Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:2292

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.250.343/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tijdigheid beroep. De gemachtigde heeft de verzending van een pakket met meerdere beroepschriften via een online verzendservice aannemelijk gemaakt. Kennelijk is het beroepschrift in deze zaak, dat van dat pakket deel uitmaakte, bij de officier van justitie zoekgeraakt. Het beroep is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.250.343/01

CJIB-nummer

: 206591447

Uitspraak d.d.

: 9 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2018, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. H.P. Olthof, kantoorhoudende te Leiderdorp.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie juist heeft beslist.

2. De gemachtigde stelt zich op het standpunt namens de betrokkene tijdig administratief beroep te hebben ingesteld tegen de inleidende beschikking. Het betreffende beroepschrift is op
6 juni 2017 aangeboden aan PostNL in een verzamelzending, bestaande uit een twaalftal documenten aangaande verschillende zaken met daarbij een inhoudsopgave. Daarbij is eveneens een ontvangstbevestiging gevoegd van een ander dossier in diezelfde zending. Inmiddels zijn diverse dossiers die in deze envelop zaten in een verder stadium en heeft de gemachtigde een afschrift van het dossier ontvangen dat als eerste op de inhoudsopgave staat vermeld. Verbazingwekkend genoeg blijkt dat een afschrift van de gehele zending in dat dossier is gevoegd. De eerste pagina van de zending is voorzien van een stempel waarop staat “binnengekomen op 07 juni 2017”. Wat hierin echter opvalt, is dat het bij de CVOM binnengekomen pakket slechts twaalf pagina’s omvat. Het administratief beroepschrift in de onderhavige zaak ontbreekt en enkel de in de onderhavige zaak verleende machtiging zit erin. Hierover is nadere informatie ingewonnen bij de firma die de verwerking van de post voor haar rekening neemt.
In het systeem is geregistreerd dat sprake is van een zending van dertien pagina’s, bestaande uit een twaalftal pagina’s aangaande de verschillende zaken en de inhoudsopgave. Deze zijn in een automatisch proces ingepakt en verzonden. Het lijkt er dan ook sterk op dat er bij het uitpakken en/of scannen van de post bij de CVOM iets mis is gegaan, aldus de gemachtigde. Het had op de weg van de CVOM gelegen om aan de hand van de inhoudsopgave te controleren of de zending compleet was. Subsidiair meent de gemachtigde dat in elk geval middels hetgeen op de inhoudsopgave is vermeld, sprake is van een pro forma beroepschrift. Immers wordt op de inhoudsopgave reeds melding gemaakt van het indienen van een administratief beroepschrift onder vermelding van het betreffende CJIB-nummer.

3. Tegen de inleidende beschikking kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 6, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beschikking aan de betrokkene is toegestuurd. Uit artikel 6:9 van de Awb volgt dat een beroepschrift dat binnen een week na het aflopen van de beroepstermijn per post binnenkomt nog op tijd is, zolang het beroepschrift maar voor het einde van de termijn op de post is gedaan.

4. De inleidende beschikking is op 22 april 2017 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus - met inachtneming van de Algemene termijnenwet - op dinsdag

6 juni 2017, nu maandag 5 juni 2017 tweede Pinksterdag is.

5. In het dossier bevindt zich - voor zover relevant - een van de gemachtigde afkomstig “inhoudsoverzicht” met daarachter meerdere pagina’s aan beroepschriften dan wel aanvullingen in meerdere zaken. Dit pakketje is blijkens een daarop geplaatst stempel op 7 juni 2017 bij het Parket CVOM binnengekomen. Volgens de inhoudsopgave bestaat het pakketje uit brieven die betrekking hebben op een zevental zaken, waaronder de onderhavige, met een totaal van twaalf pagina’s. Bij alle zaken is als kenmerk het betreffende CJIB-nummer vermeld. Het pakket zou voor wat betreft de zaak met het onderhavige CJIB-nummer, als vierde vermeld op de inhoudsopgave, een document bestaande uit twee pagina’s bevatten. Het hof stelt vast dat alle stukken in de andere op de inhoudsopgave vermelde zaken zich in het pakketje in het dossier bevinden, maar dat met betrekking tot de onderhavige zaak maar één document is ontvangen, namelijk de in de onderhavige zaak verleende machtiging. Het door het Parket CVOM op 7 juni 2017 ontvangen pakketje bevat daarmee in totaal aldus twaalf documenten (elf stukken in de betreffende zaken en de inhoudsopgave).

6. Het dossier bevat verder een op 5 oktober 2017 gedateerde ingebrekestelling gericht aan de CVOM. De CVOM heeft hierop gereageerd bij schrijven van 10 oktober 2017. In dit schrijven is aan de gemachtigde medegedeeld dat geen administratief beroepschrift is ontvangen in de onderhavige zaak. De gemachtigde reageert hierop middels schrijven van 24 oktober 2017 waarin hij verwijst naar de bijlage en daarbij vermeldt dat hierin een bevestiging van de verzendpartner kan worden aangetroffen waarin is geregistreerd wanneer de brieven zijn aangeboden, afgedrukt en aangeboden aan PostNL. De bijlage betreft een schrijven van de gemachtigde d.d. 4 april 2017 waarin valt te lezen dat de gemachtigde in reactie op het verzoek van de CVOM dienaangaande het administratief beroep in aanvulling op zijn eerdere schrijven voorziet van gronden. Bovenaan dit schrijven is een blauwe balk zichtbaar met de titel “verificatiesleutel” en daaronder een lange reeks tekens, bestaande uit cijfers en letters. Alleen al vanwege het feit dat de onderhavige gedraging dateert van 8 april 2017 betreft dit niet het ontbrekende administratief beroepschrift in de onderhavige zaak.

