Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9865

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
01-12-2020
Datum publicatie
01-12-2020
Zaaknummer
21-003908-19
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2019:2986
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling vrouw tot twintig jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van de moord op haar echtgenoot. Financieel en relationeel motief. Uitgebreide bewijsoverwegingen over de betrokkenheid van de verdachte en het medeplegen. Overwegingen over het gebruik voor het bewijs van resultaten van de Google Timeline en andere onderzoeksresultaten met betrekking tot de mobiele telefoons van de verdachte en het slachtoffer. Het hof acht de ontkennende verklaring van de verdachte op punten kennelijk leugenachtig dan wel ongeloofwaardig of onaannemelijk. Het feit kan de verdachte volledig worden toegerekend. Aan de nabestaanden moet de verdachte een schadevergoeding betalen van ruim 107.000 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0910
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003908-19

Uitspraak d.d.: 1 december 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 11 juli 2019 met parketnummer 18-750126-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

zich noemende: [verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

thans ingeschreven en verblijvende in de PI Utrecht, locatie Nieuwersluis, te Nieuwersluis.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 6 november 2019, 7 oktober 2020, 2 en 3 november 2020, 1 december 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde medeplegen van moord en veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 jaren, met aftrek van de tijd door de verdachte in voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast heeft de advocaat-generaal met betrekking tot de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen gevorderd deze vorderingen toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, zij het dat de advocaat-generaal zich ten aanzien van de hoogte van de immateriële schadevergoeding heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en haar raadsman, mr. B.J. de Pree, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 11 juli 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaren, met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Daarnaast bevat het vonnis de beslissingen op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen en heeft de rechtbank schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het op onderdelen tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

primair:


zij op of omstreeks 9 juli 2017 te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , alleen dan wel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of een of meer van haar mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een of meer hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en) op het hoofd geslagen, althans ernstig geweld op het hoofd, althans op het lichaam, van die [slachtoffer] uitgeoefend, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

subsidiair:


zij op of omstreeks 9 juli 2017 te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , alleen dan wel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en/of een of meer van haar mededader(s) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met (een) hard(e) en/of stevig(e) voorwerp(en) op het hoofd geslagen, althans ernstig geweld op het hoofd, althans op het lichaam, van die [slachtoffer] uitgeoefend, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

De verdachte staat terecht voor de verdenking dat zij haar echtgenoot [slachtoffer] (hierna ook: het slachtoffer) op 9 juli 2017 in [plaats] , al dan niet tezamen met een of meer anderen, heeft gedood. Dit is primair als het medeplegen van moord en subsidiair als het medeplegen van doodslag ten laste gelegd.

Het slachtoffer heeft op 8 juli 2017 het festival [naam festival] in [plaats] bezocht. De volgende ochtend is het levenloze lichaam van het slachtoffer aangetroffen in een weiland naast de [adres] , in de omgeving van het festivalterrein.

1. Standpunten

1.1 Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal concludeert, overeenkomstig zijn op de zitting van het hof overgelegde schriftelijk requisitoir, tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde medeplegen van moord. De verdachte heeft dit feit gepleegd met haar oom [naam oom] , aldus de advocaat-generaal.

1.2 Standpunt verdediging

De verdachte heeft in eerste aanleg en in hoger beroep ontkend dat zij op enige wijze betrokken is geweest bij de dood van haar echtgenoot. Ze heeft in de middag van 8 juli 2017 het slachtoffer weggebracht naar de boot van [getuige 1] , met wie het slachtoffer naar het festival [naam festival] in [plaats] ging. De verdachte en het slachtoffer hadden afgesproken dat de verdachte die avond/nacht na afloop van het festival het slachtoffer zou ophalen bij de [adres] / [adres] in [plaats] . Het slachtoffer heeft op 8 juli 2017 in de ochtend deze ophaalplek voorgesteld. Nadat ze het slachtoffer op 9 juli 2017 om 00:22 uur aan de telefoon heeft gehad, is de verdachte direct vanaf hun woning aan de [adres] in [plaats] naar de [adres] / [adres] gereden met hun Mercedes. De verdachte heeft de Mercedes aan het begin van het schelpenpaadje neergezet, iets voorbij de kruising [adres] / [adres] . Het slachtoffer bleek er nog niet te zijn. De verdachte is uit de auto gestapt, is over het schelpenpad tot aan het schrikhek gelopen, is omgekeerd en teruggelopen over de [adres] tot de bocht van de [adres] in de richting van het station. Vervolgens is ze weer teruggelopen naar de auto. Ondertussen lag haar telefoon nog in de auto, in de middenconsole. Na het instappen wilde ze het slachtoffer bellen, maar de verdachte zag dat het scherm van haar telefoon zwart was. Hierop is de verdachte snel weer terug naar de woning gereden. De drie kinderen van de verdachte en het slachtoffer lagen immers alleen thuis te slapen. Ze is ongeveer een kwartier in de omgeving van de kruising [adres] / [adres] geweest.

De raadsman heeft, overeenkomstig zijn op de zitting van het hof overgelegde pleitnota, betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Het dossier bevat geen directe en redengevende bewijsmiddelen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen, de feiten en omstandigheden waarop de rechtbank eerder de ernstige bezwaren heeft aangenomen en de andere feiten en omstandigheden uit het dossier leveren geen wettig en overtuigend bewijs op. Het door het openbaar ministerie gepresenteerde scenario ontstijgt het niveau van een mogelijk scenario niet, nu er op grond van het dossier ook meerdere andere scenario’s denkbaar zijn waarbij de verdachte niet als betrokkene kan worden aangewezen.

2. Het oordeel van het hof

2.1 De redengevende feiten en omstandigheden

Aan de hand van de onderstaande bewijsmiddelen,1 bevattende onder meer redengevende feiten en omstandigheden, zet het hof zijn overwegingen uiteen. Het hof stelt op grond van deze bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting het volgende vast.

Aantreffen van het lichaam van het slachtoffer

Op 9 juli 2017 omstreeks 10:25 uur is in een weiland gelegen aan de [adres] , nabij de kruising met de [adres] in [plaats] ( [plaats] , gemeente [gemeente] ), het levenloze lichaam van het slachtoffer aangetroffen. In het gras lag een paar meter voor hem zijn mobiele telefoon met het scherm naar beneden gericht. Nog een paar meter verderop lag zijn gesloten portemonnee. Het slachtoffer werd liggend op zijn buik aangetroffen. De knoopsluiting van zijn spijkerbroek was geopend en de broek was deels naar beneden geschoven, tot halverwege de billen.2

Letsel slachtoffer

Uit het schouwverslag van de forensisch arts volgt dat sprake was van een niet natuurlijk overlijden door geweldpleging.3 Uit forensisch pathologisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) blijkt dat bij postmortaal radiologisch onderzoek en bij sectie uitwendig en inwendig letsel aan het lichaam werd vastgesteld.

[weergave gedeelte bewijsmiddel]

Het intreden van de dood wordt verklaard door hersenfunctiestoornissen en longfunctiestoornissen en daaropvolgende overige orgaanfunctiestoornissen ten gevolge van bovengenoemd ingewerkt uitwendig mechanisch stomp (botsend), (samen)drukkend geweld.4

Uit het radiologisch rapport van 28 juni 2018 volgt [weergave gedeelte bewijsmiddel].5

Uit het radiologisch rapport van 9 juli 2018 volgt [weergave gedeelte bewijsmiddel].6

Op aanvullende vragen heeft de patholoog aangeven dat het slachtoffer nog tot wandelen, strompelen, kruipen in staat geweest kon zijn, maar dat deze eventuele verplaatsing van het slachtoffer zelf niet over een grote afstand zal zijn geweest, gelet op de complexiteit van het schedel-hersen(vlies)letsel.7 Uit het bloedspoorpatroononderzoek zijn geen aanwijzingen verkregen die kunnen duiden op verplaatsing (door een ander) van het reeds bebloede lichaam.8

Ten aanzien van zeven tijdens de sectie uitgenomen huiddelen (biopten) is wonddateringsonderzoek uitgevoerd. Het immuunprofiel van de vitale wondreacties bij de huiddelen van [weergave gedeelte bewijsmiddel] (het hof begrijpt: letsels J, Q en I in het NFI‑sectierapport) is minder uitgesproken vergeleken met [weergave gedeelte bewijsmiddel] (het hof begrijpt: letsels A, N en H in het NFI-sectierapport) en derhalve waarschijnlijk ook iets recenter.9

Met het oog op de vraag bij welk scenario het letsel van het slachtoffer het beste past is aanvullend een forensisch geneeskundige rapportage opgesteld. Gezien het verspreid voorkomen van de letsels – duidend op meerdere botsende geweldsinwerkingen op het hoofd en het lichaam – vanuit meerdere richtingen door impacts waarbij sprake is van een relatief klein contactoppervlak op het lichaam, is het aantreffen van de bij sectie op het lichaam van het slachtoffer waargenomen uitwendige letsels waarschijnlijker onder een hypothese van herhaald slaan met een voorwerp dan onder een hypothese van een aanrijding met een voertuig of een val van hoogte.10

Tussenconclusie van het hof met betrekking tot de doodsoorzaak van het slachtoffer

Het hof stelt op grond van het bovenstaande vast dat het slachtoffer door herhaald slaan met een voorwerp op/tegen zijn lichaam, waaronder het hoofd, om het leven is gebracht.

Telefoon van het slachtoffer

De mobiele telefoon van het slachtoffer – die op enkele meters van hem is aangetroffen –

is onderzocht door digitale experts van de politie. Aan de hand van gebruikersactiviteiten en locatiegegevens van het Google account van het slachtoffer ( [mailadres] ) is inzicht verkregen in een tijdlijn met locaties en daarbij behorende activiteitgegevens, waaronder gebruikersactiviteiten (de Google Timeline). Ten aanzien van de gebruikersactiviteiten geeft Google hierbij een confidence-waarde: de waarschijnlijkheid dat het geschatte type activiteit correct is, weergegeven in een waarde van 0 tot 100. Het hof geeft de confidence-waarde hieronder in procenten weer.

Uit de gebruikersactiviteiten en locatiegegevens van het Google account van het slachtoffer van 9 juli 2017 blijkt het volgende:

  • -

    De telefoon van het slachtoffer bevindt zich om 00:01:07 uur op het festivalterrein ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 11 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 00:27:38 uur bevindt het toestel zich op een gebruiker die aan het lopen is, met een waarschijnlijkheid van 95 %.

  • -

    Om 00:40:09 uur verandert de hoek waarop het toestel zich bevindt aanzienlijk, met een waarschijnlijkheid van 100%.

  • -

    Om 00:43:18 uur beweegt het toestel niet, met een waarschijnlijkheid van 100%.

  • -

    Om 00:44:56 uur verandert de hoek waarop het toestel zich bevindt aanzienlijk, met een waarschijnlijkheid van 100%.

  • -

    Om 00:46:34 uur, 00:49:54 uur, 00:56:03 uur en om 01:05:48 uur wordt geregistreerd dat het toestel niet beweegt, telkens met een waarschijnlijkheid van 100%.

  • -

    In de periode tussen 01:05:52 uur tot 12:44:07 uur bevindt het toestel zich in het weiland ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locaties zijn tot op 12 meter nauwkeurig. De geregistreerde locaties bevinden zich steeds op

ongeveer 12 meter afstand van de uiteindelijke vindplaats van het toestel.11

Uit de uitleg die Google geeft voor het interpreteren van de gegevens volgt dat wanneer een Gaussische (normale) distributie12 van de meetgegevens wordt aangenomen, dat de echte waarde van de gegevens zich binnen de grenzen van de nauwkeurigheid bevindt 68% is. Wanneer de straal om de geregistreerde locatie tweemaal zo groot wordt gemaakt, is de waarschijnlijkheid dat het toestel zich binnen deze cirkel bevindt 95%. Wanneer de straal van de cirkel om de geregistreerde locatie driemaal zo groot wordt gemaakt is de waarschijnlijkheid 99,7%. Verbalisant [verbalisant 1] beschrijft dat, omdat het toestel gekoppeld aan het Google account [mailadres] op 9 juli 2017 tussen 01:05:52 uur en 12:44:07 uur niet van breedte- en lengtegraad is veranderd, ook niet nadat de politie ter plaatse was tussen 10:20 uur en 11:00 uur, het vermoeden is dat de in de Google Timeline geregistreerde locatie om 01:05:52 uur met een door Google aangegeven nauwkeurigheid van 12 meter inderdaad 12 meter afwijkt van de uiteindelijke vindplaats van het toestel. Omdat het toestel van het slachtoffer na 00:46:34 uur niet meer is bewogen, afgaand op de door Google geregistreerde bewegingen met type activiteit “STILL” (het toestel beweegt niet), is het vermoeden dat het toestel zich vanaf dat tijdstip al op de uiteindelijke vindplaats van het toestel bevond.13

In eerste aanleg is een contra-expertise uitgevoerd naar de bovenstaande onderzoeksdata betrekking hebbend op de Google Timeline door het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau (hierna: NFO). Telecomdeskundige ir. R. Pluijmers van het NFO heeft op de zitting in eerste aanleg verklaard dat hij zijn eigen script op de ruwe data van Google Timeline heeft toegepast. De tijdstippen en posities die daaruit kwamen heeft hij geplot op Google Maps. Pluijmers is hierbij tot exact dezelfde posities gekomen als weergegeven in het politieonderzoek. Voorts heeft hij aangegeven dat op basis van deze gegevens, de telefoon van het slachtoffer zich in elk geval vanaf 00:40:09 uur in het weiland ter hoogte van de [adres] bevond, op de positie waar het toestel om 01:05:52 uur is geregistreerd.14

In hoger beroep is vervolgens door de verdediging een forensisch onderzoek ingebracht, uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Incident Response (hierna: NFIR). Onder verwijzing naar de deskundigenrapportage van het NFIR is door de raadsman onder meer aangevoerd dat de uit het strafdossier blijkende locatiegegevens van Google Timeline niet accuraat en betrouwbaar zijn.

Het hof stelt vast dat tussen de digitale experts van de politie, het NFO en het NFIR consensus bestaat over het feit dat de locatiegegevens van Google niet gebruikt kunnen worden om een mobiele telefoon met absolute zekerheid en precies op een specifieke locatie te plaatsen. Er is sprake van overeenstemming in hun conclusies in het verrichte onderzoek door de politie en deskundige Pluijmers omtrent de tijdstippen en posities afkomstig van de ruwe data van Google Timeline. Met de ruwe data komen de politie en Pluijmers tot exact dezelfde tijdstippen en posities in Google Maps. Door het NFIR is een dergelijk volledig onderzoek niet verricht. In het geval van de telefoon van het slachtoffer is gebleken dat de door Google geregistreerde locatie van dit toestel vanaf 01:05:52 uur exact binnen de door Google zelf aangegeven nauwkeurigheidscirkel viel: 12 meter. Gelet op de hierboven weergegeven conclusies van de politie en Pluijmers op dit punt, acht het hof de door Google geregistreerde locatie van de telefoon vanaf 00:40:09 uur betrouwbaar. Nu het toestel van het slachtoffer daadwerkelijk is aangetroffen op een bepaalde locatie, kon de door Google geregistreerde locatie en bijbehorende confidence-waarde worden getoetst aan deze daadwerkelijke locatie van het toestel. Hieruit bleek dat de locatie van het aangetroffen toestel binnen de door Google geregistreerde locatie en bijbehorende confidence-waarde viel. In die zin ziet het hof daarom geen enkele reden om aan de betrouwbaarheid van de Google locatiegegevens te twijfelen en deze niet voor het bewijs te bezigen. Hetgeen het NFIR in algemene zin over de waardering van de exactheid van de Google Timeline heeft gesteld tast de concrete en beredeneerde onderzoeksresultaten van het onderzoek door de politie en deskundige Pluijmers in de betrouwbaarheid geenszins aan. Het hof zal de Google locatiegegevens evenwel slechts gebruiken als een indicatie van de locatie van het telefoontoestel, met inachtneming van de door Google zelf aangegeven confidence-waarde.

Vertrek en lopen door het slachtoffer vanaf het festivalterrein naar de [adres]

Uit de bovenstaande locatiegegevens van het Google account van het slachtoffer blijkt dat de telefoon van het slachtoffer zich om 00:01:07 uur nog op het festivalterrein bevindt. De afstand tussen de ingang van het feestterrein en de plaats in het weiland waar het slachtoffer is gevonden is circa 700 meter, berekend via het schelpenpaadje tussen de [adres] en de [adres] . Uitgaande van een normaal wandeltempo is de gelopen tijd op deze route 08.30 tot 09.00 minuten.15 De getuige [getuige 1] plaatst het vertrek van het slachtoffer richting 00:30 uur.16 De getuigen [getuige 2] en [getuige 3] hebben verklaard dat het slachtoffer ongeveer tussen 00:30 en 01:00 uur op het festival afscheid nam.17 De getuige [getuige 4] vertelt in haar verklaring aan de hand van door haar gemaakte foto’s dat zij het slachtoffer rond 00:25 uur voor het laatst op terrein van het festival heeft gezien.18

Om 00:27:38 uur bevindt het toestel van het slachtoffer zich volgens de locatiegegevens van Google op een gebruiker die aan het lopen is. Volgens de bovenstaande gebruikersactiviteiten van Google verandert om 00:40:09 uur de hoek waarop het toestel zich bevindt aanzienlijk. Om 00:43:18 uur beweegt het toestel niet. Om 00:44:56 uur verandert de hoek waarop het toestel zich bevindt aanzienlijk waarna om 00:46:34 uur, 00:49:54 uur, 00:56:03 uur en om 01:05:48 uur wordt geregistreerd dat het toestel niet meer beweegt.

Het hof beschouwt het bovenstaande in combinatie met de resultaten van het bloedspoorpatroononderzoek en het pathologisch onderzoek. Daaruit volgt dat het niet waarschijnlijk is dat het slachtoffer na zijn dood is verplaatst of dat het slachtoffer met het toegebrachte letsel zelf nog een grote afstand kon afleggen.

Tussenconclusie van het hof over plaats en tijd van het doden van het slachtoffer

Het hof stelt op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen vast dat het slachtoffer omstreeks 00:27 uur lopend van het festivalterrein is vertrokken. Het hof stelt ook vast dat het slachtoffer zich in elk geval vanaf 00:40:09 uur in het weiland ter hoogte van de [adres] bevond op de positie waar het slachtoffer later die dag is aangetroffen. Het hof stelt op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen vast dat het slachtoffer op die plaats in het weiland aan de [adres] is gedood. Het hof concludeert daarnaast uit het bovenstaande dat in het tijdvak van ongeveer 00:30 uur tot 00:46:34 uur het dodelijke geweld op het slachtoffer is toegepast.

2.2 De betrokkenheid van de verdachte

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of de verdachte betrokken is geweest bij de dood van het slachtoffer, hetgeen de verdachte heeft ontkend.

