Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:954

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
Wahv 200.227.073/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De betrokkene is door het ontbreken van een proces-verbaal van de zitting niet in zijn belangen geschaad, nu de beslissing van de kantonrechter een zakelijke weergave bevat van wat er op de zitting is voorgevallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/324
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.227.073/01

CJIB-nummer

: 199539773

Uitspraak d.d.

: 5 februari 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 25 september 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Op 25 januari 2018 en 11 februari 2018 zijn nog faxberichten van de gemachtigde ontvangen. Kopieën daarvan zijn toegestuurd aan de advocaat-generaal.

Beoordeling

1. De gemachtigde stelt in hoger beroep dat hij in het dossier geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter heeft aangetroffen, zodat de beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd.

2. Van het verhandelde ter zitting dient een proces-verbaal te worden opgemaakt (vgl. het arrest van het hof van 31 maart 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:2589). Dit dient een zakelijke weergave te bevatten van wat is voorgevallen ter zitting.

3. Het hof stelt met de gemachtigde vast dat in deze zaak een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter d.d. 11 september 2017 ontbreekt. Het hof ziet in dit geval evenwel aanleiding om hieraan geen gevolgen te verbinden. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat in de beslissing van de kantonrechter een zakelijke weergave is opgenomen van hetgeen ter zitting is voorgevallen, waaronder de conclusie waartoe het openbaar ministerie is gekomen, zodat de betrokkene door het ontbreken van het proces-verbaal niet in zijn belangen is geschaad.

4. De beslissing van de kantonrechter is volgens de gemachtigde op een aantal punten ontoereikend dan wel geheel niet gemotiveerd.

5. De kantonrechter heeft de grond ter zake de bevoegdheid van de medewerker om op het administratief beroep te beslissen volgens de gemachtigde op algemene gronden afgewezen onder verwijzing naar een arrest van het hof van 21 december 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:10324). Dat is echter niet afdoende, aldus de gemachtigde. De medewerker die op het beroep heeft beslist is immers niet bekend, zodat het niet duidelijk is of de mandaatregeling wel op de betreffende medewerker van toepassing is.

6. In zijn algemeenheid mag er van worden uitgegaan dat een namens de officier van justitie verzonden beslissing op een administratief beroep bevoegd is genomen. Dat kan slechts anders zijn wanneer blijkt van concrete feiten of omstandigheden die in een individuele zaak aan de bevoegdheid doen twijfelen. Van dergelijke feiten of omstandigheden is niet gebleken. Het enkel opwerpen van de vraag of de medewerker in de onderhavige zaak bevoegd was, is hiertoe niet voldoende. De kantonrechter heeft dit verweer van de gemachtigde dan ook terecht (op algemene gronden) verworpen.

7. Daarnaast heeft de gemachtigde reeds in de fase van het administratieve beroep verzocht om verscheidene andere documenten dan het zaakoverzicht en eventuele foto's van de gedraging, die - kort gezegd - zien op de bevoegdheid en bekwaamheid van de betrokken ambtenaren. Deze stukken mist de gemachtigde nog steeds en de kantonrechter heeft zijn klacht daaromtrent niet behandeld.

8. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat het enkel opvragen van dergelijke documenten geen aanleiding vormt om deze stukken aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken. Uit de beslissing van de kantonrechter blijkt dat de gemachtigde op 11 juli 2017 het volledige procesdossier is toegestuurd, zodat de kantonrechter voorbij kon gaan aan hetgeen de gemachtigde in dat verband naar voren heeft gebracht. Het verweer faalt.

9. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter het gevoerde exceptieverweer niet heeft beoordeeld. De betrokkene wordt verweten dat hij niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden op - in dit geval - een autosnelweg. De gedraging wordt op zichzelf genomen niet betwist, doch er was sprake van een inhaalactie van een voorganger die voortdurend van snelheid wisselde en die zelf erg langzaam inhaalde. Er was met andere woorden sprake van een (erg) langzame inhaalmanoeuvre, aldus de gemachtigde.

10. Het hof stelt vast dat de kantonrechter in reactie op het gevoerde exceptieverweer heeft overwogen dat voldoende vast staat dat de gedraging is verricht en dat de sanctie op goede gronden is opgelegd.

11. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring:

“Ik zag dat de bestuurder de linker rijstrook volgde, over een afstand van tenminste 16.000 meter. De rijstrook, welke rechts naast de gevolgde rijstrook was gelegen, was over die afstand geheel vrij van verkeer.”

12. In de verklaring van de ambtenaar ligt op zichzelf genomen reeds afdoende besloten dat de betrokkene niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden en dat er aldus geen redenen waren om niet rechts te houden. Het rijden over de linker rijstrook over een dergelijke afstand maakt dat er niet gesproken kan worden van inhalen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

13. Het voorgaande betekent dat de bezwaren van de gemachtigde geen doel treffen. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen.

14. De gemachtigde heeft het hof ten slotte nog verzocht om een oordeel te geven over het feit dat het openbaar ministerie geen verweerschrift heeft ingediend. Het hof merkt hierover op dat de advocaat-generaal een verweerschrift kan indienen (vgl. artikel 19, tweede lid, van de Wahv), maar dat geen rechtsregel hem daartoe verplicht. Het hof merkt hierbij nog op dat het uitblijven van een verweerschrift geen reden vormt om in de onderhavige zaak tot vernietiging van de inleidende beschikking over te gaan.

15. De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd. Gegeven deze beslissing bestaat geen aanleiding tot het vergoeden van proceskosten.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.