Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9503

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
Wahv 200.244.235/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De ambtenaar verklaart dat hij de bestuurder zag instappen en wegrijden. Waarom hij de bestuurder niet heeft staande gehouden, blijkt niet. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.244.235/01

CJIB-nummer

: 206873183

Uitspraak d.d.

: 17 november 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 19 juni 2018, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De advocaat-generaal heeft wel aanvullende stukken overgelegd. Deze zijn (in kopie) doorgestuurd aan de gemachtigde van de betrokkene, die daar schriftelijk op heeft gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 april 2017 om 11:40 uur op de Hoofdstraat in Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de sanctie in strijd met het bepaalde in artikel 5 van de Wahv aan de kentekenhouder van het voertuig is opgelegd, nu zich in de onderhavige situatie een reële mogelijkheid heeft voorgedaan om de bestuurder van het voertuig staande te houden. De gedraging zou immers om 11:40 uur zijn vastgesteld, terwijl de ambtenaar blijkens het aanvullend proces-verbaal van 2 september 2017 heeft verklaard dat de bestuurder om 11:40 uur in de auto is gestapt en weggereden.

3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.

4. Het in het kader van het administratief beroep opgevraagde aanvullend proces-verbaal van de betrokken ambtenaar van 2 september 2017 houdt onder meer in als zijn verklaring - zakelijk weergegeven -:

Op 5 april 2017 omstreeks 11:40 uur heeft het voertuig met kenteken [YY-000-Y] een aankondiging van beschikking ontvangen voor het parkeren op de Hoofdstraat te Apeldoorn. De mannelijke bestuurder is om 11:40 uur in de auto gestapt en weggereden.”

5. De verklaring van de ambtenaar houdt het vermoeden in dat voor de betrokken ambtenaar de reële mogelijkheid bestond om tot staandehouding van de bestuurder over te gaan, althans sluit die mogelijkheid niet uit.

6. Nu het naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde door de advocaat-generaal ingebrachte aanvullende proces-verbaal van 25 oktober 2018 van de betrokken ambtenaar op dit punt geen nadere helderheid verschaft en aldus geen afbreuk doet aan voormeld vermoeden, moet het er voor worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de Wahv, door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd. Dit houdt tevens in dat het tot zekerheid gestelde bedrag aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Aan de (als nadere toelichting op het beroep te beschouwen) reactie op de door de advocaat-generaal overgelegde informatie dient een half punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 918,75.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.