Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7973

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
19-10-2020
Zaaknummer
200.280.331/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten uithuisplaatsing. Hof houdt de zaak voor de tweede maal aan. De situatie is nog te kwetsbaar om nu tot thuisplaatsing over te gaan. De gesloten plaatsing wordt deels bekrachtigd (voor een korte duur) en voor de resterende duur wordt een voorwaardelijke machtiging verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.280.331/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 198802)

beschikking van 24 september 2020

inzake

[verzoeker] ,

verblijvende in de [A] te [B] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. M.S. de Groene te Groningen,

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de GI.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende te [C] ,

verder te noemen: de moeder.

Als informant is aangemerkt:

[de vader] ,

wonende op een bij het hof bekend adres,

verder te noemen: de vader.

1 Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Voor het verloop van het geding tot 27 augustus 2020 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- stukken van de GI, ingekomen bij het hof op 11 september 2020;

- een brief van mr. De Groene van 16 september 2020;

- een brief van de moeder van 18 september 2020.

2 De motivering van de beslissing

2.1

Het hof blijft bij wat is overwogen en beslist in de (tussen)beschikking van 27 augustus 2020, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.

2.2

In die beschikking heeft het hof geoordeeld dat [verzoeker] op dat moment nog niet thuisgeplaatst kon worden, maar dat hij wel, bij het doorzetten van de positieve ontwikkeling, zicht moet hebben op een kortere duur van de machtiging gesloten uithuisplaatsing dan de door de GI verzochte duur (tot 26 december 2020). Het hof heeft daarom de bestreden beschikking bekrachtigd voor zover dit gaat over de periode tot 1 oktober 2020, de beslissing over de machtiging voor de resterende duur aangehouden en de GI verzocht bij het hof de voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging tot gesloten jeugdhulp benodigde informatie op te sturen.

2.3

Op grond van de na de tussenbeschikking ontvangen informatie van de GI en de reactie hierop van de advocaat van [verzoeker] en de moeder, overweegt het hof als volgt.

Uit de stukken blijkt dat er nog altijd sprake is van een zeer kwetsbare situatie. Er zijn nog grote zorgen over (de ontwikkeling van) [verzoeker] . Zo blijkt dat [verzoeker] nog regelmatig blowt, meer dan het hof tijdens de zitting had begrepen, en dat hij nu aan het afbouwen is. Daarnaast heeft het systeem nog veel ondersteuning nodig en is er nog onvoldoende draagvlak voor de voorwaarden waaronder [verzoeker] volgens de GI, en zoals hierna blijkt ook volgens het hof, weer thuis kan wonen.

Na de tussenbeschikking van het hof heeft er een intakegesprek plaatsgevonden voor de Relationele Gezinstherapie (RGT). Tijdens dat gesprek is aangegeven dat het traject drie maanden in beslag zal nemen en dat [verzoeker] in die drie maanden volledig thuis gaat wonen. Volgens de GI zou de voorwaardelijke machtiging dus in kunnen gaan vanaf half november 2020. Het hof deelt deze visie van de GI. Het hof had weliswaar in zijn tussenbeschikking als streefdatum 1 oktober 2020 genoemd, maar gezien de nadien ingekomen stukken vindt het hof de situatie nu nog te kwetsbaar en acht het hof het beter om - voordat [verzoeker] kan worden teruggeplaatst - eerst nog verder toe te werken naar versteviging van enerzijds het systeem en anderzijds volledige afbouw van het drugsgebruik van [verzoeker] . Door het zo te plannen denkt het hof dat de thuisplaatsing van [verzoeker] de meeste kans van slagen heeft.

2.4

Gelet op het bovenstaande zal het hof de bestreden beschikking tot 21 november 2020 bekrachtigen en vanaf die datum een voorwaardelijke machtiging verlenen. Het hof is het eens met de door de GI gestelde voorwaarden, te weten:

1) [verzoeker] werkt mee aan de RGT behandeling;

2) [verzoeker] werkt mee aan de CGT behandeling;

3) [verzoeker] komt niet in aanraking met politie, met of zonder bewijsvoering;

4) [verzoeker] pleegt geen strafbare feiten;

5) [verzoeker] komt niet in aanraking met middelen. Hieronder valt: drugs, overmatig alcoholgebruik, helium, etc.;

6) [verzoeker] heeft een zinvolle dag-invulling: school, werk en/of stage;

7) [verzoeker] houdt zich aan de huisafspraken die gelden bij zijn moeder en bij zijn vader;

8) [verzoeker] houdt zich aan de afspraken met en vanuit de hulpverlening.

Het hof ziet geen aanleiding om, zoals door [verzoeker] aangevoerd, voorwaarde 3 te laten vervallen omdat deze te ruim is geformuleerd en omdat deze overbodig is gelet op voorwaarde 4. Met betrekking tot de stelling van [verzoeker] dat hij voorwaarde 5 lastig vindt omdat hij niet in één keer kan stoppen, is het hof van oordeel dat hij nog tot medio november 2020 de mogelijkheid heeft om verder af te bouwen. Het hof deelt de visie van de GI dat [verzoeker] - ook gezien zijn verleden van middelengebruik - vanaf zijn thuisplaatsing niet meer in aanraking mag komen met middelen.

2.5

De GI heeft verzocht de voorwaardelijke machtiging te verlenen voor een periode van zes maanden. Het hof kan de machtiging niet voor deze volledige periode verlenen, nu bij de bestreden beschikking - conform het inleidend verzoek van de GI - de machtiging tot gesloten jeugdhulp is verleend voor de periode van 26 juni 2020 tot 26 december 2020 en in hoger beroep alleen de verlening van de machtiging voor die periode ter beoordeling aan het hof voorligt. Het hof zal dan ook de voorwaardelijke machtiging verlenen voor de periode tot 26 december 2020. Indien de GI de machtiging voor een langere periode noodzakelijk acht, zal de GI hiertoe een verzoek bij de kinderrechter moeten indienen.

3 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof als volgt beslissen.

4 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 28 mei 2020, voor zover deze zich uitstrekt over de periode tot 21 november 2020 en vernietigt deze beschikking voor het overige deel (namelijk de periode van 21 november 2020 tot 26 december 2020) en opnieuw rechtdoende:

verleent aan de GI - op basis van de onder 2.4 genoemde voorwaarden - een voorwaardelijke machtiging tot opname en verblijf van [verzoeker] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de periode van 21 november 2020 tot 26 december 2020;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, M.A.F. Veenstra en I.A. Vermeulen, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 24 september 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.