Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9717

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
Wahv 200.269.662
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1. Goede procesorde. De gemachtigde, niet een professionele rechtsbijstandsverlener, wordt op de zitting van de kantonrechter geconfronteerd met een niet eerder kenbaar gemaakt juridisch standpunt van het OM. In zo’n situatie mag de kantonrechter een aanhoudingsverzoek om op dit standpunt te kunnen reageren niet weigeren. 2. Over de conformiteitsbeoordeling en ijking van meetinstrumenten door NMi Certin BV, dochterbedrijf van NMi BV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/51
NJFS 2021/113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.269.662/01

CJIB-nummer

: 224431824

Uitspraak d.d.

: 24 november 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 21 november 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. M.A.J. Versteeg, kantoorhoudende te IJsselstein.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. Daarbij is aanvullende informatie overgelegd. De gemachtigde heeft hierop schriftelijk gereageerd

De zaak is behandeld op de zitting van 10 november 2020. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. De gemachtigde voert in hoger beroep onder meer aan dat de kantonrechter de behandeling van de zaak had moeten aanhouden omdat hij, de gemachtigde, ter zitting uitdrukkelijk had aangegeven niet in staat te zijn om op de eerst op die zitting ingebrachte zienswijze van de officier van justitie te reageren. De gemachtigde verwijst hierbij onder meer naar het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2019:3810.

2. Dit verweer slaagt. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de gemachtigde geen professioneel rechtsbijstandsverlener is en dat hij ter zitting van de kantonrechter door de officier van justitie, die in procedures als deze niet verplicht is om zijn standpunt voorafgaand aan de zitting kenbaar te maken en dat ook niet had gedaan, werd geconfronteerd met -op dat moment- nieuwe en voor de gemachtigde onbekende jurisprudentie, waarop hij graag wilde reageren en waartoe hij ook om aanhouding van de behandeling van de zaak heeft verzocht. Onder deze omstandigheden brengen de beginselen van een behoorlijke procesorde, en in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor, mee dat de kantonrechter de behandeling van de zaak moet aanhouden om de gemachtigde in de gelegenheid te stellen te reageren op hetgeen de officier van justitie naar voren heeft gebracht. Een dergelijke gelegenheid kan worden geboden door -indien de gemachtigde en de officier van justitie daarmee instemmen- de behandeling van de zaak op een later moment op dezelfde dag voort te zetten of de gemachtigde op te roepen voor een nieuwe zitting. Nu de kantonrechter dat niet heeft gedaan, kan zijn beslissing niet in stand blijven.

3. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen. De overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter behoeven derhalve geen bespreking meer.

4. De bezwaren van de gemachtigde zijn gericht tegen de beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie opgelegd van € 133,- ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen de bebouwde kom, met 15 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 maart 2019 om 21.39 uur op de Symfonielaan te Nieuwegein, met het voertuig met kenteken [00-YY-YY] .

5. De gemachtigde, de bestuurder van het voertuig, betwist niet dat ter plaatse een maximum snelheid van 50 km/u gold, maar wel dat hij 65 km/u zou hebben gereden. De gemachtigde stelt dat daar geen bewijs voor is, nu er geen rechtsgeldige verklaring van onderzoek voorhanden is, waaruit volgt dat de gebruikte meetapparatuur voldoet aan alle eisen. De gemachtigde wijst daarbij op het Besluit bewapening en uitrusting politie, de Regeling meetmiddelen politie en de Aanwijzing meting snelheidsovertredingen en stelt dat hieruit volgt dat alleen het Nederlands Meetinstituut NMi NV bevoegd is om voor het gebruikte meetmiddel een verklaring van onderzoek af te geven. De verklaring in het dossier is echter afgegeven door een andere instelling, namelijk NMi Certin BV (grief 3). Ook voert de gemachtigde aan dat die verklaring, het certificaat, niet is ondertekend (grief 4) en dat daarop alleen het typegoedkeuringsnummer van de apparatuur staat vermeld maar niet het specifieke serienummer (grief 5).

6. Een administratieve sanctie kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv worden opgelegd voor een gedraging die, zoals hier, op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens in het dossier. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

7. De gegevens waarop de oplegging van de onderhavige sanctie is gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht, dat zich in het dossier bevindt. De gegevens in dit zaakoverzicht houden in dat door middel van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel (te weten goedgekeurde radarapparatuur die is gemonteerd in een flitspaal) is vastgesteld dat op voormelde datum en tijd met het voertuig met voormeld kenteken binnen de bebouwde kom is gereden met een (gecorrigeerde) snelheid van 65 kilometer per uur.

