Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:12026

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-12-2021
Datum publicatie
19-01-2022
Zaaknummer
21-000995-19
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2019:541, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ter zake van ontucht plegen met een minderjarige die aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid was toevertrouwd. Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat sprake is geweest van door verdachte gepleegde handelingen van seksuele aard, in strijd met de geldende sociaal-ethische norm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000995-19

Uitspraak d.d.: 21 december 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht van 13 februari 2019 met parketnummer 16-659406-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 juli 2020, 7 december 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I.E. Leenhouwers, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Hoger beroep staat voor verdachte niet open tegen de gegeven (partiële) vrijspraken ten aanzien van de tenlastelegging betrekking hebbende op de minderjarigen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] . Verdachte zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beroep voor zover gericht tegen de beslissingen ter zake van dit deel van de tenlastelegging.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is door de rechtbank veroordeeld ter zake van ontucht plegen met een minderjarige die aan zijn zorg, opleiding en waakzaamheid was toevertrouwd, meermalen

gepleegd, tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en dat verdachte gedurende vijf jaren in werk en hobby geen werkzaamheden met minderjarigen zal verrichten. Deze laatste bijzondere voorwaarde heeft de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaard. De rechtbank heeft voorts een taakstraf van 200 uren opgelegd subsidiair 100 dagen hechtenis. De rechtbank heeft tenslotte de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 7] toegewezen tot een bedrag van € 22,80 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 8] toegewezen tot een bedrag van € 5,70 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 9] toegewezen tot een bedrag van € 16,72 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 10] toegewezen tot een bedrag van € 22,55 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 01 april 2018 te Nieuwegein en/of Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de/een, in verdachtes hoedanigheid van sportleraar/basketbalcoach, aan zijn zorg en / of opleiding en / of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige(n) te weten

[betrokkene 7] , geboren op [geboortedag] 2007, en/of

[betrokkene 8] , geboren op [geboortedag] 2005, en/of

[betrokkene 9] , geboren op [geboortedag] 2004, en/of

[betrokkene 10] , geboren op [geboortedag] 2004,

[betrokkene 11] , geboren op [geboortedag] 2005, en/of

[betrokkene 12] , geboren op [geboortedag] 2005,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) als sportleraar/basketbalcoach tijdens een door hem gegeven training, voornoemde [betrokkene 7] , geboren op [geboortedag] 2007, en/of [betrokkene 8] , geboren op [geboortedag] 2005, en/of [betrokkene 9] , geboren op [geboortedag] 2004, en/of [betrokkene 10] , geboren op [geboortedag] 2004, en/of [betrokkene 11] , geboren op [geboortedag] 2005, en/of [betrokkene 12] , geboren op [geboortedag] 2005, bij zijn/hun (met kleding bedekte) penis en/of ballen en/of billen betast en/of aangeraakt en/of aangetikt;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft integrale vrijspraak van de verdachte gevorderd. Volgens de advocaat-generaal kan niet boven gerede twijfel uit de bewijsmiddelen volgen dat verdachte opzettelijk - ook niet in voorwaardelijke zin - een seksuele handeling heeft verricht waarmee hij de strafrechtelijke norm heeft overschreden.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de belastende verklaringen van de jeugdspelers en de verklaringen van de vermeende getuigen onvoldoende betrouwbaar zijn om een bewezenverklaring op te baseren. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er in het voorbereidend onderzoek in de onderhavige strafzaak sprake is van ernstige, onherstelbare vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering en dat haar cliënt door deze verzuimen in zijn belangen is geschaad. Volgens de raadsvrouw zijn er onnavolgbare “tactische keuzes” gemaakt ten aanzien van de insteek van het politieonderzoek, was er onvoldoende aandacht voor objectieve informatie/ het horen van neutrale getuigen, onvoldoende oog voor onderlinge beïnvloeding en de mogelijke consequenties hiervan en ten slotte was er sprake van een slechte kwaliteit van de verhoren en slechte verslaglegging. Volgens de raadsvrouw dienen deze onherstelbare vormverzuimen tot bewijsuitsluiting te leiden. Indien het hof niet tot bewijsuitsluiting komt, dan moeten de geconstateerde gebreken in het opsporingsonderzoek in ieder geval worden betrokken in de vraag of de verklaringen van de diverse jeugdspelers en getuigen voldoende betrouwbaar zijn om het bewijs voor het plegen van ontuchtige handelingen door cliënt op te baseren en om het door de verdediging aangedragen alternatieve scenario te kunnen weerleggen. Het alternatieve scenario is dat er geen sprake is geweest van opzettelijke ontuchtige handelingen, gepleegd door haar cliënt tijdens trainingsmomenten, maar dat er sprake is van normale handelingen, die horen bij basketbal maar die achteraf op een onjuiste wijze zijn ingekleurd, zijn uitvergroot en vele malen zijn vermenigvuldigd en uiteindelijk hebben geresulteerd in beschuldigingen die niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van haar standpunt onder meer een beroep gedaan op de bevindingen van de deskundigen prof. dr. [deskundige 1] en mr. dr. [deskundige 2] en op de verklaring die [deskundige 2] heeft afgelegd ter zitting van het hof.

