Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9824

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-11-2020
Datum publicatie
27-11-2020
Zaaknummer
21-000537-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken ter zake van diefstal in vereniging. Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging gelast van 1 week gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000537-19

Uitspraak d.d.: 26 november 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 24 januari 2019 met parketnummer 18-184366-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-242352-17, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, vrijspraak van het onderdeel dat betrekking heeft op [naam4] , bewezenverklaring van het overige tenlastegelegde, veroordeling tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met een proeftijd van 2 jaren, en tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, zoals verdachte voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2018 met parketnummer 18-242352-17. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door haar raadsman, mr. J.M. van Dam, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland ter zake van winkeldiefstal veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast is de tenuitvoerlegging gelast van een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, zoals verdachte voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2018 met parketnummer 18-242352-17.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij, op of omstreeks 19 juli 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

- een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam1]

- een of meerdere koplampen en/of rugzakken en/of andere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam2]

- een of meerdere speelgoedgeweren en/of knuffels en/of een robothond, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam3]

- kinderkleding, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam4]

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Beoordeling van het bewijs

Evenals de raadsman en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om diefstal in vereniging van kinderkleding bij [naam4] te kunnen bewijzen. Verdachte wordt daarom van dit deel van de tenlastelegging vrijgesproken.

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij, op 19 juli 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen,

- kledingstukken, die aan een ander toebehoorden, te weten aan [naam1]

- koplampen en rugzakken, die aan een ander toebehoorden, te weten aan [naam2]

- speelgoedgeweren en knuffels en een robothond, die aan een ander toebehoorden, te weten aan [naam3] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 19 juli 2018 met anderen schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. In de [naam1] , [naam2] en [naam3] hebben zij en haar medeverdachten goederen van hun gading gepakt en verstopt in de kinderwagen die verdachte daarvoor beschikbaar had gesteld. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers hinder en schade oplevert. Verdachte heeft bovendien een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaren.

Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 oktober 2020 is gebleken dat zij meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor vrijwel uitsluitend winkeldiefstallen. Bovendien liep zij nog in een proeftijd van een eerder aan haar opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Kennelijk hebben zowel deze straffen als de dreiging van die voorwaardelijke straf haar er niet van weerhouden om door te gaan met het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten.

Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in beginsel, mede vanwege verdachtes strafblad, een passende en geboden straf. Echter gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, zoals die zijn gebleken uit het betreffende reclasseringsrapport en het pleidooi van de raadsman, is het hof van oordeel dat kan worden volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Deze straf dient ook als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte opnieuw in de fout gaat.

Daarnaast zal het hof als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering opleggen.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Noord-Nederland van 14 februari 2018 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week, parketnummer 18-242352-17. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De raadsman heeft afwijzing van de vordering bepleit, subsidiair omzetting van de gevangenisstraf in een taakstraf, mede gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden.

Het hof is van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten, ook gelet op de veelvuldige recidive, maken dat er onvoldoende aanleiding bestaat om over te gaan tot de bepleite afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging. Ook omzetting van de gevangenisstraf in een taakstraf is niet aan de orde, nu de proeftijd inmiddels is verstreken. Daar komt overigens nog bij dat uit de stukken is gebleken dat verdachte op 14 februari 2018 ter zake van winkeldiefstal onherroepelijk is veroordeeld tot een taakstraf, die is afgerond vóór het in deze zaak bewezen verklaarde. Deze veroordeling leidt ertoe dat een taakstraf, zoals om verzocht door de verdediging, op de voet van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, niet kán worden opgelegd.

Dit alles leidt ertoe dat het hof de tenuitvoerlegging van 1 week gevangenisstraf zal gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op de door hen aangegeven dag, tijd en locatie te melden bij de Reclassering te Groningen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2018, parketnummer 18-242352-17, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Aldus gewezen door

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. W. Foppen en mr. M. Aksu, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 26 november 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.