Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7690

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.240.837/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De mededeling 'niet staandegehouden vanwege werkzaamheden bij evenement' is onvoldoende om vast te stellen dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.240.837/01

CJIB-nummer

: 199581079

Uitspraak d.d.

: 24 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 24 april 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Wel is aanvullende informatie in het geding gebracht.

De gemachtigde van de betrokkene heeft hierop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 juli 2016 om 13:00 uur op de Anderlechtlaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat niet is gebleken dat de ambtenaar de bestuurder niet kon staande houden. De verklaring van de ambtenaar dat hij vanwege ‘overige werkzaamheden’ niet kon staande houden is geen geldige reden. Er is dan ook ten onrechte op kenteken bekeurd.

3. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Opmerkingen ambtenaar 1: Betrokkene blokkeerde het verkeer dat reeds op de rotonde reed. Betrokkene deed dit om het verkeer dat de voorrangsrotonde op wilde rijden ongehinderd hun weg te laten vervolgen zonder dat deze richting voorrang had. Voor de rotonde waren haaientanden op het wegdek gelden voor het verkeer dat de rotonde op wilde rijden. (…)
Reden geen staandehouding: ivm overige werkzaamheden tbv ride of the century.”

5. Uit het zaakoverzicht volgt dat de ambtenaar de betrokkene niet heeft staandegehouden vanwege overige werkzaamheden ten behoeve van ride of the century. Het hof is van oordeel dat hieruit onvoldoende blijkt dat zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding voordeed. De ambtenaar heeft niet aangegeven wat de overige werkzaamheden met betrekking tot ride of the century precies inhielden en het openbaar ministerie heeft hieromtrent geen nadere informatie bij de ambtenaar opgevraagd. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de Wahv, door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen.
6. Het voorgaande brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Beslist wordt daarom als hierna is vermeld.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Aan de reactie op de door de advocaat-generaal ingebrachte stukken dient een half punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 918,75

(= 3,5 x € 525,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.