Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7603

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22-09-2020
Datum publicatie
24-09-2020
Zaaknummer
200.242.794
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil over de koop en levering van ioniserende lampen. Het hof oordeelt dat een deel van de geleverde lampen gebrekkig is waardoor gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst gerechtvaardigd is en verkoper gehouden is een deel van de koopsom terug te betalen en schade te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.242.794

(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Apeldoorn, 5607249)

arrest van 22 september 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FreshlightAgri B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: FreshLightAgri,

advocaat: mr. A. Thissen,

tegen:

de maatschap

[geïntimeerde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R. Benneker.

1 Het procesverloop

1.1

Uit het op 22 oktober 2019 in deze zaak uitgesproken tussenarrest blijkt welke andere processtukken er op die dag in het dossier lagen. In het tussenarrest heeft het hof bepaald dat een comparitie van partijen zal worden gehouden. Die zitting is op 12 augustus 2020 gehouden. Voorafgaand aan de zitting heeft FreshlightAgri een akte overlegging producties aan het hof toegezonden en [geïntimeerde] een antwoordakte. Van de zitting is een verslag (proces-verbaal) gemaakt. Dit verslag is op 18 augustus 2020 aan partijen toegezonden en aan het dossier toegevoegd. Het hof heeft op 26 augustus 2020 een fax ontvangen van de advocaat van [geïntimeerde] waarin hij een aantal opmerkingen heeft gemaakt over de inhoud van het verslag.

2 Wat er aan de procedure bij het hof voorafging

Gebeurtenissen die vaststaan

2.1

FreshlightAgri heeft aan [geïntimeerde] verkocht en geleverd 128 Aurora-10W lampen (hierna: Aurora lampen), 128 Ion Bulb lampen (hierna: Bulb lampen) en 260 afdichtkappen VLU armatuur (hierna: afdichtkappen). De koopprijs voor de lampen bedraagt € 21.373,44 en is in rekening gebracht door middel van twee facturen van ieder € 10.686,72. De eerste factuur is door [geïntimeerde] betaald, de tweede factuur niet. De koopprijs voor de afdichtkappen bedraagt € 377,52. De factuur waarmee dit bedrag in rekening is gebracht, is niet betaald en later gecrediteerd.

De procedure voor de rechtbank

2.2

[geïntimeerde] heeft FreshlightAgri bij dagvaarding van 19 december 2016 gedagvaard. Zij heeft in de daaropvolgende procedure FreshlightAgri verweten gebrekkige lampen te hebben geleverd en (onder meer) gevorderd dat FreshlightAgri wordt veroordeeld tot terugbetaling van het eerste deel van de koopprijs en tot vergoeding van de schade die [geïntimeerde] als gevolg van de gebrekkige lampen heeft geleden.

FreshlightAgri heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd en zelf een tegenvordering ingesteld die inhoudt dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van het tweede deel van de koopprijs. Tegen deze vordering heeft [geïntimeerde] op haar beurt verweer gevoerd.

De kantonrechter heeft de vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en de tegenvordering van FreshlightAgri afgewezen en haar veroordeeld in de proceskosten.

3 De beoordeling in het hoger beroep

Samenvatting en beslissing

3.1

Partijen twisten over de kwaliteit van de door FreshlightAgri geleverde Aurora lampen. Volgens [geïntimeerde] zijn deze gebrekkig omdat zij binnen een jaar na levering uitvallen terwijl de lampen een levensduur zouden hebben van 50.000 lichturen. Volgens FreshlightAgri zijn de Aurora lampen niet gebrekkig, maar wordt de uitval veroorzaakt door de elektrotechnische installatie van [geïntimeerde] .

3.2

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de lampen gebrekkig zijn en dat [geïntimeerde] daarom de met FreshlightAgri gesloten overeenkomst mocht ontbinden en recht heeft op terugbetaling van € 10.686,72. Daarnaast heeft de kantonrechter geoordeeld dat FreshlightAgri aan [geïntimeerde] een schadevergoeding moet betalen van € 9.018,36.

3.3

Het hof oordeelt gedeeltelijk anders: de Aurora lampen zijn gebrekkig, maar de Bulb lampen zijn dat niet. Er is daarom geen reden om de gehele koopovereenkomst te ontbinden. Ontbinding is gerechtvaardigd voor het deel van de overeenkomst dat ziet op de Aurora lampen. Dit brengt mee dat FreshlightAgri niet het gehele bedrag van € 10.686,72 hoeft terug te betalen, maar alleen het deel dat betrekking heeft op de Aurora lampen. Het betekent ook dat [geïntimeerde] nog een deel van de tweede factuur van € 10.686,72 moet betalen, namelijk het deel dat betrekking heeft op de Bulb lampen. Het hof oordeelt verder dat [geïntimeerde] recht heeft op vergoeding van de schade die zij als gevolg van de gebrekkige Aurora lampen heeft geleden. Anders dan de kantonrechter stelt het hof deze schade niet vast op € 9.018,36, maar op € 6.000,00. Hierna legt het hof uit hoe het tot dit oordeel is gekomen.

