Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7172

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
16-09-2020
Zaaknummer
200.267.880/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking van het hoger beroep door één partij wordt niet getoetst aan de goede procesorde en kan ook na een deskundigenbericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2020/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.267.880/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 479788)

beschikking van 10 september 2020

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.M.M. Pater te Emmeloord,

en

[verweerder] ,

wonende te [A] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. R.S. Jelsma te Amsterdam.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

mevrouw [B] , in haar hoedanigheid van bijzondere curator over [C],

gevestigd te [D] ,

verder te noemen: de bijzondere curator.

1 Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Voor het verloop van het geding tot 4 juni 2020 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- een brief (uitstelverzoek) van de bijzondere curator van 9 juni 2020;

- een brief van de bijzondere curator van 14 augustus 2020 met productie(s);

- een brief van de raad voor de kinderbescherming van 24 augustus 2020;

- een email van mr. Jelsma van 31 augustus 2020 met productie(s);

- twee journaalberichten (V8 respectievelijk V4) van mr. Pater van 31 augustus 2020, waarvan één met productie(s);

- een email van mr. Jelsma van 1 september 2020 met productie(s).

2 De motivering van de beslissing

2.1

De moeder heeft het hof bij journaalbericht (V4) van haar advocaat van 31 augustus 2020 laten weten dat zij het hoger beroep wenst in te trekken.

De vader heeft bij email van 1 september 2020 van zijn advocaat zich op het standpunt gesteld dat, ook nu door hem geen incidenteel appel is ingesteld, het eenzijdig verzoek tot intrekking van de onderhavige procedure in dit specifieke geval geweigerd moet worden, nu het hof een bijzondere curator had benoemd voor [C] en zonder einduitspraak de belangen van [C] (en de vader) onvoldoende zijn geborgd.

2.2

Het hof maakt uit voornoemd journaalbericht (V4) van de moeder op dat zij de gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Intrekking van een verzoek in hoger beroep betreft in feite een vermindering van dit verzoek (tot nihil) als bedoeld in artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat van overeenkomstige toepassing is in hoger beroep.

Een dergelijke vermindering van het verzoek in hoger beroep is een eenzijdige proceshandeling die in iedere stand van de procedure - derhalve ook na een deskundigenbericht zoals in deze zaak het geval is - is toegestaan en niet is onderworpen aan enige toetsing, zoals bijvoorbeeld aan een goede procesorde. Nu in deze zaak geen sprake is van een incidenteel hoger beroep aan de zijde van de vader en ook overigens geen sprake is van een verzoek van de vader in hoger beroep - de vader was evenmin verzoeker in eerste aanleg - leidt de intrekking van het hoger beroep door de moeder er toe dat er niets over blijft van dat, waarover het hof was verzocht een oordeel te geven. Dit brengt mee dat het hof de moeder niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek in hoger beroep.

3 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.W. Beversluis, I.M. Dölle en C. Koopman, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 10 september 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.