Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:3167

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-04-2021
Datum publicatie
06-04-2021
Zaaknummer
200.284.729
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar; artikel 4:203 lid 1 onder a BW. Voor ontvankelijkheid erfgenaam-vereffenaar niet noodzakelijk dat deze boedelbeschrijving overlegt of inzicht geeft in de omvang van de nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2021-0099
Jurisprudentie Erfrecht 2021/108
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.284.729

(zaaknummer rechtbank Gelderland 370442)

beschikking van 1 april 2021

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. S.G. Blasweiler te Ede.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 juli 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 2 oktober 2020.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 9 maart 2021 plaatsgevonden. De advocaat van [verzoeker] was aanwezig. [verzoeker] was niet aanwezig.

2.3

Na de mondelinge behandeling is nog ingekomen een brief van mr. J. Nobel, waarin hij zich bereid verklaard een benoeming tot vereffenaar in de nalatenschap van de hierna te noemen erflater te aanvaarden.

3 De feiten

3.1

Op 23 oktober 2000 is te [A] overleden [erflaatster] , geboren te

[A] [in] 1938 (hierna: erflaatster).

3.2.

Erflaatster was ten tijde van haar overlijden in algehele gemeenschap van goederen

gehuwd met [B] . Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren:

- [C] ( [C] );

- [D] ( [D] ) en

- [verzoeker] .

3.3

Op 14 februari 2013 is te [A] overleden [B] , geboren te [A] [in] 1935 (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflater was [A] .

3.4

Bij testament van 18 april 2012 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt. Erflater heeft daarin aan de zoon van [D] een bedrag van € 20.000,- gelegateerd. Hij heeft [verzoeker] onder de last van dit legaat tot zijn enige erfgenaam benoemd. Hij heeft [verzoeker] ook tot executeur benoemd. [verzoeker] heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard; hij heeft ook zijn benoeming tot executeur aanvaard. Erflater heeft [D] en [C] alsmede hun afstammelingen als erfgenamen uitgesloten.

3.5

Bij beschikking van 27 januari 2020 heeft de kantonrechter op verzoek van [verzoeker] en [D] , [verzoeker] ontslag verleend als executeur van de nalatenschap van erflater, mr. T.J. Schutte, notaris te Ede, benoemd tot opvolgend executeur van de nalatenschap van erflater en bepaald dat de kosten van de notaris ten laste van de nalatenschap komen.

3.6

Bij brief van 17 februari 2020 heeft mr. T.J. Schutte, notaris te Ede, de rechtbank

verzocht om hem voor zover nodig ontslag te verlenen als executeur en voor zover nodig de opdracht tot het opstellen van een boedelbeschrijving in te trekken en hem te vrijwaren van enige aansprakelijkheid. De juridisch medewerker van de rechtbank heeft daarop namens de kantonrechter in een brief van 21 april 2020 bericht dat de nalatenschap door [verzoeker] dient te worden vereffend, nu mr. Schutte geen ruimschoots verklaring kan geven als bedoeld in artikel 4:202 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) en dat de taak van mr. Schutte als executeur van rechtswege is geëindigd.

3.7

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken:

1) hem ontslag te verlenen als vereffenaar van de nalatenschap van erflater om gewichtige redenen, omdat hij noch in staat noch bij machte is deze taak uit te oefenen en daardoor ongeschikt is als bedoeld in artikel 4:206 lid 5 BW;

2) in zijn plaats een andere vereffenaar van de nalatenschap te benoemen op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW, zijnde mr. Schutte te Ede of een ander zoals de kantonrechter in haar brief van 21 april 2020 heeft aangegeven, en

3) te bepalen dat de kosten die de door de rechtbank te benoemen vereffenaar moet maken ten laste komen van de nalatenschap, nu [verzoeker] niet over voldoende financiële middelen beschikt om deze zelf te kunnen bekostigen.

4 De omvang van het geschil

[verzoeker] is met vier grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. [verzoeker] verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, de Staat der Nederlanden te veroordelen tot het betalen van de proceskosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, hem alsnog ontslag te verlenen als vereffenaar van de nalatenschap van erflater om gewichtige redenen, in zijn plaats een andere vereffenaar in deze nalatenschap te benoemen, dan wel naast hemzelf een tweede vereffenaar te benoemen, en de kosten van de te benoemen vereffenaar alleen ten laste laten komen van de nalatenschap van erflater, nu [verzoeker] niet over voldoende financiële middelen beschikt om deze zelf te kunnen bekostigen.

