Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:2822

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.269.304/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden door rood. Op de foto's is te zien dat het verkeerslicht voor andere rijrichtingen op rood staat, maar het licht bestemd voor de rijrichting van de betrokkene is niet te zien. De technische informatie afkomstig van het OM biedt ook geen uitsluitsel. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.269.304/01

CJIB-nummer

: 223941485

Uitspraak d.d.

: 24 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 28 oktober 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V.(hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is E.J.M. Klomp, kantoorhoudende te Benschop.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 februari 2019 om 11:56 uur op de N204, M.A. Reinaldaweg kruising Benedeneind Zuidzijde, in Benschop met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .

2. De gemachtigde, die ten tijde van de gedraging de bestuurder van het voortuig met voormeld kenteken was, ontkent stellig dat de gedraging zou zijn verricht. De gemachtigde voert daartoe aan het verkeerslicht klaarblijkelijk niet (goed) functioneerde. Op de foto’s van de gedraging is in elk geval niet te zien dat het verkeerslicht voor de richting waarin hij, de gemachtigde, reed op rood stond, terwijl wel duidelijk is te zien dat het verkeerslicht voor de andere richtingen groen was.

3. De advocaat-generaal heeft naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde een kleurenprint van de foto’s ingebracht. De advocaat-generaal stelt dat op de tweede foto weliswaar vaag maar toch is te zien dat dat verkeerslicht op rood stond. Voorts voert de advocaat-generaal aan dat er in beginsel van dient te worden uitgegaan dat de technische instelling van flitspalen zodanig is dat alleen foto’s worden gemaakt als het betreffende verkeerslicht op rood stond. Bovendien heeft de advocaat-generaal nadere informatie opgevraagd bij het CJIB over de werking van dit verkeerslicht. Dat heeft hem bericht dat er een log is waaruit blijkt dat het verkeerslicht op die dag normaal functioneerde en dat de verkeersinstallatie is uitgerust met roodlichtbewaking, dat wil zeggen dat de hele installatie gaat knipperen als de enige of laatste rode lamp voor een bepaalde richting is uitgevallen. De advocaat-generaal vindt dan ook dat voldoende vaststaat dat de gedraging is verricht.

4. Gelet op het verweer van de gemachtigde is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat, anders dan de advocaat-generaal stelt, op de foto’s van de gedraging in het geheel niet is te zien dat het betreffende verkeerslicht rood licht uitstraalt, terwijl andere lichten van die installatie wel zichtbaar licht uitstralen. Het ligt dan op de weg van het openbaar ministerie om zodanige informatie over te leggen dat op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde. Daarin is de advocaat-generaal niet geslaagd. Uit het log(boek) dat het CJIB heeft verschaft en dat de advocaat-generaal heeft overgelegd blijkt wellicht, er van uitgaande dat het betrekking heeft op de onderhavige verkeersinstallatie en datum, dat de cyclus van de verkeerslichtinstallatie juist is weergegeven, maar niet dat het (rode) licht daadwerkelijk brandde. De stelling dat de verkeersinstallatie is uitgerust met roodlichtbewaking leidt niet tot een andere conclusie.

5. Het hof acht het in deze fase van de procedure, mede gelet op het tijdsverloop na de pleegdatum, niet aangewezen om de advocaat-generaal te verzoeken meer nadere informatie in het geding te brengen. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

6. Het voorgaande leidt er toe dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen, en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en zowel de beslissing van de officier van justitie als de inleidende beschikking vernietigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.