PHR:2021:10, vanaf randnummer 29.