Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:2449

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.253.229/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De enkele mededeling van de ambtenaar dat hij een 'solocontrole' verrichtte, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.253.229/01

CJIB-nummer

: 207341352

Uitspraak d.d.

: 16 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 125,25.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “rijden in strijd met gebod tot het volgen van aangegeven rijrichting: D5”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 mei 2017 om 11:43 uur op de Hobbemastraat in Den Haag met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene betwist de gedraging te hebben verricht. Het voertuig van de betrokkene is op de betreffende dag niet ter plaatse geweest. De verbalisant heeft volgens de gemachtigde waarschijnlijk een verkeerd kenteken genoteerd. Daarbij is de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. Uit het zaakoverzicht blijkt dat het gaat om een solo controle. Dat is projectmatig werken, zodat de verbalisant de bestuurder staande had moeten houden. Nu er geen aanvullend proces-verbaal is opgemaakt, kan het zaakoverzicht volgens de gemachtigde niet gelden als een onder ede opgemaakt document.

3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast de volgende verklaring:

“Gedragingsgegevens: De pijl op het bord wees naar rechts.

Reden geen staandehouding: solo controle. (…).”

5. Uit voormelde verklaring volgt dat de ambtenaar ter plaatse was ten tijde van de vaststelling van de gedraging. Hetgeen de ambtenaar naar voren heeft gebracht vormt onvoldoende grond voor de conclusie dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De enkele stelling dat de ambtenaar bezig was met een ‘solo controle’ rechtvaardigt niet het afzien van een staandehouding. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de Wahv door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd. Het hof zal als volgt beslissen. Dit betekent dat de overige bezwaren geen bespreking behoeven.

6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal 4 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.068,- (= 4 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.068,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.