5 De motivering van de beslissing

wat in de wet staat

5.1

In artikel 4:202 lid 1 sub a BW staat voor zover hier van belang dat, een nalatenschap wordt vereffend wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen.

5.2

In artikel 4:203 BW staat het volgende:

1. Na een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving kan de rechtbank een vereffenaar benoemen:
a. op verzoek van een erfgenaam;
b. op verzoek van een belanghebbende of van het openbaar ministerie, wanneer hij die met het beheer der nalatenschap belast is in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet, daartoe ongeschikt is of niet voldoet aan een last tot zekerheidstelling, wanneer de schulden der nalatenschap de baten blijken te overtreffen, of wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat deze vereffend is.
2. De door de rechter benoemde persoon treedt als vereffenaar in de plaats van de erfgenamen.

wat het hof beslist

5.3

Het hof zal mr. Nobel als vereffenaar benoemen. Het hof heeft daarvoor de volgende redenen. [verzoeker] heeft om benoeming van een vereffenaar verzocht omdat hij daartoe zelf vanwege zijn psychische gesteldheid en een gebrek aan financiën niet in staat is. De taak van mr. Schutte als executeur is van rechtswege geëindigd. [verzoeker] is op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW van rechtswege vereffenaar van de nalatenschap van erflater. Nu [verzoeker] tot op de dag van vandaag niet in staat is gebleken om de nalatenschap te vereffenen, en het in het belang van het beheer van de nalatenschap en de schuldeisers is dat vereffening op een goede manier plaatsvindt, zijn dit voldoende redenen om tot benoeming van een vereffenaar over te gaan.

5.4

Voor de ontvankelijkheid in of de toewijzing van zijn verzoek een vereffenaar te benoemen is het - anders dan de rechtbank heeft geoordeeld - niet noodzakelijk dat [verzoeker] een boedelbeschrijving overlegt of inzicht in de omvang van de nalatenschap geeft. Dat is hooguit wenselijk. De reden voor die benoeming is nu juist dat de erfgenaam-vereffenaar niet zelf in staat is de vereffening te doen. Daaronder kan ook vallen het maken van een boedelbeschrijving en het verkrijgen van inzicht in de samenstelling van de nalatenschap. Het is niet in het belang van de schuldeisers van de nalatenschap en een goede vereffening voor de ontvankelijkheid of toewijzing van het verzoek tot benoeming van een professionele vereffenaar een dergelijke eis te stellen aan een erfgenaam-vereffenaar die niet zelf in staat is daarvoor te zorgen.

5.5

De advocaat van [verzoeker] heeft op de mondelinge behandeling ingestemd met benoeming van mr. Nobel, werkzaam bij Everest Notariaat N.V. te Utrecht, als vereffenaar en mr. Nobel is bereid deze taak op zich te nemen.

5.6

Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en mr. Nobel benoemen als vereffenaar .

5.7

Het hof zal het verzoek van [verzoeker] hem te ontslaan als vereffenaar afwijzen, omdat benoeming van mr. Nobel als vereffenaar [verzoeker] al van die taak ontslaat doordat mr. Nobel in zijn plaats treedt (artikel 4:203 lid 2 BW). Het hof ziet ook geen reden om mr. Nobel samen met [verzoeker] als vereffenaar te benoemen en zal ook dit verzoek afwijzen.

5.8

Het hof zal tot slot het verzoek de Staat der Nederlanden te veroordelen in de kosten van deze procedure bij de rechtbank en in hoger beroep afwijzen omdat de wet die mogelijkheid niet biedt.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 juli 2020 en opnieuw beschikkende:

benoemt de heer mr. J. Nobel,

werkzaam bij Everest Notariaat N.V. te Utrecht,

Postbus 2555,

3500 GN Utrecht

email: info@everestnotariaat.com

tel 0852735200

tot vereffenaar van de nalatenschap van [B] , geboren te [A] [in] 1935, overleden te [A] op 14 februari 2013;

draagt de griffier van de rechtbank Gelderland op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, A. Smeeïng-van Hees en R. Feunekes, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier en is op 1 april 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.