Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:18

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
04-01-2021
Datum publicatie
08-02-2021
Zaaknummer
Wahv 200.270.469/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rijden zonder helm. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voertuig was voorzien van een gordelconstructie, waardoor een helm niet verplicht zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.270.469/01

CJIB-nummer

: 221466602

Uitspraak d.d.

: 4 januari 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 21 december 2020. De gemachtigde en de betrokkene zijn niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder of passagier geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm dragen (feitcode R536C)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 oktober 2018 om 10:35 uur op de Damstraat in Tiel met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. Verder voert de gemachtigde het volgende aan. De ambtenaar heeft nooit aanvullende gegevens verstrekt of de vragen van de CVOM beantwoord. Uit het brondocument blijkt niet hoe de ambtenaar heeft vastgesteld dat de helm niet passend was. Nu er geen staandehouding heeft plaatsgevonden kon het goedkeuringsmerk niet worden onderzocht. De kantonrechter heeft de verklaring van een andere medewerker van de [C] gebruikt om de sanctie in stand te kunnen laten en dat is onrechtmatig. Die medewerker heeft de gedraging namelijk niet waargenomen. Verder kan bij een voertuig dat van de ambtenaar afrijdt – en dus alleen van achter wordt gezien – niet worden vastgesteld of het is voorzien van een gordelconstructie.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 60, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zoals die bepaling destijds luidde:
1. De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd (…).

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik, verbalisant, werd gepasseerd op de Damstraat door een driewielig motorrijtuig, met kenteken
[YY-000-Y] . Ik zag dat de bestuurder van het motorrijtuig geen passende helm droeg. Ik zag dat de bestuurder (het hof begrijpt: het voertuig) niet was voorzien van een gordelinstructie (het hof begrijpt: gordelconstructie). Ik heb de bestuurder van bovengenoemd voertuig niet staande kunnen houden omdat wij onze surveillance te voet uitvoerden en de bestuurder van het voertuig van ons af reed.”

6. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de in het zaakoverzicht opgenomen verklaring van de ambtenaar dat de bestuurder van het motorrijtuig geen passende helm droeg en er geen gordelconstructie aanwezig was. Nu de vaststelling dat de gedraging is verricht ook louter gebaseerd kan worden op de verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd, volgt het hof het verweer van de gemachtigde omtrent de verklaring van de andere medewerker van [C] en het op basis daarvan beweerdelijk onrechtmatig in stand laten van de sanctie door de kantonrechter niet.

7. De ambtenaar heeft waargenomen dat het voertuig niet was voorzien van een gordelconstructie. Namens betrokkene heeft de gemachtigde aangevoerd dat de bestuurder een gordel droeg en om die reden geen helm hoefde te dragen, zoals bepaald in artikel 60, lid 2 onder sub d van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Tegenover de waarneming van de ambtenaar is aangevoerd dat de ambtenaar de constructie niet kon waarnemen. Het verweer - een beroep op een uitzonderingsbepaling - had op eenvoudige wijze kunnen worden onderbouwd door bijvoorbeeld een foto van het voertuig, een Piaggio, type M64 te overleggen waarop een gordelconstructie zichtbaar is.

Het hof verwerpt het verweer.

8. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal diens beslissing bevestigen.

9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.