De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat om tot een bewezenverklaring te komen in deze zaak allereerst vastgesteld dient te worden dat er sprake is van seksuele handelingen. Pas als de seksuele aard van de handelingen vast staat, komt de vraag aan de orde of deze seksuele handelingen in strijd met de sociaal-ethische norm en daarom strafbaar zijn. De aanrakingen boven de kleding zouden volgens aangevers hebben plaatsgehad tijdens basketbaltrainingen bij dynamische (verdedigings)oefeningen, maar bij die trainingen was publiek aanwezig zoals medetrainers en ouders van de leerlingen en niet is gebleken van seksueel getinte opmerkingen of gedrag op of buiten het veld waaruit een seksuele intentie van verdachte blijkt. Ook gezien deze context en deze omstandigheden kan volgens de raadsvrouw dus niet worden geconcludeerd dat er sprake is geweest van het opzettelijk, ook niet in voorwaardelijke zin, verrichten van seksuele handelingen en dient reeds hierom vrijspraak te volgen.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat er sprake is geweest van door verdachte gepleegde handelingen van seksuele aard, in strijd met de geldende sociaal-ethische norm.

Gelet hierop komt het hof met de advocaat-generaal en de verdediging tot het oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De aangevoerde verweren met betrekking tot vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering behoeven hierdoor geen bespreking.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 505,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5,70. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd tot niet-ontvankelijkheid wegens de gevorderde vrijspraak.

De verdediging heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering wegens de bepleite vrijspraak.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 7]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 528,88. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 22,80. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd tot niet-ontvankelijkheid wegens de gevorderde vrijspraak.

De verdediging heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering wegens de bepleite vrijspraak.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 9]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 519.76. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 16,72. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd tot niet-ontvankelijkheid wegens de gevorderde vrijspraak.

De verdediging heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering wegens de bepleite vrijspraak.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 10]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 530,91. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 22,55. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd tot niet-ontvankelijkheid wegens de gevorderde vrijspraak.

De verdediging heeft bepleit de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering wegens de bepleite vrijspraak.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van de tenlastelegging betrekking hebbende op de minderjarigen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] .

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 8]

Verklaart de benadeelde partij [betrokkene 8] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 7]

Verklaart de benadeelde partij [betrokkene 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 9]

Verklaart de benadeelde partij [betrokkene 9] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 10]

Verklaart de benadeelde partij [betrokkene 10] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door

mr. C.H. Zuur, voorzitter,

mr. M. Keppels en mr. M.J. Vos, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. W.C.S. Huijbers, griffier,

en op 21 december 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 21 december 2021.

Tegenwoordig:

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. C. Zijlstra, advocaat-generaal,

mr. M.E. Ruiter, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.