Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9871

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-11-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
Wahv 200.247.373/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Als er een foto is van de gedraging, moet dit blijken uit het zaakoverzicht en moet deze foto in het dossier worden opgenomen. In dit geval blijkt pas in hoger beroep dat er een foto is. Daarop is een heel ander voertuig te zien dan in het zaakoverzicht staat. Als gevolg van deze fout is de verkeerde kentekenhouder beboet. Wanneer de officier van justitie de foto eerder had opgevraagd, dan had dit al in administratief beroep kunnen worden ontdekt en gecorrigeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.247.373/01

CJIB-nummer

: 215649379

Uitspraak d.d.

: 30 november 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 27 september 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. De advocaat-generaal heeft wel aanvullende informatie verstrekt.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep opnieuw aan dat het voertuig van de betrokkene niet ter plaatse kan zijn geweest. Het voertuig heeft er niet gestaan, omdat de betrokkene met dat voertuig rijdende, onderweg was naar haar werk(locatie). Het enige dat daar tegenover staat is de niet ambtsedige tekst in het zaakoverzicht. Er is géén rechtsgeldig bewijs voorhanden waaruit blijkt dat het voertuig met genoemd kenteken wel ter plekke is geweest.

2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “parkeren op een gelegenheid voor onmiddellijk laden en lossen van goederen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 maart 2018 om 11:50 uur op de Spuistraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] . Het zaakoverzicht vermeldt dat dit een Toyota Aygo is.

3. Tot de informatie die de advocaat-generaal heeft verstrekt, behoort een door de ambtenaar ter plaatse gemaakte foto van de gedraging. Daarop is te zien dat de gedraging is verricht met een Jeep met het kenteken [YX-000-Y] . Bij het opleggen van de sanctie is dus een verkeerd kenteken ingevoerd. Niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Dat leidt tot na te melden beslissing.

4. Het hof merkt nog op dat als in het zaakoverzicht zou hebben gestaan dat een foto van de gedraging voorhanden is, en die foto door de officier van justitie zou zijn geraadpleegd en aan het dossier zou zijn toegevoegd, zoals had gemoeten (vgl. ov. 14 en 15 van het arrest van 2 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1050), deze fout al in administratief beroep had kunnen worden ontdekt en gecorrigeerd

5. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van de beroepschriften bij de officier van justitie, de kantonrechter en het hof dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van (3,5 x € 525,- x 0,5) = € 918,75.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.