8. Voorts bevat het dossier twee foto's van de gedraging. Hierop is een voertuig met voormeld kenteken te zien. De gegevens in de databalk onder de foto’s, stemmen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Verder bevindt zich in het dossier een NMi-verklaring, afkomstig van NMi Certin BV, waarin staat dat de betreffende radarsnelheidsmeter bij het op 31 juli 2018 verrichte onderzoek voldeed aan de Concept regeling voorschriften meetmiddelen politie. De in deze verklaring genoemde identificerende gegevens van het meetmiddel, zoals het typegoedkeuringsnummer en de serienummers van de antenne en van de camera, staan ook bij de gegevens in deze databalk vermeld. Deze verklaring is niet ondertekend.

9. Naar aanleiding van de stelling van de gemachtigde dat de genoemde NMi Certin BV niet de bevoegde instantie is om een verklaring van onderzoek af te geven, overweegt het hof als volgt.

10. In artikel 1, onder a, van de Regeling meetmiddelen politie staat, voor zover hier van belang, dat voor het gebruik van een snelheidscontrolemeter een verklaring van een onderzoek moet zijn afgegeven door het Nederlands Meetinstituut NMi NV, waaruit blijkt dat deze voldoet aan de eisen als vermeld in de bijlage behorend bij die regeling.

11. In zijn brief van 18 augustus 1995, betreffende de "Evaluatie van de privatisering van de dienst van het IJkwezen tot het Nederlands Meetinstituut" (Tweede Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 24 284, nr. 1), heeft de Minister van Economische Zaken opgemerkt dat de dienst van het IJkwezen in 1989 is verzelfstandigd tot het Nederlands Meetinstituut NMi NV. In deze brief wordt vervolgens uiteengezet dat het NMi een holding is (NV) met een aantal dochters die de rechtsvorm van een B.V. hebben, waaronder Certin, en dat het NMi die dochters wil positioneren als dochters van NMi BV. Ten slotte staat vermeld dat NMi BV (op grond van de destijds geldende IJkwet) aangewezen zal worden als de IJkinstelling, met dien verstande dat zij bevoegd is het toezichtswerk door haar dochter IJkwezen BV te laten uitvoeren en het accrediterings- en keuringswerk door haar dochter Certin BV.

12. De IJkwet is in 2007 vervangen door de Metrologiewet. In deze wet staat dat de Minister van Economische Zaken de instanties aanwijst die bevoegd zijn tot het uitvoeren van een toetsende taak in het kader van een conformiteitsbeoordeling van een meetinstrument (artikel 12) en dat deze minister van die aanwijzing mededeling doet in de Staatscourant (artikel 13). Uit het bericht in de Staatscourant van 29 januari 2007, nr. 20, pag. 12, blijkt dat de Minister van Economische Zaken bij besluit van 23 januari 2007, nr. EP/MW 700790, de besloten vennootschap NMi Certin BV heeft aangewezen als instantie in de zin van artikel 12 van de Metrologiewet.

13. De taak die volgens de Regeling meetmiddelen politie aan het Nederlands Meetinstituut NMi NV is toebedeeld, is een toetsende taak in het kader van een conformiteitsbeoordeling van meetinstrumenten, net als in voormeld aanwijzingsbesluit.

14. Onder deze omstandigheden brengt een redelijke uitleg van artikel 1, onder a, van de Regeling meetmiddelen politie mee dat daarin voor het Nederlands Meetinstituut NMi NV moet worden gelezen NMi Certin (BV). Het verweer van de gemachtigde als verwoord in grief 3 treft daarom geen doel.

15. Hetgeen de gemachtigde met de grieven 4 en 5 te berde heeft gebracht, leidt ook niet tot het oordeel dat de NMi-verklaring in het dossier niet geldig is. Dat die NMi-verklaring niet is ondertekend, doet niet af aan de geldigheid daarvan, nu niet is voorgeschreven dat een dergelijke verklaring is ondertekend. Overigens wordt in de brief van NMi Certin BV d.d. 1 mei 2020, die de advocaat-generaal bij het verweerschrift heeft ingebracht, uiteengezet waarom de verklaring niet is ondertekend. De laatste grief mist feitelijke grondslag, gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot de identificerende gegevens van de apparatuur is overwogen. Ook deze grieven slagen dus niet.

16. De bezwaren treffen derhalve geen doel. Er is voor het meetmiddel een geldige NMi-verklaring afgegeven, zodat van de meetgegevens als vermeld in het zaakoverzicht en op de foto's kan worden uitgegaan. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht en is terecht een sanctie opgelegd. Het beroep tegen de inleidende beschikking is terecht ongegrond verklaard.

17. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.