Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9558

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
27-11-2020
Zaaknummer
19/01520
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Uitspraak op verzet. Niet tijdige betaling griffierecht is niet verwijtbaar. Verzet gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 27-11-2020
FutD 2020-3543
V-N Vandaag 2020/2923
NTFR 2020/3672
V-N 2021/10.21.23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

Afdeling belastingrecht

Locatie Arnhem

nummer 19/01520

uitspraakdatum: 17 november 2020

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het verzet van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gedane uitspraak van de zevende enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 21 april 2020 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 oktober 2019, nummer AWB 19/1538, in het geding tussen belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Doetinchem (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De Inspecteur heeft op 1 februari 2019 uitspraak gedaan op het bezwaar van belanghebbende tegen een aan hem opgelegde naheffingsaanslag verhuurdersheffing.

1.2

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) heeft het beroep bij uitspraak van 16 oktober 2019 ongegrond verklaard.

1.3

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft het hoger beroep bij uitspraak van 21 april 2020 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald. De uitspraak is op 21 april 2020 aangetekend aan partijen verzonden.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof verzet aangetekend. Het verzetschrift is gedagtekend 14 mei 2020 en ter griffie van het Hof ontvangen op 15 mei 2020.

1.5

Het verzet is ter digitale zitting van het Hof behandeld op 1 oktober 2020 te Arnhem. Ter zitting is gehoord drs. [A] , gemachtigde van belanghebbende.

2 Gronden van het verzet

2.1

De gemachtigde van belanghebbende heeft in het verzetschrift en ter zitting van het Hof het volgende aangevoerd.

2.1.1.

Het kantoor van de gemachtigde van belanghebbende is gevestigd op een bedrijventerrein in [B] . Hij werkt daar overdag met een aantal medewerkers. Omdat het gebouw één verzamelpostbus heeft voor ongeveer veertig bedrijven, waardoor post mogelijk zoek kan raken, gebruikt hij zijn thuisadres als postadres.

2.1.2.

De gemachtigde van belanghebbende heeft de nota griffierecht, noch de aangetekend verzonden herinnering van die nota ontvangen. In het verzetschrift heeft hij het Hof verzocht om inzicht in de nota, de herinneringsnota, de wijze van postbezorging en de handtekening voor ontvangst. Hij heeft die stukken op 28 september 2020, kort voor de mondelinge behandeling van het verzet, ontvangen. Uit die stukken volgt weliswaar dat de aangetekend verzonden herinneringsnota is gericht aan het juiste adres, [a-straat] 22B te [C] , maar het Track & Trace bericht van PostNL vermeldt dat het stuk is aangeboden aan het adres [a-straat] 22 te [C] . Huisnummer 22 bestaat echter niet. Er is sprake van een appartementencomplex met de huisnummers 22A tot en met 22L. De gemachtigde woont samen met zijn echtgenote op nummer 22B. Op 18 februari 2020 om 17.07 uur, het tijdstip waarop het stuk volgens PostNL zou zijn aangeboden, was hij niet thuis. De op het stuk geplaatste handtekening is niet van hem en evenmin van zijn echtgenote. Zijn echtgenote kan zich ook niet herinneren of zij die dag voor ontvangst van een aan de gemachtigde geadresseerd aangetekend stuk heeft getekend.

2.1.3.

De aangetekend verzonden uitspraak van het Hof van 21 april 2020 is evenmin aan de gemachtigde van belanghebbende uitgereikt. Dit stuk heeft hij in zijn brievenbus aangetroffen. De handtekening die voor ontvangst is gezet, herkent hij niet. Normaal gesproken laat PostNL een bericht achter als een aangetekend stuk tevergeefs is aangeboden. Bij het afhaalpunt moet hij zich dan identificeren voordat hij het stuk kan meenemen. Daarvan was in dit geval geen sprake. Wellicht heeft iemand anders voor ontvangst getekend en het stuk vervolgens in zijn brievenbus gedeponeerd. De gemachtigde van belanghebbende stelt dat PostNL steeds onzorgvuldiger wordt bij de bezorging van aangetekende post en van pakketten, zo worden aangetekende stukken bij buren afgegeven of gewoon in het complex achtergelaten.

2.1.4.

Als de gemachtigde van belanghebbende de nota had ontvangen, zou hij die tijdig hebben betaald. Bij brief van 10 februari 2020 heeft hij de motivering van het hoger beroep aan het Hof gezonden. Het is niet logisch om dan vervolgens geen griffierecht te betalen. Nadat hij op 28 september 2020 van het Hof een kopie van de nota had ontvangen, heeft hij het verschuldigde griffierecht direct overgemaakt. Het bedrag is 29 september 2020 van zijn bankrekening afgeschreven.

2.2

De gemachtigde van belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het verzet.

3 Beoordeling van het verzet

3.1

Naar het oordeel van het Hof heeft de gemachtigde van belanghebbende met hetgeen hiervoor onder de punten 2.1.1. tot en met 2.1.4. is vermeld geloofwaardig verklaard dat hij de aangetekend verzonden nota griffierecht niet heeft ontvangen. Belanghebbende kan derhalve niet worden verweten dat het griffierecht niet tijdig is betaald. Het Hof zal het verzet daarom gegrond verklaren.

3.2

Het Hof zal, nadat de ontvangst van het op 29 september 2020 betaalde griffierecht is geverifieerd, het hoger beroepschrift doorzenden naar de Inspecteur voor het indienen van een verweerschrift.

5 Kosten

Het Hof ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende voor de behandeling van het verzet heeft moeten maken en stelt die kosten overeenkomstig het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht vast op € 525 (1 punt (verzetschrift 0,5 punt en bijwonen zitting 0,5 punt) x wegingsfactor 1 x € 525).

6 Beslissing

Het Hof:

- verklaart het verzet gegrond,

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 525.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Tanghe, voorzitter, mr. R.F.C. Spek en mr. M.J.C. Pieterse, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 november 2020.

De griffier, De voorzitter,

(A. Vellema)

(T. Tanghe)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 17 november 2020.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.