Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9617

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-11-2020
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
200.282.150
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikelen 6.1.1, 6.1.2 en 6.1.12 Jeugdwet. Machtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.282.150

(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 505538 en 505540)

beschikking van 19 november 2020

in de zaak van

[verzoekster] ,

verblijvende te [A] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: [verzoekster] ,

advocaat: mr. J.M. van Dam te Utrecht,

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: William Schrikker.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende te [B] ,

verder te noemen: de moeder.

1 De rechtszaak bij de kinderrechter

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft op 9 juli 2020 en 15 juli 2020 beslissingen genomen. In die beslissingen staat hoe de rechtszaak bij de kinderrechter is gegaan.

2 De rechtszaak in hoger beroep

2.1

In het dossier van het hof zitten de volgende stukken:

  • -

    het beroepschrift met bijlagen, ingekomen op 21 augustus 2020, en

  • -

    het verweerschrift van William Schrikker met bijlagen.

2.2

De zitting bij het hof was op 23 oktober 2020. [verzoekster] , haar advocaat en [C] van William Schrikker zijn naar de zitting gekomen. De moeder en de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) waren niet aanwezig. De raad heeft van te voren aan het hof laten weten dat niemand van de raad naar de zitting zou komen.

3 De feiten

3.1

De moeder en [de vader] (verder: de vader van [verzoekster] ) zijn de ouders van [verzoekster] . [verzoekster] is [in] 2004 in [B] geboren. De vader van [verzoekster] is [in] 2017 overleden.

3.2

Op 4 juli 2017 heeft de kinderrechter [verzoekster] onder toezicht gesteld van William Schrikker en aan William Schrikker toestemming gegeven (machtiging verleend) om [verzoekster] uit huis te plaatsen. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing daarna verlengd.

3.3

Op 19 maart 2019 heeft de rechtbank het gezag van de moeder over [verzoekster] beëindigd en William Schrikker benoemd tot voogd over [verzoekster] .

3.4

Op 9 juli 2020 heeft William Schrikker de kinderrechter mondeling verzocht om een spoedmachtiging te verlenen om [verzoekster] gesloten te plaatsen voor de duur van vier weken. Een gesloten plaatsing houdt in dat een jeugdige in een instelling moet blijven en dat hij of zij daar niet zomaar weg kan. Op 10 juli 2020 heeft William Schrikker de kinderrechter schriftelijk verzocht om de hiervoor genoemde spoedmachtiging te verlenen en heeft William Schrikker de kinderrechter verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen om [verzoekster] gesloten te plaatsen voor de duur van zes maanden.

3.5

Op 9 juli 2020 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 9 juli 2020 tot 6 augustus 2020. De kinderrechter heeft het verzoek van William Schrikker voor het overige aangehouden.

3.6

William Schrikker heeft bepaald dat een gesloten plaatsing nodig is. [D] , gedragswetenschapper, heeft [verzoekster] op 10 juli 2020 onderzocht en heeft ingestemd met het verzoek van William Schrikker.

3.7

Op 15 juli 2020 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 6 augustus 2020 tot uiterlijk 6 februari 2021.

3.8

[verzoekster] is op 9 juli 2020 geplaatst in [E] te [A] .

4 Waar het nu over gaat

4.1

[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter van 15 juli 2020 om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen tot uiterlijk 6 februari 2021. Zij heeft hoger beroep ingesteld tegen die beslissing. [verzoekster] vraagt het hof om de beslissing van de kinderrechter van 15 juli 2020 ongedaan te maken en het verzoek van William Schrikker alsnog af te wijzen. Als dat niet kan, vraagt [verzoekster] het hof om de machtiging gesloten jeugdhulp voor een kortere duur te verlenen.

4.2

William Schrikker is het niet eens met [verzoekster] . William Schrikker vraagt het hof om de beslissing van de kinderrechter in stand te laten.

5 De redenen voor de beslissing van het hof

Wat staat er in de wet over gesloten plaatsing?

5.1

Omdat [verzoekster] ouder is dan twaalf jaar mag zij haar verzoek aan het hof voorleggen. Dit staat in artikel 6.1.1 lid 2 van de Jeugdwet.

5.2

In artikel 6.1.2 lid 1 van de Jeugdwet staat dat de kinderrechter op verzoek een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie (instelling) te laten opnemen en te laten verblijven.

5.3

Een machtiging kan volgens artikel 6.1.2 lid 2 van de Jeugdwet alleen worden verleend als naar het oordeel van de kinderrechter jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren en de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

5.4

In artikel 6.1.2 lid 3 van de Jeugdwet staat dat voor een jeugdige die nog geen achttien jaar is, een machtiging bovendien alleen maar kan worden verleend, indien:

  1. de jeugdige onder toezicht is gesteld,

  2. de voogdij over de jeugdige berust bij een gecertificeerde instelling, of

  3. degene die, anders dan bedoeld onder b, de wettelijke vertegenwoordiger is, met de opneming en het verblijf instemt.

5.5

De beslissing kan volgens artikel 6.1.12 lid 1 van de Jeugdwet meteen worden uitgevoerd. In het tweede lid van dit artikel staat dat de kinderrechter de geldigheidsduur van de machtiging bepaalt op ten hoogste één jaar.

Wat is het oordeel van het hof?

5.6

Het hof is het eens met de kinderrechter dat is voldaan aan de eisen die in de wet staan voor een gesloten plaatsing en dat de gesloten plaatsing van [verzoekster] nog steeds nodig is. Anders dan de kinderrechter is het hof van oordeel dat de gesloten plaatsing tot uiterlijk 15 januari 2021 mag duren. Het hof zal hierna uitleggen waarom het hof deze beslissing neemt.