Verfdeeltjes op het slachtoffer en in de Mercedes van de verdachte

Bij de gerechtelijke sectie is lichaamsmateriaal uitgenomen en is het gelaat met folies bemonsterd voor verder onderzoek. Op de schedeldelen AAJL6679NL en AAJL6683NL zijn blauwe en witte op verf gelijkende deeltjes en een grijs deeltje aangetroffen. Deze deeltjes bevinden zich gedeeltelijk in het bot. In het uitgenomen huiddeel van letsel B (AAJL6681NL) zijn een blauwig en wit deeltje aangetroffen. In het huiddeel van letsel A (AAJL6682NL) zijn enkele blauwe en witte deeltjes aangetroffen. Deze deeltjes zijn niet verder onderzocht omdat ze erg klein zijn. In het huiddeel van letsel C (AAJL6680NL) zijn meerdere op verf gelijkende deeltjes aangetroffen. Er zijn op verf gelijkende deeltjes aangetroffen die uit meerdere lagen zijn opgebouwd. De meeste deeltjes zijn opgebouwd uit maximaal vier lagen: blauw-zwart-wit-wit. Er is één relatief groot deeltje aangetroffen dat is opgebouwd uit zes lagen: blauw-zwart-wit-wit-wit-blauw. Op het shirt (de hoody) van het slachtoffer zijn rondom de beschadiging nabij de rechterschouder op verf gelijkende deeltjes aangetroffen met een maximale laagopbouw van blauw-wit. Rondom de beschadiging in de broek ter hoogte van het scheenbeen zijn blauwe op verf gelijkende deeltjes aangetroffen. Rondom de beschadiging nabij de rechterschouder van het shirt zijn enkele kleine blauwe op verf gelijkende deeltjes aangetroffen. Op de schoenen zijn eveneens op verf gelijkende deeltjes en deeltjes die opgebouwd zijn uit de lagen blauw-wit en blauw-zwart aangetroffen. De meeste van de blauw-wit en blauw-zwarte deeltjes zijn op de rechterschoen aangetroffen. Op de plakfolies zijn meerdere blauwe op verf gelijkende deeltjes, een blauw‑wit deeltje, enkele zwarte deeltjes en een wit‑bruin deeltje aangetroffen. De in de beschadigingen in de schedeldelen aangetroffen deeltjes staal bevinden zich gedeeltelijk in het bot en in de beschadiging in het bot. Deze deeltjes zijn afkomstig van het voorwerp dat de beschadiging in het bot heeft veroorzaakt. De met de methode FTIR (Fourier-Transform Infraroodspectometrie) verkregen samenstelling van de grote groep soortgelijke blauwe op verf gelijkende deeltjes komt overeen met die van verf. De (meeste) aangetroffen blauwe, witte en zwarte verven bestaan allemaal uit alkyd als bindmiddel. Het NFI merkt op dat als alle onderzochte sporen dezelfde bron van herkomst hebben, deze afkomstig zijn van een geheel of gedeeltelijk stalen voorwerp waarop een blauwe alkydverf aanwezig is. De verschillen in laagopbouw doen vermoeden dat het voorwerp inhomogeen geverfd is. Alkydverf kent verschillende toepassingen.19

De auto van de verdachte, een Mercedes met kenteken [kentekennummer] , is op 15 juli 2017 forensisch onderzocht op sporen. De losse matten voor de voorstoelen, de achterbank en in de kofferbak zijn uitgeklopt op een onderzoekslaken en vervolgens afgeplakt met kleeffolie. De vloer voor de voorstoelen, de achterbank en (in) de kofferbak zijn eveneens met kleeffolie afgeplakt.20 Op 5 april 2018 zijn de vloermatten zelf veiliggesteld.21

De bemonsteringen uit de auto zijn vergeleken met de deeltjes aangetroffen op- en in het lichaam en op de kleding van het slachtoffer. De samenstelling van de deeltjes blauwe verf van de folies waarmee van de vloermat voor de rechter voorstoel (AAKP7165NL) en de zitting en rugleuning rechtsachter (AAKP7173NL) zijn afgeplakt, komt overeen met de blauwe verf die op schedeldelen, verwondingen en diverse plaatsen op de kleding van het slachtoffer is aangetroffen. In totaal zijn op de afplakfolies twee deeltjes blauwe verf aangetroffen waarvan de samenstelling overeenkomt met die van de blauwe verf die in/op het slachtoffer is aangetroffen. De bewijskracht van deze overeenkomst is moeilijk in te schatten. Deze is enerzijds afhankelijk van de zeldzaamheid van de blauwe verf, anderzijds van hoeveel deze specifieke blauwe verf in de omgeving van het slachtoffer en de verdachte voorkomt.22

De samenstelling van twee deeltjes blauwe verf uit de uitkloppingen (vloermat, voor de rechter voorstoel AAKP7160NL en de vloermat voor de linker voorstoel AAKP7162NL) komt overeen met die van de blauwe verf die op schedeldelen, verwondingen en diverse plaatsen op de kleding van het slachtoffer is aangetroffen. In het stofmonster van de vloermat zelf (AALN9791NL) is ook één deeltje blauwe verf met dezelfde samenstelling aangetroffen. De onderste laag in dit deeltje is van staal. In totaal zijn drie deeltjes blauwe verf (enkele laag) aangetroffen waarvan de samenstelling overeenkomt met die van de blauwe verf die in/op het slachtoffer is aangetroffen. De bewijskracht van deze overeenkomst is eveneens moeilijk in te schatten. Deze is enerzijds afhankelijk van de zeldzaamheid van de blauwe verf en anderzijds van hoeveel deze specifieke blauwe verf in de omgeving van het slachtoffer en de verdachte voorkomt.23

Uit het overkoepelend rapport van het NFI volgt dat er aldus in totaal in de bemonsteringen uit de Mercedes na visueel onderzoek vijf deeltjes verder zijn onderzocht met FTIR en dat de samenstelling van deze deeltjes op basis van FTIR analyse overeenkomen met de deeltjes blauwe verf die in/op het slachtoffer zijn aangetroffen. Nadere analyse van de drie verfdeeltjes uit het huiddeel van letsel C (AAJL6680NL) met LA-ICPMS wijst uit dat er twee verschillende, maar veel op elkaar lijkende soorten blauwe verf zijn. In letsel C is één deeltje verf aangetroffen met een laagopbouw van blauw-zwart-wit-wit-wit-blauw. Niet alle deeltjes uit letsel C hebben deze volledige laagopbouw van zes lagen. Op basis van kleine kleurverschillen, oppervlakte, structuur en sporenelementsamenstelling, lijkt de eerst genoemde blauwe verf (gehecht aan zwart) net anders te zijn dan de laatst genoemde (gehecht aan wit). De onderzochte deeltjes verf uit de Mercedes zijn beide blauw zonder verdere laagopbouw. De sporenelementsamenstelling van de blauwe laag, die gehecht zit aan de zwarte laag, wijkt op enkele elementen af. Het FTIR spectrum van beide blauwe verven (blauw op zwart en enkel blauw) komt overeen. Beide verven bestaan uit een alkydhars als bindmiddel met calciumcarbonaat, titaandioxide en een onbekende

component. De sporenelementsamenstelling van de deeltjes blauwe verf uit de Mercedes komt redelijk overeen met die van de deeltjes met alleen een blauwe laag uit letsel C. Er

is wat variatie zichtbaar tussen de verschillende deeltjes verf, maar deze is niet erg

groot. Mogelijk is dit normale variatie binnen de verf op één voorwerp. Echter, deze

waarnemingen kunnen ook worden verklaard met twee verschillende voorwerpen,

die blauw geschilderd zijn vanuit dezelfde pot (of vanuit twee potten, die uit dezelfde productiebatch komen). Het is in dit onderzoek lastig om een goede inschatting te maken van de in het spoor te verwachten variatie. Normaliter worden van een referentie (voorwerp) op diverse plaatsen monsters genomen om tot deze inschatting te komen. Dat is hier niet mogelijk. De bewijskracht van deze overeenkomst in sporenelementsamenstelling tussen de blauwe deeltjes uit de Mercedes en de deeltjes met een enkele laag blauw uit letsel C, is daarom moeilijk in te schatten. De deeltjes verf uit de Mercedes betreffen een soortgelijke verf als de deeltjes blauw zonder laagopbouw uit letsel C. Wat dit precies betekent qua bewijswaarde is enerzijds afhankelijk van de zeldzaamheid van de blauwe verf en anderzijds van hoeveel deze specifieke blauwe verf in de omgeving van het slachtoffer en de verdachte voorkomt. De blauwe verf uit de Mercedes kan dezelfde bron van herkomst hebben als de blauwe verf zonder laagopbouw, maar een andere bron van herkomst is niet uit te sluiten.24

NFI-deskundige Microsporen & Materialen dr. P.D. Zoon heeft bij brief van 14 februari 2019 verduidelijkt dat het nog steeds mogelijk is om een goede en betrouwbare vergelijking te maken tussen de verfdeeltjes zonder lagen (afkomstig uit de Mercedes) en de verfdeeltjes met zeer uitgebreide laagopbouw (letsel C). Lagen verf kunnen van elkaar losraken. De vergelijking per laag is dan nog steeds mogelijk en geeft bewijskracht aan overeenkomsten of verschillen tussen deze verven. De bewijskracht van een overeenkomst in meerdere lagen opbouw is in zijn algemeenheid hoger omdat dan zowel de overeenkomst in samenstelling van de verf als de overeenkomst in laagopbouw meegewogen kunnen worden. Zoon geeft aan dat het moeilijk is om een uitspraak te doen over de zeldzaamheid van de aangetroffen verf. De samenstelling van de verf vertoont op zichzelf niet heel erg bijzondere componenten. Het NFI heeft de beschikking over een database waarin diverse verven en items met hun karakteristieken zijn opgenomen. Deze is echter niet representatief voor specifiek blauwe verven. Naar zijn weten is een dergelijke, specifieke database ook nergens anders beschikbaar.25

Door de verdediging is aangevoerd dat de resultaten van dit vergelijkend onderzoek niet bruikbaar zijn voor het bewijs, nu de bewijskracht door het NFI niet is ingeschat.

Overwegingen hof over de bewijswaarde

Het hof gaat uit van de onderzoeksresultaten van de door het NFI gedane onderzoeken naar de verfdeeltjes. Er is geen reden om aan de betrouwbaarheid van deze onderzoeken te twijfelen. Het resultaat van het onderzoek – dat er vijf verfdeeltjes in de Mercedes van de verdachte waarvan de samenstelling op basis van het FTIR spectrum overeenkomt met de deeltjes blauwe verf die in/op het slachtoffer zijn aangetroffen – hebben een zekere bewijswaarde en worden meegenomen in de bewijsvoering. Dat door het NFI geen bewijswaarde kon worden gegeven aan deze overeenkomst is ingegeven door enerzijds het ontbreken van het voorwerp waarmee het letsel / de beschadiging aan de kleding is toegebracht (het referentievoorwerp) en anderzijds het ontbreken van een database van verven waardoor geen uitspraak gedaan kan worden over de zeldzaamheid van de verf. Van een gemankeerd onderzoek door het NFI is geenszins sprake. Door de politie is in de directe omgeving van de verdachte en het slachtoffer blauwe voorwerpen, steigerbuizen en blauw verfmateriaal inbeslaggenomen. Vergelijkend onderzoek met de verfdeeltjes die op het slachtoffer zijn aangetroffen heeft geen resultaat opgeleverd.

Ondanks dat het NFI geen bewijskracht heeft kunnen geven aan de overeenkomst in samenstelling tussen de verfdeeltjes aangetroffen op diverse plekken in de Mercedes en de deeltjes op/in verschillende plekken van het lichaam van het slachtoffer, acht het hof deze overeenkomst wel degelijk redengevend voor het bestaan van een relatie tussen het slagwapen en de Mercedes waarin de verdachte op 8 en 9 juli 2017 reed. Het hof hecht aan de hiervoor weergegeven bevindingen ten aanzien de verfdeeltjes een zekere bewijswaarde voor het daderschap van de verdachte. Dat de bewijswaarde door het NFI niet in een specifiekere statistische waarde kon worden uitgedrukt doet er niet aan af dat de bevindingen van het NFI wel degelijk een zekere bewijswaarde hebben. Het hof concludeert dat deze bevindingen alleen niet doorslaggevend zijn voor het bewijs. De bevindingen zijn evenwel niet op zichzelf staand. Ze passen bij de uiteindelijke conclusies van het hof en ze worden in samenhang met andere bewijsmiddelen beschouwd en in dat geheel gewogen.

Camerabeelden van de Mercedes in de avond en nacht

De verdachte heeft verklaringen afgelegd omtrent de door haar met de Mercedes afgelegde route op de heen- en terugweg naar de [adres] . De politie heeft naar aanleiding daarvan camerabeelden veiliggesteld van de omgeving van [plaats] en [plaats] van 8 en 9 juli 2017. Verbalisant [verbalisant 2] heeft bekeken wanneer de Mercedes van de verdachte in beeld is geweest op deze beelden. Er is proces-verbaal opgemaakt aan de hand van de bewegende beelden die duidelijker zijn dan de schermafdrukken in het dossier.

Rit in de avond

Op 8 juli 2017 is om 21:54:07 uur op de beelden van de camera van de woning van [naam] te zien dat de Mercedes linksaf de [adres] in reed, komende vanuit de [adres] (de straat waar de verdachte woont). Om 21:56:47 uur komt de Mercedes in beeld op de camerabeelden van autobedrijf [naam] , rijdend over de [adres] in de richting van de [adres] , komende vanuit de richting van de kruising [adres] / [adres] . Om 22:01:47 uur komt de Mercedes in beeld, rijdend over de [adres] richting de kruising [adres] / [adres] . Op de beelden van de camera van de woning van [naam] is om 22:02:05 uur te zien dat de Mercedes rechtsaf de [adres] in reed, komende vanuit de [adres] .

Ritten in de nacht

De camerabeelden, opgenomen in de nacht van 8 op 9 juli 2017, zijn donker. Daarom zijn het model en type van de auto’s die langsrijden op de beelden lastig waarneembaar. Verbalisanten hebben daarom telkens ook de beelden bekeken van de momenten voorafgaand aan en na afloop van het moment dat de vermoede Mercedes langsreed. De verdachte heeft verklaard welke route zij die nacht heeft afgelegd. De in Google Timeline geregistreerde tijdstippen en locaties van het telefoontoestel van de verdachte bevestigen ten aanzien van de heenreis naar de [adres] de tijdstippen en locaties op de camerabeelden waarop de Mercedes in beeld komt. Voorafgaand aan en nadat de vermoede Mercedes in beeld komt zijn geen andere auto’s te zien op de camerabeelden. Daarom zal het hof uitgaan van de juistheid van de vaststelling van de politie dat de Mercedes waarin de verdachte rijdt op de camerabeelden te zien is.

Heenrit in de nacht

Op de beelden van de woning van [naam] is op 9 juli 2017 om 00:24:49 uur te zien dat de Mercedes in beeld komt. De Mercedes reed rechtsaf de [adres] in, komende vanuit de [adres] . Rond dat tijdstip reden geen andere voertuigen op de [adres] . Om 00:25:14 uur is de Mercedes te zien op de beelden van [naam] , rijdend over de [adres] linksaf de [adres] op in de richting van [plaats] en komende vanuit de richting van [plaats] . Op de beelden van de camera van het Total tankstation is te zien dat om 00:29:14 uur de Mercedes in beeld komt, rijdend op de [adres] , linksaf de [adres] in. Rond dit tijdstip reden er meerdere voertuigen in diverse richtingen over de kruising.

Terugrit in de nacht

Op beelden van het Total tankstation rijdt de Mercedes om 00:47:03 uur langs. De Mercedes rijdt op de [adres] , rechtdoor de [adres] in. Kort ervoor en erna zijn er geen andere voertuigen te zien. Om 00:47:59 uur is op beelden van de camera van [naam] de Mercedes te zien, rijdend op de [adres] , komende uit de richting van de [adres] en gaande in de richting van de [adres] . Vlak voor de Mercedes reed een kleine donkere auto in dezelfde richting. Op de beelden van autobedrijf [naam] om 01:05:40 uur is te zien dat de Mercedes over de [adres] rijdt in de richting van de kruising [adres] / [adres] vanuit de richting van de [adres] . Op de beelden van de camera van de woning van [naam] is om 01:06:01 uur de Mercedes te zien. Deze reed op de [adres] richting de [adres] . Vlak voordat de Mercedes in beeld kwam, reed een opvallend politievoertuig langzaam de [adres] in. Op de beelden van [naam] is te zien dat de Mercedes om 01:06:27 uur in beeld komt, rijdend over de [adres] rechtdoor de [adres] over in de richting van de [adres] . Om 01:07:16 uur komt op de beelden van [naam] de Mercedes in beeld, komend rechts uit een zijstraat van de [adres] . De Mercedes rijdt in de richting van de [adres] en sloeg linksaf de [adres] op in de richting van Veenklooster. Op de beelden van [naam] komt de Mercedes om 01:07:31 uur in beeld en slaat rechtsaf de [adres] in. Het feit dat de Mercedes vervolgens niet in beeld komt op de beelden van de camera van de woning van [naam] komt vermoedelijk door een gat van 50 seconden waarin geen beeld is opgenomen. De verbalisant heeft op de camerabeelden op drie verschillende tijdstippen in [plaats] een voertuig gelijkend op de Mercedes gezien. Bij een betere beschouwing is geconstateerd dat dit steeds om een ander type Mercedes ging.26

Conclusie onderzoek politie over de terugrit in de nacht

De afstand tussen het Total tankstation (in [plaats] ) en autobedrijf [naam] (in [plaats] ) bedraagt 5,5 kilometer. Deze afstand is volgens de ANWB routeplanner met de auto in 8 minuten af te leggen. Blijkens de camerabeelden heeft de verdachte over deze afstand echter ruim 18 minuten gedaan. De Mercedes was immers om 00:47:03 uur op de beelden van het Total tankstation en om 01:05:40 uur op de beelden van autobedrijf [naam] te zien. Zij moet – uitgaande van de door de verdachte omschreven route en haar verklaring dat ze onderweg nergens is gestopt – in dat geval gemiddeld 18,33 kilometer per uur hebben gereden.27 Die snelheid komt niet overeen met de verklaring van de verdachte voor zover zij heeft verklaard onderweg niet te zijn gestopt en harder te hebben gereden dan de toegestane snelheid. Dit omdat de kinderen alleen thuis waren.28 Daarover hierna meer.

Onderzoek aan de telefoon verdachte

Sms- en belverkeer met de telefoon van het slachtoffer voorafgaand aan en na zijn dood

De mobiele telefoon van de verdachte is eveneens onderzocht door digitale experts van de politie. Dit onderzoek wijst uit dat gedurende de tijd dat het slachtoffer op het festival was (8 juli 2017 vanaf 14:53 uur), de verdachte hem veelvuldig heeft ge-sms’t of geprobeerd heeft hem te bellen.

Uit het overzicht van de bel-, sms- en andere activiteiten op de telefoon van de verdachte blijkt als volgt ten aanzien van het contact met het slachtoffer op 8 en 9 juli 2017:

  • -

    8 juli 2017 14:53 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Alles goed hier Geniet ervan Bel me als ik je moet ophalen’

  • -

    14:55 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘  ’

  • -

    15:13 uur: sms van het slachtoffer naar de verdachte: ‘tot vanavond’

  • -

    15:47 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘ik Wens jullie veel plezier’

  • -

    20:35 uur: sms van het slachtoffer naar de verdachte: ‘Gaat alles goed bij jullie’

  • -

    20:47 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Ja gaat goed en bij jullie’

  • -

    20:47 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Is het leuk ? Kids slapen als een roos have fun’

  • -

    20:47 uur: sms van het slachtoffer naar de verdachte: ‘We zijn net bij de boot aan het bbq geweest’

  • -

    20:48 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Wat leuk Love you’

  • -

    20:49 uur: sms van het slachtoffer naar de verdachte: ‘Ik hou ook van jou en ik wil je niet kwijt’

  • -

    20:50 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Maak me mooi voor je Bel als ik je ophalen komen moet vanavond/nacht’

  • -

    22:39 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘’

  • -

    23:26 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Hoe gaat het daar?’

  • -

    23:50 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 3 sec.

  • -

    23:51 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 1 sec.

  • -

    23:51 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Hallo [slachtoffer] probeer je te bereiken moet ik je ophalen komen meld je aub.’

  • -

    23:55 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    9 juli 2017 00:01 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar [getuige 1] (het hof begrijpt: [getuige 1] ), duur 3 sec.

  • -

    00:02 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 3 sec.

