Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:2151

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.275.775/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoorplicht. De gemachtigde is niet op de hoorzitting verschenen en heeft ook niet gereageerd op het verzoek om een telefoonnummer op te geven voor een telefonische hoorzitting. De officier van justitie heeft de gemachtigde voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.275.775/01

CJIB-nummer

: 225204459

Uitspraak d.d.

: 5 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 28 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 19 februari 2021. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter heeft miskend dat de beslissing van de officier van justitie niet in stand kan blijven wegens schending van de hoorplicht. Aan het uitdrukkelijk verzoek in het administratief beroepschrift om telefonisch te worden gehoord, is geen gehoor gegeven. De officier van justitie heeft de gemachtigde onvoldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De gemachtigde verwijst daarbij naar het arrest van het hof van

5 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10154.

2. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in het beroepschrift van 3 juni 2019 heeft verzocht om de gelegenheid om het beroep telefonisch toe te lichten. Een telefoonnummer is niet vermeld. In het dossier bevindt zich een brief van 5 augustus 2019 van de officier van justitie waarin hij de gemachtigde bericht dat deze de mogelijkheid krijgt om in persoon of telefonisch te worden gehoord. Daarbij is de gemachtigde gevraagd om met het meegestuurde antwoordformulier zijn voorkeur aan te geven voor één van de daarop genoemde mogelijkheden, te weten op 3 september 2019 om 10.00 uur in persoon of telefonisch na verzoek daartoe via het antwoordformulier en onder opgave van een telefoonnummer waarvoor aan de beller geen kosten in rekening worden gebracht. In de brief is tevens het volgende vermeld. Wordt niet binnen twee weken gereageerd, dan gaat de officier van justitie ervan uit dat de gemachtigde in persoon wil worden gehoord op 3 september 2019 om 10.00 uur. Meldt hij zich daartoe niet op de locatie van de hoorzitting, dan vindt de hoorzitting plaats in zijn afwezigheid en zal daarna een beslissing worden genomen. Op 5 september 2019 heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard. In de beslissing staat dat geen reactie is ontvangen op de brief van 5 augustus 2019 en dat de gemachtigde ook niet aanwezig was op de hoorzitting van

3 september 2019. Er is beslist op basis van de stukken.

3. Naar het oordeel van het hof heeft de officier van justitie de gemachtigde voldoende in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. De officier van justitie heeft een telefonische hoorzitting aangeboden. De gemachtigde had daarvan gebruik kunnen maken door het antwoordformulier te retourneren en op te geven op welk nummer hij gehoord kon worden. De gemachtigde heeft echter niet meer gereageerd. Onder deze omstandigheden kon de officier van justitie afzien van het houden van een telefonische hoorzitting en volstaan met de op 3 september 2019 gehouden fysieke hoorzitting. Het verweer treft geen doel.

4. De gemachtigde van de betrokkene voert verder aan dat de kantonrechter niet heeft onderkend dat in deze zaak niet aan de door het hof in vergelijkbare zaken geformuleerde bewijsregels is voldaan. De betrokkene persisteert bij zijn betoog dat hij op de bewuste dag geen behoorlijke bebording heeft gezien waaruit hij mocht afleiden dat een geslotenverklaring van toepassing was. Op de foto’s is de bebording niet zichtbaar en schouwrapporten ontbreken. Bovendien is de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) om op gedragingen als deze te handhaven begrensd tot situaties die gerelateerd kunnen worden aan de openbare orde. Het verkeersbesluit waaruit dat kan blijken, ontbreekt.

5. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 april 2019 om 16:19 uur op de Griftdijk in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [YYY-YY-000] .

6. Het zaakoverzicht vermeldt dat de sanctie is opgelegd door een boa, werkzaam in het domein openbare ruimte. Ten tijde van het opleggen van de sanctie gold de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (Staatscourant 16 oktober 2018, 57803). De bijlage bij die regeling bepaalt dat de boa Openbare ruimte belast is met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften:

“16. Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV). Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.

7. In aanvulling op de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht dat de onderhavige geslotenverklaring ondermeer is ingesteld om de leefbaarheid in de omgeving te vergroten, dit gelet op de grote hoeveelheid sluipverkeer, heeft de advocaat-generaal onder andere overgelegd het in de Staatscourant van 30 juni 2017, nr. 37866 gepubliceerde Verkeersbesluit Griftdijk-Griftdijk Noord; afsluiting gemotoriseerd verkeer (spitstijden). In dit besluit staat dat de geslotenverklaring is ingesteld om de verkeersveiligheid en leefbaarheid te verbeteren. Aldus kan worden vastgesteld dat het optreden van de ambtenaar valt binnen de hem toegekende bevoegdheden.

8. De advocaat-generaal heeft verder processen-verbaal van schouw van 4 april 2019 en 1 mei 2019 overgelegd. Deze houden in dat bij schouw op genoemde data is gezien dat op de Griftdijk-Noord vijf keer bebording stad inwaarts en vier keer bebording stad uitwaarts duidelijk zichtbaar vanaf de openbare weg aanwezig was die automobilisten informeert dat de Griftdijk-Noord is afgesloten van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 uur en 09.00 uur en tussen 16.00 uur en 18.00 uur, uitgezonderd vergunninghouders.

9. De bezwaren treffen geen doel. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.