5.7

Het hof heeft in het dossier het volgende gelezen. Nadat [verzoekster] in april 2017 uit huis werd geplaatst, woonde zij op verschillende plekken. Sinds juni 2019 verbleef [verzoekster] bij behandelgroep ‘ [F] ’ van het Leger des Heils. Tot december 2019 ging het best goed met [verzoekster] bij [F] , maar daarna kwamen er steeds meer zorgen over haar. Die zorgen gingen erover dat [verzoekster] verzuimde van school, dat zij slechte cijfers had, dat zij een grote mond had en dat zij zich niet hield aan afspraken. Er waren ook zorgen over de seksuele veiligheid van [verzoekster] , omdat zij contact had met verschillende jongens, zij pikante foto’s van zichzelf plaatste op sociale media en zij in het bezit was van een nieuwe iPhone en dure kleren, waarvan onduidelijk was hoe zij daar aan was gekomen en waarover zij onvoldoende open was. Daarnaast liep [verzoekster] steeds vaker weg van de behandelgroep, zonder de begeleiding (achteraf) te laten weten waar zij was (geweest). De hulpverlening heeft geprobeerd om afspraken te maken met [verzoekster] over haar gedrag en om meer zicht te krijgen op haar problemen, bijvoorbeeld door het behandeltraject ‘Pretty Woman’ (gericht op seksualiteit en relaties) te starten. Dit heeft onvoldoende geholpen: [verzoekster] hield zich maar een korte periode aan de gemaakte afspraken en zij vermeed op een gegeven moment het contact met de medewerkster van Pretty Woman. Op 7 juli 2020 is [verzoekster] weggelopen en is zij ’s avonds niet meer teruggekeerd naar de behandelgroep. Op 9 juli 2020 werd [verzoekster] na intensieve opsporing door de politie teruggevonden in België. Zij bleek samen met een oudere jongen te zijn weggelopen.

Volgens William Schrikker is [verzoekster] extreem beïnvloedbaar en impulsief. Dit betekent dat [verzoekster] zich gemakkelijk laat leiden door wat anderen tegen haar zeggen en dat zij dingen doet zonder er eerst goed over na te denken.

5.8

Vanwege al deze zorgen en omstandigheden is het hof van oordeel dat de kinderrechter terecht een machtiging gesloten jeugdhulp heeft verleend. De gesloten plaatsing was noodzakelijk om de veiligheid van [verzoekster] te waarborgen en om een gedragsverandering bij [verzoekster] tot stand te brengen. [verzoekster] had meer begeleiding en begrenzing nodig dan de open setting van [F] haar bood.

5.9

Op de zitting bij het hof is gebleken dat het nu veel beter gaat met [verzoekster] . De behandeling vanuit Pretty Woman is weer opgestart. Er zijn geen recente berichten over wegloopgedrag. [verzoekster] heeft steeds meer vrijheden gekregen en zij laat zien dat zij die vrijheden aan kan. [verzoekster] mag met half begeleid verlof, waarbij zij een half uur met een begeleider is en zij een uur alleen is. In het weekend mag [verzoekster] naar haar tante. [verzoekster] kan nog één stap zetten qua vrijheden. De laatste stap is onbegeleid verlof, waarbij zij twee keer per week anderhalf uur onbegeleid naar buiten mag. [verzoekster] is inmiddels aangemeld voor een meidengroep. Op het moment dat [verzoekster] werd aangemeld, was daar plek. Voordat [verzoekster] naar de meidengroep kan, moet eerst een onderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek is nog maar net gestart en zal een aantal weken duren. Daarna zal moeten blijken of er nog steeds plek is op de meidengroep en of het nog steeds goed gaat met [verzoekster] .

5.10

Vanwege deze positieve ontwikkeling is het hof van oordeel dat de duur van de machtiging gesloten jeugdhulp moet worden verkort tot uiterlijk 15 januari 2021. Het hof verwacht dat het onderzoek dan is afgerond en dat [verzoekster] dan kan doorstromen naar de meidengroep of naar een andere, vergelijkbare setting. Het hof vindt het belangrijk dat William Schrikker zich blijft inspannen om een geschikte vervolgplek voor [verzoekster] te realiseren. Het hof realiseert zich dat de periode tot 15 januari 2021 voor [verzoekster] nog lang is. Het hof vindt het daarom belangrijk dat [verzoekster] perspectief wordt geboden. Mevrouw [C] van William Schrikker heeft op de zitting bij het hof toegezegd dat zij gaat onderzoeken of de vrijheden van [verzoekster] in de komende periode nog verder kunnen worden verruimd.

6 De beslissing

Het hof beslist in hoger beroep het volgende:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 15 juli 2020, voor zover daarbij een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [verzoekster] is verleend voor de periode van 6 augustus 2020 tot 15 januari 2021;

vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 15 juli 2020, voor zover daarbij een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [verzoekster] is verleend voor de periode van 15 januari 2021 tot uiterlijk 6 februari 2021, en in zoverre opnieuw beschikkende:

wijst af het inleidend verzoek van William Schrikker, voor zover daarbij is verzocht een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [verzoekster] te verlenen voor de periode van 15 januari 2021 tot uiterlijk 6 februari 2021;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Smeeing-van Hees, J.B. de Groot en A.T. Bol, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink als griffier, en is op 19 november 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.