  • -

    00:02 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar [getuige 1] , duur 3 sec.

  • -

    00:03 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Hallo.’

  • -

    00:03 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Hoe laat moet ik je ophalen komen.’

  • -

    00:04 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Gaat het goed met jou’

  • -

    00:04 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘?.’

  • -

    00:04 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Anders word het wel erg laat of niet? Ivm kerk.’

  • -

    00:05 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Over een half uur’

  • -

    00:06 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    00:08 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Zou graag iets van je horen ik kom dan naar de [adres] dat is vlakbij Hoef je Alleen rechtdoor te kopen.’

  • -

    00:08 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Lopen’

  • -

    00:09 uur: twee keer uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    00:10 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    00:12 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Is echt alles goed’

  • -

    00:15 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Hallo’

  • -

    00:17 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    00:20 uur: WhatsApp van de verdachte naar [getuige 1] : ‘Hoi zou je [slachtoffer] ff kunnen vragen of Hij ff wil reageren.’

  • -

    00:22 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 26 sec.

  • -

    01:10 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    01:10 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘ [slachtoffer] waar Ben je.’

  • -

    01:11 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Ben weer thuis.’

  • -

    01:11 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Omdat jij er niet was’

  • -

    01:11 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Maak me Ziegen’

  • -

    01:11 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Zorgen’

  • -

    01:11 uur: WhatsApp van de verdachte naar [getuige 1] : ‘Is [slachtoffer] nog bij je’

  • -

    01:12 uur en 01:13 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    01:14 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Ben je nog op het feestje’

  • -

    01:17 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    01:19 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    01:25 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘Meld je aub.’

  • -

    01:43 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 23 sec.

  • -

    04:01 uur, 04:22 uur, 05:01 uur en 05:23 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    06:00 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 12 sec.

  • -

    06:01 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    06:10 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    06:48 uur: sms van de verdachte naar het slachtoffer: ‘ [slachtoffer] waar je ook bent ik Hou van je.’

  • -

    06:49 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 1 sec.

  • -

    07:08 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    07:09 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 1 sec.

  • -

    07:10 uur, 08:17 uur, twee keer om 08:18 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    08:26 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur: missed.

  • -

    08:27 uur, twee keer om 08:28 uur, twee keer om 08:29 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    08:30 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    08:30 uur en 08:33 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    08:33 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    08:34 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 8 sec.

  • -

    08:35 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    08:36 uur, 08:52 uur, 08:58 uur, 09:23 uur, drie keer om 09:24 uur, 09:25 uur, twee keer om 09:26 uur, 09:30 uur, 09:31 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    09:43 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 2 sec.

  • -

    10:37 uur, drie keer om 10:50 uur, 10:51 uur, twee keer om 10:52 uur, 10:53 uur, 10:54 uur, 11:27 uur, 11:36 uur en 13:41 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar het slachtoffer, duur 0 sec.29

Met de vaste telefoonlijnen van de verdachte en het slachtoffer is op de navolgende momenten geprobeerd door de verdachte om het slachtoffer te bereiken op 8 juli 2017:

  • -

    23:42 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 8 sec.

  • -

    23:43 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 8 sec.

  • -

    23:44 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 0 sec.

  • -

    23:46 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 6 sec.

  • -

    23:53 uur: uitgaand belcontact naar het slachtoffer, duur 7 sec.30

Google Timeline telefoon verdachte in de middag, avond en nacht.

Aan de hand van gebruikersactiviteiten en locatiegegevens van het Google account van de verdachte ( [mailadres] ) is inzicht verkregen in een tijdlijn met locaties en daarbij behorende gegevens (de Google Timeline).

Uit de gebruikersactiviteiten en locatiegegevens van het Google account van de verdachte van 8 juli 2017 blijkt het volgende:

Middag 8 juli 2017

- Om 16:48:11 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] ,

[plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 120 meter nauwkeurig.

- Om 16:51:35 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

Avond 8 juli 2017

  • -

    Om 21:53:02 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 21 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 21:54:26 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 21:57:01 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van [adres] , tussen [plaats] en [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 5 meter nauwkeurig.

- Om 22:00:17 uur bevindt het toestel zich op de [adres] , [plaats] , ter hoogte van de spoorwegovergang. De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 22:02:39 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 34 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 22:08:19 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 65 meter nauwkeurig.31

Uit de gebruikersactiviteiten en locatiegegevens van het Google account van de verdachte van 9 juli 2017 blijkt het volgende:

  • -

    De telefoon van de verdachte bevindt zich om 00:22:11 uur ter hoogte van de [adres] . De geregistreerde locatie is tot op 18 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 00:24:53 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de kruising van de [adres] en de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 00:27:24 uur bevindt het toestel zich op de [adres] tussen [plaats] en [plaats] , ter hoogte van [adres] 237, [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 00:29:24 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 00:31:59 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 00:45:33 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de kruising van de [adres] en [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 5 meter nauwkeurig.

  • -

    Om 01:10:03 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] . De geregistreerde locatie is tot op 43 meter nauwkeurig.32

Telecomdeskundige Pluijmers van het NFO heeft op de zitting in eerste aanleg ten aanzien van de Google Timeline van het Google account van de verdachte verklaard dat met betrekking tot een aantal posities op 9 juli 2017 tussen 00:00 uur en 01:10 uur wordt gesproken over een nauwkeurigheid van 5 á 10 meter en dat dat een indicatie is dat de GPS‑positiebepaling redelijk nauwkeurig was. Bij een door Google gegeven nauwkeurigheid van 5 meter kan de afwijking in de orde van grootte van 10 tot 15 meter zijn. Bij een door Google gegeven nauwkeurigheid van 10 meter kan de afwijking ongeveer 30 meter zijn, aldus Pluijmers.33 Het hof stelt zoals hiervoor ook overwogen vast dat tussen de digitale experts van de politie, het NFO en het NFIR consensus bestaat over het feit dat de locatiegegevens van Google niet gebruikt kunnen worden om een mobiele telefoon met absolute zekerheid en precies op een specifieke locatie te plaatsen. Bovendien is sprake van overeenstemming tussen de politie en Pluijmers omtrent de tijdstippen en posities afkomstig van de ruwe data van Google Timeline. Met de ruwe data komen zij tot exact dezelfde tijdstippen en posities in Google Maps.

Ten aanzien van de Google Timeline van de verdachte stelt het hof bovendien vast dat de door Google geregistreerde locaties van het toestel van de verdachte op bepaalde tijdstippen steeds nagenoeg overeenkomen met de route die blijkens de camerabeelden door de verdachte is afgelegd op 8 en 9 juli 2017. De verdachte heeft zelf in ieder geval over de route op de heenweg in de nacht naar de [adres] de route bevestigd die is af te leiden uit de camerabeelden en de Google Timeline. Met betrekking tot de locatiegegevens over de aanwezigheid in de middag aan de [adres] heeft de verdachte verklaard aldaar inderdaad te zijn geweest om te kijken waar de [adres] was.34 In die zin ziet het hof daarom geen reden om aan de betrouwbaarheid van de Google locatiegegevens te twijfelen en deze niet voor het bewijs te bezigen. Het hof zal de Google locatiegegevens evenwel slechts gebruiken als een indicatie van de locatie van het telefoontoestel, met inachtneming van de door Google zelf aangegeven accuracy-waarde: de nauwkeurigheid van de breedte- en lengtegraad combinatie, weergegeven in meters.

De verdachte heeft verklaard dat zij na het telefoongesprek met het slachtoffer om 00:22 uur in de Mercedes is gestapt en naar de [adres] is gereden. Haar telefoon heeft ze in de middenconsole van de auto gelegd. Ze is zonder haar telefoon mee te nemen uitgestapt en heen en weer gelopen. Rond 00:45 uur is de verdachte op de [adres] weer in de Mercedes gestapt, ze wilde het slachtoffer bellen, maar het scherm van haar telefoon was zwart. Ze is naar huis gereden en heeft daar haar telefoon aan de oplader gelegd.

Verbalisant [verbalisant 3] heeft bij het onderzoek aan de telefoon van de verdachte gezien dat tussen omstreeks 00:24:09 en 01:12:51 uur de telefoon van de verdachte geen stappen en afstand heef geregistreerd. Voor en na deze tijdstippen is er wél (weer) activiteit geregistreerd.35 Meer specifiek volgt uit het onderzoek van verbalisant [verbalisant 4] dat er om 00:21:41 tot 00:24:09 uur stappen worden geregistreerd op de telefoon van de verdachte (35 stappen en een afstand van 22,65 meter), dat daarna een periode niets wordt geregistreerd en dat om 01:12:51 uur tot 01:19:24 uur weer stappen worden geregistreerd (18 stappen en een afstand van 12,82 meter).36

Verbalisant [verbalisant 3] beschrijft dat in de telefoon van de verdachte in het bestand shutdown.log, waarin de tijden worden bijgehouden waarop het systeem van een telefoon uitgaat, een logbericht te zien is van 9 juli 2017 00:46:30. Rond dit tijdstip is de telefoon uitgeschakeld. Verder is aan de hand van de logberichten (in de bestanden mobileactivationd.log en IMDPersistenceMerge.log) te zien dat de telefoon op 9 juli 2017 rond 01:09:47 uur is opgestart en rond 01:10:00 uur voor het eerst door de gebruiker werd ontgrendeld. In het bestand revisiond.log is tevens te zien dat de telefoon van de verdachte op 8 juli 2017 om 19:36:44 uit de energiebesparende modus van de telefoon gaat (de throttled mode).37

Telecomdeskundige Pluijmers van het NFO heeft op de zitting in eerste aanleg aangegeven dat hij in zijn aanvullende rapportage het scenario heeft onderzocht dat een lege batterij de oorzaak was van het uitschakelen van de telefoon van de verdachte om 00:46 uur. Hierover heeft Pluijmers verklaard op de zitting van de rechtbank: “Een aantal zaken spreken dat scenario tegen. De batterijgegevens waren alleen beschikbaar van de laatste vijf dagen, dus van een periode in december 2017. Ik heb bekeken hoe de batterijspanning afneemt en dit gebeurt vrij lineair. In het batterij log van de telefoon heb ik gezien dat de accu van deze telefoon niet zo slecht was. In het log is aangegeven dat de ladingscapaciteit 89% was van de originele ladingscapaciteit. Bovendien is het vreemd dat om 00.46 uur een aantal logregels zijn aangemaakt in het bestand shutdown.log. Dat past niet bij het uitschakelen door een lege accu. Als de telefoon plotseling uitschakelt, is er namelijk geen energie meer om die logregels aan te maken. Verder heb ik gezien dat er een aantal processen netjes afgesloten zijn volgens de logs. Dit alles pleit tegen het plotseling uitvallen van de accu.” De bevindingen van het onderzoek aan de telefoon van de verdachte door Pluijmers zijn waarschijnlijker onder het scenario dat de telefoon is uitgeschakeld dan onder het scenario dat deze is uitgevallen door een lege accu.38

Onderzoek van de politie leert dat het toestel van de verdachte geen informatie bevat met betrekking tot crashes van het besturingssysteem van Apple (iOS) of van de applicaties die destijds op het toestel geïnstalleerd waren, waaronder WhatsApp.39 In zijn onderzoek is Pluijmers eveneens geen andere oorzaken tegengekomen voor het uitschakelen van de telefoon. Hij is niets tegengekomen wat erop duidt dat de telefoon van de verdachte abnormaal heeft gereageerd.40

Het hof stelt vast dat het door het NFIR in hoger beroep verrichte onderzoek de voorgaande bevindingen en conclusies van de politie en Pluijmers niet ondergraven. Het NFIR heeft, aldus het hof, ten aanzien van het uitschakelen van de telefoon van de verdachte om 00:46 uur slechts een aantal algemene mogelijkheden genoemd waardoor de telefoon van de verdachte plotseling zou kunnen zijn uitgevallen. Zowel door de politie als door Pluijmers is concreet onderzoek verricht waarbij ook aandacht heeft bestaan voor het leeuwendeel van door het NFIR genoemde kwesties. Door de politie is naar aanleiding van het gestelde voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling bij het hof nog uitleg gegeven over een aantal door het NFIR gesignaleerde punten. Het onderzoek van de politie en deskundige Pluijmers acht het hof volledig, de conclusies van het onderzoek zijn navolgbaar. Hetgeen het NFIR stelt doet niet af aan de constatering van de politie en Pluijmers dat de bevindingen in de telefoon van de verdachte – meer specifiek de door de telefoon aangemaakte logregels – minder waarschijnlijk zijn indien de telefoon is uitgevallen. Het aanmaken van logregels vlak voordat de telefoon uit gaat, past immers meer bij het uitschakelen van een telefoon dan bij het plotseling uitvallen van een telefoon. Bij het plotseling uitvallen van een telefoon is het niet de verwachting dat vlak voor het uitschakelen logregels worden aangemaakt, nu de telefoon daarvoor door een lege accu geen energie meer heeft.

Conclusie hof

Het hof constateert dat de bovenstaande onderzoeksresultaten met betrekking tot de stappenteller in overeenstemming zijn met de verklaring van de verdachte dat zij in de nacht aan de [adres] haar telefoon in de Mercedes achterliet toen zij de auto verliet. Het hof gaat er op basis van het bovenstaande onderzoek – anders dan de verdachte verklaart – vanuit dat de telefoon niet is uitgevallen ten gevolge van een lege batterij, maar dat de verdachte haar telefoon heeft uitgeschakeld bij haar vertrek vanaf de [adres] rond 00:46:30 uur.

Getuige [getuige 5]

Het hof gaat uit van de betrouwbaarheid van de verklaring van de getuige [getuige 5] tegenover de politie. Nadat [getuige 5] in de vroege middag van 9 juli 2017 via de media vernam dat er een lichaam is gevonden in een weiland aan de [adres] , heeft ze kort daarop om 12:45 uur met 112 gebeld om haar waarnemingen van de voorgaande nacht te delen.41 Op 10 juli 2017 om 14:30 uur is [getuige 5] als getuige gehoord door de politie. Deze (woordelijk uitgewerkte) verklaring is aldus zeer kort na haar waarnemingen afgelegd, namelijk circa anderhalve dag later. [getuige 5] is vervolgens meermalen gehoord door de politie, de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris. Ze heeft haar eigen waarnemingen en verklaringen over die waarnemingen in latere verklaringen gecorrigeerd dan wel genuanceerd. Over bepaalde details heeft [getuige 5] later uitleg gegeven en aangegeven dat ze daar niet geheel zeker van is of het niet meer precies weet. Het hof zal daarom met name aansluiten bij haar verklaring, die de dag na haar melding bij de politie is afgelegd. Het hof merkt in dit verband nog op dat de verklaring van getuige [getuige 5] betrouwbaar wordt geacht omdat zij gedetailleerd verklaart en nuanceert op bepaalde punten. Zij geeft op navolgbare wijze uitleg over de wijze waarop zij waarnemingen heeft gedaan.

Getuige [getuige 5] heeft het [naam festival] festival bezocht op 8 en 9 juli 2017. Ze ging op 9 juli 2017 rond 00:30 uur alleen op de fiets naar huis. Ze fietste over het schelpenpaadje vanaf de manege aan de [adres] en kwam uit bij de kruising van de [adres] met de [adres] . Daar zag ze iets voorbij deze kruising midden op het schelpenpad een auto staan. Deze auto stond met de lichten uit en met de neus in de richting van het schelpenpaadje. Er stonden twee mensen bij de auto en zij liepen het graspad in. [getuige 5] beschrijft dat het graspad aldaar begint, dat daar een grasveld is en dat die twee personen daarnaartoe liepen. [getuige 5] wijst een graspad aan en verklaart dat voor toegang er een balk zit. Die geeft toegang tot het graspad en natuur. Ze liepen aldaar ook recht in. Haar eerste indruk en gedachte was dat er een man en een vrouw stonden. De voorste, de vrouw, stond tegen de auto aan geleund, bij de bestuurderskant. Zij was smaller en kleiner. [getuige 5] had het idee dat ze met haar handen in haar zak van de hoody stond. Ze droeg een strakke broek, daaraan zag [getuige 5] dat het een vrouw was. De man stond ernaast. Hij was groter en breder, daarom dacht [getuige 5] dat dit een man was. Ze keken allebei naar beneden. Terwijl [getuige 5] om de auto heen fietste, liepen ze in de richting van het graspad. Toen [getuige 5] aan kwam fietsen stonden ze stil, maar op het moment dat [getuige 5] links om de auto heen fietste, kwamen ze in beweging. Ze droegen allebei een zwarte trui met een capuchon. [getuige 5] had het idee dat ze bewust naar beneden keken. Ze keken naar de grond in de richting van het graspad. Ze omschrijft het als een beetje schuw, ontwijkend gedrag wat ze bij deze twee personen zag. Normaal gesproken kijk je wel even op als iemand langs fietst, maar dat deden zij niet. De personen vielen [getuige 5] op omdat ze richting het festivalterrein gingen. [getuige 5] is verder rechtdoor gefietst op de [adres] en is langs het treinstation gefietst naar huis. Er fietste niemand voor of na haar. Evenmin heeft [getuige 5] op haar route andere personen gezien. [getuige 5] verklaart dat zij helemaal alleen was. Dat ze nog een keer achterom keek. Dat ze ook dat laatste stukje niemand heeft gezien. De enige andere auto die ze in de omgeving van de [adres] heeft gezien is een politieauto bij Old Dutch, vlakbij het station. Om 00:40 uur was ze bij haar woning in [plaats] . Het was ongeveer 10 minuten fietsen.42 Bij de raadsheer-commissaris heeft [getuige 5] verklaard dat ze ‘hoi’ zei tegen deze twee personen, maar dat zij daarop niets terug zeiden.43

De getuige [getuige 6] bevestigt dat [getuige 5] om 00:30 uur vertrok. Net voor 00:30 uur is het gezelschap van het festivalterrein gelopen, dus het moet om 00:30 uur zijn geweest dat ze bij de manege stonden te wachten op een taxi, aldus [getuige 6] . Daar hebben ze afscheid genomen van [getuige 5] , zijn ze in de taxi gestapt en hebben ze nog 15‑20 minuten gewacht op een aantal jongens die nog moesten komen.44 Uit de verklaring en de rittenstaat van de betreffende taxichauffeur volgt dat hij om 00:55 uur kon gaan rijden om de getuige [getuige 6] en haar gezelschap weg te brengen.45

De zoon van de getuige [getuige 5] , [getuige 7] , heeft verklaard dat hij gezamenlijk met zijn moeder het festivalterrein heeft verlaten. Hij heeft haar nog gevraagd of ze met haar mee moesten fietsen, maar dat vond [getuige 5] niet nodig. [getuige 7] is met zijn moeder en vrienden naar de fietsen gelopen. Ze zijn eerst nog een stukje samen opgefietst en vervolgens ging [getuige 5] de bocht om en is [getuige 7] met zijn vrienden rechtdoor gefietst. De getuige [getuige 7] heeft verklaard dat [getuige 5] over het paadje (het hof begrijpt: het schelpenpaadje richting de kruising [adres] / [adres]) langs het terrein fietste, dat toen zij wegfietste er niemand achter haar aan reed, dat er ook niemand voor haar was toen ze het paadje inreed.46

Overwegingen en vaststellingen hof

Het hof stelt vast dat getuige [getuige 5] op 9 juli 2017 in de periode tussen 00:30 en 00:40 uur vanaf het festivalterrein via het schelpenpaadje vanaf de manege aan de [adres] naar de kruising [adres] / [adres] in [plaats] is gefietst om vervolgens verder te fietsen over de [adres] . Zij heeft op het schelpenpad bij die kruising een geparkeerde auto zien staan met daarbij twee personen. Zij heeft op duidelijke wijze verklaard geen andere personen en auto’s te hebben gezien. In haar beschrijving dat zij aldaar geen anderen heeft gezien is zij concreet en overtuigend. De verklaring van [getuige 5] dat zij op het schelpenpad en de [adres] geen andere mensen heeft gezien en dat het daar stil was, vindt voor wat betreft het begin van haar fietstocht ook ondersteuning in de waarnemingen die haar zoon aldaar heeft gedaan. Uit de verklaring van de verdachte omtrent de locatie waar zij de Mercedes heeft neergezet aan de [adres] die nacht, de Google locatie- en tijdgegevens van haar telefoon en de camerabeelden houdt het hof het er als enige mogelijkheid voor en stelt het hof vast dat [getuige 5] de verdachte heeft gezien, aldaar staand tegen de Mercedes. De verdachte was toen daar samen met een ander. Zij stonden bij de Mercedes en liepen naar de ingang van het graspad of weiland.

