Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:975

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.911/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kentekenplaat voldoet niet meer aan de eisen als er stickers op worden aangebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.260.911/01

CJIB-nummer

: 219274621

Uitspraak d.d.

: 6 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 9 mei 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is [B] B.V., kantoorhoudende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 23 januari 2020. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [C] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juli 2018 om 13:50 uur op de Krakelingweg in Zeist met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De betrokkene voert aan dat de sticker van een rood kruis die op de kentekenplaat is aangebracht voldoet aan de Regeling kentekens en kentekenplaten (verder: Rkk) en de Regeling eisen en goedkeuring kentekenplaten 2000. De sticker van een rood kruis is namelijk tussen de gele sterren van het Europese logo geplaatst en niet erover. De sticker maakt geen inbreuk op artikel 7.9 van de Rkk. De kantonrechter heeft dit miskend. Met betrekking tot de sticker van de Nederlandse vlag overweegt de betrokkene dat hij het zich kan voorstellen dat gezien de overlap met de laatste letter van het kenteken (de letter K) en de sticker, het aflezen van een flitsfoto zou kunnen worden bemoeilijkt. De betrokkene verzoekt de sanctie te vernietigen en eventueel de sanctie te handhaven voor zover deze betrekking heeft op het plaatsen van de Nederlandse vlag.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat er een rood kruis door het Europese teken was gehaald, waardoor het Europese teken niet goed meer zichtbaar was. Tevens zag ik dat er in de rechter bovenhoek een Nederlandse vlag was aangebracht op de kentekenplaat.”

5. Het dossier bevat een foto van het kenteken van het voertuig van de betrokkene. Hierop is te zien dat een sticker van een rood kruis is aangebracht op het Europese embleem. De sticker is zo geplakt, dat de gele sterren van het Europese embleem niet geraakt worden. De sticker dekt de sterren dus niet af. In de rechterbovenhoek is op de gele achtergrond van de kentekenplaat een sticker geplakt van de Nederlandse vlag. Deze sticker overlapt een stukje met de laatste letter op de kentekenplaat, de letter K. Ter zitting heeft de betrokkene kentekenplaten laten zien waarop deze, en soortgelijke, stickers zijn aangebracht.

6. Artikel 40 van de Wegenverkeerswet 1994 (verder: WVW 1994) luidt als volgt, voor zover hier van belang:

"1. Het kenteken dient behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig te zijn.

2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting, het aanbrengen en de verlichting van het kenteken en worden regels vastgesteld omtrent de kentekenplaat en de onderdelen daarvan, alsmede de daarop aan te brengen merken.

3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het bepaalde krachtens het tweede lid. (…)".

7.
De bij feitcode K405 behorende gedraging is een overtreding van artikel 5, eerste lid juncto derde lid, van het op de WVW 1994 gebaseerde Kentekenreglement (verder: Kr), zoals dat ten tijde van de gedraging luidde:

“1. Het kenteken wordt aangebracht op een plaat die behoort tot een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde soort.

2. (…).

3. De in het eerste lid bedoelde plaat en de onderdelen daarvan zijn in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen voorzien van bij die regeling vast te stellen merken.”

8. Nadere eisen ten aanzien van de kentekenplaat zijn gesteld in de Rkk. Artikel 2 lid 1 van de Rkk luidt, voor zover hier van belang:
“(…). Het Europese embleem en de landenindicator moeten in geel respectievelijk in wit zijn aangebracht op een blauwe retroreflecterende achtergrond overeenkomstig de modellen D1 of D2 van de bijlage.”

9. Ingevolge artikel 6 van de Rkk mag op de donkerblauwe, groene of gele achtergrond van een kentekenplaat volgens de daar genoemde modellen van de bijlage bij de Rkk - tot welke modellen ook de ter zitting getoonde kentekenplaat van de betrokkene hoort - al naar gelang het betreffende model niets anders voorkomen dan het kenteken, het Rijkskeurmerk, het keurmerk van de erkende of gemachtigde kentekenplaatfabrikant en de waarmerken van de erkende of gemachtigde foliefabrikant en lamineerder.
10. Tenslotte wijst het hof op artikel 7 van de Rkk waarin in lid 9, voor zover hier van belang, nog is bepaald dat op de kentekenplaat geen teken of middel mag zijn aangebracht dat de herkenning van het kenteken bemoeilijkt of kan bemoeilijken.

11. Met dit samenstel van regels heeft de wetgever beoogd een sluitende en uitputtende regeling te geven voor het uiterlijk van de in Nederland toegestane kentekens. De betrokkene erkent stickers op de kentekenplaat te hebben aangebracht. Door zijn handelen heeft de betrokkene een wijziging aan de kentekenplaat aangebracht, waardoor deze niet meer aan de gestelde eisen voldoet. Hier kan niet aan afdoen dat de door de betrokkene getoonde stickers, te weten een rood kruis of een groen vinkje, zodanig zijn aangebracht dat daarbij geen van de sterren van het teken van de Europese unie wordt afgedekt. De betrokkene stelt weliswaar terecht dat onderhavige zaak afwijkt van de zaak die door het hof bij arrest van 14 februari 2019 (gepubliceerd op rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2019:1430) is beoordeeld, in die zin dat de stickers van de betrokkene dit teken niet geheel afdekken, maar ook het aanbrengen van het vinkje of het kruis in het midden van de cirkel waarbij het kruis of het vinkje tussen de sterren van het teken van de Europese unie lopen is een wijziging van dat teken waardoor de kentekenplaat niet langer aan de eisen voldoet. Ook het aanbrengen van de Nederlandse vlag in de rechterbovenhoek van de kentekenplaat is niet toegestaan.

12. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de vraag of de wijze waarop de door de betrokkene ontwikkelde stickers zijn uitgevoerd afbreuk doet aan het retroreflecterende vermogen van de kentekenplaat, onbeantwoord laten. De berekening van de betrokkene laat zien dat mogelijkerwijs slechts sprake is van een verwaarloosbare afname, die zich mogelijk laat vergelijken met de toegestane afname ten gevolge van veroudering, doch ook dat kan niet afdoen aan hetgeen hiervoor is overwogen. Evenmin van belang is de vergelijking die de betrokkene maakt met de omlijsting waarmee kentekenplaten veelal op voertuigen zijn aangebracht, dan wel de dopjes die over eventuele bevestigingsmaterialen op kentekenplaten worden geplaatst. Indien het gebruik van dergelijke materialen van dien aard is dat met kracht van argumenten kan worden gezegd dat de kentekenplaat is gewijzigd, laat dat de strijdigheid van de stickers van de betrokkene - en daarmee de mogelijkheid dat te sanctioneren - onverlet.

13. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard zodat het hof deze uitspraak zal bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.