Tekortkoming en ontbinding

3.4

Bij het sluiten van de overeenkomst heeft FreshlightAgri [geïntimeerde] erop gewezen dat ioniserende lampen gevoelig zijn voor piek- en onderspanning. Daarom heeft zij [geïntimeerde] geadviseerd om haar elektrotechnische installatie te voorzien van een piekspanningsbeveiligingsinstallatie en heeft zij voor de uitvoering daarvan een voorstel gedaan. [geïntimeerde] heeft van dit voorstel geen gebruik gemaakt. Daarmee is echter niet aangetoond dat er geen beveiliging is aangebracht. [geïntimeerde] stelt immers dat zij de voorgestelde beveiliging door een ander heeft laten aanbrengen. Uit de door haar overlegde verklaring van de heer [X] van 1 mei 2017 (productie 13 conclusie van antwoord in reconventie) blijkt ook dat de elektrotechnische installatie van [geïntimeerde] voorzien is van een beveiliging tegen overspanning en piekspanning. Het merk en de kwaliteit van de door [geïntimeerde] geïnstalleerde installatie zijn gangbaar. Weliswaar is niet duidelijk of deze beveiliging voldoet aan de eisen die FreshlightAgri daaraan blijkbaar stelt, maar dat kan [geïntimeerde] niet worden tegengeworpen. FreshlightAgri had dan specifiekere instructies moeten geven voor het type beveiliging dat bij ioniserende lampen moet worden toegepast. Dat heeft zij niet gedaan, zij heeft alleen een bepaald (ander) merk voorgesteld. Dit terwijl namens FreshlightAgri ter zitting is gezegd dat de ledlampen die zij gebruikt in de Auroralampen zeer gevoelig zijn. Evenmin heeft zij voorafgaand aan de levering gecontroleerd of de installatie (inmiddels) afdoende beveiligd was. In het licht van deze omstandigheden kan zij niet worden gevolgd in haar verweer dat, mocht de uitval worden veroorzaakt door het optreden van overspanning en/of piekspanning, dat voor rekening van [geïntimeerde] komt. Een mogelijke andere oorzaak voor de uitval, zoals slechte (oude) bedrading of invloed van vocht, is niet gebleken. Nu bovendien de getuige [Y] , destijds werkzaam bij FreshlightAgri als adviseur duurzaam ondernemen, heeft verklaard dat nog binnen een jaar 50 van de 128 Aurora lampen moesten worden vervangen, terwijl door FreshlightAgri was meegedeeld dat zij een levensduur van 50.000 uur zouden hebben, oordeelt het hof dat deze lampen behept moeten zijn geweest met gebreken waar [geïntimeerde] geen rekening mee hoefde te houden. FreshlightAgri is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting deugdelijke Aurora lampen te leveren. Op grond van deze tekortkoming kan de overeenkomst gedeeltelijk worden ontbonden, namelijk voor het deel dat ziet op de levering van de Aurora lampen. Het daarvoor benodigde verzuim is ingetreden zonder (nadere) ingebrekestelling. [geïntimeerde] hoefde, gelet op het grote aantal uitgevallen Aurora lampen waarbij vervangen niet hielp, niet langer te accepteren dat FreshlightAgri deze bleef vervangen. Een nadere ingebrekestelling kon dan ook niet van [geïntimeerde] worden gevergd.

3.5

Ten aanzien van de geleverde Bulb lampen geldt het volgende. Deze lampen hebben blijkbaar zonder problemen gefunctioneerd. Voor het deel van de overeenkomst dat ziet op de levering van de Bulb lampen is dan ook geen grond voor ontbinding aanwezig. Haar stelling dat de overeenkomst zich niet leent voor gedeeltelijke ontbinding, omdat de Bulb lampen niet veilig meer kunnen worden gebruikt vanwege het ontbreken van afdekkappen, heeft [geïntimeerde] onvoldoende onderbouwd. Daarnaast is niet gebleken, hetgeen door [geïntimeerde] wel is aangevoerd, dat de Bulb lampen geen dienst meer kunnen bewijzen vanwege het feit dat deze lampen bij gebreke van licht niet kunnen worden gehandhaafd.