Bij de politie heeft de verdachte tijdens de verhoren de plek waar zij de Mercedes heeft geparkeerd op de kruising [adres] / [adres] ingetekend. Deze plek komt overeen met de beschrijving van [getuige 5] van de plek waar zij de auto heeft zien staan. Op de zitting is dit door de verdediging niet bestreden. Om 00:31:59 uur bevindt het telefoontoestel van de verdachte zich aldus de hierboven weergegeven Google locatiegegevens ter hoogte van de [adres] . De geregistreerde locatie is tot op 10 meter nauwkeurig. Om 00:45:33 uur bevindt het toestel van de verdachte zich nog steeds ter hoogte van de kruising [adres] / [adres] . De geregistreerde locatie is tot op 5 meter nauwkeurig. Haar aanwezigheid aldaar vindt ondersteuning in de beelden van de beveiligingscamera van het Total tankstation, immers te zien is dat om 00:29:14 uur de Mercedes in beeld komt, rijdend op de [adres] , linksaf de [adres] in. De Mercedes was toen aldus onderweg naar de [adres] .

Op beelden van hetzelfde Total tankstation rijdt de Mercedes vervolgens om 00:47:03 uur weer langs. De Mercedes rijdt op de [adres] , rechtdoor de [adres] in.

Locatie van Mercedes, ingang graspad en weiland en vindplaats slachtoffer.

Het hof stelt op basis van de verklaring van [getuige 5] vast dat het graspad waar de getuige [getuige 5] over spreekt gelegen is achter een toegangsbalk. Daar bevindt zich tevens de toegang tot het weiland dat grenst aan het graspad. In dat weiland is het slachtoffer aangetroffen. Uit het aanvullende proces verbaal sporenonderzoek valt af te leiden dat de ingang van het weiland – in welke richting de twee bij de Mercedes staande personen volgens [getuige 5] liepen – op 16.30 meter afstand ligt van de vindplaats van het lichaam van het slachtoffer.47 Uit de Google Timeline van de Google-accounts van de verdachte en het slachtoffer volgt dat hun toestellen zich omstreeks 00:45 uur op een afstand van maximaal 22 meter van elkaar bevonden. Telecomdeskundige Pluijmers heeft verklaard dat een door Google gegeven nauwkeurigheid van 5 meter impliceert dat bij de locatiebepaling door Google gebruik is gemaakt van GPS en dat dit impliceert dat het gaat om een betrouwbare locatiebepaling. Gelet op het feit dat om 00:45:33 uur de locatie van het Google account van de verdachte als tot op 5 meter nauwkeurig wordt aangemerkt, gaat het hof ervan uit dat de verdachte op dit tijdstip zeer dicht bij de locatie is geweest waar het slachtoffer (blijkens zijn locatiegegevens) rond dat tijdstip was en de volgende ochtend op diezelfde plek levenloos is aangetroffen. Dit wordt nog eens bevestigd in het dossier waar wordt gerelateerd dat de plaats waar de Mercedes was geparkeerd hemelsbreed op een afstand van 15 tot 20 meter van de vindplaats van het slachtoffer lag. De kortste loopafstand van de plaats waar de Mercedes van de verdachte stond tot de vindplaats van het slachtoffer bedroeg 30 tot 40 meter.48

Tussenconclusie hof

Op basis van de verschillende bovenstaande bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte zich in het tijdvak van ongeveer 00:30 uur tot in ieder geval 00:45:33 uur tezamen met een ander, aanvankelijk staand bij haar Mercedes, aan de [adres] heeft bevonden, terwijl zij vervolgens tezamen met die ander liep in de richting van de ingang van het graspad en weiland, alwaar het slachtoffer op 16.30 meter van de ingang van dat weiland is aangetroffen. Het hof stelt op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen ook vast dat het slachtoffer die plek aan de [adres] lopend is genaderd en aldaar uiteindelijk in ieder geval om ongeveer 00:40 uur is gearriveerd.

Beoordeling van verklaringen van verdachte

De verdachte heeft meerdere verklaringen afgelegd over de periode in de aanloop naar 8 en 9 juli 2017 en de periode daarna. Eerst is zij als getuige gehoord. Later is zij als verdachte aangemerkt en heeft zij in die hoedanigheid veelvuldig en uitvoerig verklaard.

Het hof stelt vast dat de verdachte in haar verschillende verklaringen op veel onderwerpen niet consistent heeft verklaard. Het valt op dat zij haar verklaringen voortdurend bijstelt wanneer zij in verhoren wordt geconfronteerd met resultaten van het onderzoek. Dit maakt dat de verdachte niet consistent is en aan geloofwaardigheid inboet. Het hof gebruikt daarom enkel de verklaring van de verdachte voor bewijs wanneer ondersteuning in ander bewijsmateriaal voorhanden is. Het hof verbindt op een aantal punten conclusies aan hetgeen verdachte heeft verklaard. Het hof zal hieronder op een aantal relevante onderwerpen over het gedrag en de activiteiten van de verdachte in de aanloop naar het tenlastegelegde feit zoals dat in de nacht heeft plaatsgevonden nader ingaan.

Ophaallocatie in de nacht

Over de ophaallocatie van het slachtoffer heeft de verdachte bij de politie verklaard dat het slachtoffer in de ochtend van 8 juli 2017 tegen haar zei dat ze hem op moest halen bij de [adres] / [adres] , omdat dat dichtbij het festivalterrein was. Het slachtoffer zou dit met behulp van Google Maps op de computer aan de verdachte hebben laten zien. Aanvankelijk heeft de verdachte bij de politie ook verklaard dat ze in de avond van 8 juli 2017 naar het slachtoffer heeft ge‑sms’t dat hij naar de [adres] / [adres] moest komen. Ze heeft verklaard dat ze de [adres] in de navigatie van de Mercedes had ingevoerd toen ze in de middag van 8 juli 2017 aldaar ging kijken. ’s Avonds toen ze het slachtoffer ging ophalen wist ze daarom (aldus haar aanvankelijke verklaring), zonder navigatie te gebruiken, waar ze naartoe moest rijden. Geconfronteerd door de politie met de bevinding uit het onderzoek dat in de navigatie van de Mercedes enkel de [adres] in [plaats] is ingevoerd en niet de [adres] en/of de [adres] , heeft de verdachte verklaard dat de [adres] ‘daar ook zit’ en dat het slachtoffer dan wel die locatie in de navigatie moet hebben ingevoerd. Hij deed dat wel vaker, aldus de verdachte. Het slachtoffer heeft aldus de verdachte tegen haar gezegd dat de [adres] en de [adres] de toegangswegen naar de [adres] waren. Nadat de verhorende verbalisanten opmerken dat het geen logische route is om vanuit [plaats] via de [adres] / [adres] naar de [adres] te rijden, heeft de verdachte verklaard dat ze via [plaats] gereden is. Op dit latere moment in het politieverhoor heeft de verdachte zelfs ontkend eerder te hebben verklaard dat ze ’s middags de [adres] heeft ingevoerd.49

Oordeel hof: de verdachte regisseert het slachtoffer naar de ophaallocatie

Het hof gelooft de verdachte niet in haar verklaringen. Op de computers in de woning van de verdachte en het slachtoffer is op 8 juli 2017 enkel op de straat “ [adres] ” gezocht en niet op de [adres] en/of de [adres] .50 Op de computers bij de verdachte en het slachtoffer thuis is op 8 en 9 juli 2017 – terwijl het slachtoffer op het festival was – meerdere keren via Google Maps gezocht op ‘ [adres] 20’ (het hof begrijpt: de locatie van het festival die naar voren komt bij het zoeken op het [naam festival] festival via internet) en op ‘Stichting [naam festival] ’, ‘ [naam festival] ’en ‘ [naam festival] ’. Op [adres] en/of [adres] is niet gezocht. Uit deze zoekresultaten van de computers, de navigatie van de Mercedes en de inhoud van het sms-bericht van de verdachte aan het slachtoffer, leidt het hof af dat het oorspronkelijk de bedoeling was dat de verdachte het slachtoffer zou ophalen bij de [adres] . De verdachte heeft bij de rechtbank desgevraagd verklaard dat het slachtoffer vanaf de [adres] rechtdoor moest lopen.51 Deze straat merkt het hof ook aan als een logische en voor de hand liggende ophaallocatie. Bij de manege aan de [adres] vertrokken de taxi’s, daar werden de fietsen van de bezoekers van het festival neergezet, er was sprake van straatverlichting en deze locatie was goed te bereiken met de auto.52

Het hof heeft hierboven reeds vastgesteld dat de verdachte op 9 juli 2017 om 00:08 uur een sms naar het slachtoffer heeft gestuurd met de inhoud “Zou graag iets van je horen ik kom dan naar de [adres] dat is vlakbij Hoef je Alleen rechtdoor te lopen”.53Dit sms-bericht past niet binnen de verklaring van de verdachte dat ze die ochtend/middag al hadden afgesproken dat het slachtoffer opgehaald zou worden bij die [adres] / [adres] . Het hof is van oordeel dat de verdachte met deze aanwijzing in dit sms bericht de komst van het slachtoffer naar de [adres] heeft geregisseerd. Het hof leest het bericht tegen de achtergrond van de bovenstaande vaststellingen aldus dat de verdachte het slachtoffer uitleg geeft over de te lopen route naar de [adres] alwaar zij zou wachten.

Het hof vindt in de bovenstaande omstandigheden geen aanleiding de verdachte te geloven in haar verklaring dat de locatie aan de [adres] / [adres] de met het slachtoffer afgesproken plaats was.

Verklaring over activiteit verdachte in de avond van 8 juli 2017

Aan de verdachte zijn vragen gesteld over het verloop van de avond terwijl het slachtoffer naar het festival was. De verdachte heeft in eerste instantie bij de politie verklaard dat ze op zaterdagavond 8 juli 2017 niet is weggeweest voordat ze het slachtoffer ging ophalen. De kinderen lagen op bed.54

Uit de locatiegegevens van het Google account van de verdachte ( [mailadres] ) en de daaruit volgende tijdlijn met locaties en daarbij behorende gegevens (de Google Timeline), volgt echter dat de verdachte wel degelijk is weggeweest in de avond van 8 juli 2017. Om 21:53:02 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de woning van de verdachte: de [adres] , [plaats] (tot op 21 meter nauwkeurig). Om 21:54:26 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van de [adres] , [plaats] (tot op 10 meter nauwkeurig). Om 21:57:01 uur bevindt het toestel zich ter hoogte van [adres] , tussen [plaats] en [plaats] (tot op 5 meter nauwkeurig). Om 22:00:17 uur bevindt het toestel zich op de [adres] , [plaats] , ter hoogte van de spoorwegovergang (tot op 10 meter nauwkeurig). Om 22:02:39 uur bevindt het toestel zich weer ter hoogte van de woning aan de [adres] , [plaats] (tot op 34 meter nauwkeurig).55

Om 21:54:07 uur is op de beelden van de camera van de woning van [naam] te zien dat de Mercedes linksaf de [adres] in reed, komende vanuit de [adres] . Om 21:56:47 uur komt de Mercedes in beeld op de camerabeelden van autobedrijf [naam] , rijdend over de [adres] in de richting van de [adres] , komende vanuit de richting van de kruising [adres] / [adres] . Om 22:01:47 uur komt de Mercedes in beeld, rijdend over de [adres] richting de kruising [adres] / [adres] . Op de beelden van de camera van de woning van [naam] is om 22:02:05 uur te zien dat de Mercedes rechtsaf de [adres] in reed, komende vanuit de [adres] .56

Geconfronteerd met de onderzoeksresultaten, heeft de verdachte bij de politie verklaard dat ze zich niet kan herinneren dat ze op zaterdagavond 8 juli 2017 weg is geweest. Het enige wat zou kunnen is dat ze met haar zoon [kind 1] flessen heeft weggebracht naar de glasbak aan de [adres] .57 Uit nader onderzoek van de politie volgt dat er een ondergrondse glascontainer aan de [adres] staat. Deze ligt op ongeveer 840 meter afstand van de woning. Uit de Google Timeline van het Google account van de verdachte, die wat betreft de geregistreerde tijdstippen en locaties wordt bevestigd door de camerabeelden waarop de Mercedes van de verdachte te zien is en welke onderzoeksresultaten het hof betrouwbaar acht, volgt echter dat de telefoon van de verdachte zich omstreeks 21:57:01 uur bevond ter hoogte van [adres] (meer specifiek: perceel [adres] 13), tussen [plaats] en [plaats] . De afstand tussen deze locatie ( [adres] 13) en de woning van de verdachte en het slachtoffer ( [adres] [plaats] ) bedraagt 2,5 kilometer.58 De verdachte is aldus een aanmerkelijk stuk verder gereden dan de glasbak aan de [adres] .

De getuige [getuige 8] heeft bovendien verklaard dat hij de verdachte heeft zien rijden op 8 juli 2017 omstreeks 21:45 uur. Hij reed over de [adres] in [plaats] in de richting van hun woning op het adres [adres] te [plaats] . De verdachte kwam in haar auto vanaf de andere kant en maakte een haastige indruk. Ze kwam net door de bocht, groette [getuige 8] en zijn vrouw niet en reed door in de richting van haar woning. [getuige 8] zag dat ze druk in gesprek was. [getuige 8] reed net voorbij autobedrijf [naam] toen ze de verdachte zagen. De verdachte kwam uit de bocht van de [adres] met een redelijke snelheid. Er zat niemand naast haar op de passagiersplaats, aldus [getuige 8] .59 Uit het onderzoek van de telefoon van de verdachte volgt dat ze op 8 juli 2017 tussen 18:28 uur en 23:55 uur niet heeft gebeld of is gebeld.60

Oordeel hof over de verklaring van de verdachte over de autorit omstreeks 22:00 uur

Het hof stelt op basis van het bovenstaande betrouwbaar geachte onderzoek van de politie en deskundige Pluijmers vast dat de verdachte in de avond de route heeft gereden volgens de Google locatiegegevens en camerabeelden. Het hof heeft geen enkele aanleiding te twijfelen aan die onderzoeksresultaten en de camerabeelden. Op basis van de waarneming van de getuige [getuige 8] die de verdachte op haar terugweg zag rijden stelt het hof vast dat zij in de auto druk in gesprek was, terwijl uit haar telefoongegevens blijkt dat op dat moment geen gesprekken worden geregistreerd. De verdachte heeft wisselend over deze autorit verklaard. Het hof acht de verklaring van de verdachte dat zij niet verder dan de glascontainer aan de [adres] is geweest en dat deze autorit geen andere bestemming heeft gehad in strijd met de betrouwbaar geachte resultaten van de Google locatieonderzoeken zoals die door de politie en deskundige Pluijmers zijn verricht. Derhalve merkt het hof de verklaring van de verdachte aan als kennelijk leugenachtig. Het hof duidt de autorit in de avond als samenhangend met de onderstaande weergegeven telefonische contacten met haar oom [naam oom] en moeder [naam moeder] diezelfde dag toen duidelijk was dat het slachtoffer naar het festival ging en daar verbleef. Uit de onderstaande appberichten van de moeder en de reisbewegingen van haar telefoon volgt dat de moeder – die zelf zulke reisafstanden niet reed – tezamen met een of meer anderen diezelfde avond vanuit Duitsland onderweg was naar het Noorden in Nederland. Daarover volgt hieronder meer. Het hof merkt de verklaring van de verdachte afgelegd om haar eigen daderschap en het daderschap van haar medeverdachte(n) ten aanzien van het ten laste gelegde te verhullen. In zoverre strekt dit leugenachtig karakter van haar verklaring tot het bewijs van het ten laste gelegde.

Verklaring verdachte over het wachten aan de [adres]

Het hof stelt vast dat de verdachte ook wisselend heeft verklaard over hetgeen zij aan de [adres] heeft gezien die nacht. De verdachte heeft aanvankelijk als getuige verklaard dat zij ter plaatse heel veel dronken lui zag.61 Later verklaart de verdachte dat zij een stuk of 4 of 5 op het schelpenpad zag lopen62 en vervolgens dat zij een paar dronken mannen met kale koppen zag die langs beide kanten van haar auto liepen.63 In datzelfde verhoor spreekt zij over een stuk of 10 mannen, geen vrouwen.64 In een volgend verhoor vertelt de verdachte over een groep van 4 of 5 mannen met kale koppen die vanuit het schelpenpad richting de [adres] lopen. Een fietsende vrouw heeft verdachte niet gezien. Zij zag nog twee of drie mensen op de [adres] verderop die richting de [adres] liepen.65 In datzelfde verhoor verklaart de verdachte vervolgens, in weerwil van haar eerdere verklaring, dat zij op het schelpenpaadje géén mensen heeft gezien, maar wél op de [adres] . Na constatering door de verhorende verbalisanten dat zij eerder anders heeft verklaard bevestigt de verdachte die constatering van verbalisanten.66 Bij de rechtbank komt de verdachte op haar laatstelijk bij de politie afgelegde verklaring terug en vertelt ze opnieuw dat zij, toen zij bij de [adres] arriveerde, haar auto heeft geparkeerd, er een groepje van vier â vijf mensen langs haar auto liep. Ze is naar eigen zeggen heen en weer gelopen: een stuk het schelpenpad op tot aan het schrikhek en terug over de [adres] tot aan de bocht richting het station.67

Oordeel hof over de verklaring van de verdachte over de [adres]

Het hof overweegt allereerst dat indien de verklaring van de verdachte – inhoudende dat ze heen en weer gelopen heeft over het schelpenpad en het verlengde daarvan de [adres] – juist zou zijn, zij op dat traject op het schelpenpad of de [adres] de getuige [getuige 5] moet zijn tegengekomen en vice versa.

Het hof heeft bij de bespreking van de verklaring van de getuige [getuige 5] reeds vastgesteld dat [getuige 5] op 9 juli 2017 omstreeks 00:30 uur slechts twee personen heeft gezien direct nabij de auto van de verdachte die op het schelpenpad bij de kruising van de [adres] en de [adres] stond geparkeerd. Het hof heeft geconcludeerd dat dit de verdachte samen met een andere persoon is geweest. [getuige 5] is helder en concreet in haar verklaring dat zij op de [adres] / [adres] (haar route) geen andere personen heeft gezien.

Het hof acht de verdachte in haar verklaringen niet geloofwaardig over wat zij aan de [adres] heeft waargenomen en evenmin waar zij zegt dat zij niet in het gezelschap was van een ander in de tijd dat ze bij de kruising [adres] / [adres] was op 9 juli 2017 van ongeveer 00:30 uur tot 00:45 uur.

