Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7815

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
200.266.268
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep; verstekarrest; internationale verkoop door Ierse LTD van “D pony”; internationale bevoegdheid; toepasselijk recht; bestuurder LTD en derde geen medeverkopers.

artikel 38 Ierse Companies Act 2014 (Number 38 of 2014)

artikel 7 aanhef en lid 1 sub a) en b) EEX-Vo.

artikelen 4 lid 1, aanhef en sub a en 10 lid 1 Vo. Rome I.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.266.268/01

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, NL18.19831)

arrest van 29 september 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MillHill B.V.,

gevestigd te Oosterbeek, gemeente Renkum,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: MillHill,

advocaat: mr. S.A. Wensing,

tegen:

1. de ontbonden vennootschap naar Iers recht

Hawthorn Bloodstock Limited,

2 [geïntimeerde2] en

3 [geïntimeerde3],

voorheen gevestigd respectievelijk wonende te Co Kildare, Ierland,

allen nu zonder bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland en daarbuiten,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: verweerders,

hierna tezamen: Hawthorn c.s. en afzonderlijk: Hawthorn, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] ,

niet verschenen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het verstekvonnis van 19 april 2019 dat de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, tussen partijen heeft gewezen (verder: het verstekvonnis).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 17 juli 2019,

- een herstelexploot van 11 oktober 2019,

- de verstekverlening tegen Hawthorn c.s.,

- de memorie van grieven.

2.2

Vervolgens heeft MillHill de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

Deze zaak gaat over de verkoop door een verkoper in Ierland van een pony aan een koper in Nederland.

3.1

In 2017 was [A] , bestuurder van MillHill, voor zijn dertienjarige dochter op zoek naar een “D-pony” om hiermee op het (internationale) springniveau te acteren en haar sportcarrière naar een hoger niveau te brengen.

3.2

Hij is toen in contact geraakt met [geïntimeerde2] , die de destijds negenjarige pony “Whos Bits N Pieces” aanbood als afgericht op hoog internationaal springniveau en geschikt als “D-pony”. [A] heeft hem te kennen gegeven dat de pony geschikt moest zijn voor internationale springwedstrijden als “D-pony”. [geïntimeerde2] heeft dit gegarandeerd. Na een röntgenologische keuring d.d. 10 oktober 2017 is de pony gekocht voor € 95.000.

3.3

Voor de pony heeft Hawthorn, bestuurd door [geïntimeerde2] , op 26 oktober 2017 aan MillHill de koopprijs gefactureerd onder de toevoeging:
“Declaration D pony status

We, [geïntimeerde2] and [geïntimeerde3] , hereby declare Who’s Bits N Pieces that the Skewbald Gender Mare pony Cavalier Two For Joy, Dam No. / Name / Aldow, Sire of Dam No. / Name / Dow Jones Courcel, qualifies as a "D pony". The "buyer” will ensure that the pony will be measured by the Dutch Federation at his expense. Once Pony Leaves Sellers yard it is of the Full responsibiluty of purchasers. Upon receipt of a valid Dutch D certificate/Passport and is the pony proven to be classified as a "D pony", will the sale be finalised. If after formal measurement, the pony is found not to be classified as a "D pony", the purchase agreement is terminated. The pony will be returned and the purchase price will be fully refunded to the buyer Mill Hill B.V. represented by [A] . Any costs incurred for the ponies return to its original address, will be will be shared equally.”

[geïntimeerde3] was, evenals [geïntimeerde2] , een professionele springruiter die meedeed aan (internationale) springwedstrijden.

3.4

MillHill heeft de koopprijs aan Hawthorn betaald, de pony is afgeleverd te Afferden en de dochter is met de pony, na acclimatisatie, gaan trainen.

3.5

Na het binnenseizoen merkte de dochter in het voorjaar van 2018 dat de pony niet over de sloot kon springen en ontstonden er problemen met het parcours bij de sloot. Dierenarts P. Weyts constateerde bij onderzoek van de pony op 5 juni 2018 volgens zijn verslag:

Artrose van beide kogels met chip links vooor op voorzijde

Uitwendige kenmerken: verdikte kogels met overvilling van synovia in gewricht , maar ook

in peesschedes op voor en achterzijde.