7. Wanneer een gemachtigde stelt dat (tijdig) beroep is ingesteld, ligt het op de weg van die gemachtigde om dat aannemelijk te maken. De vraag waarvoor het hof zich thans gesteld ziet is of de gemachtigde op basis van de thans beschikbare informatie aannemelijk heeft gemaakt dat in de onderhavige zaak tijdig administratief beroep is ingesteld.

8. In hoger beroep heeft de gemachtigde een verzendbewijs van postbode.nu overgelegd. Uit dit verzendbewijs kan worden afgeleid dat op dinsdag 6 juni 2017 een pakket van in totaal dertien pagina’s is aangeboden aan PostNL. Hierbij is gebruik gemaakt van een 24-uurs dienst. Rechts bovenaan het verzendbewijs staat in een kader het postadres van het Parket CVOM genoteerd. In beroep bij de kantonrechter heeft de gemachtigde een verzendrapport in het geding gebracht waaruit meer specifiek volgt dat een pakket van dertien pagina’s met voormelde inhoudsopgave op

6 juni 2017 om 11:40:56 is “verzonden/OK” aan het Parket CVOM. In dit verzendrapport is tevens het volgende vermeld:

Geautomatiseerde verzending per 24-uurs post

Een bericht dat per reguliere 24-uurs post geautomatiseerd wordt verzonden, wordt volledig door streamable.eu verwerkt. Nadat de opdracht voor verzending is gegeven, wordt de brief ter verzending doorgezonden naar een postcentrum. Doordat de postverzending plaatsvindt in een gesloten lus is verlies tijdens het print- en verzendproces uitgesloten. Brieven die op werkdagen vóór 16:00 uur de status ‘Verzonden/OK’ hebben, worden dezelfde dag nog ter post aangeboden. Brieven die na 16:00 uur zijn verwerkt, kunnen pas de volgende werkdag worden aangeboden.

9. Het hof overweegt dat de gemachtigde gelet op het voorgaande aannemelijk heeft gemaakt op 6 juni 2017 een pakket van in totaal dertien pagina’s aan PostNL te hebben aangeboden, gericht aan het Parket CVOM, waarvan ook het administratief beroepschrift in de onderhavige zaak deel uitmaakt. Dit betekent dat aannemelijk is gemaakt dat in de onderhavige zaak tijdig administratief beroep is ingesteld en dat de officier van justitie dit beroep ten onrechte (kennelijk) niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en ook die beslissing vernietigen. Thans staat ter beoordeling van het hof het beroep tegen de inleidende beschikking.

10. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990 (milieuzone)”. Deze gedraging zou zijn verricht op
8 april 2017 om 15:13 uur op de Schieweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken
[YY-000-Y] .

11. De gemachtigde merkt in hoger beroep op dat de rechtbank Rotterdam in soortgelijke zaken thans steeds oordeelt dat de sanctie niet in stand kan blijven, nu de foto waarop gehandhaafd wordt niet aan de eisen voldoet die daaraan gesteld worden. Bijgevoegd is een dergelijke uitspraak.

12. Mede gelet op de verwijzing naar de bijgevoegde uitspraak van de rechtbank Rotterdam begrijpt het hof het verweer van de gemachtigde aldus dat niet is voldaan aan de juridische randvoorwaarden als vereist door Bijlage L bij de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar (Beleidsregels boa), nu op de foto van de gedraging het C-bord niet zichtbaar is en uit de foto evenmin kan worden afgeleid dat het voertuig het bord is gepasseerd.

13. In bijlage L van de Beleidsregels boa, zoals die ten tijde van de oplegging van de sanctie luidde, staat het toepasselijk kader voor de gemeente opgenomen indien zij, zoals hier, digitaal wil handhaven op categorie C borden. Uit deze voorwaarden kan worden afgeleid dat er een foto van de gedraging wordt gemaakt en dat hierop zichtbaar moet zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd.

14. Het hof stelt vast dat zich in het dossier een foto van de gedraging bevindt, maar dat hierop niet zichtbaar is dat het voertuig het C-bord is gepasseerd. Het hof ziet zich voor de vraag gesteld welk gevolg hieraan verbonden moet worden en acht hierbij van belang of het niet voldoen aan hetgeen in bijlage L is gesteld op andere wijze wordt ondervangen (vgl. het arrest van dit hof van

14 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5537).

15. In het dossier bevindt zich ook een zaakoverzicht. Hieruit blijkt dat de sanctie is opgelegd door boa Chotoe en voorts dat automatisch is vastgesteld dat artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is overtreden in combinatie met bord C6 van Bijlage 1 van het RVV 1990. De ambtenaar heeft de gegevens van het voertuig opgegeven en opgemerkt dat de borden C6 zijn voorzien van een onderbord met het woord "zone", dat de camera heeft waargenomen dat het betrokken voertuig het voor hem bedoelde bord geslotenverklaring C6 negeerde en dat dit bord is geplaatst op de Schieweg ter hoogte van het Gordelpad.

16. Hetgeen in deze zaak in het zaakoverzicht staat opgenomen over de bebording op de pleeglocatie betreft geen waarneming van de ambtenaar van de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging. Gelet hierop kan niet op basis van de gegevens in het dossier worden vastgesteld dat het bord C6 deugdelijk stond geplaatst. Het dossier bevat geen andere stukken waaruit blijkt dat zodanig bord stond geplaatst op de pleeglocatie. Zodoende kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is vastgesteld overeenkomstig de daarvoor gegeven regels. Dit betekent dat de inleidende beschikking geen stand kan houden. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

17. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen in totaal drieënhalf procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 934,50 (= 3,5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 934,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.