Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:1961

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-03-2021
Datum publicatie
08-04-2021
Zaaknummer
Wahv 200.253.660/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Doorgetrokken streep. Naast de doorgetrokken streep was over korte afstand een onderbroken streep aangebracht, zodat daar mocht worden ingehaald. Om terug te keren naar zijn eigen rijstrook, moest de bestuurder de doorgetrokken streep opnieuw overschrijden. In deze situatie is de oplegging van een sanctie niet billijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.253.660/01

CJIB-nummer

: 208297256

Uitspraak d.d.

: 1 maart 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Holland van 28 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 250,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 juni 2017 om 19:45 uur op de Doggersvaart in Den Helder met het voertuig met het [kenteken YY-00-YY] .

2. De gemachtigde betwist de gedraging. Hij voert in dat verband onder meer aan dat op plaats waar de vermeende gedraging is vastgesteld sprake is van een onderbroken streep, zodat inhalen ter plaatse is toegestaan.

3. Omtrent de plaats waar de gedraging is vastgesteld verklaart de betrokken ambtenaar in het proces-verbaal van bevindingen van 2 november 2017 voor zover hier van belang - zakelijk weergegeven - het volgende:

Op 13 juni 2017 reed ik over de Doggersvaart in Den Helder. Ik kwam vanaf de rotonde Nieuweweg/Doggersvaart. Ik zag twee voertuigen mij vanuit de tegenovergestelde richting naderen. Ik zag dat het achterste voertuig, [kenteken YY-00-YY] , een voertuig inhalen. Deze inhaalactie werd ingezet net na de spoorwegovergang.

4. Door de gemachtigde en de advocaat-generaal zijn verschillende via Google Maps verkregen foto’s overgelegd, met daarop een weergave van het beeld net na de spoorwegovergang dat is vastgelegd vanuit de rijrichting van de betrokkene. Op deze foto’s is een onderbroken streep van enige lengte - door de advocaat-generaal op 50 meter geschat - zichtbaar, naast een doorgetrokken streep. De onderbroken streep bevindt zich aan de zijde waar de betrokkene de doorgetrokken streep overschrijdt. Op deze plaats is het overschrijden van de doorgetrokken streep op de voet van artikel 76, tweede lid onder b van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens toegestaan.

5. De betrokkene wordt kort gezegd het verwijt gemaakt een doorgetrokken streep te hebben overschreden waar dat niet is toegestaan.

6. Naar het oordeel van het hof is, gelet op hetgeen de ambtenaar expliciet heeft verklaard, zoals omschreven onder 3., omtrent de plaats waar de gedraging is vastgesteld, onvoldoende komen vast te staan dat de inhaalactie door de betrokkene is ingezet op een moment dat er sprake was een doorgetrokken streep, buiten aanwezigheid van een aan de zijde van de betrokkene daarnaast gelegen onderbroken streep. Het standpunt van de advocaat-generaal dat dit in het midden kan blijven omdat de onderbroken streep dusdanig kort is dat de betrokkene de doorgetrokken streep in ieder geval heeft overschreden om weer op de rechter rijsstrook te geraken volgt het hof niet. De wegbeheerder heeft ter plaatse gekozen voor het aanbrengen van een onderbroken streep naast een doorgetrokken streep. Het overschrijden van die doorgetrokken streep is daar toegestaan. De lengte van die onderbroken streep is echter dusdanig kort dat een weggebruiker door de situatie ter plaatse is gedwongen de doorgetrokken streep te overschrijden om weer op de voor hem bestemde rijstrook terecht te komen. De gedraging is derhalve feitelijk verricht, maar de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden geven het hof aanleiding de sanctie te matigen tot nihil. Het wijzigen van de feitcode in het verwijt 'zich links van een doorgetrokken streep bevinden', acht het hof gelet op de hiervoor omschreven omstandigheden niet aangewezen.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift

en de nadere toelichting dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt

bedraagt € 534,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van

de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 934,50 (3,5 x € 534,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op nihil;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 934,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.