Verklaring verdachte over de terugweg vanaf de [adres] naar huis

Over de terugweg vanaf de [adres] / [adres] naar huis in de nacht van 9 juli 2017 heeft de verdachte bij de politie verklaard dat ze via de [adres] , [adres] en een stukje van het [adres] naar huis is gereden. Ze heeft bij de politie verklaard dat ze op de terugweg nergens is gestopt, dat ze harder reed dan de toegestane snelheid, namelijk tot 80 kilometer per uur waar je 50 kilometer per uur mocht, en dat ze direct naar huis is gereden. Over de heenweg, via een andere route, deed de verdachte 5 tot 10 minuten. Ze heeft bij de politie aangegeven geen verklaring te hebben voor het feit dat ze over de terugweg 19 minuten deed.68

Oordeel hof over de verklaring van de verdachte over de terugweg

Het hof merkt de verklaring van de verdachte dat zij op de terugweg vanaf de [adres] / [adres] hard heeft gereden en nergens is gestopt aan als kennelijk leugenachtig en afgelegd om het daderschap van haar en haar medeverdachte ten aanzien van het ten laste gelegde te verhullen. In zoverre strekt dit leugenachtige karakter van haar verklaring tot het bewijs van het ten laste gelegde. De verklaring van de verdachte dat ze harder heeft gereden dan de toegestane snelheid, dat ze niet is gestopt en via de route is gereden waarover zij bij de politie heeft verklaard, is onbestaanbaar en in strijd met de uitkomst van het politieonderzoek zoals boven weergegeven. De verdachte zou in dat geval eerder thuis moeten zijn gekomen dan dat zij blijkens de camerabeelden in werkelijkheid deed.

Verklaring verdachte over zoektocht naar het slachtoffer

Aldus de verklaring van de verdachte heeft zij nadat de ze thuis kwam in paniek haar schoonouders gebeld. Deze zijn naar de woning gekomen. Met haar schoonvader [benadeelde partij 1] is de verdachte vervolgens in de auto van haar schoonvader gestapt om het slachtoffer te zoeken. De verdachte heeft meermalen verklaard dat zij tijdens de zoektocht naar het slachtoffer constant met haar telefoon bezig was en dat zij heel vaak geprobeerd heeft om het slachtoffer te bellen.69 Uit het forensisch onderzoek in de telefoon van de verdachte volgt echter het tegendeel, namelijk dat ze tussen 01:43 uur en 04:01 uur (het tijdsbestek van de zoektocht) in het geheel niet geprobeerd heeft om het slachtoffer te bellen.70 Daarmee geconfronteerd door de politie heeft de verdachte verklaard dat zij dan met de telefoon van haar schoonvader moet hebben gebeld. Haar schoonvader heeft dit echter ontkend. Hij heeft verklaard dat de verdachte tijdens de zoektocht geen gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon.71

Oordeel hof over de verklaring van de verdachte over de zoektocht

Het hof merkt de verklaring van de verdachte dat zij tijdens de gezamenlijke zoektocht naar het slachtoffer in de nacht heel vaak telefonisch contact heeft gezocht met het slachtoffer aan als kennelijk leugenachtig en afgelegd om haar daderschap en het daderschap van haar medeverdachte ten aanzien van het ten laste gelegde te verhullen. Het hof houdt het ervoor dat de verdachte er belang bij had dat zoveel mogelijk werd voorkomen dat het feit werd ontdekt, dat het slachtoffer (zo snel al) werd gevonden terwijl zij tijdens het zoeken nabij was. Diens telefoon lag immers hoorbaar in het open veld.72 In zoverre strekt dit leugenachtig karakter van haar verklaring tot het bewijs van het ten laste gelegde.

Gedragingen van de verdachte voorafgaand aan, rondom en na afloop van het overlijden van het slachtoffer

Het hof kent betekenis toe aan het gedrag van de verdachte die dag. Hierboven heeft het hof al geconstateerd dat de verdachte in de nacht van 8 op 9 juli 2017 heeft geïnitieerd dat ze het slachtoffer zou ophalen vanaf de [adres] / [adres] . De getuige [getuige 1] heeft over het festivalbezoek verklaard dat op het laatste moment pas duidelijk werd dat het slachtoffer meeging naar het festival. Hij wilde eerst niet mee. [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) had erop aangedrongen dat hij mee ging aldus [getuige 1] .73 Opmerkelijk zijn in dit verband ook de activiteiten die de verdachte op 8 juli 2017 vanaf het wegbrengen van het slachtoffer door de verdachte naar [getuige 1] in de middag aan de dag heeft gelegd, in het bijzonder in de wijze waarop zij contact onderhoudt met het slachtoffer en ook het feit dat zij in de middag reeds de ongeveer 6 kilometer van haar woning gelegen [adres] heeft bezocht. De toon van de verdachte in het contact met het slachtoffer als hij op het festival verblijft is weliswaar liefdevol maar ook vrij dirigerend van aard. De verdachte vraagt het slachtoffer steeds om zich te melden, ze oppert op een gegeven moment dat het nu misschien wel erg laat wordt omdat ze de volgende dag naar de kerk gaan en in haar sms-bericht van 00:08 uur geeft de verdachte aan dat zij in ieder geval naar de [adres] komt. De sturing en controle over het moment van ophalen en de locatie van ophalen door de verdachte lag bij de verdachte. Het hof constateert tevens dat de verdachte al bijna vanaf het moment dat ze het slachtoffer in de middag heeft weggebracht bij de boot van [getuige 1] , regelmatig contact zoekt met het slachtoffer. In haar sms-berichten naar het slachtoffer uit de verdachte zich opvallend liefkozend naar het slachtoffer en refereert ze vaak aan het ophalen door haar.

Eenmaal aangekomen bij de geregisseerde ophaallocatie ( [adres] en niet de [adres] ) heeft de verdachte zich – anders dan te verwachten viel – haar daadwerkelijke aankomst in het geheel niet kenbaar gemaakt aan het slachtoffer. Ze heeft niet met hem gebeld, naar hem ge-smst’t of met haar auto getoeterd of lichtsignalen gegeven. Ze is uitgestapt aan de [adres] en heeft daarbij haar telefoon achtergelaten in de auto. Daarmee heeft ze zichzelf voor het slachtoffer onbereikbaar gemaakt. Het digitaal onderzoek wijst ook uit dat de verdachte in het gehele tijdvak dat ze bij de kruising [adres] / [adres] verbleef geen gebruik heeft gemaakt van haar telefoon. Dit kan het hof evenmin rijmen met het eerdere, kort tevoren, juist voortdurende door haar gelegde en gezochte, maar niet tot stand gekomen contact. Het past ook niet in de verklaring van de verdachte dat ze haast had vanwege de kinderen die alleen thuis lagen te slapen. Vanuit die gedachtegang had een bericht naar het slachtoffer juist voor de hand gelegen. Om immers zo snel mogelijk te achterhalen waar het slachtoffer op dat moment was toen zij hem niet zag, zodat ze vervolgens zo snel mogelijk weer samen terug naar huis en de kinderen konden gaan. Het hof duidt het onnavolgbare gedrag van de verdachte aldus dat ze het slachtoffer tezamen met een ander heeft opgewacht.

Wat betreft de gedragingen en uitlatingen van de verdachte bevat het dossier verschillende getuigenverklaringen waarin opvallend gedrag van de verdachte wordt beschreven na de dood van het slachtoffer.

Een vriendin van de verdachte, [getuige 9] , heeft als getuige verklaard dat de verdachte haar heeft verteld dat het wapen nooit gevonden zou worden, omdat het wapen er niet meer is. Er zou geen dader gevonden worden en het wapen zouden ‘ze’ nooit vinden, zei de verdachte volgens [getuige 9] tegen haar. Het enige wat de verdachte steeds zei: “ze vinden de dader niet. Er is geen bewijs. En het wapen is weg”. Ook vertelde de verdachte op de dag dat het slachtoffer gevonden was op zondagmiddag 9 juli 2017: “Ik heb mijn kleren al in de wasmachine gedaan. Die hebben ze niet eens meegenomen.” en [getuige 9] zag dat de verdachte daarbij lachte. De verdachte zei op die dag ook dat ze de auto van binnen en buiten nog goed wilde laten reinigen, dat ze het heel dom vond dat de politie de auto niet direct had meegenomen. De verdachte lachte hier ook bij, aldus [getuige 9] .74 Toen [getuige 9] op zondagavond 9 juli 2017 na het avondeten bij de verdachte kwam, zat ze achter haar laptop met her en der wat mappen om haar heen. De verdachte sprak tegenover [getuige 9] over een levensverzekering en ze vertelde dat ze de papieren daarvan aan het zoeken was. Op de dinsdag of de woensdag na de dood van het slachtoffer (het hof begrijpt: dinsdag 11 of woensdag 12 juli 2017) vertelde de verdachte dat de hoogte van de levensverzekering € 600.000,- of € 650.000,- betrof.75

Vriendin van de familie, [getuige 10] , heeft verklaard dat ze op 9 juli 2017 ’s ochtends – toen het slachtoffer nog vermist was – bij de verdachte thuis was. De verdachte zou gezegd hebben: “Hij komt nooit weer”.76 Bij een later verhoor heeft [getuige 10] verklaard dat ze op 9 juli 2017 om 09:00 à 09:30 uur bij de verdachte kwam en dat de verdachte zei: “Dan moet ik straks aan de kinderen vertellen dat hun vader dood is”. [getuige 10] geeft aan dat ze dit een bizarre uitspraak vond omdat niemand op dat tijdstip nog iets wist.77

De zus van het slachtoffer, [benadeelde partij 4] , heeft verklaard dat ze erbij was toen de verdachte werd gebeld door de politie met de mededeling dat de Mercedes in beslag zou worden genomen. De getuige vertelt dat de verdachte binnenkwam en zei: "Komen ze ook nog mijn computers ophalen en de auto". Ze was heel bozig en ging ook meteen weg, naar buiten. De getuige liep achter de verdachte aan en zag dat ze toen al met de auto bezig was. De verdachte ging het matje achter de bestuurdersstoel uitkloppen. Samen liepen ze om de auto heen naar de andere kant (de passagierskant achter) en vervolgens ging de verdachte daar ook het matje uitkloppen. De getuige zag daar het gruis wat uit de mat viel. De getuige verklaart dat zij wat spullen heeft aangenomen en toen zij weer buiten kwam zag dat de verdachte bezig was met een plastic afdekhoes van de bestuurdersstoel. De verdachte heeft de matjes weer in de auto gelegd. De matten werden uitgeklopt naast de auto en de plastic hoes werd verwijderd.78

Uit de camerabeelden van de buren van de verdachte en het slachtoffer van de dag van inbeslagname van de auto (13 juli 2017) volgt dat een kwartier vóórdat de politie komt om de auto in beslag te nemen, er gedurende vijf minuten twee personen bij de Mercedes te zien zijn.79

Het hof stelt vast dat de hierboven weergegeven gedragingen en uitlatingen van de verdachte niet passen in het beeld van eerst de bezorgde echtgenoot op zoek naar haar man en later van de echtgenoot die haar man is verloren aan een misdrijf en zich meewerkend opstelt in het kader van de opsporing van diegene die hem heeft gedood.

De route van het slachtoffer van het festivalterrein naar de [adres]

In hoger beroep is door de verdediging de vraag opgeworpen welke route het slachtoffer vanaf het festivalterrein zou hebben genomen naar het weiland naast de [adres] waar hij is aangetroffen. Volgens de raadsman waren er voor het slachtoffer drie opties: via het schelpenpad tussen de [adres] en de kruising [adres] / [adres] , via de door de getuige [getuige 11] aangeduide ‘sluiproute’ of via het graspad (langs het spoor).

In hoger beroep heeft – net als in eerste aanleg – een schouw van de plaats delict en de omgeving daarvan plaatsgevonden en zijn onder meer deze drie routes nagelopen.

De raadsman en de advocaat-generaal hebben zich op de inhoudelijke zitting van het hof allebei op het standpunt gesteld dat het slachtoffer via het graspad vanaf het festivalterrein naar de plaats delict zou hebben gelopen.

Het onderzoek van de politie heeft naar het oordeel van het hof niet kunnen uitwijzen welke route het slachtoffer genomen heeft en hoe hij precies op de plaats delict is terechtgekomen. Evenmin kan vastgesteld worden wat er exact heeft plaatsgevonden tussen het moment dat het slachtoffer het festivalterrein verliet en het moment dat zijn lichaam de volgende ochtend in het weiland werd aangetroffen. Wel staat, zo heeft het hof hierboven uiteengezet, buiten redelijke twijfel vast dat het de verdachte is geweest die met een ander tussen 00:30 uur en 00:45 uur bij de kruising van de [adres] en [adres] was. Ongeacht welke route het slachtoffer genomen zou hebben, genoemde routes zouden uitkomen op deze kruising waar de verdachte zich op dat moment ophield met een ander. De verdachte en de andere persoon hadden vanuit de locatie waar zij zich ophielden (graspad met afzetbalk/het begin van het weiland) zicht op alle routes waar het slachtoffer op kan hebben gelopen naar genoemde kruising toe. Welke route hij ook zou nemen, het slachtoffer zou uiteindelijk steeds bij het begin van het weiland bij de kruising [adres] / [adres] uitkomen. In zoverre is de daadwerkelijk door het slachtoffer gelopen route vanaf het festivalterrein naar de [adres] voor de beoordeling niet relevant en kan daarmee in het midden blijven. Daarmee kan ook voorbij worden gegaan aan het door de verdediging geïnitieerde onderzoek en opgemaakte rapport van Forensica dat ziet op het gebruik van het graspad.

DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen op het slachtoffer

Het lichaam en de kleding van het slachtoffer is op verschillende plaatsen bemonsterd.80

In 17 bemonsteringen is celmateriaal aangetroffen waarvan het verkregen DNA‑profiel matcht met het DNA-profiel van de verdachte. Er was sprake van een match met het DNA-profiel van de verdachte bij de bemonsteringen onder de nagels (rechts) van het slachtoffer, op de pols (links) van het slachtoffer, op de pols links van het vest (hoody), op het voorpand van de onderbroek aan de binnenkant, de tailleband van de onderbroek (binnen en buiten en rechts en links) en op de penishuid van de verdachte. Ten aanzien van laatstgenoemde bemonstering betreft dit vaginaal celmateriaal, blijkens het RNA-onderzoek (Ribonucleïnezuur).81 In de bemonstering van de rechter zak van het vest / de hoody) is een mengprofiel aangetroffen van de DNA-profielen van het slachtoffer en een onbekende vrouw. Het NFI geeft aan dat het DNA-profiel van deze onbekende vrouw het DNA-profiel van een dochter kan zijn van de verdachte en het slachtoffer.82 Van de dochter van de verdachte en het slachtoffer is geen DNA-referentiemonster afgenomen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het DNA-materiaal van de verdachte dat op het lichaam en de kleding van het slachtoffer is aangetroffen verklaard kan worden door het feit dat zij in de avond van 7 juli 2017 één keer en in de ochtend van 8 juli 2017 twee keer seks met elkaar hebben gehad. Dat er DNA-materiaal van de verdachte op het lichaam en de kleding van het slachtoffer is aangetroffen, is gelet op hun echtelijke relatie ook overigens – los van dit seksuele contact op 7 en 8 juli 2017 – niet verwonderlijk of belastend voor de verdachte, aldus de verdediging.

Overwegingen hof over de bewijswaarde

Het hof overweegt hierover als volgt. Afgezien van de bemonstering waarin het DNA‑materiaal van een onbekende vrouw is aangetroffen – waarvan het NFI aangeeft dat dit mogelijk de dochter van de verdachte en het slachtoffer kan zijn – is in de bemonsteringen van het lichaam en de kleding van het slachtoffer geen DNA-materiaal aangetroffen van andere personen dan de verdachte. Indachtig dat het slachtoffer in de periode voorafgaand aan zijn overlijden (in de middag en de avond van 8 juli 2017) op een festival is geweest, roept het feit dat in 17 bemonsteringen van diverse plekken op het lichaam en de kleding van het slachtoffer DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen vragen op. Gelet echter op de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer slaat het hof op het aantreffen van DNA-materiaal op het lichaam en de kleding van het slachtoffer geen acht. De bevindingen van het DNA-onderzoek merkt het hof als belastend noch ontlastend aan, nu de bevindingen van dit onderzoek niet discriminerend zijn ten opzichte van één van de twee scenario’s: belastend dan wel ontlastend. Het hof laat de bevindingen van het DNA‑onderzoek daarom buiten beschouwing.

Motief van de verdachte

Het slachtoffer en de verdachte zijn in 2013 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd.83 Op 1 maart 2015 is door de verdachte en het slachtoffer kruislings een levensverzekering afgesloten met een uitkering van € 600.000,-.84 De verdachte heeft verklaard dat ze de aanvraagpapieren voor deze levensverzekering heeft getekend.85 Het slachtoffer had geen testament.86

Uit het dossier komt naar voren dat sprake was van een moeizaam huwelijk. De verdachte heeft haar huwelijk op de zitting van het hof als ‘afschuwelijk’ gekwalificeerd.87

De verdachte en het slachtoffer hadden nogal eens ruzie over geld. Het voornemen van de verdachte om cosmetische chirurgie te ondergaan en de bekostiging daarvan was eveneens een strijdpunt, aldus de verdachte bij de rechtbank.88

Op 2 april 2017 heeft de verdachte aangifte gedaan van mishandeling door het slachtoffer.89

Het slachtoffer heeft blijkens het onderzoek in zijn telefoon foto’s gemaakt van chatgesprekken, aanwezig in de telefoon van de verdachte. Hierbij zit een gesprek van 5 april 2017 waarin de moeder van de verdachte aangeeft: “Maak de papieren voor de kinderen in orde” en “want het zal terug komen. Bereid je voor. Alsjeblieft, gebruik de tijd. Zorg dat de Duitse paspoorten klaar zijn en meldt de kinderen vast bij oma aan, als iemand wat zegt, een soort postadres. Ook een advocaat bezoeken”.90

In mei 2017 is er ook meerdere keren politiebemoeienis geweest bij het gezin vanwege conflicten.91

Eind juni 2017 heeft Veilig Thuis het gezin bezocht naar aanleiding van meldingen waarin zorgen werden geuit omtrent het welzijn van de kinderen door de voortdurende ruzies tussen de verdachte en het slachtoffer.92

Op de telefoon van het slachtoffer zijn verschillende geluidsbestanden aangetroffen van door hem heimelijk opgenomen gesprekken en ruzies met de verdachte.

Het slachtoffer was ermee bekend dat de verdachte in 2017 is vreemdgegaan met haar ex‑vriend.93

Uit de getuigenverklaring van [getuige 9] volgt dat het slachtoffer binnen de relatie wat dominant was in zijn wensen. De laatste tijd voor de dood van het slachtoffer leek de verdachte wat meer voor zichzelf op te komen en dat botste.94

De getuige [getuige 12] bevestigt dat het slachtoffer haar ook verteld heeft dat de problemen waren begonnen toen de verdachte was gaan werken. [getuige 12] denkt dat de verdachte hierdoor onafhankelijker werd omdat ze haar eigen geld verdiende. Daarvoor moest ze, als er iets moest worden uitgegeven, alles vragen aan het slachtoffer. Over de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer zegt [getuige 12] dat ‘ze niet met en niet zonder elkaar konden zijn’.95

De getuige [getuige 13] heeft het slachtoffer omschreven als wat autoritair. De verdachte wilde alles voor het slachtoffer doen, maar het slachtoffer waardeerde dat niet.96

Tegen de getuige [getuige 14] heeft het slachtoffer gezegd dat de vele aanwezigheid van zijn vader goed was voor het bedrijf, maar slecht voor zijn relatie met de verdachte.97

Bij een groot aantal getuigen in de omgeving van het stel was bekend dat er spanningen waren tussen de verdachte en het slachtoffer. Verschillende getuigen hebben verklaard dat de verdachte en het slachtoffer bezig waren om zich voor te bereiden op (de financiële gevolgen van) een echtscheiding.98 Beiden hebben contact opgenomen met de accountant [naam accountant] over de huwelijkse voorwaarden.99 Deze accountant heeft verklaard dat een eventuele scheiding voor de verdachte financieel zeer onvoordelig zou uitpakken.100

Het slachtoffer heeft blijkens de historische belgegevens tussen 8 mei 2017 en 27 juni 2017 acht keer contact gehad met een advocaat.101 Uit zoekslagen op de telefoon van de verdachte volgt dat er op 31 mei 2017 en 18 juni 2017 op een “haus kaufen Dormagen” werd gezocht.102

Het hof stelt op basis van het bovenstaande vast dat de financiële gevolgen van het beëindigen van het huwelijk via een echtscheiding door de verdachte en het slachtoffer zijn onderzocht en onderkend. Alle incidenten met politie en Veilig Thuis indachtig, betrof het huwelijk van de verdachte en het slachtoffer, ondanks door het slachtoffer geïnitieerde bemiddeling – waarin verdachte niet veel heil zag –, geen houdbare situatie. Bij een echtscheiding zouden de gevolgen voor de verdachte niet alleen financieel nadelig zijn, maar er dreigde ook een gevecht tussen de verdachte en het slachtoffer om de kinderen. Zowel de verdachte als het slachtoffer hebben kenbaar gemaakt dat ze bang waren dat de ander bij een breuk de kinderen zou meenemen of zou afnemen.

