Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:2637

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.247.871/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Openbare weg? Het voertuig stond op een met trottoirtegels bestrate strook naast de rijbaan, die in eigendom is van de betrokkene. De strook was niet was afgebakend of afgesloten en daarmee een voor het verkeer openstaande weg waar het RVV 1990 geldt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.247.871/01

CJIB-nummer

: 214357170

Uitspraak d.d.

: 19 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 7 augustus 2018, betreffende

[de betrokkene] C.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] ,

vertegenwoordigd door R. van Rossem, wonende te Beverwijk.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

Namens de vertegenwoordiger is het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De zaak is behandeld op de zitting van 5 maart 2021. De vertegenwoordiger van de betrokkene is niet verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2018 om 14:47 uur op de Heemskerkerweg in Beverwijk met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. Namens de betrokkene wordt niet ontkend dat het voertuig met voormeld kenteken op voornoemde datum en tijd ter plaatse stond geparkeerd, maar gesteld wordt dat dit was toegestaan. Op het in eigendom aan de betrokkene toebehorende stuk grond waar de auto stond geparkeerd, is als erfdienstbaarheid het recht van overpad gevestigd voor de in het daarvoor bestemde Register van het Kadaster beschreven percelen. Het betreffende stuk grond behoort om die reden niet tot de openbare weg en het staat de betrokkene dus vrij zijn auto aldaar te parkeren. Omdat er geen sprake is van onttrekking aan de openbaarheid zonder wettelijk grondslag, is de betrokken ambtenaar niet bevoegd handhavend op te treden. Daarnaast wordt namens de betrokkene opgemerkt dat in het geval de auto ter plaatse wordt geparkeerd er nog voldoende ruimte als openbare weg overblijft voor eventuele voetgangers. Tot slot wordt namens de betrokkene verzocht de sanctie achterwege te laten dan wel het bedrag van de sanctie te matigen tot nihil omdat in het verleden niet handhavend is opgetreden als buurtbewoners de auto op de bewuste plaats parkeerden.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990).

4. Gelet op het standpunt van de betrokkene dient het hof eerst te beoordelen of de bepalingen bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gesteld van toepassing zijn en derhalve of de plaats waar het betreffende voertuig stond een voor het openbaar verkeer openstaande weg is in de zin van artikel 1, eerste lid en onder b, van de WVW 1994.

5. Beslissend voor die vraag is of die betreffende plaats ten tijde van de gedraging feitelijk voor het openbaar verkeer openstond. Daarvoor zijn mede van belang de verdere feitelijke omstandigheden zoals of door de rechthebbende wordt geduld dat het algemene verkeer gebruik maakt van dat terrein (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 8 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0686, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl).

6. Het hof neemt op basis van de zich in het dossier bevindende foto’s tot uitgangspunt dat het voertuig van de betrokkene feitelijk geparkeerd heeft gestaan op een voor een woning gelegen zeer brede strook van trottoirtegels die duidelijk is afgescheiden van de naastgelegen rijbaan door het gebruik van andersoortige bestrating. Deze strook is, zo is op de foto’s te zien, voor een ieder toegankelijk en op geen enkele wijze afgebakend of afgesloten. Dit brengt mee dat van onttrekking geen sprake is en dat de bij en krachtens de WVW 1994 geldende geboden en verboden aldaar onverkort gelden en gehandhaafd kunnen worden. Het is op grond van artikel 10 van het RVV 1990 verboden om met een voertuig van het trottoir gebruik te maken. Nu betrokkene niet betwist dat het voertuig op het trottoir stond geparkeerd, kan de gedraging op basis van in de inhoud van de stukken worden vastgesteld. Of er desondanks nog voldoende ruimte voor voetgangers resteert om ongestoord gebruik te kunnen maken van het trottoir, maakt dat niet anders. De verweren op dit punt slagen niet.

7. Vervolgens dient het hof, gelet op hetgeen de namens de betrokkene is aangevoerd, te beoordelen of er desondanks redenen zijn om in dit geval een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

8. De stelling dat parkeren ter plaatse - zo begrijpt het hof - kennelijk eerder is gedoogd, is in het geheel niet onderbouwd. Er is dan ook geen enkel aanknopingspunt voor de veronderstelling dat er sprake zou kunnen zijn geweest van een gedoogbeleid, waaraan de betrokkene de gerechtvaardigde verwachting mocht ontlenen dat niet zou worden gehandhaafd. De enkele omstandigheid dat niet eerder verbaliserend is opgetreden is daartoe in ieder geval onvoldoende, zodat geen aanleiding bestaat de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie matigen.

9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht ongegrond verklaard en dat leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.