Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:9155

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
06-11-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.528/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Claxonneren. Verhouding tussen de overtredingen ‘onnodig geluid veroorzaken’ en ‘signalen geven in andere gevallen (…) dan is toegestaan’.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.260.528/01

CJIB-nummer

: 213480500

Uitspraak d.d.

: 6 november 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 11 april 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 23 oktober 2020. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 370,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets onnodig geluid veroorzaken” (feitcode R522). Deze gedraging zou zijn verricht op 24 december 2017 om 16.16 uur op de Laan van Hoornwijck in 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter het beroep ongegrond heeft verklaard, terwijl uit de motivering van de beslissing van de kantonrechter kan worden afgeleid dat de kantonrechter de feitcode had willen wijzigen. De officier van justitie heeft zich ter zitting over de feitcode uitgelaten. Het lijkt erop dat dat hetgeen door de officier van justitie wordt gesteld klakkeloos wordt overgenomen. Dat de kantonrechter zich verenigt met voorstellen van de officier van justitie is kennelijk zo evident dat deze niet hoeven te worden opgenomen in het dictum. Deze gang van zaken impliceert vooringenomenheid van de kantonrechter en kan niet worden aanvaard. Voorts stelt de gemachtigde dat de gedraging niet met genoemd voertuig kan zijn begaan aanzien de ambtenaar uit eigen waarneming als voertuigkleur “wit” heeft genoteerd, terwijl het voertuig van de betrokkene niet wit is. De gemachtigde heeft een verklaring van de betrokkene bijgevoegd waarin de betrokkene aangeeft dat zijn voertuig volgens het kentekenregister wit is, maar dat dit af fabriek is geleverd in een bruin grijze kleur. BMW levert het voertuig in deze speciale kleur op kenteken als wit omdat er geen eenduidige kleur is te bepalen. Verder voert de gemachtigde aan dat geenszins is gebleken hoe de ambtenaar voertuigen in een stoet heeft kunnen onderscheiden, in die zin dat hij niet kan vaststellen welke bestuurder van welk voertuig onnodige signalen zou hebben gegeven.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daartoe aanleiding geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag en hoorde dat de bestuurder van het voertuig meermaals op zijn claxon drukte zonder dat daar een reden voor was. Ik zag dat de bestuurder met zijn voertuig deel uitmaakte van een stoet voertuigen welke allemaal claxonneerden en met de gevarenlichten aan reden. Kennelijk was het een stoet voertuigen welke een bruiloft vierden gezien het feit dat alle voertuigen behangen waren met slingers en dergelijke. (…)

Opgaven verbalisant

Merk van voertuig: BMW

Type van voertuig: 320I

Kleur van voertuig: wit

Opgaven RDW

Merk van voertuig: BMW

Type van voertuig: 320I

Kleur van voertuig: wit”.

5. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Nu de ambtenaar heeft verklaard dat hij op de pleegdatum een BMW 320I heeft gezien met het kenteken [YY-000-Y] staat voldoende vast dat de ambtenaar daadwerkelijk het voertuig van de betrokkene heeft waargenomen. Uit het zaakoverzicht kan worden afgeleid dat het merk, het type en de kleur van het voertuig door de ambtenaar zelf zijn waargenomen. Dat de ambtenaar voor wat betreft de aanduiding van de kleur van het voertuig heeft aangesloten bij de aanduiding van de kleur in het RDW-register maakt niet dat de ambtenaar wel een ander voertuig moet hebben gezien. Dat de daadwerkelijke kleur van het voertuig afwijkt, terwijl in het RDW-register de kleur van het voertuig is omschreven als “wit” strookt immers met de stelling van de betrokkene dat zijn voertuig op kenteken als wit is geleverd omdat er geen eenduidige kleur is te bepalen.