Doordat er een levensverzekering was afgesloten, zou de dood van het slachtoffer erin resulteren dat de verdachte vanuit deze levensverzekering een hoog geldbedrag zou ontvangen, terwijl het bij een echtscheiding door de huwelijkse voorwaarden nog maar de vraag was of de verdachte enig geldbedrag zou ontvangen bij ontbinding van het huwelijk. Illustratief voor de vaststelling dat de verdachte ervan op de hoogte was dat de dood van het slachtoffer financieel voordeel opleverde, is het reeds in de avond van de dag van de dood van het slachtoffer zoeken naar de papieren van de levensverzekering door de verdachte.

Het hof ziet in al het voorgaande een financieel en relationeel motief voor de verdachte voor de levensberoving van het slachtoffer.

2.3 Medeplegen

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of er een of meer medeverdachten betrokken zijn geweest bij de dood van het slachtoffer.

Naar geldend recht103 is voor een bewezenverklaring van medeplegen vereist dat er sprake

was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij

het accent ligt op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen

heeft verricht. De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van

medeplegen mag worden gesproken laat zich niet in algemene zin beantwoorden maar vergt

een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Bewuste nauwe samenwerking kan onder meer blijken uit de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De kwalificatie van medeplegen is, aldus volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Betrokkenheid medeverdachte(n)

Dat er een mededader betrokken is geweest, constateert het hof allereerst op de vaststelling van het hof dat getuige [getuige 5] de verdachte en een ander persoon bij de auto van de verdachte heeft zien staan op de kruising [adres] / [adres] op 9 juli 2017 vanaf omstreeks 00:30 uur. Beide personen liepen toen het weiland in.

Uit het sectierapport komt naar voren dat er veel geweld is toegepast op het lichaam en hoofd van het slachtoffer. [weergave gedeelte bewijsmiddel]

Gelet op de verschillen in postuur: het slachtoffer 1,92 meter lang en 85 kilogram zwaar en de verdachte 1,70 meter lang en 60 kilogram zwaar,104 acht het hof het onaannemelijk en niet goed denkbaar dat de verdachte alleen het toegepaste heftige geweld heeft toegebracht en acht het hof het ook daarom aannemelijk dat een medeverdachte betrokken is bij het toebrengen van het dodelijke letsel.

Het hof vindt in de inhoud van het dossier daarnaast ook andere aanwijzingen die duiden op betrokkenheid van een of meer anderen.

Contact verdachte met [naam oom] en [naam moeder] en locaties telefoons [naam oom] en [naam moeder]

Rondom de dood van het slachtoffer is op basis van het opsporingsonderzoek een intensivering van het contact van de verdachte met haar oom [naam oom] en haar moeder [naam moeder] te zien.

Uit het onderzoek naar de telefoon van de verdachte volgt dat [naam oom] onder de naam “ [naam oom] ” in de contactenlijst van haar telefoon stond. Dit contact is op 4 juli 2017 in de telefoon van de verdachte aangemaakt.

Uit het onderzoek volgen de navolgende contacten van de verdachte met [naam oom] en [naam moeder] rondom 8 en 9 juli 2017:

  • -

    6 juli 2017 22:17 uur: inkomend belcontact van [naam oom] naar de verdachte, gemist.

  • -

    6 juli 2017 22:21 uur: uitgaand belcontact van de verdachte (vanaf haar werk) naar [naam oom] , duur 11 min en 4 sec.

  • -

    7 juli 2017 16:13 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar [naam oom] , duur 0 sec.

  • -

    8 juli 2017 11:50 uur: uitgaand belcontact via WhatsApp van de verdachte naar [naam oom] , duur 1 min en 43 sec.

  • -

    9 juli 2017 16:09 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar [naam moeder] , duur 0 sec.

  • -

    9 juli 2017 10:01 uur: ontvangst plaatje van [naam oom] op WhatsApp met tekst ‘ook al huilt mijn hart, is het steeds bij jou’.

  • -

    9 juli 2017 12:23 uur: [naam moeder] reageert op een vraag van [naam zus] in een WhatsAppgroep met de vraag wat iedereen die dag allemaal doet met: ‘uitrusten niets…’.

  • -

    9 juli 2017 17:45 uur: uitgaand belcontact van de verdachte naar [naam moeder] , duur 2 min en 43 sec.105

Met de vaste telefoonlijnen van de woning van de verdachte en het slachtoffer is op de navolgende momenten contact geweest met [naam oom] en [naam moeder] rondom 9 juli 2017:

  • -

    7 juli 2017 16:14 uur: uitgaand belcontact naar [naam oom] , duur 4 min en 29 sec.

  • -

    7 juli 2017 16:34 uur: uitgaand belcontact naar [naam moeder] , duur 2 min en 29 sec.

  • -

    7 juli 2017 20:57 uur: uitgaand belcontact naar [naam oom] , duur 3 sec.

  • -

    8 juli 2017 11:24 uur: uitgaand belcontact naar [naam oom] , duur 0 sec.

  • -

    8 juli 2017 15:04 uur: uitgaand belcontact naar [naam moeder] , duur 0 sec.

  • -

    8 juli 2017 15:37 uur: uitgaand belcontact naar [naam moeder] , duur 8 min en 1 sec.106

Onderzoek van de telefoon van [naam oom] wijst uit dat er tussen 8 juli 2017 15:31 uur en 9 juli 2017 08:37 uur geen enkele activiteit plaatsvindt op de tijdlijn van het toestel. Van 7 juli 2017 19:13 uur tot 9 juli 2017 12:12 uur heeft het toestel ook geen verbinding gemaakt met een wifi-netwerk.

Onderzoek van de telefoon van [naam moeder] wijst uit dat haar telefoon de volgende zendmasten heeft aangestraald rondom 9 juli 2017:

  • -

    8 juli 2017 18:55 uur: zendmast tussen Hamminkeln en Isselburg, autosnelweg A73 te Duitsland.

  • -

    8 juli 2017 19:43 uur: zendmast Elsbosweg 8, Klarenbeek te Nederland.

  • -

    8 juli 2017 19:47:42 uur: zendmast Beemsterweg 58, Apeldoorn.

  • -

    8 juli 2017 19:47:56 uur: zendmast Nocturnestraat 1, Apeldoorn.

  • -

    8 juli 2017 19:48:33 uur: zendmast Vellertdijk 5, Apeldoorn.

  • -

    9 juli 2017 10:01 uur: zendmast omgeving Dormagen te Duitsland.

Aan de hand van deze zendmastgegevens is door de politie vastgesteld dat het toestel van [naam moeder] zich in Nederland bevindt en zich in Noordelijke richting voortbeweegt, bijvoorbeeld via de snelweg A50. De uiterste punten van de (globale) dekkingsgebieden van voornoemde masten bedraagt ongeveer 9,1 kilometer. Gezien het tijdsverloop van deze contacten zou

de telefoon van [naam moeder] met een snelheid van rond de 100 kilometer per uur in noordelijke richting hebben verplaatst. Uit het raadplegen van Google Maps volgt volgens de politie dat bij de afstand tussen Apeldoorn- [plaats] (Wedze) via de A50/A32 per auto van 143 tot 147 kilometer de reistijd circa 1.37 tot 1.33 uur bedraagt.107

Bij dit onderzoek naar de telefoon van [naam moeder] zijn onder andere de navolgende berichten aangetroffen rondom de nacht van 8 op 9 juli 2017:

  • -

    8 juli 2017 15:23 uur sms-bericht van [naam moeder] naar haar buurvrouw, [naam buurvrouw] : ‘ [naam buurvrouw] dat wordt vandaag niets. Helaas moeten wij opschuiven’.

  • -

    8 juli 2017 16:51 uur: sms-bericht van [naam moeder] naar [naam buurvrouw] : ‘Morgen kan ik me immers ook amper bewegen en ik moet straks nog even weg’.

  • -

    8 juli 2017 19:47 uur: ontvangst sms-bericht: ‘Willkommen in den Niederlanden’, met vervolgens een overzicht van tarieven.108

Opvallend tijdens het onderzoek van de telefoon van [naam moeder] is verder dat alle sms-berichten van 7 en 8 juli 2017 van het toestel zijn verwijderd, in tegenstelling tot de weken daarvoor waarin er geen berichten zijn verwijderd. De tijdlijn van het toestel toont geen sms-berichten in de periode van 8 juli 2017 om 19:48 uur tot 22 juli 2017 23:23 uur. Tussen 8 juli 2017 om 19:47 uur en 9 juli 2017 om 10:10 uur is geen enkele activiteit op het toestel te zien. Een logische verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat het toestel toen uit stond. Een dergelijke langere periode van geen activiteit (ruim 14 uren) is niet op een ander moment waargenomen op de telefoon in de periode van 1 mei 2017 tot 9 juli 2017.109

Uit onderzoek van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] naar de telefoon van de verdachte volgt dat in de periode van 19 juni 2017 tot en met 9 juli 2017 WhatsApp 16 keer opnieuw werd geïnstalleerd op de telefoon. Specifiek werd WhatsApp op 8 juli 2017 omstreeks 09:40 uur, 10:59 uur en 14:42 uur en op 9 juli 2017 omstreeks 05:29 uur opnieuw geïnstalleerd.110 WhatsApp werd op 8 juli 2017 om 10:49 uur, 13:26 uur en op 9 juli 2017 om 03:30 uur verwijderd.111 Uit onderzoek van verbalisant [verbalisant 1] volgt dat ook ten aanzien van de applicaties Instagram, Facebook Messenger en Facebook in de periode 4 juni 2017 tot en met 9 juli 2017 regelmatig een herinstallatie van deze applicaties plaatsvond.112 De politie heeft geconstateerd dat er zeer regelmatig telefonisch contact is met [naam moeder] rond het verwijderen en weer installeren van de diverse apps op de telefoon van de verdachte.113

Opvallend is tevens dat de verdachte desgevraagd tijdens haar verhoor bij de politie, in weerwil van de werkelijkheid, aanvankelijk wil doen voorkomen dat zij van haar oom [naam oom] geen telefoonnummer heeft.114

Verder springt in het oog dat de verdachte blijkens het onderzoek aan haar telefoon op 9 juli 2017 vanaf 06:28 uur berichten begint te sturen naar vele personen: haar vriendinnen in Nederland, vrienden van de familie, [getuige 1] , de politie en haar stiefvader [naam stiefvader] . Door de verdachte worden zij allemaal actief op de hoogte gehouden van het feit dat het slachtoffer wordt vermist en later dat hij is overleden. Haar moeder in Duitsland benadert zij evenwel niet. Ondanks dat de verdachte in de ochtend berichten ontvangt van haar moeder, haar tante en haar zus [naam zus] , wordt hierop niet gereageerd door de verdachte. De verdachte probeert op 9 juli 2017 pas vanaf 16:09 uur telefonisch contact op te nemen met haar moeder, oma, tante en zus.115

Daderkennis in Duitsland op 9 juli 2017

Uit het dossier volgt dat er in de ochtend van 9 juli 2017 – voordat bekend was dat het slachtoffer dood in het weiland was gevonden – al door [naam moeder] werd medegedeeld dat het slachtoffer was overleden. De buurvrouw van [naam moeder] , [naam buurvrouw] , heeft als getuige verklaard dat [naam moeder] haar op 9 juli 2017 tussen 08:00 uur en 10:00 uur bij de koffie vertelde dat haar schoonzoon dood is. [naam moeder] vertelde dat de verdachte haar had gebeld, dat de verdachte alleen maar huilde en amper te verstaan was. Op een later moment heeft [naam moeder] nog verteld dat de benen van het slachtoffer zouden zijn verbrijzeld.116 Uit het onderzoek naar het telefoonverkeer tussen de verdachte en [naam moeder] volgt dat de verdachte pas aan het einde van de middag op 9 juli 2017 voor het eerst contact had met haar moeder, zus en oma. Een vriend van [naam moeder] , [getuige 15] , heeft verklaard dat hij op zondag 9 juli 2017 rond 10:00 en 10:30 uur van [naam moeder] hoorde dat het slachtoffer dood was. [naam moeder] zat op de bank bij hem en huilde. [naam moeder] zei tegen hem dat ze het van [naam zus] had gehoord, het had op internet gestaan, zo vertelde [naam moeder] tegen [getuige 15] .117

Het hof stelt vast dat op de tijdstippen dat [naam moeder] aan twee personen afzonderlijk vertelt dat het slachtoffer is overleden, het lichaam van het slachtoffer nog niet gevonden was. In ieder geval was het toen nog niet bekend dat het om het slachtoffer ging die in het weiland was aangetroffen. Daar komt bij dat uit het onderzoek volgt dat de verdachte op dat moment nog helemaal geen telefonisch contact had gehad met haar oma, moeder en/of zus. Hieruit leidt het hof af dat er sprake was van daderkennis bij [naam moeder] .

Het hof stelt ook vast dat de verdachte vroeg in de ochtend van [naam oom] op zondagochtend 9 juli 2017 een troostend bericht ontving voordat bekend was dat het om het slachtoffer ging die in het weiland was gevonden.118

In hoger beroep overgelegde brief uit Duitsland en nader onderzoek in Duitsland

De advocaat-generaal heeft op 22 september 2020 een proces-verbaal ingebracht inhoudende een melding van de Duitse politie dat er iemand ( [getuige 16] ) zich bij hen had gemeld op 9 juli 2020 en meldde dat hij in januari 2016 door zijn broer [naam oom] was benaderd met de vraag of hij € 30.000,- wilde verdienen. [getuige 16] vermoedde dat dit een criminele klus betrof en heeft dit afgeslagen. [getuige 16] is meermalen hierover verhoord door de Duitse politie. Uit dit proces-verbaal volgt tevens dat [naam oom] op 31 maart 2020 is overleden in een ziekenhuis te Dormagen (Duitsland).

Ten aanzien van dit proces-verbaal inhoudende de melding van [getuige 16] is het hof van oordeel dat het door [getuige 16] beschreven contact met [naam oom] in tijd te ver voor

het overlijden van het slachtoffer ligt om dit in directe relatie te kunnen brengen met de dood van het slachtoffer op 9 juli 2017.

Door de raadsman is op 26 september 2020 een brief overgelegd die hij heeft ontvangen op 18 april 2020. Het betreft een in de Duitse taal opgestelde getypte, niet ondertekende brief, geschreven uit naam van [naam oom] . Deze brief is vertaald. In deze brief wordt beschreven dat de afzender op 9 juli 2017 het slachtoffer heeft getroffen op de plaats waar de verdachte was aan de [adres] en hem heeft aangepakt door hem met een blauwe stang meerdere malen te slaan.

Het hof stelt vast dat de in de brief beschreven gebeurtenissen vlak voor de dood van het slachtoffer deels ondersteund worden door de inhoud van het dossier. Tegelijkertijd wordt de brief op bepaalde punten weerlegd door het dossier. Opvallend is dat in de brief wordt beschreven dat het slachtoffer eerst tegen de benen werd geslagen, dat het slachtoffer meteen op de grond viel en dat er steeds weer werd uitgehaald en geslagen tot het slachtoffer niet meer bewoog. De brief behelst – kijkend naar het wonddateringsonderzoek – een zekere vorm van daderkennis. Gelet echter op het gebrek aan informatie over de herkomst van de brief en het feit dat bepaalde in de brief beschreven gebeurtenissen worden weerlegd door het dossier: de tijdlijn omtrent de gebeurtenissen en de aanwezigheid van de verdachte aan de [adres] , heeft de brief naar het oordeel van het hof evenwel geen bewijskracht en kan het evenmin dienen als ontlastend bewijs voor de verdachte. De brief kan immers ook geschreven zijn uit naam van (de inmiddels overleden) [naam oom] door iemand die kennis heeft van het dossier. Het hof overweegt dat de herkomst van deze brief onbekend is gebleven. De verdachte heeft meegedeeld de brief niet te kennen. Niet is vast te stellen wie de ongetekende brief heeft opgesteld en/of heeft gepost. Het hof acht de inhoud van de brief daarmee niet bruikbaar voor bewijs.

Rol van de verdachte

[getuige 1] heeft als getuige verklaard dat hij een week voor 9 juli 2017 met het slachtoffer zijn plannen heeft gedeeld om naar het [naam festival] festival te gaan. [getuige 1] zou met zijn motorboot vlakbij het festivalterrein aanleggen. In eerste instantie had het slachtoffer geen zin om mee te gaan. Op 7 juli 2019 om 22:10 uur ontving [getuige 1] van het slachtoffer via WhatsApp het bericht: ‘hoe laat begint het feestje morgen’, waarop [getuige 1] op 8 juli 2017 om 00:37 uur reageerde: ‘begint Middags al, ik ga om een uur of 3 weg met de boot’. Later die dag heeft [getuige 1] een plattegrond met de locatie van de boot naar het slachtoffer gestuurd. [getuige 1] werd op 8 juli 2017 door het slachtoffer gebeld, maar heeft dit gesprek gemist. Rond 12:00 uur belde [getuige 1] terug. Toen hebben ze afgesproken dat het slachtoffer bij de boot van [getuige 1] zou komen, dat ze samen naar het festival zouden varen, maar dat het slachtoffer niet bleef slapen. Het slachtoffer zou worden opgehaald door de verdachte, aldus [getuige 1] .119 Uit het onderzoek naar de telefoon van het slachtoffer blijkt dat dit gesprek met [getuige 1] op 8 juli 2017 om 11:50 uur heeft plaatsgevonden.120 Opvallend is dat de verdachte blijkens de telefoongegevens om 11:50 uur via WhatsApp met haar moeder belt.

Op het moment dat de verdachte die middag het slachtoffer heeft afgezet bij de boot van [getuige 1] , heeft de verdachte steeds contact gehouden met het slachtoffer. Zoals eerder opgemerkt springt hierbij in het oog dat de verdachte in haar sms-berichten naar het slachtoffer zich opvallend liefkozend naar hem uit en ze vaak benadrukt dat zij hem zal ophalen. Ze regisseert niet alleen het moment dat het slachtoffer door haar wordt opgehaald, maar ook de locatie.

Binnen deze voorbereiding van de verdachte past ook het ritje van de verdachte in de Mercedes in de avond van 8 juli 2017 in de richting van [plaats] waaromtrent in het dossier diverse aanwijzingen worden gevonden dat die bedoeld was om de medeverdachte op te halen. Na dit ritje heeft de verdachte de woning niet meer verlaten met de auto tot het moment dat ze naar de [adres] / [adres] reed na 00:22 uur en waar ze omstreeks 00:30 uur – bij de Mercedes en met een ander – is gezien door [getuige 5] . De verdachte heeft zoals eerder overwogen niet geloofwaardig kennelijk leugenachtig verklaard over dit ritje richting [plaats] om de waarheid te bemantelen dat er een of meerdere medeverdachte(n) betrokken waren die zij op dat moment heeft ontmoet of opgehaald met de Mercedes.

