Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2020:7136

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
Wahv 200.263.455/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De ontheffing om in een voetgangersgebied te rijden voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers omvat niet het daar stilstaan in afwachting van hun komst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.263.455/01

CJIB-nummer

: 221836417

Uitspraak d.d.

: 10 september 2020

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 15 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: "handelen in strijd met aan ontheffing verbonden voorschrift niet met betrekking tot de begeleiding of vakbekwaamheid". Deze gedraging zou zijn verricht op 29 november 2018 om 23:09 uur op het Plein te 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .

2. De betrokkene voert aan dat hij eerder die avond met zijn klant had afgesproken om hem na 23:00 uur op te halen op het Plein in Den Haag. Rond 23:15 uur kreeg hij een sms van zijn klant met het verzoek hem vanaf Café Millers op te halen en naar Rijswijk te brengen. De betrokkene geeft aan dat hij rond 23:10-23:15 uur op het Plein aan kwam en in zijn taxi op zijn klant wachtte. Vervolgens kwam de verbalisant en deelde hem mee dat hij een bekeuring kreeg voor het te vroeg op de taxiopstelplaats stil staan. De betrokkene vindt deze sanctie niet terecht omdat hij de opstelplaats alleen gebruikte om zijn klant op te halen en niet als taxistandplaats. Dit mag volgens zijn ontheffing. Bovendien was ter plaatse geen bord E2 (verbod stil te staan) aanwezig. De betrokkene geeft aan dat hij de verbalisant de sms wilde tonen en ook zijn ontheffing, maar de verbalisant wilde niet naar hem luisteren.

3. Allereerst overweegt het hof naar aanleiding van de opmerking van de betrokkene in zijn beroepschrift dat hem niet het verwijt wordt gemaakt dat hij in strijd heeft gehandeld met een bord E2 (verbod stil te staan) of een onderbord bij de taxi opstelplaats waarop de tijden staan dat daarvan gebruik mag worden gemaakt. De betrokkene wordt het verwijt gemaakt dat hij in strijd heeft gehandeld met de voorwaarden die zijn verbonden aan zijn ontheffing voor het rijden in het voetgangersgebied in Den Haag.

4. De betrokkene verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 150, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Ten tijde van de gedraging luidde artikel 150 van de WVW 1994 als volgt:

“1. Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

2. Het is verboden te handelen in strijd met de aan een vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften.”

5. De betrokkene heeft een kopie van de aan het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] verbonden ontheffing in de procedure gebracht. De ontheffing is door de gemeente Den Haag verleend aan [de betrokkene] H.O.D.N. Taxiservice [B] en geldig van 8 juni 2016 tot 8 juni 2019. Op deze ontheffing is het volgende vermeld:

“Om met een taxivoertuig te mogen rijden in/op het voetgangersgebied binnen te gaan van 11.30 uur tot 21.00 uur: Grote Markt – Lutherse Burgwal, Klavermarkt – Spui, Spui – Hofweg en vanaf 21.00 uur tot 11.30 uur in alle voetgangersgebieden Binnenstad ten einde via de kortst mogelijke route passagiers op te halen, te vervoeren en direct te laten in- en uitstappen en na het uitstappen het voetgangersgebied direct te verlaten, RVV art. 87.”

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Taxidiensten aanbieden op taxistandplaats buiten de toegestane tijden. Overtreding ontheffing RVV 1990. (…)

Verklaring betrokkene: ik wacht op een klant die ik kom ophalen.”

7. Daarnaast bevat het dossier een op 19 januari 2019 door de ambtenaar opgemaakt aanvullend proces-verbaal. Hierin verklaart de ambtenaar - zakelijke weergegeven - het volgende. De ambtenaar zag omstreeks 23:00 uur dat er op de taxistandplaats gelegen aan het Plein een taxi stilstond. Deze taxistandplaats is gelegen in een voetgangersgebied. Er was gedurende 3 á 4 minuten geen beweging in- en rondom het voertuig. Vervolgens heeft de ambtenaar de betrokkene aangesproken. Gedurende het contact met de betrokkene en het uitschrijven van het proces-verbaal, wat ongeveer 5 minuten in beslag heeft genomen, verscheen de klant van de betrokkene niet en was er evenmin contact tussen de betrokkene en zijn klant. De door de betrokkene overgelegde berichten van 23:14 uur dateren van na oplegging van de sanctie om 23:09 uur. De berichten zijn door de betrokkene ook niet aan de ambtenaar getoond.

8. Uit de aan de betrokkene verstrekte ontheffing volgt dat het hem als taxichauffeur is toegestaan om vanaf 21:00 uur in alle voetgangersgebieden van de Binnenstad van Den Haag passagiers op te halen en te vervoeren, maar daaraan is wel het voorschrift verbonden dat hij zijn passagiers onmiddellijk moet laten in- en uitstappen en daarna het voetgangersbied direct moet verlaten. Nu de betrokkene heeft aangegeven dat hij voor het contact met de ambtenaar al enige tijd stilstond in het voetgangersgebied op het Plein, is niet conform de aan de ontheffing verbonden voorschriften gehandeld. Immers, niet gezegd kan worden dat een aantal minuten wachten op een klant valt onder het onmiddellijk laten in- en uitstappen van een passagier. Dat de klant verlaat was omdat hij nog even snel naar het toilet moest, maakt dat niet anders en is bovendien een omstandigheid waarvan de gevolgen voor rekening van de betrokkene dienen te blijven. Het hof twijfelt dan ook niet aan de verklaring van de ambtenaar dat de gedraging is verricht en is van oordeel dat de sanctie terecht aan de betrokkene is opgelegd.

9. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.