6. Het hof is van oordeel dat uit de verklaring van de ambtenaar voldoende blijkt dat hij heeft gezien en gehoord dat de bestuurder van voornoemd voertuig, die deel uitmaakte van een stoet, meerdere malen claxonneerde zonder dat daarvoor een reden was en daarmee signalen heeft gegeven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om aan deze waarneming van de ambtenaar te twijfelen. Het hof neemt hierbij het volgende in aanmerking. Enerzijds geeft de ambtenaar een duidelijke verklaring over de wijze waarop hij heeft waargenomen dat de bestuurder van het desbetreffende voertuig meermaals op zijn claxon drukte zonder dat daarvoor een reden was en dat de bestuurder met zijn voertuig deel uitmaakte van een stoet voertuigen die allemaal claxonneerden en met de gevarenlichten aan reden. Anderzijds stelt de gemachtigde dat geenszins is gebleken hoe de ambtenaar de voertuigen in een stoet heeft kunnen onderscheiden. De gemachtigde heeft zijn stelling echter niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Op basis van de gegevens in het zaakoverzicht kan naar het oordeel van het hof worden vastgesteld dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene.

7. De officier van justitie en de advocaat-generaal hebben voorgesteld de feitcode te wijzigen in R419 “signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan”.

8. De bij feitcode R522 behorende gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dat artikel luidt:

“Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.”

9. In de nota van toelichting is over dit artikel het volgende opgenomen:

“Deze bepaling vervangt de artikelen 93, onderdeel f, en 98 van het RVV 1966. Bij het verbod onnodig geluid te veroorzaken moet men met name denken aan het telkens geven van gas bij het stilstaan. Het hierdoor veroorzaakte kabaal is niet alleen vervelend voor de medeweggebruikers maar ook voor aanwonenden.”1

10. Artikel 28 van het RVV 1990 luidt:

“Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending van dreigend gevaar.”

11. In de nota van toelichting is over dit artikel het volgende opgenomen:

“Hiervoor werd reeds aangegeven dat de formulering het gebruik van signalen in andere gevallen dan ter afwending van dreigend gevaar, uitsluit. Daaruit volgt impliciet dat het geven van signalen niet langer mag geschieden dan voor dat doel noodzakelijk is”.2

12. Artikel 31 van het RVV 1990 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Signalen mogen niet worden gegeven (…) in andere gevallen of op andere wijze dan bij of krachtens de artikelen in deze paragraaf is bepaald.”

13. Uit de tekst van de artikelen 28, 31 en 57 van het RVV 1990 en de op eerst- en laatstgenoemde bepaling gegeven toelichting volgt dat het geven van geluidssignalen niet wordt beheerst door het bepaalde in artikel 57 van het RVV 1990, maar door het bepaalde in de artikelen 28 en 31 van het RVV 1990.

14. Het voorgaande brengt mee dat het onderhavige claxonneren niet de gedraging “als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser c.q. snorfietser onnodig geluid veroorzaken”

(feitcode R522) oplevert.

15. Gelet op het voorgaande ziet het hof aanleiding om de feitcode te wijzigen in feitcode R419 die hoort bij de gedraging “signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan”. Volgens vaste jurisprudentie van het hof is het geoorloofd om de feitcode te wijzigen indien de betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad. Nu het aan de gewijzigde kwalificatie ten grondslag liggende feitencomplex hetzelfde blijft en daarnaast de hoogte van het bedrag van de sanctie van laatstgenoemde gedraging lager is, te weten € 90,- , dan het bedrag van de sanctie van de in de inleidende beschikking genoemde gedraging, is het hof van oordeel dat de betrokkene door de wijziging van de feitcode niet in zijn belangen is geschaad.

16. De beslissing van de kantonrechter is ten aanzien van de wijziging van de feitcode naar het oordeel van het hof zodanig innerlijk tegenstrijdig en onvolledig dat deze beslissing zich niet leent voor een verbeterde lezing. Gelet hierop en gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaren en die beslissing wijzigen in dier voege dat daarbij de inleidende beschikking wordt gewijzigd als hieronder vermeld. Verder zal het hof bepalen dat hetgeen teveel aan zekerheid is gesteld, moet worden gerestitueerd.

17. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal twee procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 525,- (2 x € 525,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de beslissing van de officier van justitie in dier voege dat de inleidende beschikking in zoverre wordt gewijzigd dat de omschrijving van de gedraging en de bijbehorende feitcode worden vastgesteld op: “signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan”, feitcode R419 en het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op € 90,-;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv teveel tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 280,-, door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 525,-.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

1 Nota van toelichting bij het besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van een nieuw Reglement verkeersregels en verkeerstekens (Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)), Stb.1990, 459, p. 121.

2 Nota van toelichting bij het besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van een nieuw Reglement verkeersregels en verkeerstekens (Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)), Stb.1990, 459, p. 109.