Over de terugweg naar de woning vanaf de [adres] / [adres] heeft de verdachte eveneens kennelijk leugenachtig verklaard dat ze hard heeft gereden en nergens is gestopt. Deze verklaring van de verdachte volgend zou ze ongeveer 10 minuten eerder thuis zijn aangekomen dan dat ze uiteindelijk (blijkens de camerabeelden) deed. Deze 10 minuten extra waarover de verdachte kennelijk leugenachtig heeft verklaard boden haar in ieder geval de ruimte om zich weer van de medeverdachte(n) en het (slag)wapen te kunnen ontdoen voordat ze weer naar huis ging. De verdachte heeft – als overwogen – gelogen over haar route vanaf de [adres] om de betrokkenheid bij het feit van haarzelf en haar mededader te bemantelen.

Het hof kent in dit verband ook betekenis toe aan het feit dat de verdachte – anders dan zij beweert – haar telefoon uitschakelde om 00:46:30 uur vlak voor haar vertrek met de Mercedes in de nacht vanaf de [adres] . Door haar telefoon vlak voor vertrek bij de [adres] uit te schakelen, kon de door de verdachte afgelegde route in ieder geval niet aan de hand van haar telefoonlocatie-gegevens in kaart worden gebracht. Het feit dat de verdachte in tegenstelling tot het ritje op de avond van 8 juli 2017, haar telefoon bij de terugweg op 9 juli 2017 vanaf 00:46 uur opeens wél haar telefoon uitschakelde, plaatst het hof in het gegeven dat de verdachte in de avond van 8 juli 2017 het contact met het slachtoffer moest onderhouden om te kunnen coördineren waar het slachtoffer was en dat het slachtoffer op het juiste tijdstip naar de juiste locatie kwam.

2.4 Samenvatting van de conclusies van het hof

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen komt het hof tot een bewezenverklaring.

Daartoe stelt het hof vast dat het slachtoffer door herhaald slaan tegen en op zijn lichaam met een (hard) voorwerp om het leven is gebracht op de plek in het weiland aan de [adres] alwaar hij de volgende ochtend werd aangetroffen. Dit geweld is op hem toegepast in het tijdvak van ongeveer 00:30 uur tot 00:46:34 uur. De verdachte bevond zich in datzelfde tijdvak tezamen met een ander in de onmiddellijke nabijheid van die plek in het weiland. De verdachte stond tezamen met die ander aanvankelijk tegen haar Mercedes geleund waarna zij samen met die ander in de richting van de ingang van het weiland is gelopen. Die ingang van het weiland bevond zich op slechts 16.30 meter afstand van de vindplaats van het slachtoffer.

Het hof gelooft de verdachte uitdrukkelijk niet in haar scenario over haar aanwezigheid alleen die nacht op de [adres] . Haar scenario wordt op belangrijke onderdelen weerlegd door het bewijs en het hof acht het ook volstrekt ongeloofwaardig dat de verdachte niets zou hebben meegekregen van het feit dat haar echtgenoot in het weiland om het leven werd gebracht, terwijl zij zich in de directe nabijheid van die plek bevond

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen met een ander het slachtoffer om het leven heeft gebracht.

Het hof concludeert dat de verdachte het slachtoffer heeft gestimuleerd het festival te bezoeken. Uit het sms- en belgedrag concludeert het hof dat zij tot het moment dat zij in de nacht op de [adres] arriveerde in haar vele contacten liefdevol en sturend was. Het hof duidt dat gedrag als het houden van controle op de vraag waar het slachtoffer die dag en avond verbleef. De verdachte heeft vervolgens in de nacht de komst van het slachtoffer naar de [adres] geregisseerd met het sms-bericht zoals zij dit naar het slachtoffer zond.

Het hof heeft in zijn afweging de onderzoeksresultaten met betrekking tot de aangetroffen verfdeeltjes in de letsels van het slachtoffer en de Mercedes op de wijze zoals bovenomschreven meegewogen. Deze resultaten vormen weliswaar op zichzelf gezien geen doorslaggevend bewijs. Het past evenwel in de conclusie dat de verdachte tezamen met een ander betrokken is geweest bij het doden van het slachtoffer. Het hof beschouwt dit bewijsmiddel niet als op zichzelf staand, maar acht het in samenhang met het overige bewijs redengevend voor een bewezenverklaring.

Het hof concludeert uit de bovenstaande bewijsmiddelen, haar voortdurende contact met het slachtoffer, het feit dat de verdachte in de middag de [adres] heeft bezocht en zoekslagen deed op internet, dat zij zich heeft voorbereid. Uit de contacten die zij voorafgaand en op de dag zelf met haar moeder en [naam oom] onderhield concludeert het hof dat zij in haar plan waren betrokken.

Het hof is van oordeel dat de verdachte in veel van haar verklaringen niet consistent heeft verklaard en op verschillende onderdelen ongeloofwaardig is. Op onderdelen moet ook worden vastgesteld dat zij kennelijk leugenachtig heeft verklaard. Het hof is van oordeel dat die leugens van de verdachte over haar autorit in de avond van 8 juli 2017, de terugreis vanaf de [adres] in de nacht en haar leugen over het (niet) bellen van haar echtgenoot in de zoektocht naar hem kort na middernacht samen met haar schoonvader, zijn bedoeld om haar rol en de betrokkenheid van een of meer anderen bij de dood van het slachtoffer te bemantelen. In zoverre dragen deze leugens bij tot bewijs.

Het hof concludeert daarover dat de verdachte de digitale onderzoeksresultaten van het tijdlijn en locatieonderzoek met betrekking tot de afgelegde ritten weerspreekt voor wat betreft de ritten in de avond ruim twee uur voordat het slachtoffer werd gedood en de terugreis vanaf de [adres] in de nacht. Dit terwijl er geen enkele aanleiding bestaat de betrouwbaarheid van dat bewijs in twijfel te trekken.

Het hof concludeert uit het politieonderzoek en deskundigenbewijs dat de verdachte haar telefoon bij vertrek vanaf de [adres] in de nacht uitschakelde, terwijl die bij thuiskomst weer werd aangezet. Aan de andersluidende verklaring van de verdachte kan het hof geen andere conclusie verbinden dan dat zij heeft willen verhullen dat zij met het uitschakelen heeft beoogd te bewerkstelligen dat van de door haar te rijden route terug geen gegevens konden worden geregistreerd. Het hof stelt nog vast dat de verdachte aan de [adres] in de nacht haar telefoon na aankomst aldaar in de Mercedes heeft achtergelaten in plaats van bij zich te houden, alvorens ze de telefoon bij haar vertrek ruim een kwartier later uitschakelt. Het hof acht ook dit gedrag zoals boven overwogen onnavolgbaar en niet passend bij het opwachten van haar echtgenoot. Het hof concludeert uit haar handelwijze aan de [adres] met betrekking tot haar telefoon dat de verdachte berekenend te werk is gegaan.

Het hof concludeert uit de telefonische contacten van de verdachte met haar moeder en oom in de periode voorafgaand en op de dag zelf, de vastgestelde reisbewegingen van de moeder in de avond vanuit Duitsland in Nederland, de daderkennis van de moeder en het troostende bericht vroeg in de ochtend van de oom op zondagochtend 9 juli 2017 voordat bekend was dat het het slachtoffer was dat was gevonden, dat er aanleiding bestaat uit te gaan van verdenking van betrokkenheid van beiden bij de dood van het slachtoffer. Het dossier bevat evenwel onvoldoende concreet bewijs om met zekerheid vast te kunnen stellen wat de precieze rol van de moeder was en of het de oom of uiteindelijk een ander was die de verdachte op de [adres] vergezelde. Dat de identiteit van de persoon die op de [adres] de verdachte vergezelde niet kan worden vastgesteld staat een bewezenverklaring van het medeplegen evenwel niet in de weg.

Het hof kent bij de beoordeling van de bewijsmiddelen tot slot ook betekenis toe zoals hierboven reeds geduid, aan het opmerkelijke gedrag op verschillende bovenomschreven onderdelen en de bovenomschreven uitlatingen naar anderen door de verdachte. Het hof acht dit gedrag en haar uitlatingen niet in overeenstemming met het scenario dat de verdachte geen strafbare betrokkenheid heeft als medepleger bij het feit.

Het hof ziet in de bovenomschreven bewijsmiddelen een financieel en relationeel motief voor de levensberoving van het slachtoffer.

2.5 Opzettelijk en met voorbedachten rade

De verdachte heeft volgens een vooropgezet plan het slachtoffer naar de [adres] laten komen, zodat hij vervolgens op de plek waar hij in de ochtend van 9 juli 2017 is aangetroffen met een slagwapen op een gewelddadige manier om het leven werd gebracht. De belangrijkste rol van de verdachte was ervoor te zorgen dat het slachtoffer op het juiste moment naar de juiste locatie kwam, terwijl zij er tegelijkertijd voor zorgde dat haar medeverdachte(n) op het juiste tijdstip op de juiste locatie was/waren en vervolgens weer van de [adres] kon(den) wegkomen en uiteindelijk ontkomen. De verdachte heeft aldus in ieder geval een essentiële en regisserende rol gehad binnen het vooraf opgevatte plan om het slachtoffer om het leven te brengen. Voorts heeft zij tezamen met een ander het slachtoffer opgewacht op zeer korte afstand van de uiteindelijke plaats van het delict. Hieruit blijkt naar het oordeel van het hof opzet op de dood en voorbedachten rade bij de verdachte. Alle handelingen die de verdachte heeft verricht rondom 9 juli 2017 waren er naar hun uiterlijke verschijningsvorm op gericht om het plan dat haar echtgenoot om het leven zou worden gebracht te laten doen slagen. Het hof acht geen contra-indicaties aanwezig die aan het aannemen van voorbedachten rade in de weg staan.

2.6 Conclusie ten aanzien van de primair ten laste gelegde moord

Op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 9 juli 2017 in [plaats] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van moord ten aanzien van haar echtgenoot.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


zij op 9 juli 2017 te [plaats] , in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte en een mededader met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, met een hard en/of stevig voorwerp op het hoofd geslagen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van moord.

Strafbaarheid van de verdachte

In het kader van de verdenking van het bewezenverklaarde feit is er onderzoek verricht naar

de geestvermogens van de verdachte.

In eerste aanleg is de verdachte door een psycholoog en een psychiater onderzocht.

De psycholoog rapporteert in zijn onderzoek van 15 juni 2018 dat er vermoedens zijn van

persoonlijkheidsproblematiek, gezien de grote mate van inconsistentie tussen de verklaringen van de verdachte en de inconsistentie met andere bronnen zoals de processenverbaal en de hetero-anamnestische gegevens en de uitslagen van het testonderzoek. De psychiater rapporteert echter op 20 september 2018 dat er bij de verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling. Op klinische grond kan de psychiater geen uitspraak doen over het recidiverisico gelet op het ontbreken van een psychiatrische stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling. Over de mate van toerekening van het feit aan de verdachte kan niets worden opgemerkt.

De verdachte is tijdens de procedure in hoger beroep onderzocht door een psychiater en psycholoog en geobserveerd en onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC).

Hoewel uit het PBC onderzoek volgt dat wordt gedacht aan onder meer persoonlijkheidsproblematiek met borderline- en narcistische kenmerken, komen alle deskundigen niet tot de vaststelling van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling. Op basis van hun bevindingen en conclusies stelt het hof vast dat het feit volledig aan de verdachte kan worden toegerekend en dat de verdachte in die zin volledig verantwoordelijk kan worden gehouden voor het feit.

De verdachte is strafbaar aangezien ook anderszins geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van moord, gepleegd ten aanzien van haar echtgenoot. Volgens een vooropgezet plan en door zeer heftig geweld is het slachtoffer om het leven gebracht. De verdachte heeft op bedrieglijke wijze gecoördineerd en georganiseerd dat het slachtoffer na afloop van een festival naar een rustige locatie kwam en heeft hem daar opgewacht samen met een ander alvorens toe te slaan. Het slachtoffer moet volgens de gewisselde sms-berichten in de veronderstelling zijn geweest dat hij door zijn vrouw werd opgehaald om vervolgens samen terug te keren naar hun drie kinderen thuis. Hij werd daarentegen in een weiland met een hard voorwerp doodgeslagen. Met name het op zijn hoofd uitgeoefende geweld is hevig geweest, zo volgt uit het sectierapport. Ook al kende hun huwelijk problemen, wat het slachtoffer is aangedaan had hij die avond/nacht op dat moment niet kunnen en hoeven bevroeden. De verdachte heeft zich in haar handelen meedogenloos getoond. Zij heeft zich schuldig gemaakt aan een buitengewoon ernstig delict.

Het leven werd het slachtoffer ontnomen door toedoen van diegene met wie hij jaren heeft samengeleefd en met wie hij kinderen had. Deze kinderen zullen moeten leven met de gedachte dat hun moeder, samen met een ander, hun vader heeft omgebracht. Het slachtoffer stond midden in het leven. Hij had een gezin met drie jonge kinderen, een onderneming en de gebruikelijke sociale contacten met zijn omgeving, waaronder zijn familie. De verdachte heeft doelbewust een einde gemaakt aan dit leven.

Met haar handelen heeft de verdachte ook onherstelbaar leed en verdriet toegebracht aan de nabestaanden, waaronder haar eigen kinderen. Door toedoen van hun moeder zijn zij op zeer jonge leeftijd hun vader verloren. De ernst en de impact van dit feit zijn ook in hoger beroep op invoelende wijze geïllustreerd door de ouders en zussen van het slachtoffer. Het feit dat hun zoon en broer ‘uit het leven is geslagen’, zoals ze dat zelf hebben benoemd, komen ze nauwelijks te boven. Uit de slachtofferverklaringen volgt dat de onbeantwoorde vragen over de toedracht die zij tot op de dag van vandaag hebben hen kwellen en dat zij veel verdriet hebben over de pijn en het leed dat het slachtoffer moet hebben doorgemaakt vlak voor zijn dood. Door het niet kennen van de waarheid komen zij moeilijk aan het rouwen en verwerken toe.

Moord behoort tot de ernstigste delicten die het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) kent. Het opzettelijk en met voorbedachten rade benemen van iemands leven is immers de meest ernstige en onomkeerbare aantasting van het hoogste rechtsgoed: het recht op leven. De wetgever heeft voor moord dan ook als maximumstraf een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste 30 jaren vastgesteld.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie volgt dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

De verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij het feit. Dat is een recht dat haar toekomt. Het hof komt desondanks tot een bewezenverklaring. Het hof stelt vast dat nu de verdachte de feiten heeft ontkend een situatie ontstaat waarin geen verantwoordelijkheid is genomen voor het bewezenverklaarde feit. Getoond besef van verantwoordelijkheid kan onder omstandigheden voor de rechter aanleiding zijn tot enige mildheid omdat strafvervolging mede ten doel heeft verdachte tot inkeer te brengen. In het geval van de verdachte is dat doel (nog) niet bereikt. Voor enige clementie om die reden bestaat dan ook geen aanleiding.

Het hof houdt verder rekening met het gegeven dat het bewezenverklaarde feit, zoals

hiervoor onder ‘Strafbaarheid van verdachte’ is overwogen, volledig aan de

verdachte kan worden toegerekend.

Het hof is, alles afgewogen, van oordeel dat de rechtbank met betrekking tot de strafoplegging een juiste afweging heeft gemaakt. Vanwege de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd kan vanuit een oogpunt van vergelding niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een langdurige gevangenisstraf.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht, passend en geboden is.

Vorderingen van de benadeelde partijen [kind 1] , [kind 2] en [kind 3]

De benadeelde partijen [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] (de minderjarige kinderen van de verdachte en het slachtoffer) hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De rechtbank heeft de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard.

In hoger beroep is door mr. M.R. Rauwerda, de bijzonder curator van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] , aangegeven dat de vorderingen niet langer worden gehandhaafd en als ingetrokken kunnen worden beschouwd. Op grond hiervan behoeven de vorderingen van de benadeelde partijen [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] geen verdere bespreking.

Vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] .

1 Standpunten

De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat de vorderingen van de benadeelde partijen (voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen) wat betreft de materiële schade moeten worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de hoogte van de immateriële schade heeft de advocaat-generaal zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard nu hij niet bewezen acht dat de verdachte zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt. De raadsman heeft subsidiair geen gemotiveerd verweer gevoerd ten aanzien van de inhoud en hoogte van de vorderingen van de benadeelde partijen.

2 Inhoud van de vorderingen en de beslissing van de rechtbank

2.1

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] (de vader van het slachtoffer) en [benadeelde partij 2] (de moeder van het slachtoffer) hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De vordering bedraagt telkens € 40.385,00 en bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Materiële shockschade (eigen risico zorgverzekering) € 385,00

  • -

    Immateriële shockschade € 40.000,00

Tevens hebben de benadeelde partijen ex artikel 6:119, eerste lid, BW verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast hebben de benadeelde partijen verzocht om naast de veroordeling van de verdachte tot betaling van het voornoemde bedrag de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen.

De rechtbank heeft de materiële shockschade geheel toegewezen. Ten aanzien van de immateriële shockschade heeft de rechtbank een bedrag van € 20.000,- toegewezen en de rest van de vordering afgewezen. Het door de rechtbank toegewezen deel van de vordering is vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.

De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van hun oorspronkelijke vorderingen. Het hof heeft derhalve te oordelen over het totale gevorderde bedrag van steeds € 40.385,00.

2.2

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] (de zus van het slachtoffer) heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De vordering bedraagt € 46.136,25 en bestaat uit de volgende posten:

- Materiële shockschade € 6.136,25

- Inkomstenderving € 5.751,25

- Eigen risico zorgverzekering € 385,00

- Immateriële shockschade € 40.000,00

Tevens heeft de benadeelde partij ex artikel 6:119, eerste lid, BW verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht om naast de veroordeling van de verdachte tot betaling van het voornoemde bedrag de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen.

De rechtbank heeft de materiële shockschade geheel toegewezen. Ten aanzien van de immateriële shockschade heeft de rechtbank een bedrag van € 20.000,- toegewezen en de rest van de vordering afgewezen. Het door de rechtbank toegewezen deel van de vordering is vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Het hof heeft derhalve te oordelen over het totale gevorderde bedrag van € 46.136,25.

2.3

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] (de zus van het slachtoffer) heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De vordering bedraagt € 60.835,00 en bestaat uit de volgende posten:

- Materiële shockschade € 20.835,00

- Studievertraging € 20.450,00

- Eigen risico zorgverzekering € 385,00

- Immateriële shockschade € 40.000,00

Tevens heeft de benadeelde partij ex artikel 6:119, eerste lid, BW verzocht het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht om naast de veroordeling van de verdachte tot betaling van het voornoemde bedrag de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen.

De rechtbank heeft de materiële shockschade geheel toegewezen. Ten aanzien van de immateriële shockschade heeft de rechtbank een bedrag van € 20.000,- toegewezen en de rest van de vordering afgewezen. Het door de rechtbank toegewezen deel van de vordering is vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Het hof heeft derhalve te oordelen over het totale gevorderde bedrag van € 60.835,00.

3 Oordeel van het hof

Ten behoeve van de leesbaarheid van dit arrest en omdat de verschillende vorderingen grotendeels dezelfde posten bevatten, zal het hof de vorderingen van de benadeelde partijen hieronder gezamenlijk bespreken.