3.6

Voor wat betreft de geleverde afdekkappen kan in het midden blijven of deze gebrekkig waren of niet, en of deze deel uitmaakten van de koopovereenkomst van de lampen dan wel geleverd zijn op basis van een afzonderlijke koopovereenkomst. FreshlightAgri heeft de afdekkappen teruggenomen en de nog onbetaalde factuur gecrediteerd waarmee dit onderdeel van de zaak verder niet van invloed is op de beoordeling van het geschil.

Causaal verband

3.7

De uitval van de Aurora lampen bracht mee dat de lichthoeveelheid in de stal niet constant is geweest. Bovendien ontstond daardoor ook de noodzaak de stal regelmatig met een ladder te betreden voor het vervangen van lampen. [geïntimeerde] heeft gesteld dat de onregelmatige lichttoevoer en het frequent betreden van de stal geleid hebben tot verstoring van het legproces van de kippen. Deze verstoring heeft, aldus [geïntimeerde] , de eierproductie negatief beïnvloed en daarmee geleid tot schade die bestaat uit een verminderde verkoopopbrengst. De getuige [Z] heeft de stelling van [geïntimeerde] bevestigd. FreshlightAgri heeft de verstoring van het legproces als gestelde oorzaak van de schade daartegenover onvoldoende gemotiveerd betwist. Dat deze verstoring geleid heeft tot een verminderde eierproductie heeft [geïntimeerde] dan ook voldoende aannemelijk gemaakt. Naar het oordeel van het hof staat de aanwezigheid van causaal verband tussen tekortkoming en beweerde schade daarmee vast.

De schade

3.8

[geïntimeerde] vordert € 9.018,36 aan schadevergoeding en baseert dit bedrag op een verminderde eierproductie van de legronde dat de Auroralampen aanwezig waren van 5,33 eieren per kip. [geïntimeerde] komt aan dit aantal eieren door het aantal geproduceerde eieren in de stal met de Aurora lampen (stal 1) te vergelijken met het aantal geproduceerde eieren in de stal zonder Aurora lampen (stal 2). [geïntimeerde] stelt dat de gemiddelde opbrengst van een ei € 0,06 bedraagt en dat in de betreffende legronde 28.200 kippen in stal 1 aanwezig waren. Hij berekent aldus een schade van € 9.018,36 (28.200 maal 5,33 maal 0,06). [geïntimeerde] stelt dat een vergelijking tussen de productie in stal 1 met die van stal 2 mogelijk is omdat, behoudens de lampen, de verdere inrichting van en omstandigheden in de stallen gelijk zijn. FreshlightAgri betwist dit en heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de door [geïntimeerde] gehanteerde schadeberekening en ook overigens aangevoerd dat de beweerde verschillen tussen de eieropbrengst in stal 1 en stal 2 te klein zijn om deze als significant aan te merken; de verschillen kunnen ook door toeval ontstaan zijn.

3.9

Het hof stelt voorop dat het niet zonder meer valt uit te sluiten dat er, naast de uitval van de Aurora lampen, ook nog andere oorzaken aanwezig kunnen zijn voor een verminderde eierproductie in stal 1. Zo heeft [Z] als getuige verklaard dat er, zelfs in gevallen waarin de omstandigheden identiek zijn, over een langere periode sprake kan zijn van een afwijking van 1 ei per leghen. Productieverschillen tussen kippen zullen er vrijwel altijd zijn. FreshlightAgri heeft gemotiveerd betoogd dat stal 1 en stal 2 niet volledig identiek zijn. Of dit ook zo is, valt op basis van de stukken echter niet vast te stellen. Dat neemt niet weg dat eventuele (geringe) verschillen tussen stal 1 en stal 2 niet zijn uit te sluiten. Om een goede vergelijking tussen de stallen te kunnen maken, had [geïntimeerde] , zo heeft FreshlightAgri aangevoerd, niet alleen de uitval- en productiecijfers moeten aanleveren van de legronde waarin de Aurora lampen zijn gebruikt , maar ook van andere legrondes. Eén legronde is volgens haar onvoldoende om conclusies te kunnen trekken over een vermindering van de eierproductie.

3.10

Al het voorgaande brengt mee dat de berekeningswijze van [geïntimeerde] niet de enkele basis kan vormen voor een vaststelling van de gelede schade en de mate waarin deze aan FreshlightAgri kan worden toegerekend. Dit in ogenschouw nemend schat het hof de schade van [geïntimeerde] op € 6.000,00. Dit bedrag acht het hof het meest in overeenstemming met de aard van de schade en de oorzaak daarvan.

