Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7354

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
17-09-2020
Zaaknummer
21-007102-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een fietsendiefstal, een nachtelijke diefstal uit een woning door middel van insluiping en bezit van harddrugs. Het hof legt op een gevangenisstraf van zes maanden. Deze straf is hoger dan de straf die door de eerste rechter was opgelegd. Die eerder opgelegde straf deed geen recht aan de ernst van met name het tweede feit in combinatie met het strafrechtelijke verleden van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007102-18

Uitspraak d.d.: 8 september 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 17 december 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-216334-18 en 18-065743-18, 18-070451-18, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 augustus 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling ter zake van de drie tenlastegelegde feiten, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen van € 85,- en € 20,- aan respectievelijk [slachtoffer] en verdachte. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. E. van der Meer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte ten aanzien van de drie tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en heeft ten aanzien van het beslag geoordeeld dat geldbedragen van € 85,- en € 20,- moeten worden teruggegeven aan respectievelijk [slachtoffer] en verdachte.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 18-216334-18:

hij op of omstreeks 31 oktober 2018, te [plaats] , een damesfiets (merk Gazelle), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Politie Noord Nederland, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 18-065743-18 (gevoegd):

hij op of omstreeks 5 april 2018 te [plaats] omstreeks 02:32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een laptoptas (met inhoud waaronder een laptop) en/of een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldbedrag van ongeveer € 85,- en/of een of meer (bank) pasjes), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 18-070451-18 (gevoegd):

hij op of omstreeks 10 januari 2018, te [plaats] , in elk geval in de gemeente [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,28 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 2,08 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-216334-18 en in de zaak met parketnummer 18-065743-18 en in de zaak met parketnummer 18-070451-18 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 18-216334-18:

hij op 31 oktober 2018, te [plaats] , een damesfiets (merk Gazelle), die aan een ander toebehoorde, te weten aan Politie Noord Nederland, heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 18-065743-18 (gevoegd):

hij op 5 april 2018 te [plaats] omstreeks 02:32 uur, zijnde gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning aan de [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een laptoptas (met inhoud waaronder een laptop) en een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldbedrag van ongeveer € 85,- en bankpasjes), die aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak met parketnummer 18-070451-18 (gevoegd):

hij op 10 januari 2018, te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,28 gram van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 2,08 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 18-216334-18 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 18-065743-18 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt.

Het in de zaak met parketnummer 18-070451-18 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een fietsendiefstal, een nachtelijke diefstal uit een woning door middel van insluiping en bezit van harddrugs. De diefstal uit de woning vond plaats terwijl de bewoner in de woning lag te slapen. Dergelijke strafbare feiten veroorzaken hinder, schade en gevoelens van onveiligheid voor/bij de slachtoffers. De verdachte heeft slechts gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en heeft er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor het eigendomsrecht van een ander.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 29 juli 2020 – in het verleden veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld onder meer ter zake van vermogensdelicten en druggerelateerde feiten. Het hof zal deze eerdere veroordelingen als strafverzwarend laten meewegen.

De raadsman heeft ter zitting van het hof verzocht om af te zien van het opleggen van een gevangenisstraf en in plaats daarvan een taakstraf op te leggen. Het hof gaat hierin echter niet mee.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof namelijk van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend en geboden is. Het hof zal deze straf aan verdachte opleggen. Deze straf is hoger dan de straf die door de rechter in eerste aanleg was opgelegd. Die eerder opgelegde straf deed geen recht aan de ernst van met name het feit in de zaak met parketnummer

18-065743-18 in combinatie met het strafrechtelijke verleden van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-216334-18 en in de zaak met parketnummer 18-065743-18 en in de zaak met parketnummer 18-070451-18 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-216334-18 en in de zaak met parketnummer 18-065743-18 en in de zaak met parketnummer 18-070451-18 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

18-070451-18: een geldbedrag van € 20,-.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

18-065743-18: een geldbedrag van € 85,-.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. L.J. Bosch en mr. E. Pennink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen, griffier,

en op 8 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Pennink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.