3.1

Shockschade

De rechtbank heeft in het vonnis van 11 juli 2019 ten aanzien van de shockschade onder andere overwogen:

“Volgens vaste jurisprudentie kan vergoeding van shockschade plaatsvinden als bij de

benadeelde partij een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht door het waarnemen

van het ten laste gelegde, of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan. Uit die emotionele schok dient vervolgens geestelijk letsel te zijn voortgevloeid. Dit zal met

name het geval zijn als de benadeelde partij en het slachtoffer een nauwe affectieve relatie

hadden en het slachtoffer bij het tenlastegelegde is gedood of verwond. Voor vergoeding van deze schade is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel, waardoor iemand in zijn persoon is aangetast, in rechte kan worden vastgesteld. Dit zal in het algemeen slechts het geval zijn als sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

De hoogte van de geleden shockschade dient te worden vastgesteld naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het aan de

verdachte te maken verwijt, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van de benadeelde partij. Voorts dient de rechter bij de begroting te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend.”

Het hof onderschrijft voorgaande overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot het zijne.

3.2

Shockschade materieel

Eigen risico zorgkosten

Door de benadeelde partijen is telkens een bedrag van € 385,00 gevorderd als vergoeding van het eigen risico van de zorgverzekering. Blijkens de toelichting op de gevorderde schade en de bijgevoegde stukken blijkt dat zij alle vier onder behandeling zijn dan wel zijn geweest van een psycholoog / psychotherapeut.

Met de rechtbank acht het hof het aannemelijk dat bij de benadeelde partijen het eigen risico als gevolg van de behandelingen van de benadeelde partijen door hun psychotherapeuten geheel is aangesproken.

Door de verdediging is de schade niet betwist en het gevraagde bedrag komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond over. Het gevorderde bedrag van € 385,00 zal dan ook telkens worden toegewezen.

Inkomstenderving

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft een bedrag van € 5.751,25 gevorderd aan inkomstenderving die is ontstaan doordat zij in de ziektewet terecht is gekomen vanwege de impact die de moord op haar broer op haar had. De gevorderde schadevergoeding is onderbouwd met verklaringen van de bedrijfsarts en de salarisadministratie van haar werkgever, waaruit blijkt dat de benadeelde partij in 2018 en 2019 een lager inkomen heeft ontvangen.

Door de verdediging is de schade niet betwist en het gevraagde bedrag komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond over. Het gevorderde bedrag van € 5.751,25 zal dan ook worden toegewezen.

Studievertraging

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft een bedrag van € 20.450,00 gevorderd vanwege de studievertraging die in het jaar 2017/2018 is ontstaan doordat zij niet, dan wel nauwelijks toekwam aan studeren vanwege de impact die de moord op haar broer op haar had. De berekende en gevorderde schadevergoeding is onderbouwd met een verklaring van de studentendecaan, waaruit blijkt dat de benadeelde partij een studievertraging heeft opgelopen van minimaal twaalf maanden. In hoger beroep is gebleken dat de benadeelde partij op 2 juni 2020 haar diploma heeft behaald. Ze is in 2015 gestart met deze studie.

Door de verdediging is de schade niet betwist en het gevraagde bedrag komt het hof niet onrechtmatig of ongegrond over. Het gevorderde bedrag van € 20.450,00 zal dan ook worden toegewezen.

3.3

Shockschade immaterieel

Door elk van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 3] is telkens € 40.000,00 aan immateriële shockschade gevorderd.

Het hof stelt vast dat de benadeelde partijen een nauwe en affectieve relatie hadden met

hun zoon dan wel broer. De confrontatie met hun overleden zoon en broer heeft

onmiskenbaar een hevige schok bij hen teweeggebracht. Deze hevige schok heeft bij alle benadeelde partijen geleid tot (ernstig) geestelijk letsel in de vorm van een psychiatrisch erkend ziektebeeld, zijnde bij alle benadeelde partijen een posttraumatische stressstoornis en in sommige gevallen gecombineerd met een (eenmalige) depressieve episode, een paniekstoornis en/of een gecompliceerde rouwstoornis. Dit volgt uit de overgelegde stukken van de psychologen bij wie de benadeelde partijen onder behandeling staan dan wel stonden.

Naar het oordeel van het hof is aldus vast komen te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade in de vorm van shockschade hebben geleden.

De volgende vraag is in welke omvang dit gedeelte van de vorderingen kan worden toegewezen. Ingevolge art. 6:106 lid 1 BW dient het smartengeld door de rechter naar billijkheid vastgesteld te worden. Die vaststelling geschiedt, zoals hiervoor overwogen, met inachtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op vergelijkbare gevallen. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is het hof van oordeel dat de rechtbank ook hier een juiste beslissing heeft genomen en zal het hof de shockschade naar maatstaven van billijkheid vaststellen op € 20.000,- en dit bedrag toewijzen aan zowel de vader, moeder en zussen van het slachtoffer. Voor het overige zal het hof de vordering van de benadeelde partijen afwijzen.

3.4

Conclusie

Concluderend komt het hof tot het oordeel dat de hiervoor genoemde vorderingen

voldoende aannemelijk zijn geworden en dat de benadeelde partijen de gestelde schade

hebben geleden tot de bedragen zoals hiervoor overwogen en dat deze schade een

rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte niet

door de verdediging is betwist, zullen daarom worden toegewezen tot voornoemde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2017.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank telkens de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47 en 289 Sr.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde, dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 20.385,00 (twintigduizend driehonderdvijfentachtig euro) bestaande uit € 385,00 (driehonderdvijfentachtig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 20.385,00 (twintigduizend driehonderdvijfentachtig euro) bestaande uit € 385,00 (driehonderdvijfentachtig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 68 (achtenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 juli 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 20.385,00 (twintigduizend driehonderdvijfentachtig euro) bestaande uit € 385,00 (driehonderdvijfentachtig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 20.385,00 (twintigduizend driehonderdvijfentachtig euro) bestaande uit € 385,00 (driehonderdvijfentachtig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 68 (achtenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 juli 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 26.136,25 (zesentwintigduizend honderdzesendertig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 6.136,25 (zesduizend honderdzesendertig euro en vijfentwintig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 26.136,25 (zesentwintigduizend honderdzesendertig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 6.136,25 (zesduizend honderdzesendertig euro en vijfentwintig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 87 (zevenentachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 juli 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 40.835,00 (veertigduizend achthonderdvijfendertig euro) bestaande uit € 20.835,00 (twintigduizend achthonderdvijfendertig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 40.835,00 (veertigduizend achthonderdvijfendertig euro) bestaande uit € 20.835,00 (twintigduizend achthonderdvijfendertig euro) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 137 (honderdzevenendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 juli 2017.

Aldus gewezen door

mr. H.J. Deuring, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. K.M. Diender, griffier,

en op 1 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, betreft dit pagina’s van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal bevindingen zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Noord-Nederland, registratienummer PL0100-2017179951, BVH‑nummer 2017179951, onderzoek NN1NNRAB17008‑ [adres] , doorgenummerd 1 tot en met 9006, gesloten en getekend op 26 september 2018 door [verbalisant 5] , inspecteur van politie, als Operationeel Expert Tactische Opsporing werkzaam bij de Eenheid Noord-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 1242 t/m 1243 (map 4), pagina 1265 (map 4), pagina 225 t/m 227 (map 1), pagina 4090 (map 12) en pagina 4054 t/m 4058 (map 12).

3 Het deskundigenverslag, ‘schouwverslag’ van 9 juli 2017, opgemaakt door mw. M. Beiboer, forensisch arts FMG bij de GGD Fryslân, afdeling Forensische Geneeskunde, pagina 1263 t/m 1264 (map 4).

4 Het deskundigenverslag ‘pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 19 september 2017, opgemaakt door dr. V. Soerdjbalie-Maikoe, arts en (forensisch) patholoog bij het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI), pagina 4190 e.v. (map 12).

5 Het deskundigenverslag ‘radiologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 28 juni 2018, opgemaakt door prof. dr. P.A.M. Hofman, radioloog van het Maastricht UMC, pagina 4777 t/m 4789 (map 13).

6 Het deskundigenverslag ‘radiologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ van 9 juli 2018, opgemaakt door drs. F.C.H. Bakers, radioloog van het Maastricht UMC, pagina 4906 t/m 4921 (map 13).

7 Een schriftelijk stuk, te weten een brief ‘beantwoording aanvullende vragen’ van 19 september 2017, opgemaakt door dr. V. Soerdjbalie-Maikoe, arts en (forensisch) patholoog bij het NFI, pagina 4233 t/m 4237 (map 12).

8 Het deskundigenverslag ‘rapport bloedspoorpatroononderzoek, onderzoek naar biologische sporen en DNa-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [plaats] op 9 juli 2017’, opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer, NFI‑deskundige forensisch bloedspoorpatroononderzoek, en dr. J. Warnaar, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, pagina 4501 t/m 4521 (map 13).

9 Het deskundigenverslag ‘rapport letseldateringsonderzoek VUMC Amsterdam’ van 28 augustus 2017, opgemaakt door prof. dr. H.W.M. Niessen, patholoog bij het VU Medisch Centrum Amsterdam, pagina 4214 t/m 4218 (map 12).

10 Het deskundigenverslag ‘Forensisch geneeskundig onderzoek’ van 28 augustus 2018, opgemaakt door B.F.L. Oude Grotebevelsborg, forensisch arts KNMG van het NFI, pagina 4765 t/m 4776 (map 13).

11 Pagina 4951 t/m 4954 (map 10).

12 Wanneer metingen waarbij meetfouten optreden vaak herhaald worden, zijn de meetwaarden vaak volgens een Gaussische (normale) distributie verdeeld. Bij het herhalen van een meting is het waarschijnlijker dat de meetwaarde dichtbij het gemiddelde ligt, en onwaarschijnlijker dat de meting ver van het gemiddelde ligt. De kans dat een bepaalde meetwaarde wordt geobserveerd staat vast.

13 Pagina 4960 t/m 4963 (map 10).

14 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12, 13 en 14 juni 2019 van de rechtbank Noord‑Nederland, pagina 17.

15 Pagina 5359 t/m 5361 (map 11).

16 Pagina 1558 t/m 1562 (map 4).

17 Pagina 1700 t/m 1706 (map 5).

18 Pagina 1590 t/m 1593 (map 4).

19 Het deskundigenverslag ‘Microsporenonderzoek aan schedeldelen en kleding naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in [plaats] in de gemeente [gemeente] op 9 juli 2017’ van 21 november 2017, opgemaakt door dr. P.D. Zoon, NFI-deskundige Microsporen & Materialen, pagina 4247 t/m 4261 (map 12).

20 Pagina 4297 t/m 4301 (map 12).

21 Pagina 4878 t/m 4880 (map 13).

22 Het deskundigenverslag ‘Aanvullend microsporenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in [plaats] in de gemeente [gemeente] op 9 juli 2017’ van 16 maart 2018, opgemaakt door dr. P.D. Zoon, NFI-deskundige Microsporen & Materialen, pagina 4424 t/m 4431 (map 12).

23 Het deskundigenverslag ‘Aanvullend microsporenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in [plaats] in de gemeente [gemeente] op 9 juli 2017’ van 5 juli 2018, opgemaakt door dr. P.D. Zoon, NFI-deskundige Microsporen & Materialen, pagina 4869 t/m 4877 (map 13).

24 Het deskundigenverslag ‘Overkoepelend rapport: Microsporenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in [plaats] in de gemeente [gemeente] op 9 juli 2017’ van 22 maart 2019, opgemaakt door dr. P.D. Zoon, NFI-deskundige Microsporen & Materialen, pagina 755 t/m 768 (aanvullend proces-verbaal pagina’s 728 t/m 785, behorend bij het 2e aanvullend procesdossier – i.v.m. ontbreken inlegvellen 348 t/m 370 –).

25 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van 14 februari 2019, opgemaakt door dr. P.D. Zoon, NFI‑deskundige Microsporen & Materialen, inhoudende beantwoording van vragen van de raadsman en de officier van justitie, pagina 614 t/m 622 (2e aanvullend procesdossier pagina’s 575 t/m 727).

26 Pagina 3177 t/m 3195 (map 8).

27 Pagina 5372 t/m 5374 (map 11).

28 Pagina 800 en 822 (map 2) en pagina 904 (map 3).

29 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10).

30 Pagina 3516 t/m 3517 (map 9).

31 Pagina 4966 t/m 4970 (map 10).

32 Pagina 4957 t/m 4959 (map 10).

33 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12, 13 en 14 juni 2019 van de rechtbank Noord‑Nederland, pagina 16 t/m 17.

34 Pagina 588 (map 2).

35 Pagina 3871 t/m 3872 (map 10).

36 Pagina 3875 t/m 3880 (map 10).

37 Pagina 512 t/m 531 (2e aanvullend procesdossier pagina’s 216 t/m 727).

38 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12, 13 en 14 juni 2019 van de rechtbank Noord‑Nederland, pagina 16 t/m 17.

39 Pagina 3873 t/m 3874 (map 10).

40 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12, 13 en 14 juni 2019 van de rechtbank Noord‑Nederland, pagina 16 t/m 17.

41 Pagina 1238 t/m 1239 (map 4).

42 Pagina 1611 t/m 1622 (map 4).

43 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] bij de raadsheer-commissaris van 2 juli 2020 (los opgenomen in het persoonsdossier).

44 Pagina 1647 t/m 1649 (map 5).

45 Pagina 2676 t/m 2677 (map 7).

46 Pagina 1651 (map 4).

47 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal sporenonderzoek, genummerd PL0100‑2017179951-93, d.d. 27 juni 2018, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (los opgenomen in het persoonsdossier).

48 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal sporenonderzoek, genummerd PL0100‑2017179951-93, d.d. 27 juni 2018, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] (los opgenomen in het persoonsdossier).

49 Pagina 718 t/m 778 (map 2), pagina 3665 t/m 3685 (map 9).

50 Pagina 4989 t/m 4992 (map 10) en pagina 4994 t/m 5030 (map 10).

51 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12, 13 en 14 juni 2019 van de rechtbank Noord‑Nederland.

52 Pagina 5362 t/m 5366 (map 11).

53 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10), pagina 3713 t/m 3850 (map 10).

54 Pagina 788 t/m (map 2)

55 Pagina 4966 t/m 4970 (map 10).

56 Pagina 3177 t/m 3195 (map 8).

57 Pagina 897 t/m 920 (map 3).

58 Pagina 5375 t/m 5378 (map 11).

59 Pagina 2650 t/m 2653 (map 7).

60 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10)

61 Pagina 558 (map 2).

62 Pagina 596 (map 2).

63 Pagina 601 (map 2).

64 Pagina 602 (map 2).

65 Pagina 797 (map 2).

66 Pagina 806 (map 2).

67 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 12, 13 en 14 juni 2019 van de rechtbank Noord‑Nederland.

68 Pagina 788 t/m 815 (map 2).

69 Pagina 826 t/m 849 (map 3).

70 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10), pagina 3713 t/m 3850 (map 10).

71 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor getuige [benadeelde partij 1] bij de rechter-commissaris van 26 februari 2019 (los opgenomen in het persoonsdossier).

72 Pagina 3703 (map 10).

73 Pagina 1559 (map 4).

74 Pagina 2326 t/m 2329 (map 6).

75 Pagina 2331 (map 6).

76 Pagina 2228 t/m 2236 (map 6).

77 Pagina 2237 t/m 2248 (map 6).

78 Pagina 2007 t/m 2012 (map 5).

79 Pagina 3234 t/m 3235 (map 8).

80 Pagina 4083 t/m 4088 (map 12).

81 Het deskundigenverslag ‘rapport bloedspoorpatroononderzoek, onderzoek naar biologische sporen en DNa-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [plaats] op 9 juli 2017’, opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer, NFI‑deskundige forensisch bloedspoorpatroononderzoek, en dr. J. Warnaar, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, pagina 4501 t/m 4521 (map 13) en Het deskundigenverslag ‘rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [plaats] op 9 juli 2017’ van 17 november 2017, opgemaakt door dr. J. Warnaar, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA en dr. P.A. Maaskant-van Wijk, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, pagina 4543 t/m 4546 (map 13).

82 Het deskundigenverslag ‘rapport bloedspoorpatroononderzoek, onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in [plaats] op 9 juli 2017’, opgemaakt door ing. M.J. van der Scheer, NFI‑deskundige forensisch bloedspoorpatroononderzoek, en dr. J. Warnaar, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, pagina 4514 (map 13).

83 Pagina 3019 t/m 3026 (map 8).

84 Pagina 2983 t/m 3014 (map 8).

85 De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van het gerechtshof van 2 november 2020.

86 Pagina 3015 t/m 3017 (map 8).

87 De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van het gerechtshof van 2 november 2020.

88 De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank van 12 juni 2019.

89 Pagina 1434 t/m 1466 (map 4).

90 Pagina 3757 (map 10).

91 Pagina 1467 t/m 1476 (map 4)

92 Pagina 1477 t/m 1480 (map 4).

93 Pagina 3851 t/m 3864 (map 10).

94 Pagina 2308 t/m 2325 (map 6).

95 Pagina 2356 t/m 2365 (map 6).

96 Pagina 2373 t/m 2380 (map 6).

97 Pagina 2431 t/m 2436 (map 6).

98 Pagina 1906 t/m 1914 (map 5), pagina 1928 t/m 1974 (map 5), pagina 1981 t/m 1987 (map 5), pagina 2021 t/m 2034 (map 5), pagina 2128 t/m 2141 (map 6), pagina 2150 t/m 2157 (map 6), pagina 2158 t/m 2169 (map 6), pagina 2170 t/m 2172 (map 6), pagina 2173 t/m 2191 (map 6), pagina 2218 t/m 2227 (map 6), pagina 2228 t/m 2236 (map 6), pagina 2258 t/m 2264 (map 6), pagina 2308 t/m 2325 (map 6), pagina 2356 t/m 2365 (map 6), pagina 2373 t/m 2380 (map 6), pagina 2413 t/m 2418 (map 6), pagina 2419 t/m 2425 (map 6), pagina 2426 t/m 2430 (map 6), pagina 2431 t/m 2436 (map 6) en pagina 2240 t/m 2449 (map 6).

99 Pagina 2515 t/m 2527 (map 7).

100 Pagina 2515 t/m 2527 (map 7).

101 Pagina 3713 t/m 3850 (map 10), pagina’s 5349 t/m 5350 (map 11).

102 Pagina 3892 en verder (map 10).

103 Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474.

104 Pagina 4200 (map 12)

105 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10), pagina 5242 t/m 5254 (map 11).

106 Pagina 3516 t/m 3517 (map 9), pagina 5242 t/m 5254 (map 11).

107 Pagina 5103 t/m 5115 (map 11), pagina 3518 t/m 3527 (map 9), pagina 3528 t/m 3544 (map 9) en pagina 1075 (map 3).

108 Pagina 5103 t/m 5115 (map 11), pagina 3518 t/m 3527 (map 9), pagina 3528 t/m 3544 (map 9).

109 Pagina 5103 t/m 5115 (map 11), pagina 3518 t/m 3527 (map 9

110 Pagina 500 t/m 502 (2e aanvullend procesdossier pagina’s 216 t/m 574).

111 Pagina 532 t/m 537 (2e aanvullend procesdossier pagina’s 216 t/m 574).

112 Pagina 507 t/m 511 (2e aanvullend procesdossier pagina’s 216 t/m 574).

113 Pagina 532 t/m 537 (2e aanvullend procesdossier pagina’s 216 t/m 574).

114 Pagina 614 (map 2)

115 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10).

116 Pagina 2716 t/m 2728 (map 7).

117 Pagina 2773 t/m 2783 (map 7).

118 Pagina 3886 t/m 3983 (map 10), pagina 5242 t/m 5254 (map 11).

119 Pagina 1549 t/m 1552 (map 4).

120 Pagina 3713 t/m 3850 (map 10).