Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7433

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.239.784/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mobiele telefoon vasthouden. De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen telefoon, maar een handscanner vasthield.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.239.784/01

CJIB-nummer

: 207111311

Uitspraak d.d.

: 18 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 4 mei 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde wijst erop dat in beroep bij de kantonrechter is aangevoerd dat sprake is van schending van de hoorplicht in de procedure bij de officier van justitie, maar dat de kantonrechter hier niet op in is gegaan. De beslissing van de kantonrechter kan daarom niet in stand blijven en de beslissing van de officier van justitie om voormelde reden evenmin.

2. Het hof stelt vast dat het verzoek om te horen in administratief beroep op juiste wijze is gedaan en zich ook geen andere uitzonderingsgevallen voordoen. Het hof zal op basis van deze grond - in het licht van bestendige, bekende en daarom niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt - de beslissing van de kantonrechter vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren, die beslissing vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.

3. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op
2 mei 2017 om 09:12uur op de A4 in Schipluiden met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

4. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene betwist dat hij de gedraging heeft verricht. In de onderhavige zaak is geen sprake van een ambtsedige verklaring. De verklaring die is opgenomen in het zaakoverzicht kan niet als zodanig worden aangemerkt, zodat daaraan geen bijzondere bewijskracht toekomt. Op basis van de beschikbare stukken kan dan ook niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Verder wordt nog naar voren gebracht dat de betrokkene koerier is bij [B] en dat hij gebruikt maakt van een scanner. De betrokkene wilde de scanner in de houder zetten en heeft deze dus tijdens het rijden in de hand gehad. Een scanner valt echter niet onder een mobiele telefoon in de zin van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De ambtenaar heeft de mobiele telefoon van de betrokkene pas gezien op het moment van de staandehouding.

5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 61a (oud) van het RVV 1990 inhoudende:

''Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Onder een mobiele telefoon wordt verstaan een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten.''

6. Het is vaste rechtspraak dat een ambtsedig proces-verbaal geen voorwaarde is om te kunnen vaststellen dat een gedraging is verricht. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht luidt:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn rechterhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof. Zwarte Samsung telefoon in de rechterhand.(…)

Opmerkingen ambtenaar 1:

Ik, verbalisant, zag duidelijk dat de betrokkene gedurende drie seconden een zwarte Samsung telefoon in zijn rechterhand vasthield tijdens het rijden en daardoor naar beneden keek. De betrokkene zei dat hij geen mobiele telefoon vasthield, maar op zijn scanner aan het scrollen was die in de houder stond voor [B] bestellingen. Deze scanner was echter blauw. De betrokkene was chauffeur/bezorger bij [B] . Vervolgens heb ik de betrokkene uitgelegd dat ik alleen een bekeuring uitschrijf als ik er zeker van ben. De betrokkene heeft het kenteken van mijn onopvallend surveillance voertuig opgeschreven en naar mijn gegevens gevraagd, die ik gegeven heb. De betrokkene zei dat hij mij ging aanklagen en dat hij het handig vond dat ik solo reed. Verder heb ik, verbalisant, de betrokkene medegedeeld dat hij altijd het recht heeft om in hoger beroep te gaan. Verder alles op normale en vriendelijke toon uitgelegd en de betrokkene een veilige reis gewenst.(…)

Verklaring betrokkene: ik had mijn mobiele telefoon niet vast.”

7. De vraag of de scanner die de betrokkene in zijn functie van koerier ter beschikking had op het moment van de gedraging valt onder het begrip ‘mobiele telefoon’ in de zin van artikel 61a (oud) van het RVV 1990 onbeantwoord latend, volgt uit de hiervoor vermelde verklaring van de ambtenaar dat is waargenomen dat de bestuurder van het voertuig met het hiervoor vermelde kenteken tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met de rechterhand vasthield. Bij de daarop gevolgde staandehouding blijkt dat het gaat om een zwarte mobiele telefoon van het merk Samsung. De ambtenaar heeft ook de scanner bij staandehouding onder ogen gezien en verklaart hieromtrent nadrukkelijk dat dit apparaat blauw was. Het hof heeft, gelet hierop, geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de ambtenaar heeft waargenomen dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden, namelijk de zwarte Samsung. Hiermee staat vast dat de gedraging is verricht.

8. Voorgaande betekent dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond zal worden verklaard. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.