Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:2344

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.270.264/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerverbodszone. De strook waarop het voertuig stond geparkeerd is met inritblokken toegankelijk gemaakt voor auto's en is op dezelfde wijze bestraat als de daarnaast gelegen parkeervakken. Daarom moet de locatie worden aangemerkt als een voor parkeren bestemd weggedeelte. De gedraging is niet verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.270.264/01

CJIB-nummer

: 220863221

Uitspraak d.d.

: 10 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 2 september 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 16 februari 2021 zijn er nog aanvullende stukken van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Deze zijn (in kopie) doorgestuurd naar de advocaat-generaal.

De zaak is behandeld op de zitting van 24 februari 2021. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2018 om 09:23 uur op de Van Oldenbarneveldtstraat in Arnhem met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De gemachtigde betwist dat de gedraging door de betrokkene is verricht. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene bestrijdt dat hij een (zone)bord E1 is gepasseerd. Nu de aanwezigheid van de bebording cruciaal is om de gedraging vast te kunnen stellen, ligt het op de weg van het openbaar ministerie informatie te verstrekken waaruit blijkt dat vlak voor en na de vermeende gedraging de bebording in orde was. Ook staat het volgens hem onvoldoende vast dat er een toereikend verkeersbesluit aan de instelling van de bebording E1 ten grondslag lag. Op basis van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv bestaat geen ruimte een Wahv-beschikking te geven, indien ten tijde van de gedraging een toereikend verkeersbesluit ontbreekt. Daarnaast stelt de gemachtigde dat de betrokkene zijn voertuig niet binnen de parkeersverbodszone heeft geparkeerd. Mocht blijken dat het voertuig van de betrokkene wel in de parkeersverbodszone stond, dan is de gemachtigde van mening dat de parkeerlocatie zich naar uiterlijke verschijningsvorm voordeed als een parkeerhaven.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Gedragingsgegevens: boven het verkeersbord was het woord ‘zone’ aangebracht als omschreven in artikel 66 RVV 1990. Het voertuig stond niet op een als zodanig aangegeven parkeerplaats c.q. parkeervak. (…)

Overtreden artikel: 62 jo. bord E1 RVV 1990”

5. In het aanvullend proces-verbaal van 8 januari 2019 verklaart de ambtenaar onder meer als volgt:

“Op woensdag 3 oktober 2018, omstreeks 09:23 uur, bevond ik mij, in uniform gekleed en met toezicht belast, op de openbare weg Van Oldenbarneveldtstraat, gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Arnhem. Aldaar zag ik een voertuig met kenteken [00-YYY-0] , zijnde een Seat Alhambra, kleur blauw. Voertuig van betrokkene stond geparkeerd buiten de aangewezen parkeervakken binnen een parkeersverbodszone aangegeven middels verkeersbord E01 van het RVV 1990. Betreffende parkeersverbodszone staat duidelijk aangegeven met een verkeersbord E01 van het RVV 1990 op alle inval en uitvalswegen van het centrum van de gemeente Arnhem.”

6. Het dossier bevat voorts een afschrift van het brondocument met daarin opgenomen een aantal foto’s van de gedraging. Duidelijkere foto’s zijn in kopie toegevoegd bij het verweerschrift van de advocaat-generaal. Op deze foto’s is te zien dat de Van Oldenbarneveldtstraat een geasfalteerde weg is, waarnaast aan de rechterzijde een parkeervak is aangebracht waar één voertuig kan staan en, zo lijkt het tenminste, een parkeervak waar twee voertuigen kunnen staan. Deze parkeervakken zijn omsloten door gras en aan de rechterzijde van dat gras bevindt zich een trottoir. Naast het trottoir is een hek aangebracht. De parkeervakken zijn bestraat met grijze klinkers. Tussen deze parkeervakken is een met grijze klinkers bestrate strook die iets omhoog loopt. Om deze strook eenvoudig te kunnen op- en afrijden zijn zogenaamde inritblokken aangebracht. Het voertuig van de betrokkene stond op de (iets omhoog lopende) met klinkers bestrate strook.

7. De advocaat-generaal heeft zich in het verweerschrift op het standpunt gesteld dat de strook waar het voertuig van de betrokkene op geparkeerd stond geen parkeerhaven betrof, maar een in- of uitrit.

8. Het hof deelt de opvatting van de gemachtigde dat de plaats waar het voertuig geparkeerd stond naar de uiterlijke verschijningsvorm als een tot parkeren bestemd weggedeelte kan worden aangemerkt. De strook waarop het voertuig stond geparkeerd heeft dezelfde klinkers als de naast de strook gelegen parkeervakken. Daarnaast is door middel van inritblokken gezorgd dat een voertuig eenvoudig de strook kan op- en afrijden. Het hof volgt de advocaat-generaal niet in diens stelling dat hier sprake is van een in- of uitrit. Gelet op de foto’s is het hof van oordeel dat de uitmonding niet op duidelijk wijze als uitrit valt te herkennen (vgl. het arrest van dit hof van 28 februari 2020, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2020:1782). Ook uit de verklaring van de ambtenaar blijkt hiervan niet. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Of er

een (zone)bord E1 stond kan nu in het midden blijven. De inleidende beschikking kan gelet op het voorgaande niet in stand blijven.

9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij het hof dienen in totaal vier procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1201,50.

10. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1201,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.