Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7483

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.227.718/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wanneer op een onderbord bij een bord E4 (parkeergelegenheid) dagen of uren zijn vermeld, mag daar (alleen) op de aangegeven tijden worden geparkeerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.227.718/01

CJIB-nummer

: 190243661

Uitspraak d.d.

: 21 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2016, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 1 mei 2020 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ingevolge het tussenarrest is geen reactie ontvangen op het verzoek om het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 5 augustus 2016.

De beoordeling

1. Uit artikel 13, tweede en derde lid, van de Wahv in combinatie met artikel 12 van de Wahv kan worden afgeleid dat van elke zitting die krachtens de Wahv wordt gehouden, een proces-verbaal behoort te worden opgemaakt. Nu door de griffier van de rechtbank geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 5 augustus 2016 is overgelegd, is in strijd gehandeld met de hiervoor genoemde artikelen. Dit brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen. Nu de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, behoeven de overige bezwaren tegen die beslissing geen bespreking meer. Het hof zal vervolgens het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.

2. De gemachtigde voert tegen deze beslissing onder meer aan dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden.

3. Het hof stelt vast dat het verzoek om te worden gehoord in administratief beroep op de juiste wijze is gedaan en dat zich geen uitzonderingsgevallen voordoen. Het hof zal op basis van deze grond – in het licht van bestendige, bekende en daarom niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof hierover – het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren, die beslissing vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.

4. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “parkeren op parkeergelegenheid op dagen/uren waarop volgens onderbord verboden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 juni 2015 om 18.30 uur op de Middenbaan-Noord in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .

5. De gemachtigde voert aan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (hierna: boa) niet bevoegd was om een sanctie op te leggen. Uit het zaakoverzicht wordt duidelijk dat de ambtenaar werkzaam is op het terrein van domein I, openbare ruimte. Handhaven is dan ook slechts toegestaan in relatie tot de openbare orde. Daarvan is hier niet gebleken. De gemachtigde verwijst hierbij naar bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (gepubliceerd op 18 juni 2015 in de Staatscourant). In de onderhavige zaak is gehandhaafd in het kader van de verkeersveiligheid en dit is niet toegestaan, omdat dit niets te maken heeft met de openbare ruimte.

6. Het hof kan het betoog niet volgen. Ten tijde van het opleggen van de sanctie golden, anders dan de gemachtigde meent, niet de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar maar gold de Circulaire buitengewoon opsporingsambtenaar. Het optreden van de ambtenaar valt binnen de in de Circulaire toegekende bevoegdheden. Voor de handhaving van de negatie van de hier in geding zijnde bebording geldt niet de eis van relatie tot de openbare orde.

7. De gemachtigde voert verder aan dat het onderbord weergeeft dat er vanaf woensdag 18.00 uur tot donderdag 20.00 uur geparkeerd mag worden. De verweten gedraging heeft op een woensdag plaatsgevonden om 18.30 uur. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de betrokkene in strijd met de parkeerregeling ter plaatse heeft gehandeld, zo betoogt de gemachtigde. Daarbij komt ook nog dat de betrokkene niet geparkeerd stond, maar slechts korte tijd ter plaatse stil stond teneinde zware en omvangrijke goederen die zij eerder had gekocht in het winkelcentrum in haar voertuig te laden. Uit de stukken volgt ook niet dat de ambtenaar het voertuig enige tijd heeft waargenomen.

8. Het hof acht de laatste stelling van de gemachtigde, dat sprake was van laden, onvoldoende concreet en onderbouwd om op basis daarvan aannemelijk te achten dat sprake is van laden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat, gelet op de bewoordingen van de definitie van parkeren in artikel 1 van het RVV 1990, laden en lossen een uitzondering is. Het verweer treft aldus geen doel.

9. In artikel 67, eerste lid, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) is bepaald dat onder verkeersborden aangebrachte onderborden een nadere uitleg van het verkeersbord kunnen inhouden.

10. In artikel 24, tweede lid, van het RVV 1990 is bepaald dat, indien onder de verkeersborden E4 tot en met E8, E12 en E13 van bijlage 1 van de RVV 1990 op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, de uit het bord of onderbord voortvloeiende geboden of verboden slechts gelden gedurende de aangegeven dagen of uren. Uit bijlage 1 van het RVV 1990 blijkt dat een parkeergelegenheid wordt aangeduid met bord E4.

11. Uit het zaakoverzicht volgt dat artikel 24, eerste lid, onder d, van het RVV is overtreden met het voertuig met het onder 4. vermelde kenteken. In het dossier bevindt zich verder de aankondiging van beschikking en een door de ambtenaar opgemaakt rapport. Hierin is, voor zover hier relevant, het volgende opgenomen:

“Bord E4. Ik zag dat het voornoemde voertuig geparkeerd stond op een parkeergelegenheid waarop het bord E4 van toepassing is met het volgende onderbord: woensdag 18.00 uur tot donderdag 20.00 uur. Het betrokken voertuig voldoet niet aan en/of behoorde niet tot de aangewezen categorie.”

Bij het rapport is een foto bijgesloten van het voertuig. Te zien is dat het voertuig ter plaatse staat geparkeerd. Bij het voertuig zijn geen personen aanwezig.

12. Het hof baseert zich op de informatie in het dossier. Blijkens de door de ambtenaar verstrekte informatie gaat het hier om een bord E4, waaraan een onderbord is geplaatst met de tekst “woensdag 18.00 tot donderdag 20.00 uur’’ (vgl. hiervoor onder ov. 11). De combinatie van het E4-bord met het onderbord leidt tot de conclusie dat het alleen op woensdag vanaf 18.00 uur tot aan donderdag 20.00 uur is toegestaan te parkeren. Nu de sanctie op een woensdag om 18.30 uur is opgelegd, derhalve binnen de tijdspanne op het onderbord, is de onderhavige gedraging niet verricht. De inleidende beschikking kan dan ook geen stand houden.

13. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 787,50.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 787,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.