Aanspannen van linker kogel is pijnlijk.”,

“Buigproef Kogel LV 3”, wat een risico is, en gaf als prognose:

“2-Défavorable

Een duidelijke osteoartrose van kogel zal in de toekomst regelmatig moeten behandeld

worden (infiltraties)

Eventuele chirugie kan zich mogelijks opdringen.

Complete uitval valt niet uit te sluiten, vervroegd stoppen van sportcarriere.”

3.6

Bij brief van 6 augustus 2018 heeft (de advocaat namens) MillHill aan Hawthorn “Attn. mr. [geïntimeerde2] ” de koopovereenkomst ontbonden verklaard respectievelijk vernietigd. [geïntimeerde2] heeft op 9 augustus 2018 via de IPhone vanaf e-mailadres joshkerrigan@hotmail.com geantwoord dat hij erop zou terugkomen om een oplossing te zoeken. Vervolgens is elke reactie uitgebleven.

4 Het geschil, de beslissing in eerste aanleg en de grief

4.1

Op vordering van MillHill heeft de rechtbank in het verstekvonnis de volgens haar tussen MillHill en Hawthorn gesloten koopovereenkomst ontbonden en alleen Hawthorn veroordeeld om aan eiseres te betalen:

- de koopprijs van € 95.000, met de wettelijke rente,

- de kosten ten behoeve van de stalling, training en verzorging van de pony tot aan de dag dat de pony weer aan verweerders wordt overgedragen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met de wettelijke rente,

- de kosten voor medisch onderzoek en urgente behandeling, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met de wettelijke rente en

- de proceskosten.

Dezelfde vorderingen tegen [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] heeft de rechtbank als ongegrond afgewezen met de motivering:
“nu uit de door eiseres gestelde feiten en overgelegde producties niet kan worden afgeleid dat de verweerders sub 2 en 3 als medeverkopers moeten worden aangemerkt en anderszins geen gronden zijn aangevoerd op grond waarvan zij (al dan niet hoofdelijk) medeaansprakelijk zijn.”

4.2

Tegen die afwijzing richt MillHill haar (enige grief in) hoger beroep. MillHill houdt [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] beiden als medeverkopers naast Hawthorn (niet uit anderen hoofde) hoofdelijk of mede aansprakelijk.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

niet-ontvankelijk hoger beroep tegen Hawthorn

5.1

De rechtbank heeft het door MillHill gevorderde tegen Hawthorn toegewezen. Daartegen is het hoger beroep niet gericht; het strekt op dit punt juist uitdrukkelijk tot instandhouding van het verstekvonnis. Daarom zal MillHill niet-ontvankelijk worden verklaard in haar appel tegen Hawthorn.

internationale bevoegdheid

5.2

[geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] hadden tijdens de procesinleiding (in eerste aanleg) hun woonplaats in Ierland. Het gaat hier om de koop en verkoop van een roerende lichamelijke zaak die volgens de overeenkomst geleverd werd in Afferden, Nederland. Nu niet anders blijkt overeengekomen, is Afferden de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de onderhavige eis ten grondslag ligt. Volgens artikel 7 aanhef en lid 1 sub a) en b) EEX-Vo. kan een persoon ( [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] ) die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat (Ierland), in een andere lidstaat (Nederland) worden opgeroepen ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst, voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (Afferden). De rechtbank heeft dus terecht internationale bevoegdheid aangenomen.

toepasselijk recht

5.3

Volgens artikel 4 lid 1, aanhef en sub a Vo. Rome I wordt (bij gebreke van een rechtskeuze overeenkomstig artikel 3 en onverminderd de artikelen 5 tot en met 8) de

overeenkomst voor de verkoop van roerende zaken beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Dat is Ierland en daarom is Iers recht van toepassing op de koopovereenkomst tussen MillHill en Hawthorn.

De kwestie of [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] medeverkopers zijn, zoals MillHill aanvoert, gaat over het bestaan van een overeenkomst met hen en wordt ingevolge artikel 10 lid 1 Vo. Rome I beheerst door het recht dat ingevolge deze verordening toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn, dus hier naar Iers recht.

[geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] medeverkopers?