3.11

[geïntimeerde] beroep op ontbinding wegens tekortkoming wordt dus slechts ten dele toegewezen, waardoor zij meer dan de helft van de koopsom uiteindelijk verschuldigd is. Als [geïntimeerde] al gevolgd zou moeten worden in haar stellingen omtrent de koop op proef, heeft zij niet aangegeven waarom de Bulb lampen haar niet voldoen, zodat in zoverre de mogelijkheid om deze zaken te weigeren, is vervallen.

3.12

Het door FreshlightAgri aan [geïntimeerde] terug te betalen bedrag ter zake de Aurora lampen stelt het hof vast op basis van de als productie 29 bij memorie van antwoord overgelegde factuur van 1 september 2015. Deze factuur vermeldt een prijs voor de Aurora lampen van € 7.552,00 exclusief btw, oftewel € 9.137,92 inclusief btw. Van dit bedrag is de helft, € 4.568,96, door [geïntimeerde] betaald. Dit bedrag moet FreshlightAgri aan [geïntimeerde] terugbetalen. De factuur vermeldt verder een prijs voor de Bulb lampen van € 10.112,00 exclusief btw, oftewel € 12.235,52 inclusief btw. Hiervan is de helft, € 6.117,76, door [geïntimeerde] betaald. Dit bedrag hoeft FreshlightAgri niet terug te betalen. [geïntimeerde] moet daarentegen de andere helft van het bedrag, dat door FreshlightAgri in rekening is gebracht door middel van haar factuur 3 maart 2016 (productie 3 bij conclusie van antwoord) nog wel aan FreshlightAgri betalen.

Rente en kosten

3.13

In conventie heeft [geïntimeerde] aanspraak gemaakt op vergoeding van wettelijke (handels)rente over de gevorderde terugbetaling en de schadevergoeding. De gevorderde handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW wordt afgewezen. Deze ziet immers alleen op de situatie dat betaling van het op grond van een overeenkomst verschuldigde niet tijdig plaatsvindt en niet op de situatie, zoals in deze zaak, dat er sprake is van een ongedaanmakingsverbintenis of een verplichting tot schadevergoeding. Het hof zal wettelijke rente toewijzen te berekenen vanaf 24 oktober 2016 tot 19 december 2016.

3.14

De door FreshlightAgri in reconventie gevorderde wettelijke handelsrente is wel toewijsbaar omdat deze wordt gevorderd over het bedrag dat [geïntimeerde] vanaf 17 maart 2016 verschuldigd is op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst, die kwalificeert als een handelsovereenkomst in de door artikel 6:119a BW bedoelde zin.

3.15

Voor toewijzing van de door partijen over er weer gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ziet het hof geen aanleiding. Incassokosten zijn slechts toewijsbaar indien de ter zake verrichte werkzaamheden in de gegeven omstandigheden noodzakelijk waren en naar hun omvang redelijk zijn. De aard en omvang van de door of namens partijen verrichte werkzaamheden is door hen onvoldoende onderbouwd waardoor niet kan worden vastgesteld of de ter zake gevorderde kosten redelijk te achten zijn.

4 De slotsom

4.1

De grieven slagen ten dele. De bestreden vonnissen zullen worden vernietigd behoudens de in het eindvonnis in conventie uitgesproken proceskostenveroordeling.

4.2

Nu beide partijen voor een deel in het ongelijk worden gesteld, zullen de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd zoals hierna vermeld.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt de vonnissen van de kantonrechter te Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn, van 26 juli 2017 en 4 april 2018, behoudens voor zover de bij het vonnis van 4 april 2018 in conventie ten laste van FreshlightAgri uitgesproken proceskostenveroordeling, bekrachtigt dit vonnis in zoverre en doet voor het overige opnieuw recht;

in conventie:

veroordeelt FreshlightAgri om aan [geïntimeerde] te betalen € 10.568,96, bestaande uit € 4.568,96 (inclusief btw) ter zake van de ongedaanmaking van de betaling van de koopsom voor de Aurora lampen en € 6.000,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de over beide bedragen te berekenen wettelijke rente vanaf 24 oktober 2016 tot 19 december 2016;

in reconventie:

veroordeelt [geïntimeerde] om aan FreshlightAgri voor de Bulb lampen nog te betalen € 6.117,76 (inclusief btw) te vermeerderen met de daarover te berekenen wettelijke handelsrente vanaf 17 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten van het hoger beroep draagt.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, Th.C.M. Willemse en G.F. van den Berg, is ondertekend door de voorzitter en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 september 2020.