Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9533

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
21-003036-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een minderjarige verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan een reeks van vermogensdelicten, te weten 8 (pogingen tot) diefstallen (al dan niet in vereniging), veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vier maanden, met bijzondere voorwaarden. Het hof heeft tevens de vordering van de benadeeld partij toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003036-20

Uitspraak d.d.: 18 november 2020 TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 21 juli 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met de parketnummers 18-740042-19, 18-237602-19, 18-157365-20, 05-096046-20 en 16-045873-20 alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummers 18-740020-19 en 18-740049-19, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende:

- in de zaak met parketnummer: 18-740042-19 bewezenverklaring van de feiten 1 en 2;

- in de zaak met parketnummer: 18-237602-19 bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

- in de zaak met parketnummer: 18-157365-20 bewezenverklaring van de feiten 1, 2 (met als oorspronkelijk parketnummer 05-096046-20), 3 (met als oorspronkelijk parketnummer 16-045873-20), 4 en 5;

- veroordeling tot jeugddetentie voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden (voorwaarden conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, d.d. 30 juni 2020);

- veroordeling tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] , te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- dat de proeftijd ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 18-740020-19 wordt verlengd met 1 jaar;

- dat de proeftijd ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 18-740049-19 wordt verlengd met 1 jaar;

- teruggave van het inbeslaggenomen geld aan [benadeelde partij] ;

- teruggave van de inbeslaggenomen jas aan winkelbedrijf [naam1] ;

- teruggave aan verdachte van het overige beslag, te weten: een koptelefoon, een horloge, een jas van het merk District Norrebro en een paar schoenen van het merk Nike Airmax.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. K. Kok, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 21 juli 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte in de zaak met parketnummer 18-740042-19 feit 1 (poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen) en 2 primair (diefstal door twee of meer verenigde personen), in de zaak met parketnummer 18-237602-19 ten laste gelegde (diefstal), in de zaak met parketnummer 18-157365-20 feit 1 (diefstal), feit 2 (diefstal door twee of meer verenigde personen), feit 3 (diefstal door twee of meer verenigde personen), feit 4 (diefstal) en feit 6 (poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht, door middel van valse sleutels), veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met toezicht. De rechtbank heeft tevens de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toegewezen en een beslissing genomen ten aanzien van het beslag.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de strafoplegging en de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van vermogensdelicten, te weten 8 (pogingen tot) diefstallen (al dan niet in vereniging). Door aldus te handelen heeft verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen.

Daarnaast heeft hij voor de betrokkenen overlast en financiële schade veroorzaakt.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 6 oktober 2020, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijke feiten.

Het hof heeft voorts acht geslagen op de rapporten die omtrent de persoon van verdachte zijn opgemaakt, waaronder het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 30 juni 2020. Uit dit rapport blijkt dat verdachte een alleenstaande minderjarige asielzoeker is die zonder zijn ouders en zijn familie naar Nederland is gekomen. Hierdoor is hij geheel op zichzelf aangewezen. Daarnaast is er veel onduidelijkheid omtrent zijn toekomstperspectief en is de kans groot dat hij niet in Nederland mag blijven na zijn achttiende verjaardag.

Ter zitting van het hof heeft de voogd, mevrouw [naam2] van de Stichting [naam3] verklaard dat het momenteel redelijk met verdachte gaat, dat hij zich steeds beter herpakt, dat hij opener is geworden, maar dat het drugsgebruik (Rivotril en hasj) nog steeds wel een probleem is. Verdachte heeft op basis van vrijwilligheid contact met de verslavingszorg en hij staat open voor hulp. Het contact tussen verdachte, de voogd en de woongroep is goed te noemen. Mevrouw [naam2] heeft wel haar zorgen uitgesproken omtrent verdachte. Verdachte is inmiddels uitgeprocedeerd en moet op het moment dat hij meerderjarig is, terug naar Algerije. Aangezien dit voor veel jongeren lastig is belanden ze vaak in de illegaliteit.