5.4

Volgens MillHill (in de memorie van grieven sub 11) is de koopovereenkomst gesloten met Hawthorn. Zij is een LTD Company naar Iers recht, dat wil zeggen een private company limited by shares. Een dergelijke LTD Company kan worden beschouwd als een rechtspersoon naar (in dit geval) Iers recht. Artikel 38 van de Ierse Companies Act 2014 (Number 38 of 2014) houdt, ook in the Revised Act (http://revisedacts.lawreform.ie/eli/2014/act/38/front/revised/en/html) in:

Capacity of private company limited by shares

38. (1) Subject to subsection (2), notwithstanding anything contained in its constitution a

company shall have, whether acting inside or outside of the State—

(a) full and unlimited capacity to carry on and undertake any business or activity, do

any act or enter into any transaction; and

(b) for the purposes of paragraph (a), full rights, powers and privileges.

(2) Nothing in subsection (1) shall relieve a company from any duty or obligation under

any enactment or the general law.”

Een wederpartij van zo’n LTD Company moet dan dus niet te snel willen aannemen dat haar bestuurder ( [geïntimeerde2] ) en/of een derde ( [geïntimeerde3] ) zich zo maar naast die LTD Company zou

(-den) willen verbinden.

MillHill houdt [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] uitsluitend als medeverkopers naast Hawthorn hoofdelijk of mede aansprakelijk.

5.5

De eerste contacten vonden plaats tussen [A] en aanbieder [geïntimeerde2] .

In de factuur van Hawthorn verklaren [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] dat de pony kwalificeert als een "D pony".

Wanneer de pony “Sellers yard” verlaat, slaat dit op het terrein van “Sellers”. Dit is een onduidelijke genitivus: de tweede naamval enkelvoud van seller is: seller’s, die in het meervoud is: sellers’. Maar wat er nu staat (“Sellers”) zegt zonder apostrof (vóór of na de letter s) niets over enkel- of meervoud.

De bepaling in de factuur van de gevolgen voor het geval de pony niet kwalificeert als "D pony" duidt niet op meer verkopers naast Hawthorn.

Dat [geïntimeerde2] vanaf de IPhone met e-mailadres [geïntimeerde2] @hotmail.com reageerde op de aanschrijving aan Hawthorn, wijst niet op een eigen contractuele betrokkenheid, juist omdat de aanschrijving aan Hawthorn ter attentie van [geïntimeerde2] plaatsvond en hij bestuurder was van Hawthorn.

5.6

Het enige wat op meervoud duidt, is de verklaring van [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] in de factuur dat de pony kwalificeert als een "D pony". Die verklaring kan echter ook worden bezien tegen de achtergrond van het feit dat beiden professionele springruiters waren die meededen aan (internationale) springwedstrijden. Bovendien blijft onduidelijk waarom [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] zich naast Hawthorn zouden hebben willen verbinden als verkopers. Weliswaar werd het eerste contact gelegd tussen [A] (van MillHill) en [geïntimeerde2] (van Hawthorn), maar de factuur zelf duidt op een transactie tussen enkel die beide vennootschappen. En ook de ontbindings- en vernietigingsbrief was alleen maar gericht aan Hawthorn, hetgeen erop duidt dat (de advocaat van) MillHill toen nog enkel Hawthorn als verkoper aanmerkte. De vorderingen tegen [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] komen het hof dan ook ongegrond voor, zodat deze terecht zijn afgewezen.

5.7

MillHill heeft geen feiten en/of omstandigheden te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot een andere beslissing moeten leiden. Daarom wordt haar bewijsaanbod gepasseerd.

6 De slotsom

6.1

In haar hoger beroep tegen Hawthorn zal MillHill niet-ontvankelijk worden verklaard.

6.2

Het hoger beroep van MillHill tegen [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] wordt verworpen, zodat het verstekvonnis zal worden bekrachtigd.

6.3

In het hoger beroep van MillHill tegen Hawthorn c.s. wordt MillHill in het ongelijk gesteld en daarom in hun proceskosten in hoger beroep veroordeeld, die op nihil worden gesteld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart MillHill niet-ontvankelijk in haar hoger beroep van het verstekvonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 19 april 2019 voor zover gewezen tussen MillHill en Hawthorn;

bekrachtigt dat verstekvonnis voor zover gewezen tussen MillHill enerzijds en [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] anderzijds;

veroordeelt MillHill in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Hawthorn c.s. vastgesteld nihil;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, L.M. Croes en J. Sap, is ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 29 september 2020.