Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:974

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.118/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Autogordel. Ook bij stilstaan voor een rotonde is een bestuurder verplicht zijn gordel te dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.260.118/01

CJIB-nummer

: 217670064

Uitspraak d.d.

: 6 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 11 april 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De zaak is behandeld op de zitting van 23 januari 2020. De betrokkene is niet verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 juni 2018 om 08:27 uur op de Nieuwe Wolpherensedijk in Gorinchem met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

2. De betrokkene voert in hoger beroep allereerst aan dat hij de gedraging niet heeft verricht. Tijdens het rijden had hij zijn autogordel om. Hij heeft de gordel pas tijdens het stilstaan voor een rotonde kortstondig losgemaakt. Het is volgens de betrokkene toegestaan de gordel kortstondig los te maken om een trui of vest uit te trekken als dit op een veilige manier gebeurt. De verklaring van de ambtenaar dat hij de gordel slap langs de deurstijl heeft zien hangen kan niet op waarheid berusten. Dat is feitelijk onmogelijk in het geval van een correct functionerende autogordel. De ambtenaar geeft in zijn verklaring overigens ook nergens aan dat hij zag dat de gordel niet werd gedragen. Verder klaagt de betrokkene over het zeven maanden na de pleegdatum opgemaakte aanvullend proces-verbaal. De betrokkene betwijfelt of dit proces-verbaal nu wel enige waarde toekomt. Omdat een tweede behandeling van de zaak ter zitting van de kantonrechter het gevolg is geweest van een gebrekkige voorbereiding door de officier van justitie, is de betrokkene tot slot van mening dat hij recht heeft op een vergoeding van de door hem in het kader van die tweede zitting gemaakte kosten.
3. Het enkele feit dat het aanvullende proces-verbaal zeven maanden na de datum van de gedraging is opgemaakt, geeft op zichzelf geen reden tot twijfel. Het is het hof ambtshalve bekend dat ambtenaren na constatering van een gedraging aantekeningen maken van hun waarneming, die zij raadplegen als later om aanvulling wordt verzocht. Dat de ambtenaar een aanvullende verklaring heeft gegeven, waarin zij meer details geeft over de gedraging, doet niet af aan de inhoud en de betrouwbaarheid van deze waarneming.
4. De gedraging betreft een overtreding van artikel 59, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Die bepaling houdt - voor zover hier van belang - in:

"Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel."

5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. Wij, verbalisanten, reden op de Nieuwe Wolpherensedijk in Gorinchem toen wij de rotonde richting de A7 richting Utrecht naderden. Ik zag dat het voertuig voorzien van kenteken [00-YY-YY] de rotonde naderde komende uit de richting van de rotonde richting Breda. Ik zag dat de gordel van de automobilist in het voornoemde voertuig slap langs de deurstijl hing. Ik zag dat het voertuig daarna stil ging staan om ons te laten passeren. Ik hoorde dat de bestuurder zei dat hij stil stond maar wij verbalisanten zagen dat het voertuig ons al rijdend naderde. (…)”

7. Voor zover de betrokkene zich op het standpunt stelt dat de waarneming van de ambtenaar niet betrouwbaar zou zijn omdat het feitelijk onmogelijk is om te constateren dat de autogordel slap langs de deurstijl hing, behoeft dit geen bespreking. Het staat buiten twijfel dat de betrokken ambtenaar duidelijk heeft willen maken dat de voor de bestuurder bestemde gordel ongebruikt langs de deurstijl hing. Door zo te verklaren ontstaat derhalve geen twijfel aan de inhoud van die verklaring.

8. Doch ook als het hof uitgaat van hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd dat hij stilstaand voor een rotonde kortstondig zijn autogordel heeft afgedaan, moet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Artikel 59 van het RVV 1990 betreft een absoluut gebod. Slechts ingeval van ontheffing van de gordelplicht conform artikel 149, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 is een uitzondering op dit gebod mogelijk gemaakt. Voor het overige is de bestuurder te allen tijde verplicht de autogordel te dragen. Het kortstondig stilstaan voor een rotonde, brengt immers niet mee dat de betrokkene op dat moment geen bestuurder van het voertuig is, zodat de gordelplicht op dergelijke momenten onverkort voor hem van toepassing blijft. Om die reden staat vast dat de gedraging is verricht (vgl. het arrest van dit hof, te vinden via ECLI:NL:GHARL:2018:636).

9. Aan een en ander kan niet afdoen dat – zoals de betrokkene aanvoert – de gordel op dat moment op een veilige manier wordt afgedaan. De enkele omstandigheid dat in strijd met voormelde bepaling is gehandeld rechtvaardigt het opleggen van een sanctie. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, is er geen reden voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.