Mevrouw [naam4] van de Jeugdreclassering heeft ter zitting verklaard dat verdachte zich aan de afspraken houdt en dat hij zich tevens meewerkend opstelt ten opzichte van Verslavingszorg Noord Nederland. Het traject van scholing en/of dagbesteding is echter nog niet van de grond gekomen. Inmiddels is er contact met een garagebedrijf in [plaats] . Er wordt gekeken of dit bedrijf verdachte onder zijn hoede wil nemen en indien het tussen partijen klikt is het wellicht mogelijk om ook de eventueel aan verdachte op te leggen werkstraf aldaar uit te voeren. De status van verdachte is geen formele belemmering voor het uitvoeren van een werkstraf, het gaat er om dat een verdachte bereikbaar en meewerkend moet zijn ten aanzien van het verrichten van een werkstraf.

Mevrouw [naam5] van de Raad voor de Kinderbescherming heeft ter zitting verklaard dat De Raad verdachte graag nog een kans wil geven om iets van zijn leven te maken.

Verdachte heeft niet eerder een werkstraf opgelegd gekregen en via deze weg is het wellicht mogelijk om verdachte, in de korte tijd dat hij nog minderjarig is, iets mee te geven wat zijn ontwikkeling ten goede komt en waar hij in het verdere verloop van zijn leven iets aan heeft. Een werkstraf kan die functie hebben: het geeft een dagbesteding, structuur in het leven van verdachte en biedt hem werkervaring. [naam5] blijft staan achter het advies zoals verwoord in voornoemd rapport.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij graag een vak wil leren, zodat hij in de toekomst

- in welk land hij ook terecht zal komen - kan gaan werken. Hij wil graag automonteur worden en hij hoopt dat de stage bij het autobedrijf gaat lukken. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij inmiddels is gestopt met het gebruik van Rivotril, maar dat hij nog wel een paar keer in de week hasj gebruikt. Verdachte heef tot slot verklaard dat hij niet opnieuw naar de gevangenis wil en dat hij bereid is een eventuele taakstraf uit te voeren.

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, vindt het hof oplegging van een taakstraf voor de duur van 100 uren, bij niet voldoen te vervangen door 50 dagen jeugddetentie, een passende bestraffing. Het hof zal aan verdachte tevens een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen van na te melden duur, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals door de Raad geadviseerd.

Hiermee wordt voorzien in de benodigde begeleiding van verdachte voor de duur van de proeftijd. Tevens dient de voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur voor verdachte om hem er van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 42,53. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 18-157365-20 onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77cc, 77gg, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- dat de veroordeelde zich houdt aan de meldplicht en de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling en te weten Regiecentrum Bescherming en Veiligheid te Leeuwarden in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding, waarvan zes maanden ITB Criem;

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen, alcohol en het medicijn Rivotril en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Verslavingszorg Noord Nederland op tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven;

- dat de veroordeelde zich zal houden aan het opgestelde plan en de afspraken die gemaakt worden in het kader van dagbesteding, met en door de Jeugdreclassering, ook als de dagbesteding werkzaamheden bevatten op basis van vrijwilligheid (onbetaald);

- dat veroordeelde, gedurende de proeftijd, of zo lang als afgesproken wordt, in de nachtelijke uren tussen 23:00 uur en 06:00 uur bij zijn woonplek zal verblijven;

- dat de veroordeelde zich, gedurende de proeftijd, zal houden aan de regels van het KWE en zich houdt aan de aanwijzingen die hem door de begeleider van het KWE worden gegeven;

- dat veroordeelde gedurende de proeftijd zal meewerken aan de hulpverlening die [naam3] en de Jeugdreclassering noodzakelijk achten.

Geeft aan Regiecentrum Bescherming en Veiligheid uit Leeuwarden, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Gelast de teruggave aan [benadeelde partij] van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geld ten bedrage van 25 euro (1 biljet van 20 euro en 1 biljet van 5 euro).

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een koptelefoon, een horloge, een jas van het merk district Norrebro en schoenen van het merk Nike Airmax.

Gelast de teruggave aan winkelbedrijf [naam1] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven jas, kleur zwart.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-157365-20 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 42,53 (tweeënveertig euro en drieënvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste nul dagen.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 14 juni 2020.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord- Nederland van 30 september 2019 parketnummer 18-740020-19, met een termijn van 1 (één) jaar.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 27 februari 2020 parketnummer 18-740049-19, met een termijn van 1 (één) jaar.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. E.M.J. Brink, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,

en op 18 november 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.